Op 8 juni 2003 dient het nieuwe museum rond de abdijsite Ten Duinen zijn deuren te openen. Het is een project geworden met verschillende invalshoeken.

De beslissing tot de volledige heropwaardering werd door het gemeentebestuur van Koksijde in 1996-1997 genomen na het overnemen van alle beheersengagementen die vroeger een vzw probeerde in te vullen. Een extern projectbureau, Monument in Ontwikkeling bvba, kreeg de opdracht om een totaalconcept uit te werken en de verschillende fases verder vorm en inhoud te geven.

Restauraties van de ruines

Toen in 1627 de cisterciënzermonniken hun kloosterhoeve Ten Bogaerde verlieten om in Brugge een nieuwe abdij te betrekken, was hun Onze-Lieve-Vrouw ten Duinenabdij grotendeels ontmanteld en in de loop van de 17de eeuw werd zij volledig bedolven door de Hoge Blekker, toen een wandelende duin die reeds in de 16de eeuw een deel van de gronden van het abdijdomein had in genomen. Buiten een herinneringskruis ter hoogte van de vroegere  kapittelzaal werd er geen bijzondere aan dacht aan de site meer geschonken.
Dat veranderde pas toen in 1894 ldesbald van der Gracht canoniek zalig werd verklaard en er in  1896 in Brugge ter zijner ere een jubelstoet uitging. Een aantal geestelijken en oudheidkundigen gingen daarna op zoek naar de abdij van de in Brugge en Koksijde aanbeden abt en vonden sporen van de kerk. Stijgend grondwater deed de werken stoppen.

In het Interbellum zocht de lokale geoloog Karel  Lappens vooral naar de lokalisatie van de eerste abdij. De aanzet tot doorgedreven archeologisch onderzoek kwam  er in 1949, toen men voor restauratiewerken aan de Duinenabdij te Brugge bouwmateriaal  zocht op de abdijsite te Koksijde. Van het een kwam het ander en in de loop van de volgende jaren werd het grootste deel van de abdijkerk, de pandgangen, het lavatorium, de keuken, de lekenbroederstraat, delekenbroedervleugel en het abtskwartier opgegraven. Van het gastenkwartier werd een klein stukje bloot gelegd. Er werd vooral met jongerenkampen gewerkt tijdens de vakantieperiodes. In het enthousiasme van  het moment werden met verspreid gevonden  bouwmaterialen muurstukken gereconstrueerd.

In de loop van de jaren 1970 en 1980 werden verschillende van die muuropstanden hersteld. Het verval was in de jaren 1990 zo groot geworden, dat er dringend diende ingegrepen te worden. Park en ruïnes werden eind 1998 dan ook voor bezoekers gesloten.

De restauratie van de site is momenteel bezig. De dreiging van de te hoge grondwatertafel werd gekeerd door een lokaal pompsysteem te gebruiken, terwijl de oude stenen beschermd worden door nieuwe afdeklagen. Wanneer dit werk afgerond zal  zijn, worden de ruïnes geïntegreerd in een natuurpark. Nieuwe opgravingen, met een zachte restauratie en zonder reconstructies, zullen de site vervolledigen. Het gastenkwartier werd dit jaar volledig opgegraven en recent werden de graven in de laatste bedolven stuk pandgang

Een ander museum

Toen in de jaren 1950 gestart werd met de bouw van een museum dat de bezoekers aan de archeologische site meer informatie moest verschaffen, ontstond er vrij snel een verdere invulling  die niet onmiddellijk iets met het hoofdonderwerp te maken had. De flora en fauna van de Westhoek was wel een thema dat de talrijke zeeklassen die een weekje te Koksijde verbleven, kon bekoren, maar paste niet echt bij de site. Noodzakelijke investeringen in het museumconcept werden niet uitgevoerd. In 1993 kende het museum nog een voltreffer naar aanleiding van de tentoonstelling rond het latrinair gebeuren. Daarna deemsterde het museum verder weg.

De keuze van een noodzakelijke inhaalbeweging noopte ook tot een totaal sluiten van het museum. Het gebouw werd volledig leeg gemaakt en de lokalen werden voor het nieuwe museale concept van het projectbureau Monument in Ontwikkeling verbouwd. Het nieuwe abdijmuseum focust nu volledig op het thema van de geschiedenis van de Orde van Cîteaux in de Middeleeuwen, waarbij zowel de algemene informatie als details over de Orde in de Lage Landen en in de specifieke abdijsite Ten Duinen, aan de orde zijn.

De indeling volgt vooral het leven van de monniken in een abdij: bidden en werken, eten en ontspanning, sterven en begraven worden. Een normale tentoonstellingsopbouw (wandteksten,  begeleidende iconografie, objecten) zal  dit verhaal vorm geven, aangevuld met enkele decors, kaarten en informatie die via computers opvraagbaar zijn.

De site heeft een automatische internationale uitstraling. De gewijzigde staatsrechterlijke indeling van West-Europa heeft er immers voor gezorgd dat de sporen van het vroegere abdijdomein verspreid liggen over Frankrijk, België en Nederland. Daarbovenop had de abdij ook nog bezittingen in Engeland. Die internationale dimensie wordt dan ook doorgetrokken in de museumwerking.

Een nieuwe museumwerking

Waar er de voorbije jaren vooral veel tijd besteed werd aan het bezorgen van achtergrondinformatie aan het projectbureau, wordt vanaf september 2001 de werking van het nieuwe museum voorbereid. De hele werking dient immers vanaf nul opgestart te worden. Eind 2001 verscheen het eerste museum jaarboek, Novi Monasterii. Dit jaarboek dient vooral bijdragen rond de jaarlijkse thematentoonstelling te bundelen. Het eerste nummer bracht artikels van het colloquium van september 2000 dat als thema de cultuurtoeristische input van cisterciënzersites in West-Europa behandelde.

De volgende thema's hadden het verder archeologisch onderzoek (2002) en Sint­Bernard (2003) als leidraad.

In de loop van zijn geschiedenis maakte de abdij  talrijke contacten met andere abdijen van de Orde. Vanuit die  optiek, en aansluitend bij een vraag van het Europees Charter van cisterciënzersites en  abdijen, werd in mei 2002 een Vlaams ­ Nederlandse koepelvereniging opgericht, de vzw Stichting Vlaams-Nederlands Cisterciënzercharter. Het abdijmuseum was initiatiefnemer en neemt momenteel het secretariaat waar.

Om bij de opening te kunnen beschikken over goede gidsen, werd ondertussen ook gestart met een specifieke gidsencursus die startte met het Erfgoedweekend 2002 en tot Pasen 2003 loopt. Met de cursisten werden de Waalse cisterciënzersites van Villers en Aulne bezocht en een deel van de cursisten bezocht de cisterciënzersites van Byland, Rievaulx, Kirkstall, Sawley, Whalley, Jervaulx en Fountains in Engeland en kregen er nog de kartuizersite van Mount Grace bovenop.

In het verlengde van deze gidsencursus werd in juni 2002 een vriendenkring van het museum opgericht. Deze vzw Familiares de Dunis werkt nu vooral aan een randprogramma voor 2003. Een educatief programma wordt losgelaten op het Canon Leermeestersproject van het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Om de communicatie met de buitenwereld en alle geïnteresseerden te stroomlijnen, wordt sinds juni 2002 een maandelijkse elektronische nieuwsbrief verzonden.

Mits eenvoudige aanvraag is die gratis te bekomen. Voor het toekomstig museumbezoek zal  uiteraard wel een kleine toegangsprijs gevraagd worden.            

Praktische informatie

Download hier de pdf

OKV2002.4 Ter Duinen.pdf