Het symbolisme volgt deze spirituele traditie. Gustave Moreau, Odilon Redon en Puvis de Chavannes waren belangrijke tussenschakels. in Duitsland vormen de Nazareners en in Engeland de Prerafaëlieten de brug naar het symbolisme. Het is een Europees verschijnsel. In ons land is de Eerste School van Sint-Martens-Latem een laat voorbeeld van deze geestelijke beweging. Een schilder als A. Servaes moet in dit licht benaderd worden (bepaalde kenmerken in zijn Zwitserse periode doen trouwens aan G. Rouault denken). Het is ook goed om de achtergronden van deze strekking te achterhalen, even te kijken naar Jacob Smits met zijn taferelen over 'Christus in de Kempen', geschilderd in een ruwe korrelige materie.
Voor Frankrijk was vooral de School van Pont-Aven belangrijk. Onze schilder Georges Rouault zag in Parijs het werk van Paul Gauguin, de leider van deze groep. De avant-gardekunst zal zich meer en meer gaan afwenden van de renaissance-idealen. Ruimteweergave, lineair perspectief, nauwkeurige anatomie zijn niet langer noodzakelijk. De klemtoon valt op de directe uiting van het innerlijke leven, op de expressie, op het expressionisme. De belangstelling van de kunstenaars gaat vooral naar de kunsten die geen verband houden met de renaissance.
Georges Rouault begon zijn loopbaan als leerling-glasschilder en restaureerde middeleeuwse glasramen. Reeds verschillende malen heeft men gewezen op de gelijkenissen in zijn werk met deze techniek: de gloed van de kleuren en de zwartomlijnde figuren.
Men moet echter ook rekening houden met de groeiende algemene belangstelling in deze tijd voor de houtsneden, het kunstsmeltwerk, de muurschilderingen, de volkskunst. De voorliefde voor het vrije kleurgebruik houdt ook verband met het fauvisme. In het atelier van Gustave Moreau werkten Henri Matisse, Albert Marquet, Henri Evenepoel... De kleur moest niet langer gebonden zijn aan de ons omringende werkelijkheid, maar spontaan uiting geven aan de gevoelens, aan de droefheid van 'Het heilig aanschijn'.