Waarom zien we zo graag bloemen en planten? Wat is de relatie tussen mens en natuur? De natuur is voor veel kunstenaars een inspiratiebron omdat ze ons tonen wat we missen. Met Chasing Flowers organiseert Stef Van Bellingen een kunstenparcours in Sint-Niklaas. De praktijk van de kunstenaar staat centraal. Of een werk nu een eeuw oud, recent, illustratief of expressief is, door verzoening versterken ze elkaar. Van Bellingen is ook bezieler van WARP, het platform voor hedendaagse beeldende kunst in Sint-Niklaas. Het kunstenparcours Coup de Ville 2020 situeert zich op tien verschillende locaties in het centrum van die stad. Elke locatie is verschillend van sfeer en biedt andere mogelijkheden, zodat diverse media aan bod kunnen komen. De korte verplaatsingen tussen de locaties zorgen voor rustpunten, ontmoetingen of geven ruimte aan dialoog.

Hélène Durand, botanische illustraties van Afrikaanse varenplanten

Hélène Durand, botanische illustraties van Afrikaanse varenplanten

Kunst en bloemen hebben veel gemeen. Ze doen een beroep op onze zintuigen, zorgen voor verwondering, werken verbindend of brengen soelaas door kleur, geur en vorm.

Van Bellingen: “Bloemen kunnen decoratief zijn, maar ze zijn evengoed belangrijk bij rituelen. Ze accentueren bepaalde momenten in ons leven die anders zomaar voorbij zouden gaan. In die zin mag je de vergelijking met kunst maken. De woorden zijn daar, maar je zet ze vetjes, onderstreept ze of ze krijgen een kleur.”

Vanwaar het idee om voor deze editie bloemen en planten in de kijker te zetten?

Van Bellingen: “We wilden deze keer iets specifieker inspelen op een thema. Bloemen en planten hebben van nature iets verleidelijks, maar tegelijkertijd zijn ze een geschikt thema voor de kruising van natuur en cultuur. De eerste associatie van mensen met bloemen is vaak een bloementuil, maar daar zit een hele economie en veel wetenschap achter. Het raakt aan het maatschappelijke, waarbij we het ook hebben over onze omgang en relatie met natuur in de brede zin. Het is een ecologisch thema, zonder expliciet te zijn, want dan lopen we de kans om daarover een illustratieve tentoonstelling te maken. We willen het hebben over waarden en één daarvan is kunst en het kunstenaarschap. Het oeuvre van de kunstenaars staat centraal. We spelen dus vooral in op waar kunstenaars mee bezig zijn en we zagen bij hen de voorbije jaren een gevoeligheid voor bloemen en planten. Een aantal publicaties heeeft deze keuze versterkt, onder andere Chasing the Flowers van Christel De Maeyer. Dat boek gaat over de flowerpower in San Francisco, waarbij ze de bloem als symbool gebruikt om inzicht te bieden in het gentrificatieproces dat daar heerst.”

Lennart Rieder, Oceans of time, 65 x 49 cm

Lennart Rieder, Oceans of time, 65 x 49 cm

In de tentoonstelling zal werk te zien zijn van kunstenaars die vertrekken vanuit de esthetiek van een bloem of plant. Opmerkelijk daarbij zijn de illustraties van de Brusselse, botanische kunstenares Hélène Durand (1883-1934). Hoe heb je haar werk leren kennen?

Van Bellingen: “Bloemen en planten zijn een genre dat vaak door vrouwen beoefend werd. Vrouwen werden niet toegelaten tot academies, dus geschiedkundig gezien is het een ondergewaardeerd genre en kunstenaarschap. In sommige boeken met overzichten van botanische illustraties staat geen enkele vrouw vermeld. Nochtans zijn er veel vrouwen mee bezig geweest. In vele gevallen waren zij autodidact en ging het hen niet alleen over het esthetische aspect. Zij hadden een wetenschappelijk kennis opgebouwd en corrigeerden door hun observaties de visie van mannelijke wetenschappers. Door zelf rondleidingen in plantentuinen te volgen, heb ik het werk van Hélène Durand leren kennen.”

Hoe verhouden Durands illustraties zich tot de vrije expressie van een kunstenaar?

Nick Ervinck, NABEKIARTS 1, digitale tekening, 90 x 120 cm

Nick Ervinck, NABEKIARTS 1, digitale tekening, 90 x 120 cm

Van Bellingen: “Ik beschouw haar botanische illustraties als zeer volwaardig naast ander kunstwerken, hoewel ik daar voordien anders over dacht. Ook in de kunst merk je dat er smaakverschuivingen zijn. Mijn mening is langzamerhand veranderd doordat ik die illustraties nu beter begrijp en het doel ervan ken. Als je het historisch onderzoekt, merk je dat kunstenaars, zoals Dürer of da Vinci soms heel gericht op identificatie of nauwkeurige weergave werkten. Wanneer ze voor een symbolische interpretatie kozen, pasten ze de planten aan. De identificaties die een botanische illustrator nastreeft, zijn veel nauwkeuriger. Maar ook daar zitten correcties op omdat het niet over een individuele, maar een gegeneraliseerde plant gaat. Het gaat erom dat we die kunnen herkennen. Een van de aspecten in de tentoonstelling zijn de verschillende doeleinden van nauwkeurige observatie tot expressieve uitwerkingen. Greet van Autgaerden schildert een realistische weergave van een spar en baseert zich daarvoor op de hoogste vertakkingen. Daarvan maakt ze een nog vrijere interpretatie in vorm en kleur. We zullen Durands fijn uitgewerkte illustraties naast dat van kunstenaars met een heel vrije expressie tonen, zoals de grote aquarellen van Sarah-Joy Zwarts. Dat biedt een mooi evenwicht, zeker als dat een herwaarding en een opwaardering is van Durands oeuvre als vrouw, kunstenaar én wetenschapper.”

Filip Vervaet, Paradisio IV

Filip Vervaet, Paradisio IV

Een ander aspect dat je eerder al aanhaalde, is de relatie tussen natuur en cultuur. Kan je concrete voorbeelden uit de tentoonstelling geven?

Van Bellingen: “Ermias Kifleyesus is van Ethiopische origine en doet onderzoek naar snijbloemen die meestal in OostAfrika gekweekt worden. Doordat China zo veel in Afrika investeert, krijg je in Ethiopië een opvallende vermenging van rassen. Het kweken van bloemen en het economisch investeren, wat je kan zien als een alternatief kolonialisme, heeft dus ook gevolgen voor het uitzicht van de bevolking.

Stéphanie Leblon heeft veldonderzoekers van de plantentuin Meise gesproken over in- en uitheemse exoten. Leblon heeft de wetenschappelijk visie en werkwijze leren kennen en dat vormt de basis om die zaken als kunstenares vanuit haar vrije expressie te schilderen. Haar werk gaat over wat aanvaarde uitheemse planten en wat bedreigende uitheemse soorten zijn. Die kennis doet je op een andere manier naar planten en bloemen kijken. Kunnen we die exoten doortrekken naar de mensenwereld? Dan stuit je op gevoelige materie. Als je in de plantenwereld een bepaalde soort loslaat, overwoekert ze de inheemse planten. Als je dat doortrekt naar de mensenwereld, dan krijgt een plant een politiek economische connotatie. Kunnen we bepaalde planten gaan veredelen en cultiveren op wenselijke eigenschappen? Kunnen we dan naar analogie iemand opvoeden naar wenselijke eigenschappen? Je ziet dat zaken uit de plantenwereld dreigen over te slaan naar de mens.”

Nu we als mens ons DNA kunnen laten uitlezen, zijn we in staat om ons met die informatie te genezen en verbeteren. Die manipulatie vinden we al langer terug bij bloemen en planten.

Van Bellingen: “We verwijzen in de tentoonstelling via een aantal kunstenaars naar de oorsprong van planten, bloemen en naar een mogelijke maakbare wereld. Marie Cloquet vertrekt van de magnolia, wat als de oerbloem wordt gezien. Haar specifieke manier van werken speelt in op het ontstaan en de groei van die bloem. Het werk van Nick Ervinck gaat over genetische modificatie van aardbeien. Hij werkte samen met de Nederlandse professor Dr. A.P.M. Ton den Nijs en maakte varianten op de aardbei. Peter De Cupere toont een werk dat de manipulatie van geuren bij bloemen bevraagt.”

De tentoonstelling heeft een geladen thematiek. Als kunst naast de zintuiglijke beleving een bijdrage kan leveren in een bewustmakingsproces, hoe zie jij die rol dan?

Van Bellingen: “Ik zou zeggen vanuit de observatie. We vinden iets mooi of lelijk maar dat staat niet los van ons ethisch ervaren. Onze observatie kan veranderen doordat we meer Stefanos Tsivopoulos, History Zero, filmstill, 2013 weten. Je kan een bloem mooi vinden, maar eens je weet dat die is overgevlogen vanuit Oost-Afrika, ga je dat anders bekijken. Kunst kan iets escapistisch hebben. Je kan het gewoon mooi vinden, zonder dat je geconfronteerd wordt met de harde feiten achter de dingen. Het zou wel fijn zijn mocht er hier en daar ook een ander bewustzijn ontstaan. Je kan Durands werk mooi vinden, maar het zou fijn zijn dat je ook stilstaat bij het feit dat het een vrouw is die een wetenschappelijke bijdrage leverde, dat ze nauwelijks betaald of erkend werd en haar oeuvre niet eerder getoond is. Vandaar onze bedoeling om er meer context aan te geven via tekst of rondleidingen, zonder fanatiek of pamflettair te zijn. Zo weet je als toeschouwer ook hoe het werkelijk in elkaar zit en besef je dat zaken niet zo vanzelfsprekend zijn.”

Tentoonstelling

Kunstenparcours Coup de Ville 2020 - Chasing Flowers – Van 11 september t.e.m. 11 oktober 2020 – Diverse locaties in Sint-Niklaas – Open: van donderdag t.e.m. zondag van 9.30 tot 17.30 uur – Een aantal locaties sluit tussen 13 en 13.30 uur – Tickets en onthaalpunt: WARP, Apostelstraat 20, Sint-Niklaas

Website

Download hier de pdf

Coup de Ville