Herhaaldelijk heeft de kunstenaar in eigen geschriften dat streven verduidelijkt. Volgende tekst uit 1959 lijkt ons te belangrijk om hem niet te citeren.
'De dynamische structuur van het licht betovert mijn ogen, brengt mijn geest in beweging en versnelt het ritme van mijn hart, van de adem mijner verlangens.
Het schone is in beweging en toont, als vorm, de rust in de onrust. Het dynamische wordt vorm. Maar de onrust van de rust vernietigt de vorm en eist zijn ontbinding. Het onbeweeglijke en eindige vermoeit de ogen.
Zuivere beweging kent niet de relativiteit van maten en begrenzingen ; zij blijft alleen en in zichzelf, zonder richting en zonder actualiteit ; ziedaar haar vibratie, haar adem, haar vrijheid, haar vitaliteit, haar metafysica.
Het lawaai van de veelkleurigheid en haar dramatisch evenwicht in de compositie hadden tenslotte de onbewoonde buurschap verstoord van de beeldelementen die wij zuivere beweging noemen. (...)
In mijn zwarte en witte schilderijen wordt de wenteling van de verschillende krachtvelden in een unieke en vloeiende beweging gedragen door de licht-intensiteit, eigen aan deze twee kleuren.
In mijn lichtreliëfs, waar het lioht zélf medium wordt in de plaats van deze kleuren, schept de beweging een nieuwe immateriële kleur en een tonaliteit waarvan de onvatbaarheid totaal verwijderd is van welk object ook. Deze onstoffelijkheid verwijst naar een mogelijke realiteit waarvan wij de adem en de geheime schoonheid nu reeds beminnen'.
Mack neemt er geen genoegen mee die 'geheime schoonheid' alleen maar op te roepen in begrensde binnenkamerse objecten zoals de lichtdynamo's ; hij wil ze uit haar verborgenheid halen en laten overvloeien in het dagelijks leven. Na 1961, jaar waarin de eerste lichtdynamo getoond werd te Amsterdam ('Bewogen Beweging', Stedelijk Museum), worden de afmetingen steeds groter. Er ontstaat ook een reeks monumentale werken in opdracht. Voor een school te Leverkusen ontwerpt hij een muurreliëf van 160 meter-vierkant, voor een woning een 'zilverlichtmuur', voor een kleuterschool te Dus-seldorf een 'kleurspelmachine' van drie bij acht meter. Voor talrijke tentoonstellingen maakt hij, meestal in samenwerking met Piene en Uecker, licht-environments of 'organiseert' hij ganse ruimten.
Het blijven uiteraard beperkte en fragmentarische pogingen tot zuivering en ordening van de chaos : visuele en mentale stofzuigers, te zeldzaam en te zwak om ook maar enigermate bij machte te zijn ons levensdecor te reinigen. Maar het blijft een troostend besef dat zij bestaan. En men kan ervan dromen 's avonds enorme lichtdynamo's van Mack in het stadsbeeld te vinden, op pleinen en drukke verkeerspunten. Wat een kalmerende invloed zou er kunnen van uitgaan.