Hugo Meert (1964) is een curieuze vogel in het Belgische keramieklandschap. Hij doet al jaren zijn eigen ding, los van commerciële  overwegingen. Op het snijpunt van gebruiksgoed en beeldende kunst schept hij een consistent oeuvre waarin de rode draad onderhuids slingert. Aan de vooravond van zijn eerste grote overzichtstentoonstelling is het tijd om achterom en vooruit te blikken.

SASKIA VANDERSTICHELE Hugo Meert

Hugo Meert

Je begon in 1982 met een opleiding interieurarchitectuur aan Sint-Lucas Brussel. Maar in 1985 vat je de opleiding Keramiek aan de Academie voor Schone Kunsten in Anderlecht aan. Waarom veranderde je het geweer van schouder?

Omdat ik me sinds jeugdige leeftijd sterk aangetrokken voel tot de materie klei. Het laat zich super gemakkelijk bewerken. Het kan heel simpel gaan, maar ook zeer technisch worden. Klei is een uniek materiaal, met niets anders te vergelijken. Je kan er alle vormen mee creëren. Het heeft een haast sensuele plasticiteit. Bovendien was ik verliefd op een studente van de keramiekafdeling.

Sinds 2009 ben je aan de slag als docent keramiek aan diverse kunstacademies. Valt het mee om een haast voltijdse baan als docent keramiek te combineren met je eigen creatieve momenten?

Ik heb mijn driekwart baan in het onderwijs nooit als te zwaar beschouwd zodat het mijn eigen werk zou lamleggen. Eigenlijk vind ik het een luxejob die mij toelaat om eigen werk te creëren zonder commerciële compromissen. Tevens ben ik iemand die graag geeft. Als docent kan ik mijn studenten dus verder helpen met de technische kanten van de keramiek. Toch stel ik creativiteit boven techniek. Ik zeg vaak aan mijn studenten dat ik liever een gescheurd of vervormd werk heb dat creativiteit uitstraalt, dan wel een technisch verfijnd stuk dat me verder koud laat.

Hugo Meert, kruisbeeldje B.C. Hammer, 2011, geglazuurde faience en 24 karaats goud

Hugo Meert, kruisbeeldje B.C. Hammer, 2011, geglazuurde faience en 24 karaats goud

Voel je je eerder beeldend kunstenaar dan wel keramist?

Ik ben beide, maar wil daar niet mee uitpakken. Men noemt mij ook weleens designer. Ik hecht geen enkel belang aan deze naamgeving. Ik moet kunnen creëren, en de rest zal mij worst wezen.

Hoe bracht je jezelf vroeger aan de man/vrouw? En hoe doe je het nu?

Iedere kunstenaar moet zijn netwerk uitbouwen om zijn werk te tonen. Dit is echter niet zo eenvoudig. In het begin van mijn carrière heb ik selecties en onderscheidingen proberen te verwerven. En zo kreeg ik toonmomenten op tentoonstellingen en in galeries. En eventueel leidde dit tot een mogelijke verkoop.

Nu wordt het er met de dag ingewikkelder op, ondanks alle sociale media en online kanalen. Er is gewoon veel te veel van alles. Mensen krijgen het moeilijker om hun keuze te maken. Het galeriecircuit is ook tot een supermarktsysteem verworden. Dankzij internet is het wel mogelijk om nieuwe en verrassende talenten te ontdekken en te volgen, maar commercieel is het niet eenvoudiger geworden.

Wie of wat inspireert je?

Inspiratie vind ik een moeilijk woord. Het lijkt al vlug te gaan over kopiëren. Ik ga voor diverse stijlen, van de middeleeuwen tot nu. Ik kan elke periode wel appreciëren, zowel in muziek als in beeldende of decoratieve kunsten. Zelf ben ik absoluut fan van kunstenaars als Wim Delvoye en Maurizio Catellan. Niet eenmaal, maar meerdere malen is het bij hen ‘That’s it!’. Met betrekking tot mijn eigen werk voel ik een bijzondere affiniteit met surrealisme en dada, aangevuld met pop art. Misschien spelen mijn Belgische wortels hier wel mee. Voor mij mag aan een kunstwerk – maar ook aan een gebruiksvoorwerp – wel een vraagje hangen. Liefst is er een onbegrijpelijk kantje.

SASKIA VANDERSTICHELE Hugo Meert

Werkt je fascinatie voor en verzamelijver van vintage design door in je keramisch werk?

Neen, niet echt. Ik merk bij mijn jongere studenten dat er vaak een vintage smaakje in zit. Maar in mijn eigen creaties speelt dit niet meteen een inhoudelijke rol. In Throwing Sculptures (2010), een assemblage van afgietsels van Boch serviesgoed, ging het mij om breekbaarheid. Het kon net zo goed een recenter of handgemaakt servies zijn.

Je hanteert diverse technieken, zowel het klassieke draaiwerk, als het gieten, assembleren en boetseren. Heb je bepaalde voorkeuren, of net niet?

Techniek is voor mij maar een middel, geen doel op zich. Zonder creativiteit heb je niets. Het is wel zo dat draaiwerk mijn favoriete techniek is, waar ik een hele dag mee kan doorgaan. De handeling van het draaien vind ik heel aantrekkelijk. Spijtig genoeg heb ik zelf heel weinig werk dat op de draaischijf is ontstaan. Mogelijk is dit wel het verschil met andere keramisten die technisch volledig opgaan in het draaien. En draaien om te draaien. Daar wringt voor mij het schoentje.

Je maakt vrijwel alles eigenhandig, en toch lijkt het gros van je werk industrieel vervaardigd. Een contradictio in terminis?

Met het draaien tijdens mijn keramiekopleiding kwam ik erachter dat ik met mijn handen een perfect industrieel ogend object kon maken. Dat fascineerde mij sterk. Het is een ware uitdaging voor mij, maar dan wel een louter technische. Ik zou nooit als een ware designer een ontwerp kunnen tekenen en het vervolgens machinaal laten uitvoeren. Ik heb er nood aan met mijn handen in de klei te zitten.

Hugo Meert, ontbijtset Egg & Cup, 2016, geglazuurd porselein

Hugo Meert, ontbijtset Egg & Cup, 2016, geglazuurd porselein

Anders dan vele Belgische keramisten pur sang pin je je niet vast op enkele vormen. Je lijkt niet koortsachtig op zoek te gaan naar een eigen unieke vormentaal. Eerder worden keramische klassiekers verdraaid. Doe je dit welbewust?

Puur vormelijk ben ik inderdaad stijlloos. Maar er loopt wel een rode draad door mijn werk, die wat dieper ligt dan vorm en kleur. Zelf geloof ik ook niet in de academische regels van ideale combinaties van vorm en kleur. Ik zou al snel uitgekeken zijn op een vaste vormenleer in mijn creaties. Het ene volgt op het andere. Er komt wat er komt. In het klassieke keramiekcircuit belanden keramisten met een herkenbare vormgeving wel sneller in galeries. Ik zou het echter niet kunnen, ik zou mezelf verraden.


Opvallend in je hele oeuvre is dat humor steeds aanwezig is. Wat in de Belgische keramiek al bij al eerder zeldzaam is. Van waar komt deze keuze?

Voor mij is er zonder humor geen leven. Niets is zo fijn als lachen, een onstuitbare lichamelijke reactie zoals niezen, geeuwen, wenen en een orgasme. Vreemd genoeg begrijpen sommigen mijn humor of ironie niet. Toen ik de theepot Fuck-T in 1989 maakte, was dat in de Belgische keramiek ‘erover’. Zelfs het gietwerk van dit stuk werd niet aanvaard. Deze industriële techniek kon niet voor een artistieke keramische creatie. Mijn interesse voor een beetje dada, ready made of surrealistische ironie zat er van meet af aan in. Ik houd dit nog steeds vast als een blijvend element in mijn oeuvre.


Al vrij snel is het witte porselein je geliefde materie geworden. En zwart daagt op als tweede kleur, op enige afstand gevolgd door goud. Houd je het graag helder en sober?

Ik houd heel erg van kleuren, maar in mijn eigen werk heb ik nooit een verband gevonden tussen kleuren en inhoud. Bij het kiezen van een kleur heb ik de indruk dat ik kleur moet bekennen, net als met een politieke kleur. Ik wil echter niet kiezen, maar bekijk het liever vanaf de zijlijn, als een waarnemer. Ik voel me meer aangetrokken tot de natuurlijke kleuren van materialen. Wit en zwart ervaar ik als dag en nacht. Glanzend zwart is zo duister als de nacht en heeft ook een erotisch fetisj kantje. Ook goud trekt me enorm aan. Het heeft dezelfde onvergankelijkheid als keramiek. Voor mij is goud zelfs geen kleur, dat is een materie. Kleur mag het niet overnemen van de vorm of de humor.

Hugo Meert, wandlamp Black Big Tit, 2018, zwart geglazuurd porselein

Hugo Meert, wandlamp Black Big Tit, 2018, zwart geglazuurd porselein

Tot nu toe werk je vooral met beperkte series. Zou je het ook grootser willen aanpakken, in een flinke oplage?

Als IKEA mij zou vragen om een van mijn objecten op grote schaal wereldwijd te verkopen, dan zou ik ‘ja’ zeggen. Ik kijk er wel steeds naar dat mijn creaties in gietwerk op grotere schaal kunnen gereproduceerd worden. Bij een aantal industriële edities van mijn werk ging het niet steeds zoals ik wou. Ik heb zelfs de verdere productie van één editie laten stopzetten vanwege voor mij onaanvaardbare technische onvolmaaktheden. Tja, daar kan ik nogal lastig over doen.

In de aanloop naar je overzichtstentoonstelling volgend jaar, heb je je eigen creaties nog eens zien voorbijkomen. Tijd om achterom te kijken en vooruit te denken. Wat is je bijdrage aan de keramiek in België en bij uitbreiding aan de internationale keramiek?

Ik zou wel durven stellen dat ik humor aan de Belgische keramiek heb bijgebracht. Ook de aanvaarding van een industrieel proces in keramiek heb ik samen met Piet Stockmans en Jos Devriendt kunnen bewerkstellingen. Internationaal kan ik ook mijn mannetje staan. Zo weet de internationaal vermaarde kunstcriticus Garth Clark, een wereldautoriteit inzake keramiek, mijn werk te waarderen. Mijn absurde humor en ready mades worden buiten België gesmaakt. Misschien is het wel typisch Belgisch, die ironie.

Download hier de pdf

Hugo Meert

Tentoonstelling

Unbreakable – in de loop van 2021 – Keramis, Centre de la Céramique de la Fédération Wallonie-Bruxelles – 1 Place des Fours-Bouteilles, 7100 La Louvière – www.keramis.be

Website