'Kazerne Dossin'
In 1756 liet keizerin Maria Theresia in Mechelen een kazerne bouwen: een groot complex van vier vleugels rond een binnenkoer. In 1936 kreeg de kazerne de naam van een Luikse generaal uit de Eerste Wereldoorlog: Emile de Dossin de Saint Georges. Tot aan de Tweede Wereldoorlog speelde de Dossinkazerne een louter militaire rol. Dan volgde een zeer sinistere herbestemming: het werd een Sammellager, een verzamelkamp voor Joden en zigeuners. De centrale ligging, precies tussen Antwerpen en Brussel (waar de meeste Joden woonden), de spoorlijn naast de kazerne en de gesloten structuur waren ideaal voor een deportatiecentrum. Tussen juli 1942 en september 1944 werden in de Dossinkazerne meer dan 25.000 Joden en 352 zigeuners verzameld en weggevoerd naar Auschwitz-Birkenau en enkele kleinere kampen. Twee derde van de gedeporteerden werd onmiddellijk na aankomst vergast. Zo’n vijf procent van de gedeporteerden was bij de bevrijding van de kampen in 1945 nog in leven.
Na de Tweede Wereldoorlog nam het Belgische leger de Dossinkazerne opnieuw in gebruik, tot 1976. Het gebouw raakte in verval en de stad Mechelen overwoog om het te laten slopen. Na protest werd de gevel geklasseerd en in de jaren 1980 werd de verkommerde kazerne ingericht als appartementencomplex. De verbouwingen waren heel ingrijpend. Onder impuls van een aantal Joodse verenigingen en overlevenden van de deportatie opende in 1996 in de voorste vleugel van de oude Dossinkazerne het Joods Museum van Deportatie en Verzet. Met zo’n 35.000 bezoekers per jaar had het kleine museum al snel zijn maximumcapaciteit bereikt. De Vlaamse regering lanceerde in 2001 het plan voor een nieuwe museumsite. Aan de overzijde van de kazerne kocht de Vlaamse Gemeenschap een terrein aan. Daar kwam een nieuwbouw, naar een ontwerp van bOb Van Reeth, waar in 2012 Kazerne Dossin – Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten opende.