De Topstukkenlijst herbergt maar liefst zesenzestig oorkondes, van de negende tot de vijftiende eeuw. Historische sensatie is waar het allemaal om draait. Leen Huet legt uit hoe dat zit.
Middeleeuwse oorkondes schetsen bont beeld van het leven in de Lage Landen
Oorkonde van keizer Lodewijk de Vrome voor de Sint-Baafsabdij van Gent, 819, perkament
Archiefdocumenten kunnen je een rilling van historische directheid schenken. Je leest iets, je raakt iets aan dat eeuwenoud is, je ziet het geschrift van een verdwenen klerkenhand, je leest in het document de namen van de mensen voor wie dit document is opgesteld en die het als eersten hebben vastgehouden, bekeken, gekoesterd, zorgvuldig bewaard. Wanneer het document in kwestie een stichtingsoorkonde is, kun je ervaren hoe de faam van die stichting als een sneeuwbal is aangegroeid door de eeuwen – of weggesmolten.
Een tijd terug bezocht ik de restanten van de Sint-Baafsabdij in Gent, – fragmenten van pandgangen, torens, tuinen, refter – om er het schilderij Mijn Guernica van Koen Broucke (1965) te zien ontstaan. Hoe bijzonder is het dan om te vernemen dat er een document uit het jaar 819 bewaard bleef, waarin Lodewijk de Vrome de immuniteit van de Sint-Baafsabdij bekrachtigt, zoals die door zijn vader Karel de Grote was ingesteld. Anno Domini 819! Met het originele zegel van de keizer.
Stichtingsoorkonde van de graaf en gravin van Vlaanderen met betrekking tot de abdij Sint-Salvator in Ename, 1063, perkament
Die akte waarmee Lodewijk de Vrome de autonomie van de Sint-Baafsabdij beschermt, is de oudste van zesenzestig stichtingsoorkonden die recent door de Vlaamse Gemeenschap als topstuk zijn erkend. Ze zijn opgesteld tussen de negende en de vijftiende eeuw, in het Latijn, Frans of Middelnederlands, op kostbaar perkament en ze werden met zegels van was of soms zelfs goud bekrachtigd (het zal niemand verbazen dat de gouden zegels verloren zijn gegaan, geroofd door plunderende soldaten). Vierendertig oorkonden zijn te raadplegen in verschillende afdelingen van het Belgische Rijksarchief, de meeste andere bevinden zich in stadsarchieven. Het merendeel stamt uit de dertiende eeuw, kennelijk een gouden tijdperk voor stichtingen van religieuze instellingen.
Machtige benedictijnerabdijen, striktere cisterciënzers, exclusieve kapittels van kanunniken, op volksprediking gerichte bedelordes en militaire ridderordes, allemaal passeren ze de revue in deze oorkondes en ze scheppen een bont beeld van de grote stromingen in het spirituele, sociale en politieke leven in de Lage Landen.
Oorkonde van de heer van Mechelen voor de commanderij Pitzemburg in Mechelen, z.d., perkament
Karel de Grote had bepaald dat alle abdijen in zijn rijk de regel van Benedictus van Nursia moesten volgen. De Latijnse stichtingsoorkonde van de Sint-Salvatorsabdij van Ename, waarin graaf Boudewijn V en gravin Adela van Vlaanderen de abdij in 1063 schenken aan abt Walterus, is een van de oudste grafelijke documenten op dit gebied. De gravin stichtte overigens eerder al de benedictinessenabdij van Mesen, het eerste vrouwenklooster in het graafschap, waar ze na het overlijden van haar echtgenoot zelf intrad. Boeiend is dat de oorkonden van paus Alexander II en van de bisschop van Kamerijk, die de stichting van de Sint-Salvatorsabdij bevestigen, eveneens bewaard bleven en samen een goede inkijk bieden in alles wat er zoal nodig was om in de elfde eeuw een benedictijnerabdij te stichten. De ivoren kromstaf van de abten van Ename en de Codex van Ename, met gedichten van monnik Martijn van Torhout, prijken samen met de drie oorkondes op de Topstukkenlijst.
Boudewijns broer Robrecht I werd op zijn beurt graaf van Vlaanderen en stichtte in 1089 het seculier kapittel van Sint-Donaas in Brugge – een kapittel dat beroemd bleef omdat eeuwen later een carrièrekanunnik zich samen met de Madonna, Sint-Joris en Sint-Donaas liet vereeuwigen door Jan van Eyck. Het Latijnse document heeft een bijkomende waarde door de vele plaatsnamen uit de omgeving van Brugge, die hierin voor het eerst opgetekend staan.
Oorkonde van graaf Boudewijn IX tot oprichting van het Onze-LieveVrouwekapittel in Kortrijk, 1205, perkament
Boudewijn IX van Vlaanderen nam deel aan de vierde kruistocht (onder leiding van de negentigjarige Venetiaanse doge Enrico Dandolo) en werd in 1204 tot keizer gekroond in de Hagia Sophia in Constantinopel/ Istanbul. Vanuit zijn kasteel in Constantinopel zond Boudewijn in 1205 de stichtingsoorkonde van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Kortrijk aan de Franse vorst. Het exotische geopolitieke karakter van dit document wordt onderlijnd door Griekse aantekeningen in vermiljoenkleurige inkt, die de keizer er eigenhandig aan toevoegde. Niet lang daarna verdween hij spoorloos na een veldslag in Bulgarije.
Boudewijns dochter, gravin Johanna van Constantinopel, stichtte samen met haar echtgenoot Ferrand van Portugal de eerste cisterciënzerabdij voor vrouwen in Gent: de Bijloke. Mogelijk had Johanna tijdens haar kinderjaren in Frankrijk kennisgemaakt met de cisterciënzerbeweging. En in december 1235 schonk Johanna een jaarlijkse cijns aan de abdis van de Bijlokeabdij om woningen te kunnen kopen voor de arme begijnen van Gent. Hier voel je hoe de tijden veranderen. Begijnen waren een nieuw verschijnsel: ze traden niet in, werden geen benedictinessen, of cisterciënzerinnen zoals de zusters van de Bijloke, maar leefden zelfstandig en in kleine groepen een religieus leven zonder eeuwige geloften. De landvorstin was hun levenswijze genegen. Ze bleef ijveren voor de oprichting van een begijnhof in Gent, dat er in 1242 kwam: het Sint-Elisabethbegijnhof, intussen Unesco-werelderfgoed. Ook deze oorkonde maakt deel uit van een cluster documenten over dit begijnhof, die allemaal in de topstukkenlijst zijn opgenomen.
Oorkonde van Hugues de Pierrepont, bisschop van Luik ter bevestiging van de schenking van een leengoed in Alden Biesen aan de broeders van de Duitse Orde, 1221, perkament
Margaretha van Constantinopel volgde in 1244 haar zuster Johanna op als gravin van Vlaanderen. In een oorkonde van 1252 verdedigde zij de mannelijke tegenhangers van de begijnen, de begarden, in Brugge. De begarden leefden als lekenbroeders in kleine gemeenschappen en stamden vaak uit het stedelijke milieu van de wevers. Ze bleven een omstreden groep, verdacht van ketterse neigingen. Uiteindelijk gingen zij meestal op in de derde orde van de franciscanen of dominicanen. Margaretha’s oorkonde is een zeldzaam document over deze weinig bekende groep.
Duitse orde
De kruisridderordes ontstonden tijdens de kruistochten en ook zij lieten in onze regio belangrijke stichtingen na. Hugues de Pierrepont, bisschop van Luik, bevestigde in een oorkonde van 1221 dat de edelman Godfried van Zoutleeuw een leengoed in Alden Biesen schonk aan de broeders van de Duitse orde. Die Duitse orde was in 1190 gesticht voor de kust van het Heilig Land, ten tijde van de belegering van Akko. Alles begon daar met een geïmproviseerd veldhospitaal onder de zeilen van een schip. De landcommanderij Alden Biesen is intussen een cultureel begrip in onze regio en de Duitse orde bestaat ook nog, in tegenstelling tot hun collega’s de Tempeliers. Ook in Mechelen kon de Duitse orde zich vestigen, dankzij schenkingen van de heren van Mechelen, uit de familie Berthout. Hieruit groeide de commanderij Pitzemburg. In een document laat de heer van Mechelen aan zijn familieleden weten dat hij gronden (onder andere in het Waverwoud) heeft geschonken aan de broeders van de Duitse orde, toen hij zich in Dumyât (Damietta, Egypte) bevond met de kruisvaarders. Een schenking die een spannend ridderverhaal à la Ivanhoe van Sir Walter Scott zou kunnen inspireren.
Oorkonde van Jan van Gavere, bisschop van Kamerijk, wat betreft de opname van de priorij Zevenborren in Sint-Genesius-Rode in de Congregatie van Windesheim, 1417, perkament
Moderne devotie
De stichtingen uit de vijftiende eeuw, de jongste documenten in de serie, zijn minder exotisch van aard en hebben te maken met integriteit en versobering. Jan van Gavere, bisschop van Kamerijk, gaf in 1417 een oorkonde uit waarin hij bevestigde dat het kapittel van kanunniken van Zevenborren in Sint-Genesius-Rode zich aansloot bij de congregatie van Windesheim. Deze congregatie was gesticht in het gelijknamige dorp in de huidige Nederlandse provincie Overijssel en liet zich inspireren door de Broeders van het Gemene Leven, volgelingen van kanunnik Geert Grote uit Deventer en zijn Moderne Devotie. Grote, een leerling van Willem Ockham, streefde naar integriteit in de kerkelijke instellingen, soberheid en doorvoeld geloof. De Moderne Devotie en de congregatie van Windesheim kenden veel bijval en kunnen gezien worden als voorlopers van de Reformatie.
Oorkonde van de officiaal van het bisdom van Kamerijk voor de broeders van het Gemene Leven in Gent, 1446, perkament,
De jongste oorkonde stamt uit 1446 en is een vidimus (‘wij hebben gezien en bevestigen’) van een ouder document, een pauselijke bul van Eugenius III uit 1444, waarin het klooster van de Broeders van het Gemene Leven in Gent (en ruimer, een gemeenschap van zusters van het Gemene Leven in de kerkprovincie Reims) erkend wordt als een beschermde religieuze gemeenschap.
Daarna stond het toneel klaar voor de humanisten en hervormers van de zestiende eeuw, waarbij Desiderius Erasmus – een oud-leerling van de broeders aan hun Latijnse school in Deventer – de spits zou afbijten.
Oorkondes in de Topstukkenlijst
Oorkonde van keizer Lodewijk de Vrome voor de Sint-Baafsabdij van Gent, 819, perkament, Rijksarchief, Gent (beschermd sinds 27 januari 2025)
Stichtingsoorkonde van de graaf en gravin van Vlaanderen met betrekking tot de abdij Sint-Salvator in Ename, 1063, perkament, Rijksarchief Gent (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van de Franse koning Philippe voor de abdij te Mesen, 1066, perkament, Rijksarchief, Brugge (beschermd sinds 27 januari 2025) Oorkonde van graaf Boudewijn IX tot oprichting van het OnzeLieve-Vrouwekapittel in Kortrijk, 1205, perkament, Rijksarchief, Kortrijk (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van Hugues de Pierrepont, bisschop van Luik ter bevestiging van de schenking van een leengoed in Alden Biesen aan de broeders van de Duitse Orde, 1221, perkament, Rijksarchief, Hasselt (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van Ferrand van Portugal en Johanna van Constantinopel, graaf en gravin van Vlaanderen en Henegouwen, tot oprichting van de Bijlokeabdij in Gent, 1228, perkament, Stadsarchief, Gent (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van gravin Johanna van Constantinopel voor de aankoop van woningen voor de begijnen van het Sint-Elisabethbegijnhof in Gent, 1236, perkament, Stadsarchief, Gent (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van gravin Margaretha van Constantinopel voor de begarden in Brugge, 1252-1302, perkament, Stadsarchief, Brugge (beschermd sinds 27 januari 2025) Oorkonde van de heer van Mechelen voor de commanderij Pitzemburg in Mechelen, z.d., perkament, Stadsarchief, Mechelen (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van Jan van Gavere, bisschop van Kamerijk, wat betreft de opname van de priorij Zevenborren in Sint-Genesius-Rode in de Congregatie van Windesheim, 1417, perkament, Rijksarchief, Leuven (beschermd sinds 27 januari 2025)
Oorkonde van de officiaal van het bisdom van Kamerijk voor de broeders van het Gemene Leven in Gent, 1446, perkament, Rijksarchief, Gent (beschermd sinds 27 januari 2025)