Kersvers directeur Bart De Baere opent op 21 september zijn twee eerste grote tentoonstellingen in het Museum voor Hedendaagse kunst Antwerpen. Aan de vooravond een gesprek met hem en de kunstenaar Richard Venlet.

Krachtlijnen

Bart de Baere spreekt gedreven over de 2 tentoonstellingen die exemplarisch zijn voor zijn nieuw beleid. "Op de bovenverdiepingen is er de retrospectieve Guy Mees, a-chronologisch en verweven  met de collectie, waardoor je ofwel naar Guy Mees kunt kijken met op de achtergrond de collectie, ofwel naar de collectie met als rode draad Guy Mees. Een permanente aandacht voor de collectie dus, maar in dat vaste museale kader willen we aan kunstenaars ruimte geven om te interfereren.

"Paramount Basies (extended)" van Richard Venlet op het gelijkvloers is een tentoonstelling die een referentiepunt moet zijn in onze reflectie over beeldende kunst."

De ex-curator van het SMAK heeft duidelijke krachtlijnen uitgestippeld . "Enerzijds tracht je hypothesen te formuleren, voorstellen te doen over wat er in hedendaagse kunst gebeurt en hoe je daar tegenover kunt staan. Aan de andere kant moet je je verantwoordelijkheid nemen om die visie te vertalen, naar een publiek toe te presenteren. Collectievorming en aankoopbeleid kun je zien als een naden ken over wat echt referentiepunten zijn op lange termijn. Het zijn eigenlijk een soort van permanente presentaties." Beide tentoonstellingen zijn ontstaan in nauwe samenspraak met de kunstenaars. "Als je bezig bent met hedendaagse kunst, met dingen die nog niet verhard zijn tot een soort celebratie, dan is het heel logisch dat je eerste raadgevers de kunstenaars zijn."

Overleg was ook de basis van zijn baanbrekende "This is the show and the show is many things" ('94), richtinggevend voor een nieuw tentoonstellingsmodel waarin het proces centraal staat. Inmiddels klinkt het iets genuanceerder. "Als je met een complex organisme als een museum zit, heb je zoveel verschil lende belangen, dat er iemand moet zijn die in die belangen ruimte schept, maar ook de limieten van die ruimte aangeeft. "

De overslag naar een breed publiek

De afgelopen twee jaar was de Baere adviseur beeldende kunst voor Minister van Cultuur Anciaux. Verklaart dat zijn ambitie om tentoonstellingen toegankelijk te maken voor een breed publiek? "Het opnemen van die burgerdienst voor Anciaux was een logisch gevolg van mijn opvattingen. Het was niet voor de hand liggend dat ik mijn parcours als tentoonstellingsmaker even aan de kant zette  om iets te gaan doen voor een bredere maatschappelijke situatie. Het is bijna axiomatisch, het is een afwijking als een andere. Ik kan die niet echt onderbouwen, maar voor mij zijn dingen maar relevant binnen een maatschappelijke context. Altijd geweest, zal altijd zo zijn.

Kunstenaars mogen voor mij zo extreem  zijn in keuzes als ze maar willen, ze moeten die vrijheid hebben. Het zijn mensen die autonome beslissingen nemen en moeten kunnen nemen. Heel vaak echter gaan bemiddelaars dat soort vrijheid op zichzelf projecteren en dat heb ik altijd onzinnig gevonden. Als bemiddelaar geloof je altijd heel erg in die artistieke energie, maar geloof je ook, aan de and ere kant -anders zou je geen bemiddelaar worden- in het feit dat zo'n energie in een maatschappij een meerwaarde kan geven."

Ook bij kunstenaars ervaart de Baere een groeiend bewustzijn van het brede kader, dat niet de achtergrond van de insiders heeft. Bemiddeling is volgens  hem dan ook vraag en aanbod samentrekken in je handelen "tot beiden inhoudelijk worden".

"Dat kun je concreet ook perfect vertalen in je werking. Dat je niet alleen denkt in termen van artistieke voorstellen, maar dat je die toeschouwers en hun ervaring meedenkt als een volwaardig gegeven."

Synergieën

"Heel essentieel: onze regio is niet Vlaanderen, maar op zijn minst een stuk van Noordwest Europa." Bart de Baere wil in zijn programmering de internationale horizon duidelijk aanwezig stellen.

"Dat is een zaak van jaren en van aandachtspunten . Het is ook zo dat het parcours dat ik heb doorlopen altijd reëel internationaal is geweest, en dat je dan merkt dat een heleboel vanzelfsprekendheden van een toch tamelijk gewatteerde situatie hier, dat je die absoluut niet for granted mag nemen. Ik vind het aan de andere kant ontzettend belangrijk om met lokale kunstenaars te werken, en niet omdat ze lokaal zijn, maar omdat zij de internationaliteit zijn op de plek waar je je beweegt.  Het gaat er uiteindelijk om dat je probeert je bewust te zijn van hoe de plek in de wereld van waaruit je opereert zich tot de rest van de wereld verhoudt of zou kunnen verhouden. "

Een mogelijke samenwerking met andere musea in Antwerpen vindt hij de logica zelve.

"We zitten hier met een reeks instellingen die hetzelfde gebied hebben; het fotomuseum, het centrum voor beeld cultuur en het Muhka. De specialismen lossen zich op, je kunt die domeinen niet meer van elkaar onderscheiden. Een groot gedeelte van hedendaagse kunst is gebaseerd op fotografie, video, en nieuwe media. Binnen de fotografie heeft die enge niche zich open gebroken. Het is dan ook voor de hand liggend dat we gaan kijken hoe die instellingen "performanter" kunnen zijn door samenwerking. Het mag niet gaan om een grote versmelting waarbij alles een groot flou gebied wordt. Het moet juist kunnen blijven gaan over diverse invalshoeken. Bijvoorbeeld de traditie van film tegenover het gebruik va n bewegend  beeld in de beeldende kunst tegenover experimenteel bewegend beeld in de nieuwe media. Dat je verschil blijft maken als je naar buiten komt, maar dat je tegelijkertijd in je onderbouw die verschillende tradities mekaar laat bevruchten. Dat is het opzet." 

Retrospectieve Guy Mees

"Zijn werk is heel aanwezig, maar heeft geen frontale aanwezigheid. Het is iemand die je bijna perifeer moet kunnen bekijken," zegt de Baere over het oeuvre van Guy Mees (°1935. Mechelen). ln het voorjaar werd in het Muhka reeds het audiovisuele werk getoond. Nu volgt het overzicht van dit delicaat en groots oeuvre, waarin vervaging tussen de disciplines een constante is. "Sculpturalisatie" van de schilderkunst en "picturalisatie" van de ruimte, zo worden de eerste zwarte reliëfs reeds omschreven. ln de jaren '60 overtrekt hij witte kant op paneel. Een burgerlijk materiaal, dat door zijn decoratieve en sensuele associaties normaal taboe zou zijn voor het naar neutraliteit strevende modernisme. In verschillende werken is achter de lagen kant een neon licht aangebracht, waardoor de bijna organische structuur vibreert. Principes als het repetitieve en het seriële worden verder uitgewerkt in een reeks aluminium sculpturen die op symmetrische gekozen plaatsen doorbroken zijn en waardoor het licht van een binnenin verwerkte neon schijnt.

In de jaren '70-'80 spelt hij dunne vellen papier, bewerkt met stippen en strepen, direct tegen de muur. Pastels herintroduceren een esthetische praktijk die het midden houdt tussen tekenen en schilderen. Impressies  die lijken op een abstracte landkaart of een partituur.

Zijn stellingname tegen het statische van het schilderij leidt Mees er toe hybride vormen uit papier te snijden ('80-'90), en op grote samengestelde vellen papier te groeperen in zones of aan de randen. Deze werken worden net als de kantwerken "verloren ruimte" genoemd. Later worden zijn "picturale ruimten" louter omzoomd door gekleurde plinten.

 

Richard Venlet

"Je stapt het Muhka binnen, en wordt letterlijk geconfronteerd met je eigen beeld én met een ruimtelijke situatie die je herkent als het Muhka, maar die toch volledig anders ervaren wordt." Richard Venlet beschrijft de centrale architectonische ingreep, de spiegelwand die de gehele benedenverdieping doorsnijdt.

In het verleden was het werk va n de Brusselse kunstenaar steeds het resultaat van een doorleefd visueel aftasten van de ruimte waarin hij te gast was. Sereen, met respect voor de aanwezige architectuur. "Mijn werk is in die zin aan het evolueren dat ik me wil lostrekken van ruimtelijke condities. Met deze wand geef ik een oriëntering aan, het is een soort van as. Eerder een buiten spel zetten van de architectuur.  Het spiegelende deconstrueert de ruimte wel. Er is echter geen sprake van pure illusie. Ik gebruik namelijk spiegelende folie, en die heeft een voelbare materialiteit die een echte spiegel niet heeft. Ze creëert een beeld dat niet honderd percent aanwezig is. Vooral belangrijk is dat ik een situatie wil laten ontstaan waarbij je als toeschouwer actief moet zijn. In de wand  bevinden zich deuren, waardoor je circulerend kan passeren. De achterzijde, de zichtbare constructie va n de wand, is evenwaardig met de spiegelende voorzijde."

Richard Venlet vertegenwoordigde dit jaar ons land op de Biënnale van São Paulo. Als voornaamste werk presenteerde hij een verrijdbare tentoonstellingruimte, aan de buitenkant volledig verspiegeld. Toen al had hij het idee om een reeks van kunstenaars bij wijze van spreken mee te nemen "in depot". Samen met Bart de Baere, Liliane Dewachter en curator Moritz Küng heeft Venlet dit concept verder uitgewerkt. "Het resultaat" zegt de Baere "doet denken aan een groepstentoonstelling, maar is eerder een nadenken over een situatie vanuit de invalshoek van één kunstenaar."

"Paramount basics (extended)"

"Ik probeer dingen intuïtief te plaatsen, zonder te forceren. Er is zeker sprake van verwantschappen. Vaak zijn het mensen waar ik al mee samen gewerkt heb." Het werk van Venlet treedt in dialoog met de werken van Dirk Braeckman, Manon de Boer, Dany De prez, Christoph Fink, Geert Goiris, Ann Veronica Janssens, Aglaia Konrad, Willem Oorebeek,  Christophe Terlinden, Koen Theys, Harald Thys, Joëlle Tuerlinckx, Michael Van den Abeele en Gert Verhoeven. De plaatsing van de werken, zowel voor als achter de wand, is weloverwogen, zodanig dat het publiek vrij associërend de kans krijgt te ageren. Woord en als introspectie en introversie vallen vaak in het gesprek.

"Ik probeer al een aantal jaren werken te concipiëren, die het beeld verruimen dat veel mensen van mijn werk  hebben, als zou het gebaseerd zijn op een formeel denken. De keuze van de andere kunstwerken heeft daar ook mee te maken . Het zijn ook 'basic voorstellen' die op formeel  vlak sterk ponerend zijn, maar dat formele overstijgen, en inhoudelijk ver gaan. In die zin kan je de titel "het overstijgende essentiële" ook interpreteren.

Het spiegelvolume zal een bijzondere rol krijgen toebedeeld . Wekelijks zullen daarin verschillende activiteiten en presentaties plaatsvinden van een aantal Belgische actoren/organisaties die voor het Muhka belangrijk zijn. "Het is geconcipieerd als een volume waarvan  de inhoud en het beeld dat ingebracht word en afhankelijk is van derden. Net als het krijtvolume, een zwarte kamer waar krijt ligt, en de toeschouwer naar believen iets mag tekenen of schilderen."

De omgeving zal vast en zeker inspirerend zijn.

Praktische informatie

GUYMEES & DE COLLECTIE, EEN KEUZE. Nog tot 10 november 2002. 
RICHARD VENLET/PARAMOUNT BASICS (EXTENDED). Nog tot 24 november 2002. 

Muhka Antwerpen

Download hier de pdf

OKV2002.3 MUKHA.pdf