Kunsthistoricus Paul Huvenne (1949-2026) overleed op 16 april 2026. Hij was achtereenvolgens jarenlang conservator van het Rubenshuis en directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.
Paul Huvenne studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de UGent en promoveerde aan diezelfde universiteit in 1984 met een doctoraatsonderzoek over de zestiende-eeuwse schilder en cartograaf Pieter Pourbus (1523/24-1584). Huvenne was daarna als kunstwetenschapper betrokken bij het Rubensonderzoek in het Centrum Rubenianum. In 1984 werd hij conservator van het Rubenshuis.
Van 1997 tot 2014 was hij algemeen en artistiek directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Tijdens zijn bewind werden tal van expo’s georganiseerd. Op 1 mei 2011 sloot het museum voor een grondige renovatie. Onder zijn leiding kregen de plannen voor de restauratie en uitbreiding van het historisch museumgebouw vorm en gingen de werken van start. Tijdens de sluiting van het KMSKA toonde Huvenne de collectie in Antwerpen, België en in het buitenland door bruiklenen of het organiseren van expo’s. In september 2022 heropende het museum.
De veelzijdige collectie van het KMSKA zette Huvenne ook aan om zich te verdiepen in de moderne kunst en haar raakvlak met hedendaags kunst. Hij zette onder meer zijn schouders onder het CoBrA-depot van de Phoebus Foundation.
Huvenne doceerde aan de UAntwerpen, Vrije Universiteit Brussel en de KU Leuven. Voor Openbaar Kunstbezit Vlaanderen schreef hij meerdere bijdrages en hij was lid van de programmacommissie. Van 2009 tot 2016 was hij lid van de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum in Amsterdam. In 2018 ging Paul Huvenne, erehoofdconservator van het KMSKA, met pensioen.