De figuur steunt op het rechterbeen. Onder het kleed is het linkerbeen zichtbaar, doordat de knie licht gebogen en de voet een weinig naar voren geplaatst is. De rechterheup is daardoor wat hoger dan de linker. Om niettemin het evenwicht in de houding te bewaren, laat de beeldhouwer bovenlichaam en hoofd in tegengestelde richting neigen. Dat geeft het beeld een uitzonderlijke gratie en sierlijkheid. Het evenwicht wordt beklemtoond door het boek, dat de heilige in haar uiterst verfijnd gesculpteerde maar te grote hand draagt. Die hand met het boek vindt in de compositie van het geheel haar tegengewicht in het grote vlak van linkerdij en knie. Beide compositorische vlakken liggen in de curve van de vermelde S-lijn.
De compositie wordt links en rechts begrensd door de wijde afhangende mouwen en daaronder door de rustige en sierlijke plooien die het gehele beeld binnen twee denkbeeldige verticale lijn sluiten. De plooien zijn met elkander verbonden door de zoom van het bovenkleed, dat in een halve cirkel boven het scheenbeen hangt. Daarentegen is de ruimte tussen de mouwen door ietwat onrustiger plooien gevuld. Ze schenken aan het grote middenvlak van het beeld zijn plastische waarde. De variatie door de verticale en horizontale lijnen teweeggebracht maakt van het kunstwerk een harmonisch geheel. Wellicht is dat alles spontaan onder de hand van de kunstenaar gegroeid even spontaan als men het ontdekt wanneer men voor het beeld plaats neemt en alleen maar kijkt zonder vragen te stellen. Men geraakt gewoon niet uitgekeken. Besteden wij even onze aandacht aan het hoofd, de zorgeloos naïeve expressie, het hoge voorhoofd, de wenkbrauwbogen, de luikende oogleden en de mond die glimlachend geopend is. Roept dit gelaat ons niet plotseling, een der zingende engelen van Van Eycks 'Lam Gods' voor ogen? Vergeten wij ondertussen niet dat wij een houten beeld bewonderen! De materie lijkt wel vergeestelijkt. Dat meesterschap over de stof bewijst de vakkennis en bezieling van de kunstenaar.
Nog hebben wij de H. Lucia alleen van de voorzijde bekeken. Typisch voor een beeld is nochtans dat het rondplastisch is, dat men het langs alle zijden kan waarnemen. Hier evenwel niet! De rondplastiek is in de West-Europese kunst niet altijd in de mode geweest. De Meester van de H. Lucia heeft blijkbaar bewust een beeld gemaakt dat wij van voren moeten bezien. Alleen het hoofd is drie-diemensionaal. Van onder een eenvoudig hoofddeksel, dat met een band onder de kin vastgemaakt is, hangen twee zware haarvlechten op de oren. Achter op het hoofd komen de vlechten samen. Vandaar valt het haar los en omlaag op de rug. Als wij het beeld volledig van terzijde bekijken, menen wij op het eerste gezicht anatomische fouten te ontdekken. De figuur heeft namelijk geen armen. Dat is echter geen gevolg van onkunde. Integendeel, want de kunstenaar heeft een beeld gemaakt dat tegen een muur zou geplaatst worden. Hij wist derhalve dat men het zelden van terzijde zou bekijken, maar gewoonlijk wel van voren. Van die kant uit gezien en evenmin van driekwart links of rechts, valt het ontbreken van die armen op. Ook daardoor wordt bewezen dat de beeldhouwer de visie had van een rasecht kunstenaar.
Wanneer men als toerist, als toevallig bezoeker, het beeld van de H. Lucia in de kerk van Oostham ziet, zal men er wellicht zonder belangstelling aan voorbijlopen. Het grijsgroene kleed maakt een stofferig vuile indruk; het leidt dermate de aandacht af dat men de kleur niet meer ziet, al zit er nog een groot deel van de oorspronkelijke polychromie op en verder ook geen oog heeft voor de sculpturale details, de compositie en artistieke waarde van het beeld. Voor wie het zien wil, ligt hier nochtans onder stof en ouderdomskwetsuren een onvermoede schoonheid en rijkdom te ontdekken.