In zijn beleidsnota over culturele infrastructuur pleitte de vroegere minister van cultuur Bert Anciaux voor de uitbouw van een Leuvense museumsite.
De voormalige openbare bibliotheek, de academie en het stedelijk museum vormen de kern van dit (ver)bouwproject. Kunsten en erfgoed worden er in sa menhang ontwikkeld zonder dat het een afzonderlijk kunstmuseum wordt. De site is ook het startplatform voor het erfgoed­convenant dat de stad met de Vlaamse Gemeenschap zal afsluiten. Ondertussen zitten ze in Leuven niet stil en brengt de stad opnieuw een sterk onderbouwde tentoonstelling, ditmaal rond miniaturen. In tegenstelling tot architecturaal erfgoed zijn manuscripten zelden in de publieke sfeer aanwezig. Vandaar dat het zo uitzonderlijk is om een grote expositie te kunnen bewonderen met alleen maar handschriften.

Uniek in de wereld

De wetenschappelijke partners achter Meesterlijke Middeleeuwen zijn het Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten en het Walters Art Museum in Baltimore (V.S.). Het Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten werd in 1983 opgericht aan de K.U. Leuven en is het enige in de wereld dat de Vlaamse miniatuurkunst als specifiek object behandelt. Het maakt de resultaten van haar onderzoek bekend via het Corpus of Illuminated Manuscripts, waarvan er reeds negen volumes gepubliceerd zijn. Eén van de grote problemen bij dergelijke tentoonstelling is het op peil houden van de voortdurend wisselende temperatuurs- en vochtigheidswaarden.

Reeds een jaar lang getest

Daarom dat de organisators reeds sinds vorig jaar temperatuur- en vochtigheidsmetingen laten plaatsvinden, zowel in de ruimtes als in een proefopstelling met een gesloten vitrine. Alle vensters  in de tentoonstellingsruimtes zitten achter panelen verborgen. Er komen glazen deuren aan het begin en het einde van de rondgang. Door de grootte van de ruimtes en de dichting van de vitrines worden schommelingen door bezoekersaantallen zodanig vertraagd  en genivelleerd , dat ze een minimale uitwerking hebben op de microklimaten in de vitrines.

De verlichting van de boeken, die beperkt moet blijven tot 50 lux, wordt verzorgd door ultramoderne fibreoptics, die geen warmte in de vitrines genereren. Ten opzichte van vroegere systemen hebben zij meer en kleinere lichtpunten en daardoor een volledig egale spreiding van het licht.

Vrij klassiek parcours

De tentoonstelling volgt een klassiek chronologisch parcours en werd gemakshalve  in vier delen gesplitst: 800-1000, de Illusie van het Lichaam, 1000-1200, de Hemelse Kleuren, 1200-1400, de Veredelde Lijn en tot slot 1400-1475, de Suggestie van de Ruimte. Ze begint met de keizerlijke cultuur van Karel De Grote. Door de steun van deze laatste groeit het handschrift na eeuwen van verwaarlozing  opnieuw uit tot een belangrijk instrument in dienst van de machtsdrager. Als schakels verbinden de handschriften de kloosters en de bisdommen met het centrale gezag. Voor de vroegere periodes (9de-13de eeuw) heeft het Studiecentrum beroep gedaan op buitenlandse (veelal Angelsaksische) specialisten (o .a. Yale, Princeton), die ook instaan voor de behandeling van de betreffende  periodes in de catalogus. Als referentie bij de bruikleen­ aanvragen van de oudste boeken heeft die onderbouwing duidelijk positieve invloed op de beslissing gehad.

Een goed parcours

Het was dus niet zo moeilijk om de bruikleengevers te overtuigen. Kris Callens: "Onderhandelingen met de belangrijkste nationale en internationale bruikleengevers zijn einde 1999 gestart. Persoonlijke contacten tussen wetenschappers uit Leuven en de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel (16 boeken) en het Walters Art Museum in Baltimore (13 boeken) hebben geleid tot een partnerschap met de twee instellingen. Het partnerschap en de toezegging van de 29 topstukken heeft voor andere bruikleengevers de geloofwaardigheid van het project vergroot. Bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft met de bruikleen van vijf absolute meesterwerken ingestemd omdat haar zusterinstelling in Brussel zo prominent deel zou nemen. De toezeggingen zijn vooral te danken aan de wetenschappelijke status die het Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten sinds 1983 wereldwijd heeft opgebouwd.

Een mooi overzicht

Het tweede deel van de tentoonstelling bestrijkt de periode 1000-1200. Tijdens die Romaanse periode ontvoogden de abdijen zich in Noord-Frankrijk opmerkelijk van hun wereldse dominantie. Het worden eilanden van spiritualiteit, intellectuele ontwikkeling en handenarbeid. Hoewel het handschrift in grote mate een religieus object blijft, dragen de monniken ook bij tot de overlevering van de antieke cultuur. Niet de dagelijkse realiteit inspireert, wel het bovenaardse. Het kleurenspel onderstreept de afstand tot de menselijke werkelijkheid.  Het derde deel tussen 1200-1400 illustreert het ontstaan van een stedelijke burgerij. De kritische zin groeit en een nieuw, geïndividualiseerd mensbeeld verdringt dat van de kloosters. Het leven richt zich meer en meer op het aardse.

Het laatste deel tussen 1400-1475 toont de ware explosie van de handschriften­ productie in West-Europa. De grote vraag naar al dan niet verluchte teksten leidt tot een rationelere productie wat uiteindelijk uitmondt in het gedrukte boek. Het geestelijk erfgoed krijgt stilaan een sociale dimensie waarvan deze tentoonstelling getuigt.

Praktische informatie

MEESTERLIJKE MIDDELEEUWEN. Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens, Vanderkelenstraat, Leuven (Museum M). Van 21 september tot 8 december,

Download hier de pdf

OKV2002.3 Miniatuur.pdf