In het Hortamuseum in Sint-Gillis (Brussel) beweegt er al enige tijd wat. Sinds het aantreden van Benjamin Zurstrassen als directeur in november 2018 lijkt het of het museum in een stroomversnelling zit. Na een periode van inventarisatie en studie is de tijd gekomen om het publiek te betoveren in de atelier-woning van architect Victor Horta (1861-1947). Alles kadert in het programma Les mondes de Victor Horta, ondersteund door het Fonds Baillet Latour van 2018 tot 2022.

Victor Horta, gipsen model voor het houtwerk in het Hotel Solvay te Brussel, 1894-1898 KONINKLIJKE MUSEA VOOR KUNST EN GESCHIEDENIS, BRUSSEL - LANGDURIGE BRUIKLEEN AAN HORTAMUSEUM, SINT-GILLIS (BRUSSEL)

Victor Horta, gipsen model voor het houtwerk in het Hotel Solvay te Brussel, 1894-1898 KONINKLIJKE MUSEA VOOR KUNST EN GESCHIEDENIS, BRUSSEL - LANGDURIGE BRUIKLEEN AAN HORTAMUSEUM, SINT-GILLIS (BRUSSEL)

Kijkdepot in het tekenatelier

Aanleiding voor dit charmeoffensief van het Hortamuseum is de bruikleen van de omvangrijke verzameling gipsen modellen uit het atelier van de veelzijdige ontwerper. Kort na het overlijden van Horta redde Jean Delhaye, voormalig assistent van de grootmeester, de collectie van bijna 500 stukken van de vernietiging. Hij schonk het ensemble aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, waar het sindsdien een sluimerend bestaan leidde. Enkele jaren geleden gaf het museum de collectie in langdurige bruikleen aan het Hortamuseum. In 2017 ondergingen de gipsen een grondige wetenschappelijke inventarisatie. Nu de reiniging en verpakking zijn voltooid, is het moment aangebroken om dit alles te etaleren.

Het jaar 2020 zet in met de openstelling van het voormalige tekenatelier. Na de zorgvuldige restauratie van deze ruimte presenteert het museum hier een ensemble van zestig modellen en metalen objecten naar ontwerp van Horta. In de kamer op de tweede verdieping van het atelier werkten een vijftiental architecten als technische tekenaars. Zij zetten de ontwerpschetsen van Horta om naar volwaardige technische uitvoeringstekeningen. De ruime kamer met het hoge plafond baadt in een helder noorderlicht dat via een groot raam aan de straatzijde naar binnen stroomt. Horta voorzag in een venster van gehamerd glas zodat de architecten zich niet lieten afleiden door een mijmerende blik op het straatleven. Vervolgens gingen de tekeningen naar het modellenatelier in de kelder. Hier vervaardigden beeldhouwers de gipsen modellen waarmee externe ateliers aan de slag konden. Nu is het tekenatelier van weleer ontruimd en ingericht als kijkdepot voor de gipsen en de eigen verzameling van 260 metalen objecten van Horta.

William Morris, ontwerp voor interieurtextiel Rose and Thistle, 1882 VICTORIA AND ALBERT MUSEUM, LONDEN

William Morris, ontwerp voor interieurtextiel Rose and Thistle, 1882 VICTORIA AND ALBERT MUSEUM, LONDEN

Art Nouveau ornamenten

Toepasselijk aansluitend bij de presentatie van het tekenatelier opende een tentoonstelling gewijd aan de ornamentiek van de Europese art nouveau. Klinkende namen als Hector Guimard en Maurice Denis, Josef Hoffmann, Charles Rennie Mackintosh, Victor Horta en Henry Van de Velde tonen dat art nouveau meer is dan een zwierige zweepslag of een gestileerde bloem. Het register opent zich wijd voor het Franse naturalisme, de Oostenrijkse en Schotse geometrie en de Belgische stilering. De ontwerpen van de Engelse Arts and Crafts boegbeelden William Morris en Charles Voysey vormen een fascinerende opstap naar de ‘ware’ art nouveau die in 1893 door Horta definitief gelanceerd wordt.

Bijzonder is wel dat de tachtig tekeningen ontwerpen zijn voor behangpapier en textiel. Deze toepassingen lenen zich uitstekend om de rijk geschakeerde art nouveau ornamentiek ten volle te etaleren. Het creatieproces ontvouwt zich van de allereerste schets tot het uiteindelijke ontwerp. De grootmeesters worden bijgetreden door interieurtextielontwerpen uit de collectie van de Vlaamse textieldesigner Marc Van Hoe. In de tentoonstelling gaat ook aandacht naar de bronnen van de art nouveau met een Japans en een achttiende-eeuws stuk textiel.

Maurice Denis, ontwerp voor behangpapier Les Trains, ca. 1893 PRIVÉVERZAMELING, FRANKRIJK

Maurice Denis, ontwerp voor behangpapier Les Trains, ca. 1893 PRIVÉVERZAMELING, FRANKRIJK

Zeker Victor Horta vindt voor zijn gracieuze lijnvoering inspiratie in de rococo die hij onder meer kon bewonderen in Gentse herenhuizen. Uitzonderlijk is om met eigen ogen te ervaren hoe een ontwerp voor een smeedijzeren balustrade van de Belgische architect Paul Hankar zich stap na stap realiseert, van papier tot metaal.

Art nouveau architecten als Horta staan in voor het totale ontwerp van een gebouw. Zij zetten zich niet enkel aan de tekentafel voor de naakte constructie, maar ontwerpen minutieus elk detail, tot de deurklinken toe. Net als hun neogotische voorgangers beschouwen zij een gebouw als een eenheid van exterieur en interieur. Van vloer tot plafond, van kelder tot zolder, niets ontsnapt aan hun aandacht.

Nu zijn vooral de meubels gewaardeerd door musea en verzamelaars. Interieurtextiel als vloerkleden en wandbespanningen zijn minder bekend, om nog maar te zwijgen van het behangpapier. Niettemin zijn deze schaars bewaarde elementen een essentieel onderdeel van het art nouveau interieur. Zij binden architectuur, meubels en siervoorwerpen tot één onlosmakelijk geheel. Vaak zetten zij de toon door hun kleurenpracht en fijnzinnige motieven.

Het is dan ook de verdienste van deze tentoonstelling dit enigszins in de vergetelheid geraakte erfgoed in het (gedempte) licht te plaatsen. In de tweedimensionale ornamenten van meubelstof, wandbespanning en behangpapier kunnen art nouveau meesters zich volledig uitleven. Van de Velde en Horta zijn geïnspireerd door William Morris die met de Arts and Crafts Movement aan de basis ligt van de art nouveau, als een authentieke vormgeving voor een nieuwe maatschappij.

Wand van het voormalig tekenbureau HORTAMUSEUM, SINT-GILLIS (BRUSSEL)

Wand van het voormalig tekenbureau HORTAMUSEUM, SINT-GILLIS (BRUSSEL)

Behangpapier en textiel

Sinds het midden van de negentiende eeuw beleeft de productie van behangpapier een enorme schaalvergroting dankzij nieuwe machines. De technieken worden gesofisticeerder, het papier oogt virtuoos met imitatie-effecten. De Engelse ontwerper William Morris brengt in 1861 met zijn bedrijf Morris, Marshall, Faulkner & Co. (1861-1875) de broodnodige vernieuwing in de decoratieve kunsten. Van meet af aan legt hij zich nauwgezet toe op het ontwerpen van behangpapier en interieurtextiel. In een horror vacui van meer of minder gestileerde planten en bloemen introduceert hij in het welstellende interieur een vleugje Nabije Oosten, intiem verstrengeld met middeleeuws aandoende botanica. Morris’ vurige promotie voor artistieke vernieuwing en hoogstaand vakmanschap zal Henry van de Velde diepgaand inspireren in zijn gestileerde lijnvoering. In de sensuele stilering van Horta blijft de plantenwereld nog zachtjes doorschemeren. De rationele geometrie van Charles Rennie Mackintosh en de Glasgow School ligt aan de basis van de strenge vormgeving van de Wiener Werkstätte met zijn voormannen Josef Hoffmann en Koloman Moser. Die geometrie is zo populair dat ze tot in de vroege jaren 1920 standhoudt en zo mede aan de wieg staat van de nog steeds veelgeprezen art deco. Frankrijk houdt bloemen en planten in een gestileerd naturalisme gemakkelijk herkenbaar. Irissen, waterlelies, clematissen, schermbloemen gedijen goed, zowel op meubels als op wanden. De kleuren sluiten nauwer aan bij de natuur dan in het werk van hun buitenlandse collega’s.

Victor Horta, vuurstang, ca. 1900 HORTAMUSEUM, SINT-GILLIS (BRUSSEL)

Victor Horta, vuurstang, ca. 1900 HORTAMUSEUM, SINT-GILLIS (BRUSSEL)

Een opmerkelijk buitenbeentje is een behangpapierontwerp van de schilder Maurice Denis. Als poëtisch gestemd kunstenaar met uiterst decoratieve schilderijen is hij nauw verwant met de symbolistische lyriek van de Franse art nouveau. Hij vat het motto van zijn kunstenaarsvereniging Les Nabis in 1890 treffend samen in de welbekende zin: “Bedenk dat een schilderij, voordat het een krijgspaard, een vrouwelijk naakt of een genrescène is, in de eerste plaats een plat oppervlak is met kleuren in een bepaalde ordening.” In zijn behangontwerp kronkelen treinen als rupsen tussen zacht slingerende lijnen. De moderne maatschappij en een dromerige natuur versmelten in elkaar.

Het interieurtextiel voor wand en meubel kent een parallelle ontwikkeling met het behangpapier. Beiden werken in het platte vlak en op de achtergrond. De ontwerpen in de tentoonstelling verrassen door hun grote artistieke inventiviteit, geheel bevrijd van de functionaliteit van een stoel of een kast. Alles is mogelijk in deze flinterdunne interieurkunst.

Tentoonstelling

Nieuwe zaal Ateliergeheimen, opgenomen in de permanente presentatie – Tijdelijke tentoonstelling – Het art nouveau ornament – Nog t.e.m. 21 juni 2020 – Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 14.00 tot 17.30 uur, zaterdag en zondag van 11.00 tot 17.30 uur – Gesloten: maandag – Hortamuseum – Amerikaansestraat 27 – 1060 Sint-Gillis – T 02 543 04 90

Download hier de pdf

Hortamuseum