De Brugse kunsthistoricus Ronald Van Belle maakte de voorbije 45 jaar ongeveer zeshonderd wrijfsels – wrijven met zwarte was op papier – van vooral gegraveerde grafmonumenten. Het is de grootse collectie wrijfprenten in België. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium startte vanaf 2010 met het systematisch fotograferen ervan, met de bedoeling ze via de website te ontsluiten. Gastauteur Ronald Van Belle vertelt over zijn passie voor het maken van deze bijzondere afdrukken.

Wrijfprent van de grafzerk van Walther de Houtain († 1285), Villers-la-Ville

Wrijfprent van de grafzerk van Walther de Houtain († 1285), Villers-la-Ville

Hoe het begon

Bij mijn studie van het erfgoed van de Sint-Jacobskerk in Brugge werd ik geconfronteerd met de moeilijkheid om goede foto’s van gegraveerde koperen grafplaten te maken. Ik besprak dit terloops met professor Egied I. Strubbe (1897-1970), die me wees op de mogelijkheid om via een wrijfprent de beeltenissen van koperen grafplaten of grafzerken weer te geven. Deze techniek kende al in het negentiende-eeuwse Engeland een zeker succes onder de naam brass rubbing (in het Frans ‘frottis’). Het toeval wou dat ik kort daarop in de Sint-Salvatorkathedraal kennis maakte met een Engelsman die een koperen grafplaat aan het afwrijven was. De uitleg die hij gaf over deze techniek was doorslaggevend. De volgende vrijdag nam ik de nachtboot Oostende/Dover en vervolgens de trein naar Londen om was en papier aan te kopen in de antiekzaak van John Page-Phillips in Kensington. Page-Phillips was een van de leidinggevende figuren van de Monumental Brass Society, een Engelse vereniging die zich toelegt op de reproductie en studie van grafmonumenten gegraveerd op steen of koper.

Wrijfprent van de grafplaat van Lodewijc van Leefdaal († 1538) en zijn echtgenote Margriete s’Beeren (de Beer) († 1553), Tielen

Wrijfprent van de grafplaat van Lodewijc van Leefdaal († 1538) en zijn echtgenote Margriete s’Beeren (de Beer) († 1553), Tielen

WRIJFPRENTEN EN HUN TECHNIEK

Wrijfprenten zijn afdrukken op ware grootte. Ze worden gemaakt door te wrijven met een speciale zwarte was op zeer resistent papier dat over de zerk of op de te calqueren grafplaat wordt gespannen. Aanvankelijk gebruikte men schoenmakerspek, een harde was die de schoenmakers vroeger gebruikten om het ruwe leder van maatschoenen mee in te wrijven. Later werden verbeterde wasstaafjes gemaakt, speciaal om wrijfprenten te maken. Het wrijfsel is een negatief van het gereproduceerde object. Na fotografie kan men via de computer ze in positief weergeven en details uitvergroten. Al is deze wrijftechniek tijdrovend, tegenover fotografie heeft ze het voordeel dat ze toegepast kan worden op sterk onderbelichte plaatsen (zoals religieuze gebouwen), op objecten van grote afmetingen (zoals vlakke grafmonumenten, die vaak langer zijn dan twee meter) en ongeacht hun positie (ingewerkt in de vloer of op hoogte, geïntegreerd in het metselwerk en dit zowel binnen als buiten de kerk). Het afwrijven is een lastige werk. Voor grote exemplaren (bijvoorbeeld 2,5 x 1,5 meter ) kan dit wel zeven uren in beslag nemen. De gravering, vooral deze van koperen grafplaten, is vaak haarfijn, het papier mag geen millimeter verschuiven en men moet continu met dezelfdedruk wrijven. Het eindresultaat garandeert een perfecte leesbaarheid van het monument en is gewoonlijk veel beter dan een foto en oogt vaak spectaculair omdat de personen dikwijls op ware grootte worden afgebeeld zoals ridders in harnas, vrouwen in  luxueuze Bourgondische kledij of geestelijken met hun kazuifel, klaar om de mis op te dragen.

Er bestaan nog andere technieken dan het afwrijven met was. De oudste is deze met inkt, die al eeuwen in China wordt toegepast op keizerlijke stèles of op gedichten en opschriften gegraveerd op rotswanden. Men wrijft hierbij met een viltprop gedrenkt in inkt. Het is een moeilijke techniek daar bij teveel inkt deze door het papier dringt en het monument onherstelbaar beschadigd. Een aanverwante techniek, met minder risico, is het aanwenden van een mengsel van grafiet met een beetje olie. Eens men deze techniek meester is, kan men snel grote oppervlakten afwrijven met goed resultaat maar in grijstinten. Deze techniek wordt nog regelmatig gebruikt voor grote grafmonumenten. De auteurs zwarten dan vaak de grijze oppervlakken bij met Chinese inkt wat vaak aanleiding geeft tot vergissingen en verkeerde interpretaties. Die techniek is soms handig: zo maakte ik in een kwartier tijd een grafietafdruk van een Maya-stèle in het oerwoud van Yucatan.

WETENSCHAPPELIJK DOEL

Ronald Van Belle wrijft de zerk af van tempelier Étienne de Tilchâtel (†1271), stichter van de tempeliershoeve van Fontenotte (Côte-d’Or), oktober 2016

Ronald Van Belle wrijft de zerk af van tempelier Étienne de Tilchâtel (†1271), stichter van de tempeliershoeve van Fontenotte (Côte-d’Or), oktober 2016

Page-Phillips wees me op de verwezenlijkingen van de grote historicus James Weale (1832-1917). Weale lag in het begin van de twintigste eeuw mee aan de basis van de herwaardering van de Vlaamse primitieven en hij heeft in ons land talrijke wrijfprenten van gegraveerde monumenten gemaakt. Vele van deze monumenten waren sindsdien verdwenen ten gevolge van oorlog of omwille van de onverschilligheid van de kerkfabrieken. Zo ontstond het idee om het werk van Weale verder te zetten, te beginnen met een volledige inventaris van de gegraveerde monumenten in de bedehuizen en musea van de provincies West- en Oost-Vlaanderen. Dit opzet was zowel dringend als titanisch omdat veel grafzerken, vaak ingebed in buitenmuren, zienderogen aftakelden; andere lagen op de grond of in geïmproviseerde opslagplaatsen, vanwaar ze soms werden afgevoerd naar het stort. Ook bij werken en opgravingen werd vaak achteloos omgesprongen met dit historisch patrimonium.

Links: de foto van de grafplaat van Kateline Daut († 1460) in de Sint-Jacobskerk in Brugge © KIK-IRPA, BRUSSEL KN005028 Rechts: de wrijfprent van dezelfde grafplaat © KIK-IRPA, Brussel Y008114

Links: de foto van de grafplaat van Kateline Daut († 1460) in de Sint-Jacobskerk in Brugge © KIK-IRPA, BRUSSEL KN005028 Rechts: de wrijfprent van dezelfde grafplaat © KIK-IRPA, Brussel Y008114

Omwille van mijn drukke beroepsactiviteiten in de privésector, concentreerde ik me aanvankelijk op de grafzerken en koperen grafplaten in West-Vlaanderen. Ik ging ook Kunstgeschiedenis en Archeologie studeren aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). De grondige herwerking die ik maakte van mijn licentiaatsthesis werd dankzij subsidies van de Dienst Cultuur van de provincie West-Vlaanderen in 2006 in Brugge gepubliceerd met als titel Vlakke grafmonumenten en memorietaferelen met persoonsafbeeldingen in West-Vlaanderen: een inventaris, funeraire symboliek en overzicht van het kostuum. Mijn opzoekingswerk over de Doornikse grafplaten – die tot voor kort nog als Brugse producties werden beschouwd – en verschillende reizen naar Spanje, gaven aanleiding tot de publicatie van een boek over de Doornikse en Vlaamse grafplaten bewaard in dat land: Laudas Flamencas en Espana / Flemish Brasses in Spain, Bilbao, 2011. De uitgave kwam medetot stand dankzij een subsidie van de Spaanse Dienst Cultuur. Het was duidelijk dat de stad Doornik een van de belangrijkste productiecentra van grafmonumenten van het Westen is geweest, in het bijzonder van gegraveerde grafzerken en grafplaten, met export naar Polen, Denemarken en de Hanzesteden, zelfs tot in Finland. De productie van de twaalfde tot de zestiende eeuw van gegraveerde Doornikse grafzerken met de figuratie van personen werd het voorwerp van mijn doctoraatsthesis aan de UGent.

Omdat het steeds moeilijker werd om subsidies te bekomen voor dergelijk gespecialiseerd wetenschappelijk onderzoek, haastte ik me om mijn synthese over de nog in België bewaarde koperen grafplaten af te werken. Dankzij de financiele steun van de Dienst Cultuur van de provincie Oost-Vlaanderen werd in 2017 het boek Corpus laminae. Belgische koperen graf- en gedenkplaten, 1143-1925 gepubliceerd.

Wrijfprent van de fundatieplaat van Marguerite d’Escornaix, abdis van Nijvel († 1462)

Wrijfprent van de fundatieplaat van Marguerite d’Escornaix, abdis van Nijvel († 1462)

TOEGANKELIJK

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) zag het wetenschappelijk belang in van mijn verzameling wrijfprenten en startte vanaf 2010 met het systematisch fotograferen ervan, met inbegrip van tal van details. Er werden meer dan 2.000 foto´s genomen. De bedoeling van het KIK is de hele verzameling te ontsluiten voor een breed publiek en voor wetenschappers voor verder onderzoek. De basisgegevens zijn al gedeeltelijk ingevoerd en zijn toegankelijk op de site van het KIK, BAlaT waar een specifiek portaal met de naam Corpus Laminarum werd opgericht en waar de wrijfsels kunnen geraadpleegd worden.

Deze 45 jaar lange speurtocht was geen sinecuur en naast ontgoochelingen waren er ook tal van verrassingen, zoals het ontdekken van totaal onbekende monumenten en dit op de meest onverwachte plaatsen. Ik vond ze hergebruikt in kerktorens en kelders, in stallingen van hoeven, of als vloer van een kippenren, als deksteen van rioleringen, of als molensteen. Zo trof ik de grafsteen van Jacob Clou (+1648), de stichter van de beroemde boetprocessie van Veurne, aan op de koer van een herberg. De steen zal binnenkort met de nodige luister in de Walburgakerk tentoongesteld worden.

Na ruim 45 jaar opzoekingen moet ik vaststellen dat ongeveer een vierde van de grafzerken die ik heb afgewreven niet meer bestaan. Ze verdwenen bij het hervloeren van kerken, ze zijn herschapen tot wrakken door pollutie, door weer en wind. Ze zijn afgevoerd naar aanleiding van werken en zelfs verwezen naar het stort omwille van plaatsgebrek of gemis aan belangstelling. Ook bij opgravingen ging heel wat verloren. Enkel wrijfprenten en enige (veelal slechte) foto´s getuigen van dit verdwenen patrimonium. Bij de verwoestende brand van de kerk van Westkapelle gingen alle grafzerken verloren. Van de mooiste bleef gelukkig een wrijfprent bewaard.

Kalkeren is maar het begin van het verhaal, daarna volgt het opzoekingswerk om de afgebeelde doden te situeren in de tijd. Wie waren ze? Wat deden ze? Zijn er documenten over hen bewaard? Dit alles vraagt veel tijd en verplaatsingen. Het is zoals een onderzoek van een detective, maar met de handicap dat de dode soms meer dan 500 jaar geleden overleden is. Grafmonumenten vormen een uitzonderlijk rijke bron voor de geschiedenis, de kunstgeschiedenis, de studie en evolutie van de militaire uitrusting – van maliënkolder naar het harnas en verder – , de studie van de burgerlijk en religieuze klederdracht, de heraldiek, de taalkunde, de technische aspecten zoals herkomst van de steen, de steenhouwers, het transport, de afwerking, enzovoort.

Praktische informatie

De wrijfprenten van Ronald Van Belle kunnen geraadpleegd worden op de site van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Op de openingsbladzijde is onder ‘Nieuw op BALaT: Corpus Laminarum’ een doorklik die toegang geeft tot de gefotografeerde wrijfsels.

Website

Download hier de pdf

Wrijven voor ze verdwijnen