Het kunstwerk, dat, als 'virginaal' van Joannes Couchet, behandeld wordt, vertegenwoordigt een heel bijzondere tak van onze kunstnijverheid. Om meteen met de deur in huis te vallen, mag gezegd worden, dat het hier gaat om een meubel met alle eigentijdse stijlkarakteristieken, een meubel dat in zijn verhoudingen zo geconcipieerd werd, dat hierdoor een muziekinstrument ontstond, waarvan de klank het hele 17e-eeuwse Europa zou bekoren.
De beste moderne klavecimbels zijn nog steeds geïnspireerd op de verhoudingen en vormen van het instrument, dat toen te Antwerpen tot stand kwam. Laten we meteen het kunstwerk situeren in zijn tijd. De Antwerpse klavecimbels werden voor het eerst ontworpen en gebouwd tijdens de 16e eeuw. De meest geniale bouwers behoren tot de Ruckers-Couchet familie, die zich omstreeks 1575 te Antwerpen kwam vestigen. Wat zij verwezenlijkten kan beschouwd worden als gelijkwaardig met hetgeen Stradivarius voor de viool deed. En dit gebeurde te Antwerpen.
Gedurende een eeuw zou het Ruckers-Couchet instrument het meest gegeerde klavecimbel worden van de toenmalige Europese muziekwereld. Naast schilderwerken van befaamde meesters vindt men in de inventarissen van de gegoede families ook Antwerpse klavecimbels. Sommige instrumenten werden fraai versierd; zo komt in de archiefdocumenten een instrument voor versierd door P.P. Rubens. Het werd uiteindelijk door een mandataris van het Engelse hof verworven tijdens de 17e eeuw. Deze nieuwigheid in de huiskamer vond ook aantrek in de Noordelijke Nederlanden. In het binnenhuisgenre van deze 17-eeuwse kunst, komt vaak een dergelijk instrument voor, dat, beladen met een intieme sfeer, een idee geeft van het leven in het burgerlijk binnenhuis.