In het Etnografisch Museum staan de niet-Europese volkeren centraal. Een ruime keuze van 2500 kunst en gebruiksvoorwerpen, schetst de leef-en denkwereld van bekende en minder bekende culturen uit Afrika, Amerika, Azië en Oceanïe. Bij elk van deze afdelingen hoort een aantal voorwerpen met wereldfaam. ln het najaar organiseert het Etnografisch Museum een tijdelijke tentoonstelling waarbij de Afrikaanse kunst opnieuw centraal staat sedert de tentoonstellingen het "Gelaat van de Geesten. Maskers uit het Zaïrebekken" gerealiseerd in het kader van Antwerpen 1993 Culturele Hoofdstad van Europa en "De sculptuurvan Angola" (1995). 

" ... . van een tocht, niet op zoek naar goud of naar ivoor; noch ebbenhout of radium, maar naar dat wat Afrika misschien nog ooit beroemder zal maken dan al de schatten die het aan mineralen in zijn schoot bergt: zijn kunst en zijn kunstenaars." Uit: Frans Olbrechts "Maskers en dansers in de Ivoorkust" (1940:9). 

Deze tentoonstelling belicht de pioniersrol die Frans Olbrechts heeft gespeeld in de studie van niet-Europese volken en hun kunst. Sinds 1932 doceerde hij de zogenaamde Primitieve Kunst aan de Universiteit Gent. Van 1947 tot aan zijn dood in 1958 was hij directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Het is minder bekend dat hij ook aan de basis ligt van het ontstaan van een museum over niet-Europese culturen in Antwerpen. 

Na in 1925 een doctoraat in de Germaanse filologie te hebben behaald aan de Katholieke Universiteit Leuven, trok Olbrechts naar de Verenigde Staten. Aan de Columbia University te New York werd hij door Franz Boas ingewijd in de antropologie.  Tussen 1925 en 1930 verrichtte hij antropologisch veldwerk bij verschillende lndianengroepen. Terug in België, werd hij in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel belast met het beheer van de afdeling Etnografie. In 1933 maakte hij in opdracht van dit Brusselse museum een verkennings-en verzameltocht door West-Afrika: het was het beginpunt van een intense belangstelling voor de Afrikaanse cultuur en kunst. 

Het boek Plastiek van Kongo (1946) gaat in vakkringen terecht door als Olbrechts' belangrijkste wetenschappelijke bijdrage. Het is de neerslag van de tentoonstelling Kongo-kunst die hij in 1937-38 in samenwerking met enkele van zijn studenten had georganiseerd in de Antwerpse StadsfeestzaaL In het t boek paste Olbrechts de methode van morfologische analyse toe op de figuratieve sculptuur van Kongo. Dit onderzoek leidde tot de toeschrijving van een aantal voorheen ongeïdenticeerde voorwerpen en tot de classificatie van de Kongolese kunst in vier stijlgebieden. Tegelijk bracht het de stijl aan het licht van een individuele Luba-kunstenaar die Olbrechts doopte tot de Meester van de Langgezichtstijl van Buli'. 

Olbrechts was niet alleen een pionier in het stijlonderzoek van de Afrikaanse kunst, hij kan ook beschouwd worden als een van de grondleggers van de discipline die thans bekend staat als de antropologie van de kunst'. Gestimuleerd door zijn eerste Afrika-reis van 1933, organiseerde hij in 1938-39 met de steun van een aantal Antwerpse mecenassen, de "Ivoorkust-Expeditie der Rijksuniversiteit te Gent en van het Vleeschhuis-Museum te Antwerpen". Tijdens deze expeditie verrichtten twee van zijn studenten, Pieter jan Vandenhaute en Albert Maesen, één jaar lang op kunst gericht veldwerk bij respectievelijk de Dan en de Senufo. Het onderzoek van beide jonge wetenschappers mondde uit in de eerste proefschriften over de Afrikaanse kunst ter wereld. 

In de tentoonstelling zal aan de hand van voorwerpen, fotografische en geschreven bronnen eerst een licht worden geworpen op Olbrechts' academische vorming en zijn postdoctorale studies en veldonderzoek in de Verenigde Staten. Vervolgens zal worden stil gestaan bij de historische lvoorkustexpeditie. Hierbij zal veel aandacht worden besteed aan het veldonderzoek van Pieter jan Vandenhaute en Albert Maesen. Er zal een selectie te zien zijn van de tijdens die expeditie door beide onderzoekers verzamelde kunstvoorwerpen en etnografica van Dan-, Wè-en Senufoherkomst. Het merendeel van deze voorwerpen wordt vandaag bewaard in het Etnografisch Museum, Antwerpen, en de Etnografische Verzamelingen van de Universiteit Gent. 

Tenslotte zal dieper worden ingegaan op de tentoonstelling Kongo-kunsten het standaardwerk Plastiek van Kongo. Een deel van de Kongolese kunstwerken die toen, in 1937-38, in de Antwerpse Stadsfeestzaal werden getoond zullen voor de gelegenheid opnieuw samen worden gebracht. Daartoe behoren niet alleen voorwerpen uit de eigen collectie van het Etnografisch Museum en andere Belgische openbare verzamelingen, maar ook voorwerpen uit diverse privé-verzamelingen. Enkele van de voorwerpen zijn sinds 1937-38 niet meer tentoongesteld. 

FRANS M. OLBRECHTS (1899-1958) OP ZOEK NAAR KUNST IN AFRIKA

7 december 2001 - 3 1 maar t 2002
Etnografisch Museum, Suikerrui 19, 2000 Antwerpen.

AFbeeldingen in de bijlage

Te bekijken in het PDF-formaat.

  •  Man, Ivoorkust, 1938
  • Pijldrager. Luba (Katanga), Democtraische Republiek Kongo, Hout; H. 59,5 cm. Etnografisch museum, Antwerpen (AE722)
  1. -  ©  Etnografisch Museum, Antwerpen
  2. -  © Editions Dapper, Parijs. Foto: Hyghes Dubois

Download hier de pdf

OKV2001.4 Kunst in Afrika.pdf