Keren wij terug naar het Christophorusfiguur, dat de aandacht opwekt door een vis, die aan zijn staf bengelt. In de miniatuurkunst komt dit dier af en toe voor als een decoratief gegeven, zo onder meer in een uit 1433 daterend Noord-Nederlands getijdenboek, waar de vis louter als een sierend element is bedoeld, terwijl aan het dier in het Christophorustafereel wellicht een wel bepaalde betekenis dient gehecht.
Sommige kunsthistorici hebben in dit motief een symbool van de vasten menen te zien, maar volgens andere duidt het op Christus, die sedert de oud-christelijke kunst als een vis (ichtus) werd voorgesteld.
Vooraan in het midden van dit paneel is de H. Christoffel buitengewoon groot geschilderd tegen een achtergrond gevormd door een wijd landschap, waarin het donkergroen der bomen overgaat tot blauwgroen en vervolgens tot het diafane blauw van de lucht.
Ofschoon het accent nog duidelijk op de heilige ligt met het landschap als bijzaak, kan niet worden geloochend dat de bovengemelde typische Boschmotieven de aandacht van het centrale onderwerp in niet geringe mate afleiden.