Wanneer van kust-Vlaanderen en Brugge uit de opstand, die tegen de jonge Lodewijk van Nevers was gericht, zich uitbreidde, schaarde Gent zich aan de zijde van de graaf. In de zomer van 1325 hadden de opstandige Bruggelingen Deinze bezet. Aan het hoofd van de Gentse militiën rukte Wenemaer naar Deinze op.
Wanneer hij de Bruggelingen de overtocht van de Leie aan de Rekelingsbrug wilde beletten, kwam het op 5 juli 1325 tot een heftige strijd. Wenemaer, die een reus van een man was, van wie de kracht en dapperheid legendarisch waren, werd daardoor wellicht het mikpunt van de aanvallen. Met een vijfentwintigtal van zijn mannen sneuvelde hij in de strijd. Hij bezweek, het wapen in de hand, zoals hij op zijn graf staat afgebeeld. Op zijn faam als krijger zinspeelt nog het opschrift dat op zijn zwaard te lezen staat: 'horrebant dudum reprobi me cernere nudum', hetgeen, vrij vertaald, betekent : 'zij werden met schrik en ontzag vervuld, de bozen, wanneer zij mij (het zwaard) uit de schede zagen'.
Willem Wenemaer werd te Gent begraven in het Sint-Laurentiushospitaal dat hij, samen met zijn echtgenote, aan het Sinte-Veerleplein twee jaren tevoren gesticht had. Zijn weduwe zou in 1330 het zuster-habijt aannemen en tot aan het einde van haar leven in 1352 de leiding van die stichting in handen houden.
Uit dit Sint-Laurentiushospitaal, beter bekend als Wenemaershospitaal, zijn beide grafplaten dan ook herkomstig. Zij zijn kostbare overblijfselen van een bijzonder type van grafmonumenten dat in onze gewesten, vooral in de veertiende en de vijftiende eeuw, bijzonder in trek was gekomen. Die koperen grafplaten werden niet alleen bij ons gebruikt, doch ook, en dan meestal via Brugge, uitgevoerd.
Zo komt het dat zulke werken aangetroffen worden van in Portugal tot in Zweden en Noord-Schotland toe. Hetgeen van die laatmiddeleeuwse platen bewaard bleef, is slechts een zeer gering deel van de totale voortbrengst. Er ging bij ons ontzettend veel verloren omdat zowel het dure koper als de grafstenen zelf, na verloop van een zekere tijd, dikwijls gerecupereerd en tot nieuwe doeleinden omgewerkt werden. De beeldenstorm, de gevolgen van de Franse revolutie, de onkunde en de nalatigheid brachten daarenboven ook zware verliezen toe.
In Engeland, waar veel koperen grafplaten gemaakt of uit Vlaanderen ingevoerd werden, zijn de geleden verliezen eveneens groot. Hier waren de voornaamste oorzaken de religieuse woelingen van de zestiende eeuw en later de Engelse burgeroorlog. Zo weet men bijvoorbeeld dat in het graafschap Suffolk, waar nog tweehonderd en elf platen aanwezig zijn, in 1643 en 1644 honderd tweeënnegentig 'brasses', d.i. de naam die de Engelsen aan deze koperen grafplaten geven, vernield werden. Toch heeft Engeland, ja het graafschap Norfolk alleen reeds, meer koperen grafplaten bewaard dan het hele continent.