In de voetsporen van de grote Rubens-tentoonstellingen mag de grafiek en meer bepaald de reproductiegrafiek niet ontbreken.

Stijl vertalen

Antwerpen plaatst het hele productieproces van houtsneden en burijngravures naar Rubens ontwerpen in het tegenlicht van zijn magistrale, vaak monumentale kleurrijke composities op linnen: schilderkunst versus grafiek en/of omgekeerd. Copyright Rubens in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten behandelt Rubens en de grafiek in zijn eigen tijd en Rubens in zwart en wit in het Rockoxhuis legt het accent op de grafiek­productie naar zijn werk na zijn dood (1650 - 1800).  Laat één zaak duidelijk zijn:  Rubens was geen graveur. Hij beschikte echter over voldoende plastisch talent om een uitge­sproken vernieuwende visie te hebben op de mogelijkheden van de grafiek.
Tijdens zijn verblijf in Italië had hij veel gete­kend en geschetst naar antieke beelden, zoals de Laocoöngroep, en de renaissance­ meesters (Michelangelo, lgnudo, Leonardo da Vinci). Voor deze figuurstudies gebruikte Rubens bij voorkeur rood en zwart krijt.  Door zijn zwierige lijn verkregen de figuren een stromende beweeglijkheid en de adem van de ziel.  Net zoals de door hem zo bewonderde Rafaël en Titiaan dacht hij eraan om de talrijke olieverfschetsen en tekeningen via reproductiegrafiek te verspreiden.
Daarom zocht hij, eens terug in Antwerpen, actief naar graveurs die de uitdaging aangingen om zijn virtuoze stijl te vertalen naar het lineaire medium.  Rubens keek erop toe dat elke licht- en kleurschakering omgezet werd in vloeiende arceringen die hun eerdere beperkingen overstegen. Maar dit was niet zijn enige bijdrage.  De kunste­naar zette veelal zelf de subtiele vegen olie­verf van een schets om in een modelontwerp dat als basis diende voor de graveur van dienst.

Kritische blik van de meester

De tentoonstelling in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten legt het accent duide­lijk op de grafici die onder toezicht en in opdracht van Rubens werkten. Dadelijk na zijn terugkeer uit Italië liet hij zijn teke­ningen naar antieke sculpturen in de koper­plaat steken door Cornelis Galle als illustra­ties voor Electorum Libri II, het boek van zijn broer  Philip Rubens.  In zijn commentaren De imitatione antiquarum statuarum laat  hij zich laatdunkend uit over diens graveer­kunst: "In plaats van levendige lichamen heeft hij beschilderde marmer voorgesteld ... " Daarom heeft hij de graveur Lucas Vorsterman en de kunstenaars rond Goltzius aangesproken die als meesters van het maniërisme opteerden voor een dynamische dan eens een aanzwellende lijn, dan weer een dun uitlopende lijn en die duidelijk kozen voor het ruimtelijk effect en de licht­-donker contrasten. Deze meestal in Haarlem verblijvende tekenaars-graveurs werden door Rubens' kritische kijk tot een hoger niveau gebracht: burijngravures van Jan Müller, Willem van Swanenburg, Pieter Soutman en vooral de prachtige beweeglijke landschappen van de broers Boëtius en Adam Bolswert werden door Rubens zeer bewonderd.
Maar de ware impact van de Rubensgrafiek werd in soepele lijnen in hout gesneden door Christoffel Jegher. Deze 'houte prints­nyder' werd in de Antwerpse Sint-Lucasgilde opgenomen in 1628 en sneed voornamelijk boekillustraties voor de Antwerpse drukker en uitgever Plantijn Moretus. Door de nauwe samenwerking met Rubens, die bij elke proefdruk corrigeerde en zonodig het model retoucheerde, krijgen we negen foliobladen van onovertroffen kwaliteit te zien. Vooral de chiaroscuro houtsnede De rust op de vlucht naar Egypte illustreert de visie van Rubens op het landschap als een studie van beweeglijk licht en stuwende perspectieven. Twee verschillende houten blokken werden door Jegher gesneden: een eerste voor de zwarte contourlijn en een tweede voor de licht-donker effecten die in okerkleurige grondtonen op het papier werd aangedrukt. Het resultaat is verbluffend: een momentop­name van bezielende rust in atmosferische tonen.
Dergelijke reproductiegrafiek werd verspreid over heel West-Europa en verbreidde de naam en faam van Rubens. In Spanje, Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden verwierf Rubens privilegies die zijn werk moesten beschermen tegen ongewenste, niet door Rubens toegestane drukken. Op 71 prenten werd zodoende zijn auteursrecht beschermd.

Blijvend in beeld

De populariteit van de schilderkunst van Rubens blijft tot lang na zijn dood nawerken. Het inspireert niet alleen  schilders, maar vooral graveurs die zich niet alleen tot Antwerpen beperken. Rubens in zwart en wit toont in het Rockoxhuis de indrukwek­kendste exemplaren die het vakmanschap etaleren van de graveurs actief tussen 1650 en 1800.  In de zeventiende eeuw waren het vooral Vlamingen en Noord-Nederlanders die de grafiek verspreidden, maar in de acht­tiende eeuw zullen vooraanstaande Franse en Engelse kunstenaars naar Rubens graveren.
Als onderwerpen zijn vooral Rubens' bekendste schilderijen, zoals De kruisafne­ming uit Antwerpse kathedraal en portretten, in trek. Hoewel vaak dezelfde werken gereproduceerd werden verraden deze prenten vaak een persoonlijke toets of een tijdsgebonden, zelfs modieuze invloed. Barok, rococo, classicisme en romantiek zitten dan ook vaak in de lijnen gevat. Met die veranderende stijlen mee, wordt de Rubens grafiek ook aan gewend om met de graveertechniek zelf te experimenteren. Na de kopergravure, de ets en de houtsnede wordt eerder gekozen voor de nieuwe tech­nieken  zoals mezzotint, aquatint en stippel-gravure die alle verfijnde nuances van de penseeltrek beter tot hun recht laten  komen. Met ongeveer drieduizend prenten naar zijn geschilderd werk is Rubens wellicht met Rembrandt de enige kunstenaar van wie het werk zo talrijk in grafiek is weergegeven.

Download hier de pdf

OKV2004.2 Rubens in zwart en wit.pdf