Om Christus heen heerst een diepe stilte. Zijn leerlingen delen als het ware in de wijding van de goddelijke handeling door hun bescheiden houding, hun sobere gebaren of gevouwen handen. Hun mond is gesloten en zij staren beschouwend voor zich uit of hebben de ogen neergeslagen. Met ingetogenheid luisteren ze naar de woorden van deze eerste consecratie. De serene atmosfeer wordt slechts in geringe mate verstoord door Judas wiens donkere figuur en hoekig armgebaar op het voorplan afsteken tegen het witte tafelkleed. De voorgangers en tijdgenoten van Bouts plachten het verraad van Judas als dramatisch gegeven veel meer in het licht te stellen dan hier het geval is. Door de nadruk te leggen op de instelling van de Eucharistie en het scheppen van een eerbiedige stilte bracht Bouts dan ook een vernieuwing in de behandeling van het Avondmaal-thema. Dat is blijkbaar te danken aan de bijzondere bedoeling van de Sacramentsbroederschap en de tussenkomst van een paar theologen. Het schilderij van Bouts is werkelijk een eucharistisch tafereel, zo door de treffende keuze van het onderwerp als door de kunstzinnige verwerking ervan. Het was bovendien als retabel bedoeld en werd derhalve door de Broederschap op het altaar van haar kapel in de Sint-Pieterskerk geplaatst. Hier had de celebrerende priester dan ook steeds als voorbeeld en spiegelbeeld Christus' zegenend gebaar voor ogen.
Benevens de bijbelse figuren zijn bij deze Avond-maalsvoorstelling nog enkele andere personen betrokken. Zij bevinden zich buiten de groep van de apostelen en onderscheiden er zich overigens van door hun kledij die hen als gegoede burgers uit de tijd van Bouts kenmerkt. Een van hen staat vlak achter Petrus, een tweede bevindt zich bij het aanrechtkastje onder de galerij uiterst rechts en twee andere ontwaart men door een opengeklapt valluik links van de schouw. Zij werden weleens beschouwd als de gastheren in wier woning Christus met zijn leerlingen het Paasmaal at. De man onder de galerij werd ook voor een zelfportret van de schilder gehouden, terwijl men zijn beide zonen meende te herkennen achter het valluik. Thans is men terecht geneigd in bedoelde personages de vier meesters van de Broederschap te zien die met Bouts het contract voor het drieluik afsloten en er trouwens in vermeld worden: Raas van Baussele, Laureis van Wynge, Renier Stoep en Stas Roelofs. De waardigste onder hen, R. van Baussele, die meier was, kreeg de ereplaats achter Petrus. Door hun eerbiedige houding en ingetogenheid storen de vier confreriemeesters geenszins de gewijde stemming.
De Leuvense Broederschap van het H. Sacrament heeft in Dirk Bouts werkelijk een uitstekend vertolker van haar opdracht gevonden. Hoewel de schilder in zijn vroegere werken de invloed onderging van Rogier van der Weyden, overleden in het jaar zelf dat meester Dirk de bestelling van de broederschap aanvaardde, bleef hij onontvankelijk voor Van der Weydens dramatische bewogenheid. Onder de Vlaamse primitieven is Bouts bij uitstek de schilder van de beheerste gevoelens, de stille ernst en de ingekeerdheid. Zelfs wanneer hij een gruwelijke marteling moest voorstellen bleef hij die visie getrouw zoals duidelijk blijkt uit zijn drieluik met de marteling van de H. Erasmus dat eveneens in de Sint-Pieterskerk te Leuven bewaard wordt. Hoeveel te meer kwam zijn temperament dan in aanmerking voor de behandeling van een sacramenteel thema. Hij heeft zijn statische personages met de binnenarchitectuur van het cenakel verbonden in een merkwaardig afgewogen compositie. Deze evenwichtige opstelling, gedragen door een harmonische kleurenweelde, schept mede de serene atmosfeer waaraan alle aanwezigen deel hebben en die ze tevens bewerken. In die wijdingsvolle stilte komt het liturgisch gebaar van Christus tot zijn volle recht.
Het drieluik van 'Het laatste avondmaal', tot stand gekomen dank zij de mildheid van vele Leuvenaars, de religieuze bedoeling van de Sacramentsbroederschap en de bemiddeling van een paar theologen, werd door de geniale interpretatie van Dirk Bouts tot eeuwige schoonheid opgevoerd.