Met deze woorden besloot Gust Vermeylen zijn 'Nota over de pleisterbeelden van George Minne', vele jaren geleden. En nu nog zijn deze woorden de synthese van een belangrijke periode in de loopbaan van de beeldhouwer.
St. Jan-Baptist dagtekent uit 1895. George Minne is nog geen dertig, en drie jaar gehuwd. Pas te Brussel gevestigd, werkt hij met ijver aan de Academie onder leiding van Charles van der Stappen, leraar van de beeldhouwklas. Zoon van een architect, was Minne al vroeg vertrouwd met de begrippen van evenwicht, structuur en soliditeit. Voor zijn vader stond het trouwens als een paal boven water dat zijn zoon ook architect zou worden. En zoals veel kunstenaars heeft George Minne ondervonden wat het kost om tegen vaders wil in te gaan. Aan tegenkantingen, kritiek en sarcasmen ontbrak het niet. Hoewel een van zijn leraars aan de Academie te Gent eens uitriep: 'De Antichrist is in huis', bleef hij volhouden.