Het onderhavige portretje toont ons de hertog op middelbare leeftijd, halflijfs voorgesteld en het lichaam in driekwart naar rechts gekeerd. Hij heeft de handen over elkaar gelegd en laat ze rusten op de bovenplank van een bidstoel. Zijn kleding is kostbaar, hoewel uiterst sober voor zijn tijd, waarin pronkzucht, kleurigheid en extravaganties allerhande de mode bepaalden. Hij draagt een nauwe, op het lichaam geconfectioneerde houppelande van zwart laken, hoog gesloten rond de hals en met matig wijde mouwen, die een weinig zakvormig van de pols naar de elleboog uitlopen. Kraag en manchetten zijn van marterbont. Van de cotte, die hij als onderkleding draagt, is nauwelijks iets te zien: enkel de aanzet van de hevig-rode pofmouw en de polsband in geribbeld, goudkleurig satijn. In de split van de bontkraag vermoedt men, meer dan men ze kan zien, een uit meerdere schakels samengestelde gouden ketting. Het omvangrijke, oosters uitziende hoofddeksel, is gevormd uit de traditionele kaproen, die met de gezichtsopening op het hoofd is gezet.
Het schoudermanteltje is daarbij gefatsoeneerd tot een grote, los geplooide tulband en wordt samengehouden door de lange lamfer, die eromheen is gewonden. Op het zwart van deze tulband schittert een zwaar juweel, bestaande uit een robijn en vijf grote parels in een gouden vatting. De bidstoel is omhangen met een wapenkleed. Het is geschuind en draagt in de linker helft een aantal gouden lelies, in de rechter helft drie gouden banden (waarvan er slechts twee zichtbaar zijn), de beide motieven op een veld van azuur. Daarover hangt aan een lint, samengesteld uit vakken van zilver en keel, een klein schild met een leeuw van sabel op gouden veld.
De identiteit van de hertog wordt niet - zoals vaak het geval is voor historische figuren - door een opschrift op het schilderij aangeduid. De vereenzelviging van de geportretteerde met Jan zonder Vrees kon echter gemakkelijk aangetoond worden, door de pas beschreven wapens. De drie heraldische symbolen zijn inderdaad herkend. Het eerste: gouden lelies en gouden banden op een veld van azuur, is het wapen der Valois. Zilver en keel, de componenten van het tweede motief, vormen de kleur van het 'moderne' Bourgondië, dit is: het Bourgondië onder het bestuur der Valois. Het derde - hoeft het gezegd? - is het blazoen der Vlaamse graven. De beide familiewapens, gecombineerd met de kleuren van Bourgondië, laten slechts één gevolgtrekking toe: de geportretteerde is een lid uit het huis der Valois, die in een persoonlijke unie het hertogdom Bourgondië en het graafschap Vlaanderen bestuurt. Een vergelijking van het onderhavig paneeltje met de geïdentificeerde portretten van de Bourgondische hertogen, bracht dan zeer vlug aan het licht dat de voorgestelde persoon enkel Jan zonder Vrees kon zijn.
Draagt het werkje geen enkele geschreven aanduiding nopens de afgebeelde persoon, zo vindt men er ook nergens enige aanwijzing op betreffende de auteur, of de datum van ontstaan.