De verticalen, horizontalen en diagonalen dragen een nieuw accent en betekenen een doorbraak naar de lineaire stilering die in het abstracte werk zal uitgroeien tot een zuivere architectuur van plannen en kleuren. Maar tussen twee abstracte werken zoals 'De kathedraal' van 1950 en 'Rood' van 1963 ligt er nog een oneindige afstand, een weg die naar de intiemste diepten leidt van Bertrands verfijnde sensibiliteit. Het geometrisch meetbare van de architectonisch opgebouwde 'Kathedraal' is in 'Rood' versoepeld in een enkel ruisend ruimteritme, bewogen door een geestelijke kracht die los is gekomen van alle aardse zwaarte. 'In 'Rood' benadert Bertrand intuïtief de stille meditatie over een andere dan de zuiver sensorische werkelijkheid, namelijk degene die alleen door rede en gevoel kan benaderd worden en voor de zintuigen moeilijk vatbaar blijft. Maar dit betekent niet dat de compositie vervalt in een willekeurige of slordige interpretatie; zij wordt integendeel beheerst door een strenge discipline waardoor nog des te scherper de nauwe band tussen een delicate sensibiliteit en een onaanvechtbaar metier wordt belicht. Binnen de afgemeten ruimte van het doek hangt de stilte van een absolute poëzie die in onbewogen evenwicht beschermd blijft tegen iedere hartstochtelijke uitbarsting. De maat, de sereniteit en de eenvoudige harmonie van 'Rood' herinneren aan Bertrands grote gevoeligheid voor de muziek, zijn bewondering voor de thema's van Bach, waarin ook de mathematische poëzie een subtiele ontroering wekt.
Gaston Bertrand werkt systematisch, in een logische volgorde van ontwerpen, studies en definitieve composities. Tijdens zijn talrijke reizen, vooral door Italië en Frankrijk, maakt hij honderden schetsen, tekeningen en aquarellen, waaruit later, na een tijd van bezinken en beschouwen, de eigenlijke composities groeien. Zo maakte hij een reeks studies tijdens zijn verblijf te St.-Martin en Vesubie, in de nabijheid van Nice. Uit die reeks ontstond onder meer 'Rood', waarvan een voorbereidende aquarel bestaat, thans in Frans privé bezit. Wat in 'Rood' onmiddellijk de aandacht trekt is de centrale compositie, waaraan vlak- en kleurverdeling ondergeschikt werden gemaakt. Alles is gebaseerd op de tegenstelling tussen het centrale gedeelte en de overige ruimte van het doek. Die ruimte werd als het ware opgevuld met de autonome rode materie, in zeer dunne verflagen opgelegd en die boven- en onderaan, een geometrisch vlak van een donkerder, intenser rood, transparant laat doorkomen. De omlijning van deze vlakken is vaag, als verdoezeld in een rode mist.
Twee andere vlakke, die het langwerpige middenstuk omsluiten, zijn in een nog donkerder rood, meer geaccentueerd, maar tevens innerlijk genuanceerd, zodat ze een zekere ronding en volume krijgen waardoor het gehele centrale gedeelte in evenwicht wordt gehouden binnen de overige lichtere massa. Het gevoel van statisch evenwicht wordt het sterkst in de hardomlijnde, lang-gerokken figuur, die uit verschillende delen bestaat en door haar koudere, hard blauw-groene kleur het grote contrastpunt van de compositie wordt. De harde indruk wordt verscherpt, eensdeels door de twee lichte kleinere schakels bovenaan, anderzijds door de zichtbare penseelstreken die fel contrasteren met de vloeiende materie van het omringende rood. Het oog wordt gefascineerd door dat centrale punt dat het ritme van het doek bepaalt. Het zou een scharnier kunnen zijn, waarrond de rode ruimte geruisloos wentelt, of een schakel die ons vasthoudt tussen twee werelden, tussen het eeuwig onbewogene en het voortdurend langzaam evoluerende.