Beseft de doorsnee museum bezoeker, wanneer hij genie­tend door een tentoonstelling kuiert, hoeveel intensieve ar­beidsuren eraan vooraf gegaan zijn alvorens een dergelijke ver­zameling kunstwerken bij elkaar gebracht werd? Weet hij hoe voor elk werk dat op een ten­toonstelling te zien is er zo'n vier andere niet getoond kun­nen worden? Hoeveel inkt er ge­vloeid is, hoeveel uren er getele­foneerd werd, hoeveel geld er nodig was? Om een tipje van de sluier op te lichten, die over het maken van tentoonstellingen hangt, nemen we een kijkje ach­ter de schermen van de tentoon­stelling over de aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621).

Misschien is ons werk te vergelij­ken met dat van de hovelingen die zo'n 400 jaar geleden de fraaiste kunstvoorwerpen samenbrachten om het Brusselse Coudenbergpaleis naar de smaak van de aartshertogen in te richten. De dienst tijdelijke tentoonstellingen die in het Jubelparkmuseum een dergelijk project moet uitwerken, contac­ten legt met bruikleengevers, architecten, transporteurs, ver­zekeraars, uitgevers, enz. telt echter heel wat minder hoofden dan de toenmalige hofhouding.

Dubbelportret van de Aartshertogen Albrecht en Isabelle, Otto Van Veen (begin 17de eeuw)

Dubbelportret van de Aartshertogen Albrecht en Isabelle, Otto Van Veen (begin 17de eeuw) 

Voor het project in onze musea terechtkwam was reeds het be­langrijkste deel van de weten­schappelijke voorbereiding ge­beurd. Prof. Luc Duerloo en Werner Thomas, beiden verbon­den aan het departement ge­schiedenis van de K.U. Leuven, distilleerden hun kennis tot een sluitend verhaal, vertrekkend van de aankomst van beide vor­sten, hun jeugd, hun huwelijk, de blijde intrede in de Neder­landen, de veldslagen, het hof­leven, de kunsten, hun geloof enz. De samenstelling van de ca­talogus gebeurde eveneens on­der hun leiding, 

Hoe interessant een project ook lijkt, om hoeveel mooie kunst­voorwerpen het ook gaat, zolang er geen geld is blijft het on­mogelijk om wat dan ook te or­ganiseren. Dus moet er een bud­get opgesteld worden waaruit blijkt hoeveel alles zal kosten, hoeveel er door de verkoop van tickets e.a. zou kunnen binnen­vloeien en hoeveel er door spon­sors zou moeten binnenge­bracht worden. De P.R.-dienst slaagde erin een aantal sponsors te overtuigen van het belang van het project. Toen de finan­ciële kant van de zaak enigszins opgehelderd was, kon met de echte aanvragen voor het bruik­leen van kunstwerken begon­nen worden. Tientallen brieven naar potentiële bruikleengevers met aanvragen voor schilderij­en, preciosa, boeken enz. gin­gen de deur uit. Het aantal stuk­ken groeide en langzamerhand vulden de foto's van de te ver­wachten kunstwerken ons bu­reau. Inmiddels werd een archi­tect ingeschakeld om alles in vorm te gieten en werd er een uitgever voor de catalogus ge­vonden. 

Niet alleen musea gaven stuk­ken in bruikleen. Zo kwamen we via een particu­lier in het bezit van goudkleuri­ge vaasjes die Isabella zou heb­ben laten maken nadat ze haar vaatwerk in edelmetaal liet smelten om het beleg van Oostende te financieren. Albrecht en Isabella lieten overi­gens veel van hun bezittingen na aan kloosters en kerken. De ongeschoeide karmelietessen in Brussel bewaren o.a. de schilde­rijen van hun patroonheiligen, Albrecht van Leuven en Elisabeth van Hongarije en ook het sobere nonnen habijt van Isabella dat ze droeg na de dood van Albrecht en zonder hetwelk ze zich nooit in het openbaar vertoonde. Op dit gewaad zijn een aantal kleine briefjes beves­tigd met rode lakzegeltjes waar­op in het Latijn te lezen staat dat dit het oorspronkelijke kleed van Isabella is. De pastoor van Scherpenheuvel vond de tentoonstelling aanvankelijk maar niets, hij had wel andere zorgen aan z'n hoofd dan het zoeken naar de schotel waarop de sleutels van Oostende aan Albrecht aangeboden werden of naar een Mariakleedje of naar de kazuifels die z'n voor­gangers eertijds van Isabella kre­gen. Toen hij echter bij de ope­ning geconfronteerd werd met het resultaat en zag waarom het inderdaad noodzakelijk was dat hij z'n medewerking verleende, verzekerde hij ons dat hij het prachtig vond en dat de stukken die hij gegeven had mooier dan ooit tot hun recht kwamen. Een ander mooi verhaal is dit van de Ommegang schilderijen door Denijs Van Alsloot. Drie van deze werken zijn tentoon­gesteld in het Victoria en Albert Museum in Londen, de overige twee in het Prado in Madrid.

Voor de tentoonstelling was het van bij het begin een must om deze unieke reeks weer samen te brengen. In eerste instantie ging echter geen van beide in­stellingen akkoord. Toen de directeur van het Prado begin dit jaar voor besprekingen in Brussel was, werd benadrukt hoe onvoorstelbaar interessant het wel zou zijn deze reeks aan het publiek te kunnen tonen. De man ging min of meer ak­koord op voorwaarde dat het Victoria and Albert Museum mee zou werken. Groot was onze teleurstelling enkele maanden later toen de beloofde Ommegang in het contract van het Prado bleek te ontbreken!

Weken later, na ettelijke tele­foontjes, bleek dat de techni­sche commissie niet akkoord ging met de bruikleen. Tenslotte werden de kabinetschef van de koning en de Ambassadeur in­geschakeld om toch maar over de twee schilderijen te kunnen beschikken, te meer daar inmid­dels in tal van artikels, in de fol­der enz. reeds de lof gezongen werd van deze unieke hereni­ging van de vijf werken. Andere spannende momenten beleef­den we bij het openmaken van de kist met de schilderijen af­komstig uit het Prado. Twee van de gewenste kunstwerken van Brueghel, Boerenbruiloft en Boerendans, beide in het gezel­schap van de aartshertogen, waarvoor we reeds lang een contract hadden, waren zonder verdere commentaar vervangen door gelijkaardige Brueghels waarop de aartshertogen jam­mer genoeg niet aanwezig zijn. Niet alleen hebben we nu ande­re werken hangen dan in de catalogus vermeld staat, maar bovendien geeft de Gallery Guide een beschrijving van din­gen die je niet kan terugvinden.

Nu de tentoonstelling loopt blijft ons enkel de zorg om vol­doende bezoekers over de vloer te krijgen. Isabella ging elke zaterdag op bedevaart naar Laken, misschien is er wel ergens een heilige die in gunstige ten­toonstellingsresultaten voor­ziet? 

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.