Achter een banale gevel en een met graffiti gezegende poort in Elsene heeft Thomas Lerooy, in wat vroeger een garagewerkplaats was, zich een gedroomd atelier gebouwd. Er is ruimte en licht in overvloed. En het is er, alhoewel in stedelijk gebied, stil en rustig om te werken.

Terugkeer naar de bron

Thomas Lerooy, Petit Bateau, 2007, mixed media op papier, 49 x 35 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

Thomas Lerooy, Petit Bateau, 2007, mixed media op papier, 49 x 35 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

Als elfjarige jongen was Thomas Lerooy (°1981) behept met het tekenvirus. Hij kon zich in de lessen moeilijk concentreren en tekende zijn leerboeken vol. Op een bepaald moment liet een leraar-met-feeling hem een dinosaurus tekenen. De klas kwam rond hem staan om toe te kijken. Dat moet een kick gegeven hebben, een bewustzijnsmoment zoals kinderen dat op die leeftijd kunnen ervaren. Thomas Lerooy: “Er was eigenlijk niets met mij aan te vangen. Ik heb in het secundair onderwijs voor de moderne gekozen omdat ik dat een fantastisch woord vond. Maar ik kon me niet thuis voelen in zo’n geregeld kader.”

Na een omzwerving via de zusters Maricolen in Brugge, kwam hij rond zijn zestiende terecht in het secundair kunstinstituut Sint-Lukas in Gent. Daarna trok hij naar de KASK in diezelfde stad waar hij 3D Multimediale vormgeving volgde bij Sjoerd Paridaen (°1951) en René Van Gijsegem (°1958). In die periode werkte hij als vrijwilliger in Kunsthalle Lophem, geleid door Roland Patteeuw. Hij werd daar assistent bij Jef Geys (1934-2018) voor een project.

Kunstgeschiedenis boeide hem, al dacht hij er een ogenblik aan om te stoppen, maar hij maakte zijn studie toch af. Hij besloot om al zijn werk dat hij tot dan gemaakt had in de container te laten belanden. Thomas Lerooy: “Ik had al heel wat jobjes gedaan en ik wou niet meer voor iemand werken. Ik ben dan teruggekeerd naar de basis. Ik ben opnieuw begonnen met een blaadje papier en een balpen. Ik maakte een tekening. Ik had echter een probleem met de balpen en ook met het papier. Ik kocht papier, maar ik wilde me niet laten dicteren door het formaat. Ik wou dat zelf bepalen en ik creëerde mijn eigen vaste formaten. Ik heb een klein, een medium en een groot formaat en dat is altijd zo gebleven. Ook de omlijsting is steeds identiek.” Zijn klein formaat papier is 49 x 35 cm.

Ik ben ook een liefhebber van Belgische kunst en van de etsen van Rops. Zijn techniek en mijn werk liggen dicht bij elkaar.
Thomas Lerooy, One more light, 2017, mixed media op papier, 49 x 35 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

Thomas Lerooy, One more light, 2017, mixed media op papier, 49 x 35 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

Thomas Lerooy: “Ik heb mezelf eigenlijk wat blok gezet. Ik werk ook niet horizontaal, altijd met een opstaand blad. Het is zoals een architect, die moet altijd vier muren en een dak hebben en met die beperking moet hij aan de slag, maakt hij architectuur.” In die beperking toont zich de meester. Zijn papier vertoont tekenen van leven, het maagdelijk witte blad is niet aan hem besteed. Soms stelt hij zijn formaat samen uit verschillende stukken oud papier die hij aan mekaar kleeft. Als tekenmateriaal gebruikt hij Chinese inkt. Hij heeft een tijd veel naar het werk van Albrecht Dürer (1471-1528) gekeken en dat heeft zijn keuze mee beïnvloed.

Hij legt zich ook een bepaald stramien op wat de technische uitvoering van zijn werk betreft. Hij vertrekt vanuit een beeld in zijn hoofd (bijvoorbeeld een zwarte kat) maar gaat dat confronteren met de oneindige reeks van gelijkaardige beelden. De confrontatie met al die beelden en gelaagdheden beïnvloedt zijn oorspronkelijke beeld, en juist dat aspect vindt hij interessant.

Thomas Lerooy, The Sunshine in Your Eyes, 2012, mixed media op papier, 196 x 140 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

Thomas Lerooy, The Sunshine in Your Eyes, 2012, mixed media op papier, 196 x 140 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

DE RUST VAN BRONS

Thomas Lerooy: “Ik had een kleine tentoonstelling waar ik mijn tekeningen toonde en ook wel enkele driedimensionale elementen. Ik wou dat een idee op een bepaald moment af zou zijn, dat het geen eindeloze reeks zou worden. Ik wilde rust. En zo kwam ik op de idee van brons. Door veel met de bronsgieter te praten en samen te werken heb ik de techniek geleerd. Mijn eerste bronsje was een afgietsel van een lelijk tuinbeeld, een putto met een visje, waarop ik een gouden drol van gepolierd brons had aangebracht. Zo heb ik geleerd hoe je moet polieren.”

In 2006 kreeg Thomas Lerooy al heel snel een solo in het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. Daarvoor maakte hij zijn eerste Manneken-Pis, Le Petit Jean. Het beeld stond op het dak van het museum boven de ingang – het museum als sokkel – en plaste in feite op de bezoekers. Hij werd gecontacteerd door enkele galeriehouders en realiseerde een project in de galerie Sorry, we’re closed van Sebastien Janssen. Later ging hij deel uitmaken van het vaste kunstenaarsbestand bij de broer van Sebastien, de Brusselse galeriehouder Rodolphe Janssen. Hij was vijfentwintig als zijn werk al op internationale beurzen werd gepresenteerd.

Thomas Lerooy, Rhum and pear, 2018, mixed media op papier, 196 x 140 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

Thomas Lerooy, Rhum and pear, 2018, mixed media op papier, 196 x 140 cm, enig exemplaar, gesigneerd en gedateerd

PETIT PALAIS IN PARIJS

Het werk van Thomas Lerooy heeft een zekere frisheid en toch komt het als gedragen en volwassen over. Het overtreft de Spielerei die we soms bij jonge kunstenaars vinden en die blijft steken in een leuk ideetje. Hij houdt van de klassieken uit de Grieks-Romeinse oudheid en dat is terug te vinden in zijn beelden, maar zeker ook in zijn tekeningen. Hij roept in zijn werk de echo’s op van die klassieken, maar evenzeer zijn er reminiscenties aan de renaissance en de schone kunsten van de negentiende eeuw. Het is trouwens door een tekening van hem, waarin de directeur van het Petit Palais in Parijs een referentie naar het werk van Jules Dalou (1838-1902) herkende, dat de man Thomas Lerooy heeft uitgenodigd voor een expositie in zijn museum. Het was de eerste keer dat een hedendaagse kunstenaar hiervoor gevraagd werd.

Thomas Lerooy: “Het was helemaal niet zo makkelijk om daar een tentoonstelling te presenteren. Vooreerst was het een museum dat nog nooit met een levende kunstenaar had samengewerkt, vervolgens was er de verzameling waarin zich tal van grote namen bevinden en tenslotte de vraag hoe ik mijn werk daarin kan positioneren. Ik heb daar serieus over nagedacht. Ik heb ervoor gekozen om de context intact te laten.” Het werk dat hij er heeft getoond speelde in op de ruimte, de werken van de verzameling en op de bezoeker en dat veroorzaakte een vruchtbare dialoog. De kunstenaar schiep met zijn ingreep de mogelijkheid tot een nieuwe kijk op de oude werken en die verrijken op hun beurt de visie op het werk van de jonge kunstenaar. Dergelijke confronterende exposities komen steeds meer aan bod en verbreken de toch wat onnatuurlijke en geconstrueerde grenzen tussen oude en nieuwe kunst.

NIET VRIJBLIJVENDE HUMOR

Dat Lerooys werk ook goed aansluit bij een Belgische traditie van symbolisme en surrealisme kan niet ontkend worden. Zijn creaturen zijn beladen met betekenis maar evenmin gespeend van humor, een vorm van belgitude die voor ons heel herkenbaar is. Het was dan ook een zeer goede beslissing van de directie van het Kasteel van Gaasbeek om deze kunstenaar een forum te bieden in een kasteel dat geheel de nostalgie naar het verleden uitstraalt. Thomas Lerooy: “Ik heb in Gaasbeek gekozen om zo weinig mogelijk in te grijpen. Men vroeg mij voor een solotentoonstelling, maar ik had net de expositie in het Museum Dhondt-Dhaenens achter de rug. Ik wou een link tussen mij en dat kasteel. Je bent met je oeuvre bezig, maar op een bepaald moment kan je daar elementen uit filteren, je gaat op onderzoek. Ik vond het idee van erotiek in die context best interessant. Markiezin Arconati Visconti kwam naar het kasteel in bepaalde periodes van het jaar en kon daar zonder gene met haar minnaar samen zijn. Ik heb mijn parcours hierdoor laten bepalen: de historische vertrekken van het kasteel enerzijds en daarnaast de privévertrekken van de markiezin die meer de boudoirsfeer uitstralen. Op die manier kwam ik bij Félicien Rops uit, een tijdgenoot van haar. Ik ben ook een liefhebber van Belgische kunst en van de etsen van Rops. Zijn techniek en mijn werk liggen dicht bij elkaar. Die wisselende interferentie tussen vrouw en duivel, de humor en de finesse in dat werk vond ik bijzonder goed samengaan met het mijne.” Het is een vaststelling die we enkel kunnen onderschrijven, de tentoonstelling was een schitterend voorbeeld van de dialoog die in een dergelijke tentoonstelling mogelijk wordt.

Eén van de terugkerende beelden bij Lerooy is de putto met doodshoofd. Ze komen in tal van variaties voor. Het is een hulde aan Hiëronymus Dusquesnoy (ca. 1570-1650) en zijn barok, plassend jongentje. Thomas Lerooy: “Manneken-Pis is een icoon voor België, maar ook wel een grensbeeld en een heel mooi verhaal. Ik wou ook echt een kindje maken, mijn eigen kindje. En er is wellicht niets ergers dan dat je het kind en de dood gaat samenbrengen. Het doodshoofd is echt wel een mensenhoofd en wordt in feite een masker dat de overhand neemt.”

Thomas Lerooy, Playground, 2017, beton, brons, patina, diameter 3900 cm, hoogte 2428 cm, editie van 3 ex. + 2 AP

Thomas Lerooy, Playground, 2017, beton, brons, patina, diameter 3900 cm, hoogte 2428 cm, editie van 3 ex. + 2 AP

In de tentoonstelling Playground in het Museum Dhondt-Dhaenens waren deze putti bijzonder talrijk aanwezig. Hij wou in zekere zin een Bruegeliaans tafereel creëren. Eén van de hoogtepunten daarin was een fontein met een twintigtal van die figuurtjes in allerlei speelse, soms scabreuze standjes en bezigheden.

Hij schiep in het museum een heel eigen wereld, ook ruimtelijk. Hij is heel geïnteresseerd in het modernisme en figuren als Le Corbusier. Het museum is duidelijk een product van dat modernisme en hij wou daar iets mee doen. Het idee daarvoor kwam bij toeval, zoals nogal dikwijls. Bij het spelen met zijn petekind had hij hem een doos blokken gegeven waarmee de jongen zich amuseerde. Hij merkte dat het kind een mooie constructie maakte, maar eens klaar de zaak weer omgooide. Die kinderlijke houding spreekt hem aan, dat kapotmaken om opnieuw te beginnen is ook iets van de kunstenaar. Het is in het spel van het kind dat hij uiteindelijk zijn inspiratie vond om het grondplan van het museum volledig anders in te delen. De ruimte, “een half voetbalveld groot”, heeft hij op basis van het blokkenspel ingedeeld en een kleur toekend. Het museum werd totaal onherkenbaar voor de regelmatige bezoeker. Het geheel werd niet opgetrokken met wanden die het plafond raken, het wou geen architectuur, wel decor zijn. Het was een waarachtige en ook wel beklijvende scenografie voor zijn tentoonstelling.

Thomas Lerooy, Obelrisk (detail), 2007, brons, 195 x 43 x 39 cm

Thomas Lerooy, Obelrisk (detail), 2007, brons, 195 x 43 x 39 cm

DE RELATIVITIET VAN DE EEUWIGHEID

Werk van Thomas Lerooy was tijdens de zomer te zien op diverse locaties en hij werkt daarnaast aan een grote sculptuur van 21 meter voor een nieuw openbaar plein in Duinbergen, deelgemeente van Knokke-Heist. Het gaat om een toren of een obelisk van gestapelde hoofden zoals er in vroegere tentoonstellingen te zien waren, zij het bescheidener van formaat. Het zijn de hoofden van filosofen, mensen die ooit machtig of belangrijk waren en die ofwel vergeten zijn ofwel gerecupereerd zoals hier. Het is een symbool voor onze vergankelijkheid, maar ook van onze kracht. Hiermee wordt de openbare ruimte in de kuststad alweer met een interessant kunstwerk verrijkt en schrijft deze kunstenaar zich in bij een reeks van internationaal gerenommeerde kunstenaars als Barry Flanagan, Ulrich Ruckriem, Wim Delvoye, Lynn Chadwick, Panamarenko, Franz West en tal van anderen. Goed gezelschap voor een nog steeds jonge kunstenaar die met een tomeloze verbeelding de relativiteit van eeuwigheid zo sterk weet uit te drukken.

Thomas Lerooy, Obelrisk, 2007, brons, 195 x 43 x 39 cm, editie van 5 ex. + 2 AP + 1 HC, gesigneerd en genummerd Zaalzicht tentoonstelling in het Kasteel van Gaasbeek, 2018

Thomas Lerooy, Obelrisk, 2007, brons, 195 x 43 x 39 cm, editie van 5 ex. + 2 AP + 1 HC, gesigneerd en genummerd Zaalzicht tentoonstelling in het Kasteel van Gaasbeek, 2018

Tentoonstelling

met werk van Thomas Lerooy - Momentum 2018 - Sint-Maartenskathedraal Ieper - t.e.m. 30 september 2018 

Solo in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel, van 17 april t.e.m. 14 juli 2019

PUBLICATIE

Thomas Lerooy – Bittertweet, ISBN 978-3-7757-3678-7

Website

Download hier de pdf

Thomas Lerooy - Het wondere gewicht van het leven