De tentoonstelling Vlaamse Primitieven. De mooiste tweeluiken in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen is een kunsthistorisch liefdesverhaal. Voor het eerst sinds eeuwen is een vijfendertigtal diptieken herenigd. Er was al lang een vermoeden dat vele van die vijftiende-eeuwse panelen die nu los van elkaar in diverse musea te zien zijn, samen horen als een diptiek. Velen zijn in de loop der tijden gescheiden. Vooral in de negentiende eeuw hebben kunsthandelaars de paneel-paren uit elkaar gehaald om te voldoen aan de groeiende vraag naar Vlaamse Primitieven. Weinig tweeluiken zijn altijd samengebleven, zo als de Diptiek van Maarten van Nieuwenhove in het Brugse Memlingmuseum. Intensief technisch onderzoek naar aanleiding van deze tentoonstelling, die eerder ook Washington aandeed, heeft nu uitgemaakt welke panelen samen horen en welke niet. Het mooiste van de expositie is de tweeluiken eindelijk weer samen te zien.
Het idee om twee panelen van hetzelfde formaat samen te voegen ontstond niet in de Nederlanden, maar het zijn wel schilders van de Lage Landen die in de vijftiende eeuw en de eerste helft van de zestiende eeuw het potentieel van tweeluiken volledig hebben benut. De tentoonstelling presenteert verschillende types van diptieken. Er zijn devotionele portretten, met aan de ene zijde een hedendaags persoon (meestal de opdrachtgever) en aan de andere zijde een heilig figuur (vooral Maria en Kind). Andere thema's van de schilderijen-paren zijn: de Heilige Maagd met Christus, een heilige met een heilige, portretten van man en vrouw of portretten van twee vrienden. Nog andere tweeluiken plaatsen taferelen van het Oude en van het Nieuwe Testament naast elkaar. Wat ook het onderwerp is, beide panelen staan in relatie met elkaar. Ze voeren een dialoog en nodigen de toeschouwer uit om er aan deel te nemen.