'De (andere) Kant - Alternatief Antwerpen 1964-1973'
De eerdere plannen in 2025 om het M HKA deels te ontmantelen botsten op onbegrip; Antwerpen gaat er immers prat op een hotspot van actuele kunst te zijn. Met de stichting van de kunstenaarsgroep G58 en de inrichting van het Hessenhuis als eerste grootschalig kunstencentrum zette de stad zich eind jaren vijftig opnieuw op de Europese kunstkaart. Bewegingen als Zero en opart kregen van daaruit mee vaart.
In de jaren zeventig ontwikkelde het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) op de Meir zich tot een broedplaats voor conceptuele kunst, performance- en videokunst. Een decennium later droegen Panamarenko, Guillaume Bijl, Jan Fabre en Luc Tuymans de faam van Antwerpen als kunststad verder uit. Vandaag staat met namen als Ben Sledsens, Rinus Van de Velde en Kati Heck een nieuwe generatieop.
Dit dossier katapulteert je terug naar de bruisende sixties in Antwerpen. Tussen de Stadswaag en de Grote Markt gonsde een bruisende alternatieve scene met café De Muze als middelpunt. De buurt kreeg zelfs een eigen naam: de Kant. De soundtrack werd geleverd door Ferre Grignard, The Pebbles en Wannes Van de Velde, terwijl Fred Bervoets zijn verftubes leegkneep, Panamarenko de lucht opzocht en VAGA het Hendrik Conscienceplein autovrij maakte. Experimentele films, concrete poëzie, freejazz, de gehaakte jurken van Ann Salens, psychedelische stripverhalen van kunstenaarscollectief Ercola: alles kon anders. Gerald Dauphin en Raoul Van Den Boom legden de sixtiesscene vast op prikkelende foto’s, tot de economische crisis van 1973 een einde maakte aan de bedwelmende speeltijd van de Kant.