'Schilderkunst in Vlaanderen na 1980'

2005.4
€ 12,00

Tot diep in de jaren zestig van de twintigste eeuw, leek 'moderne kunst' zo ongeveer samen te vallen met 'moderne schilderkunst'. In tegenstelling tot de beeldhouwkunst, had de schilderkunst zich in het begin van de twintigste eeuw relatief snel losgeweekt van de traditie, en had daardoor in veel gevallen het karakter aangenomen van een avant-garde manifest. Net als in Noord-Amerika en de rest van West-Europa, waren ook in België groepstentoonstellingen met niets anders dan schilderijen een vanzelfsprekendheid. Vanaf het einde van de jaren 1960, en vooral in de loop van de jaren 1970, raakt de schilderkunst haar quasi-monopolie op de moderniteit voorgoed kwijt. Minimalistische objecten, conceptuele projecten, videoprojecties, happenings, performances en installaties werpen zich alle op als meer experimentele, en dus meer progressieve artistieke praktijken. Daardoor wordt de schilderkunst geleidelijk in het defensief gedrongen. Waar een abstract schilderij in 1965 nog een dynamisch signaal van radicale moderniteit was, is hetzelfde gebaar tien jaar later gestold tot een statisch teken van traditie en ambachtelijkheid.

Lees het artikel online.