Ontleden wij bijgaand portret in zijn stoffelijke verschijning. De man lijkt 30 jaar oud, wat aannemelijk is, vermits zijn geboortedatum omstreeks 1431 wordt gesitueerd. Hij is ten halven lijve afgebeeld, gaat gekleed in een donkerpaars wambuis en is gekapt naar de mode, die omstreeks 1460 aan het Bourgondische hof in zwang was. Het haar is van de kruin weg naar beneden gekamd en ter hoogte van wenkbrauwen en oren rondom geknipt. Een ragfijne gouden ketting ligt in verschillende rijen rond de hals. De linker hand is met een ring versierd. Al wat op rijkdom en aanzien duidt blijft binnen de perken van soberheid en goede smaak.
De donkergroene achtergrond vertoont een ongewoon patroon van regelmatige vierkanten. Ongetwijfeld zijn de zware, strakke lijnen het resultaat van een restauratie. Vermoedelijk heeft van der Weyden een stuk opengeplooide stof afgebeeld waarvan de vierkante vouwen door zachte schaduwen werden aangegeven. Hij gebruikt wel vaker een kostbaar en fijn geweven stuk linnen als achtergrond voor zijn personages.
De overheersende paars-groene combinatie van wambuis en achtergrond heeft een volle klank en verhoogt het licht dat uit de carnatie van gelaat en handen straalt. Het essentiële van het portret wordt op die manier naar voren gehaald en met de meeste zorg behandeld. Scherp tekent zich de omtreklijn van het hoofd in driekwart gezien tegen de achtergrond af. Als gebeeldhouwd komen de trekken van Filips de Croy uit de verf te voorschijn, want niet alleen de lijn bepaalt de vorm. In de gladde schildering van de vleeskleur komen halve tonen en modulerende schaduwen naar voren, die de anatomische structuur van het gelaat duidelijk in reliëf zetten. Een hoofse cultuur en het besef van een adellijke afstamming hebben de trekken van de jonge man duidelijk gemerkt. Zijn roerloze houding verraadt een aristocratische terughoudendheid. Alhoewel de Croy vast niet verstoken kan geweest zijn van een behoorlijke dosis ambitie en zelfbewustheid, toont hij zich toch in de eerste plaats een nederig onderdaan van God.
Van der Weyden legt de nadruk op de devote uitdrukking van zijn model, zonder daarom de details van het gelaat te verwaarlozen. Het hoofd is lang, mager, rimpelloos. Koelgrijs zijn de ogen. De neus is opvallend smal en lang, de kin hakvormig. De gesloten mond vertoont een fijngesneden bovenlip en een vlezige, zware onderlip. Een dergelijk gelaat wordt gemakkelijk in het geheugen geprent, maar behoudt iets raadselachtigs door de introverte houding van de man die zich tijdelijk onttrekt aan wat van deze wereld is en zich verdiept in een innige communicatie met het bovenzinnelijke.