Inleiding

AfricaMuseum

Toen ik op 1 augustus 2001 aantrad als directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika nam ik het initiatief om samen met het hele personeel de werking van het museum door te lichten en een strategisch plan te ontwikkelen. Alle problemen, opportuniteiten, sterktes en zwaktes kwamen daarbij aan bod. Dankzij die oefening werd het voor iedereen al vrij snel duidelijk dat de eerste prioriteit in de hervorming van de instelling de renovatie van de permanente tentoonstelling van het museum moest zijn. Aangezien de permanente tentoonstelling sinds de jaren vijftig niet meer fundamenteel gewijzigd was, droeg het museum nog steeds de boodschap van toen uit. Dat wil zeggen dat het museum nog steeds het beeld van België over Afrika toonde van voor de dekolonisatie. Onder impuls van een kleine groep wetenschappers en mensen van de publiekswerking werd begonnen met het uittekenen van een verhaallijn. Tegelijk werd het plan uitgewerkt om ook het museumgebouw zelf te restaureren, want naast de grondige inhoudelijke renovatie was er ook nood aan een betere infrastructuur die beantwoordt aan de vereisten van een museum van de eenentwintigste eeuw. Het imposante museumgebouw is een beschermd monument dat dateert van 1910 en ademt de koloniale sfeer uit. Zo wordt niet minder dan 45 keer het anagram van Leopold II herhaald in het gebouw. Het was dan ook een grote uitdaging om in dit gebouw een nieuw verhaal te vertellen. Voor de uitwerking van de nieuwe verhaallijn werkten de wetenschappelijke medewerkers van het AfricaMuseum samen met mensen uit de Afrikaanse diaspora, wetenschappelijke experten en specialisten uit Afrika. Het resultaat is een permanente tentoonstelling die focust op Midden-Afrika vanuit een hedendaags perspectief, die vertrekt vanuit de eigen collecties en de mens centraal stelt. Het nieuwe museum is niet langer een museum van het koloniale Afrika, maar wel van het Afrika van vandaag en van de toekomst, zonder de gedeelde geschiedenis tussen België en de landen van Midden-Afrika te verwaarlozen. Daarbij worden de pijnlijke momenten uit het koloniale verleden, net als het racisme dat daar een stevige voedingsbodem kreeg, niet uit de weg gegaan. Ook hedendaagse thema’s worden behandeld, zoals de Belgen van Afrikaanse afkomst, biodiversiteit en klimaatverandering, het dagelijks leven, talen en muziek, de rol die internet en nieuwe media spelen op het Afrikaanse continent en de paradox van de rijkdommen in Afrika.

GUIDO GRYSEELS,  Algemeen directeur

Inhoud

  • Een huis van vele betekenissen en rijkelijk beladen geschiedenissen
  • “De distantie is belangrijk”
  • Quasi onmogelijk: dekoloniseren in een koloniaal monument
  • De keuze van de conservators
  • Hoe ga je om met andere visies?
  • De integratie van hedendaagse kunst
  • Zoveel meer dan tonen
  • Praktisch

EEN HUIS VAN VELE BETEKENISSEN EN RIJKELIJK BELADEN GESCHIEDENISSEN

Het AfricaMuseum is vijf jaar gesloten geweest voor het publiek. Uiteraard is de renovatie een proces dat veel eerder begon. Al in 2006 werd op basis van een ambitieus programma van eisen een wedstrijdvraag geformuleerd voor de renovatie en restauratie van het museumgebouw. Deze opdracht werd in 2007 gegund aan de multidisciplinaire Tijdelijke Vennootschap Stéphane Beel Architecten (TV SBA). Stéphane Beel is een Vlaams hedendaags architect en een opvallende vertegenwoordiger van de Nieuwe Eenvoud die de laatste decennia van de twintigste eeuw in Vlaanderen tot ontwikkeling kwam.

EEN MASTERPLAN VOOR DE HELE SITE

Het wedstrijdontwerp van Stéphane Beel knoopt aan met het onafgewerkte project van Leopold II en het masterplan, de Cité Coloniale, van zijn architect Charles Girault. In dat masterplan voorzag Girault rondom de Franse tuin een museumgebouw, een congres- en documentatiecentrum en een wereldschool. Enkel het museumgebouw werd toen gerealiseerd. In navolging van het plan van architect Girault streeft het nieuwe masterplan naar een duidelijke bundeling van de functies op de site waarbij elk gebouw opnieuw zijn eigenheid hervindt. Het plan voorziet drie bundelingen: het publieksgerichte Afrikapaleis met mediatheek, congrescentrum en feestzaal, het gemoderniseerde museum met een nieuw onthaalpaviljoen in het park, en het kennis- en onderzoekscentrum met een nieuw collectiegebouw.

Om de infrastructuur te verbeteren werd er naast het museum een nieuw glazen onthaalpaviljoen gebouwd op honderd meter afstand van het oude museum.
01 AfricaMuseum

ONTWERP VAN EEN ONTHAALPAVILJOEN EN HET MUSEUMGEBOUW

In eerste instantie wordt enkel de eerste fase van het masterplan uitgevoerd, namelijk het bestaande museumgebouw restaureren en uitbreiden.

Om de infrastructuur te verbeteren werd er naast het museum een nieuw glazen onthaalpaviljoen gebouwd op honderd meter afstand van het oude museum. Alle secundaire museumfuncties zoals onthaal, shop en cafetaria zijn uit de inrichting van het vroegere museum weggehaald, geoptimaliseerd en onderbracht in de nieuwbouw. Het onthaal en de museumshop bevinden zich op het niveau van het park. Het restaurant op de eerste verdieping biedt de bezoekers een panoramisch zicht op de Franse tuin en het museumgebouw. De ondergrondse ruimtes van het onthaalpaviljoen, zoals de vergaderzalen, auditorium, foyer, kinderateliers en onthaalfaciliteiten, krijgen daglicht via een verdiepte koer. De open trappenpartij legt visuele verbanden binnen deze stapeling van functies.

05  AfricaMuseum

De grote ruimte met een pivoterende wand voor tijdelijke tentoonstellingen.

Het museum en het nieuw glazen onthaalpaviljoen zijn met elkaar verbonden via een ondergrondse verbindingsgalerij van bijna 100 meter lang. Dit is de belangrijkste passage en zowel de in- als de uitgang. Het verbindt het onthaalpaviljoen met het historisch museumgebouw. In de galerij is er één uitzonderlijke grote ruimte die dankzij een pivoterende wand (13 x 5 meter) in één of twee stukken kan worden opgedeeld. Zo kan een tentoonstellingszaal gecreëerd worden van 300 m² en 600 m². Daarnaast is er nog een flexibele ruimte die omgevormd kan worden tot auditorium of bijkomende tentoonstellingszaal. De ondergrondse galerij is vergelijkbaar met een grote white box. Het minimalistisch ontwerp en de bewuste keuze voor wit voor zowel plafond, muur als gepolijste betonvloer creëert een unieke sfeer.

Dankzij de bouw van een nieuw onthaalpaviljoen ontstaat in het museumgebouw meer ruimte voor de nieuwe permanente tentoonstelling en werd de totale publieksoppervlakte quasi verdubbeld, van 6.000 m2 naar 11.000 m2.

RESTAURATIE EN DUURZAAMHEID

04 AfricaMuseum

Aangezien het bestaande museumgebouw een beschermd monument is, werd het zo intact mogelijk gelaten en werd het gerenoveerd en gerestaureerd met groot respect voor de originele, eind negentiende-eeuwse bouwplannen. Zo werden de muurschilderingen met landkaarten en landschappen gereinigd en gerestaureerd waar nodig. Ook de muursjablonen die tientallen jaren geleden overschilderd werden komen weer tot leven. De originele toegang tot het museum en de open overdekte rondgang in de binnenkoer zijn opnieuw geïnterpreteerd. Die vormen naast de nauwgezette restauratie enkele bewust oneigenlijke ingrepen, te lezen als kritische kanttekeningen bij de oorspronkelijke architectuur.

Tegelijk zijn de tentoonstellingszalen op een subtiele manier uitgerust met nieuwe technieken die het museumgebouw naar een hedendaags niveau brengen voor de conservering en presentatie van de collectie. Die technieken zijn goed doordacht en bijna onzichtbaar ingewerkt: verbeterde thermische isolatie en luchtdichtheid, controle van invallend licht, beheersing van de luchtkwaliteit onzichtbaar ingewerkt in de nieuwe tentoonstellingsplatformen, interventies op gebied van toegankelijkheid en brandveiligheid, het zijn allemaal elementen die een nieuwe benadering van tentoonstellen mogelijk maken in het bestaande monument.

02 AfricaMuseum

Gezicht vanuit het nieuwe onthaalpaviljoen op de zijkant van het AfricaMuseum

03 AfrivcaMuseum

Het restaurant bevindt zich op de eerste verdieping van het onthaalpaviljoen.

Daarenboven werd vanaf de start van het renovatieproject groot belang gehecht aan toegankelijkheid. Sinds de renovatie is het AfricaMuseum volledig toegankelijk voor personen met een beperkte mobiliteit. Grote liften zorgen ervoor dat iedereen op alle verdiepingen van zowel het nieuwe als het oude gebouw geraakt. In het gerenoveerde museum werden zelfs oude wenteltrappen vervangen door plateauliften.

08 AfricaMuseum

In de ondergrondse gaanderij lopen de bezoekers voorbij een eerste museumobject, een grote prauw die verwijst naar de Congo-rivier.

IN RELATIE MET DE OMGEVING

Deze reorganisatie en de uitbreiding van het museumgebouw zijn zo geconcipieerd dat de directe omgeving van het museumgebouw maximaal behouden is en opnieuw in verband komt te staan met de Franse tuin. Het nieuwe onthaalpaviljoen werd minutieus uitgelijnd met de voorgevel van het museumgebouw en ligt op de grens tussen de twee tuinen die dateren uit verschillende periodes. De welgekozen en historisch geïnspireerde inplanting versterkt de onderlinge relatie tussen het museumgebouw en het verder op de site gelegen Afrikapaleis en staat symbool voor de vernieuwing van het AfricaMuseum. Op de lange as, nu door het nieuwe paviljoen versterkt, bevinden zich ook een lager gelegen binnenkoer en groenelementen die verwijzen naar de ondergrondse structuren.

In de prachtig gerestaureerde zalen van het museumgebouw zelf zijn de originele, ruimtelijke concepten opnieuw naar voren gehaald.

Met kritische afstand vorm geven

Scenografie brengt inhoud en context in verband, geeft vorm en is essentieel bij het overdragen van boodschappen aan de bezoeker. De scenografie en het media design van de nieuwe permanente tentoonstelling vertrekt vanuit het inhoudelijk script en geeft dat vorm in een belevenisvolle tentoonstelling. In 2014 is de studieopdracht van de multidisciplinaire Tijdelijke Vennootschap Stéphane Beel Architecten (TV SBA) uitgebreid met de scenografie van de permanente tentoonstelling, die werd toevertrouwd aan Niek Kortekaas en Johan Schelfhout. Op dat moment begint een nieuwe oefening met respect voor de site en voor het museumgebouw en wordt opnieuw met kritische afstand vorm gegeven aan de invulling van het museum.

09 AfricaMuseum

De bezoekers gaan via een lange gaanderij van het onthaalpaviljoen naar het gerestaureerde museumgebouw. Ze passeren daarbij eerst langs een ‘plotse’ verbreding waar daglicht binnenkomt, een oriëntatiepunt, en lopen langs een eerste museumobject, een grote prauw die verwijst naar de Congo-rivier, richting een ander lichtpunt in de verte: de verdiepte binnenkoer van het museumgebouw. De bezoeker komt dus via de kelders, via de fundamenten van het oude gebouw binnen en begint van daar af de ontdekkingstocht door het museum.

Op niveau van de verdiepte binnenkoer is een eerste tentoonstellingsruimte gemaakt, bestemd voor de nieuwe permanente tentoonstelling, de ‘zone Museum’ waar de geschiedenis van het instituut en het museum en ook de positie en de activiteiten van het museum op vandaag worden getoond. De bezoekers zullen hier twee maal passeren, op weg naar en op terugkeer van de permanente tentoonstelling in het museumgebouw.

06 AfricaMuseum

Waar nodig werden de muurschilderingen gerestaureerd.

In de prachtig gerestaureerde zalen van het museumgebouw zelf zijn de originele, ruimtelijke concepten opnieuw naar voren gehaald. Er is maximaal ingezet op het hergebruik van bestaande vitrines. Deze zijn gerestaureerd, uitgerust met een technische sokkel en plafond en teruggeplaatst op hun oorspronkelijke positie waardoor de originele zichtassen in het museumgebouw zijn hersteld. Een modulair systeem van platformen en vitrines is geplaatst in de assen van de ruimtes en vervolledigt de basis van de scenografie. Zo ontstaat uit de combinatie van uitgepuurde oude en nieuwe infrastructuur een strakke nieuwe ruggengraat die toekomstgericht en duurzaam is. Daarop is een laag gelegd van collectie-objecten, grafiek, beeld en interactives, in een goed gewogen balans van rust om te kijken en prikkeling om te blijven kijken en leren.

De kleine rotonde en de galerij aan de binnenkoer dienen als verdeelpunten die de bezoekersstromen spreiden en leiden naar de tentoonstellingszalen die aan verschillende thema’s zijn gewijd. Deze tentoonstellingszalen zijn op een subtiele manier uitgerust met nieuwe technieken die het museumgebouw naar een hedendaags niveau brengen voor de conservering en presentatie van de collectie. De scenografie brengt variatie in sfeer met zones van rust en prikkeling die in evenwicht zijn met het gerestaureerde gebouw.

10 AfricaMuseum

Museumzaal ‘Rituelen en Ceremonies’.

13 AfricaMuseum

Tijdelijke Vennootschap Stéphane Beel Architecten, schets van het AfricaMuseum en het nieuwe onthaalpaviljoen

DE DISTANTIE IS BELANGRIJK

11 AfricaMuseum

Stéphane Beel

Een jaar geleden heropende het AfricaMuseum na een grondige restauratie en uitbreiding. Architect Stéphane Beel vertelt over de beweegredenen achter het ontwerp en hoe het nu verder moet.

Het museum opende niet onder een gunstig gesternte. Op de vooravond van de feestelijkheden stond er vijf centimeter water in de ondergrondse gang.

STÉPHANE BEEL “Door een lek in de buurt van de ondergrondse gang is deze ondergelopen. Niet alleen de vloer in de gang, maar ook die in de ernaast gelegen tijdelijke tentoonstellingsruimtes raakte beschadigd. Het zette een domper op de feestelijke opening. Al was die wel sfeervol met bijvoorbeeld twee Congolese bands. Ik ben vroeger nog in Afrika geweest, waardoor ik met die sfeer vertrouwd ben. In 1981 zijn we met twee auto’s van hier, door de Sahara, tot in het toenmalige Zaïre gereden. Zes jaar eerder had ik in Zuid-Afrika op het land gewerkt. Als 19-jarige stond ik samen met een vriend twee maanden aan het hoofd van een boerderij en daar heb ik de apartheid gezien “in al zijn glorie”. Vandaar dat ik me bewust was van de gevoeligheden. Het was duidelijk dat we er in het ontwerpproces aandacht moesten aan besteden, ook in de architectuur. Nog voor er iets op papier stond, zijn we rond de tafel gaan zitten met een team specialisten, van museologen tot Afrikakenners. Het ontwerp is gegroeid vanuit dit multifocale team.”

Was de ambitie vanuit het museum duidelijk en uitgeschreven, toen jullie eraan begonnen?

S.B. “In de brief stond dat we niet meer in 1910 waren en er een hedendaagse visie moest ontwikkeld worden. Het was hoogdringend dat het museum gerenoveerd werd. Het voldeed absoluut niet aan de huidige museale eisen op gebied van bijvoorbeeld luchtvochtigheid of koeling. Met die renovatie moet je op een voorzichtige manier omgaan of je maakt een gebouw kapot, niet alleen visueel. Het gaat om het innerlijke, de gedachten die errond hangen. Het gebouw werd in 1910 ontworpen door Charles Girault, de architect van het Petit Palais in Parijs. Leopold II heeft Stéphane Beel hem als een sterarchitect van zijn tijd binnengehaald om Tervuren internationaal op de kaart te zetten. We wilden absoluut dat het museum, het paleis bleef en werd gerenoveerd zodat je kon zien hoe het bij de opening in 1910 was, als een getuige van de toenmalige tijdsgeest. Je moet de verschillende geschiedenissen van die plek tonen. Die beelden van Matton zijn vreselijk, maar als je die weghaalt, dan zie je niet meer hoe erover werd gedacht. 

masterplan

Tijdelijke Vennootschap Stéphane Beel Architecten, maquette van het masterplan voor de hele site

Het oude gebouw is in volle glorie hersteld. Het natuurlijk licht werd teruggebracht in de zalen, rekening houdend met de huidige museale eisen. De vista’s naar het park zijn weer zichtbaar. Alle teksten op de muren waren overschilderd, er waren zelfs kabelgoten op de historische kaarten bevestigd. Deze zijn allemaal perfect gerestaureerd. In de diaspora-beweging gaan er soms stemmen op om de kaart opgesteld met de ontdekkingsreizigers weg te halen, omdat dit denigrerend zou zijn, alsof dat gebied voor de komst van de Westerlingen niet bestond. Als je dat echter verwijdert, vertel je niet meer die geschiedenis. Er moet wel duiding gegeven worden en er worden ook tegengewichten aangebracht.

15 AfricaMuseum

Een deel van de binnentuin werd uitgediept tot op het niveau van de tussenverdieping en het nieuwe volume voor het muziekatelier

Daarom ook dat het paviljoen op een respectabele afstand van het museumpaleis staat. We geven commentaar door opzij en ondergronds binnen te komen. Daardoor blijft de enscenering van het museum intact en kan er tijdens het naderen een reflectie gebeuren over de geschiedenis. De bezoeker kan zich mentaal voorbereiden op het teruggaan in de tijd. Die afstand, distantie moet genomen worden. Of toch door diegenen die er zich bewust van zijn. Je kunt dit als commentaar zien, maar dat hoeft niet. Ik vind niet dat je als architect de mensen moet dwingen om de dingen te zien zoals jij dit doet. Je wordt ondergedompeld in die honderd meter lange gang waar alleen die prauw staat, en dan kom je terug boven, via de tussenverdieping. Daar, “in de buik van het beest”, waar vroeger al een depot was, krijg je de geschiedenis van het gebouw. Op die plek kom je even in de ondergrondse patio te staan. We tonen er ook dat we het uitgebroken hebben. Aan die breuk kan je ook zien hoe dik de muren waren, welk steensverband er gebruikt werd en hoe zorgvuldig dat gebouwd is geweest.”

U had veel radicaler kunnen ingrijpen, zoals Daniel Libeskind die in Dresden een wig door het Militair-historisch museum dreef.

S.B. “Ik vind dat te evident. Dan kan je maar één ding zien.”

Er was wel de keuze om het paviljoen niet symmetrisch in te planten.

14 AfricaMuseum

Het was een keuze om het onthaalpaviljoen niet symmetrisch en op een afstand van het museumpaleis in te planten

S.B. “Als het ontvangstpaviljoen de symmetrische lijn van het gebouw zou volgen, zou het aan de overzijde van de Leuvensesteenweg moeten staan en dat zou het monumentale nog versterken. Door opzij binnen te komen, schep je een commentaar op die orde. Uiteindelijk kom je wel, nadat je de inleiding hebt gekregen op de tussenverdieping, toe in de centrale hal, waar de vroegere ingang was. Je hebt dus de twee. Je ervaart ook het paleis op de manier zoals het geconcipieerd is geweest met zijn overweldigende symmetrie. Dat is wel minder evident als je bijvoorbeeld alles gezien wilt hebben, want er zijn drie rijen van tentoonstellingsruimtes.”

Dit is de eerste fase binnen jullie masterplan voor de hele site. Komt de volgende fase er?

S.B. “Hopelijk, want het is absoluut noodzakelijk. Het masterplan beslaat de volledige site met het museum, het CAPA-gebouw, het Afrikapaleis, vroeger Koloniënpaleis genoemd, en de tuinen daarrond. Het AfricaMuseum is een wetenschappelijke instelling, met meer dan 100 onderzoekers binnen de verschillende afdelingen. Het is dus niet alleen een toonkast, maar ook een onderzoekscentrum. Er is nog een collectietoren bij het CAPA-gebouw voorzien. Het is de bedoeling dat je er zal kunnen binnengaan om de collectie in een depotopstelling te bezichtigen.”

Het parcours zoals in het masterplan uitgetekend is vandaag minder leesbaar.

S.B. “Het was het idee dat men tot aan het Afrikapaleis kon rijden om daar in een ondergrondse parking te duiken. Zodat de Tervurenlaan, die als een rode loper vanuit Brussel naar het Afrikapaleis werd aangelegd, bewust ervaren kon worden. Het onthaalpaviljoen maakt onderdeel uit van die beweging en is in het verlengde van de Tervurenlaan opgesteld. Volgens het advies van Agentschap voor Natuur en Bos mochten we echter geen ondergrondse parking aanleggen, zelfs niet in de open ruimte naast het Afrikapaleis. Ze vreesden dat we de bomen niet konden vrijwaren terwijl we ernaast een put graven. Hoewel we al aangetoond hebben dat dit wel kan, bijvoorbeeld bij Museum M. Door de huidige situatie lijkt het toekomen niet bestudeerd, hoewel het dat wel was. We hebben zelfs tien, twaalf oplossingen naar voren gebracht. Vandaag wandel je over een pad van dolomiet en dat brengt vuil in het museum binnen. Het is bijna symbolisch: je parkeert en gaat nu naar het museum “op zijn Afrikaans”, door het stof en de modder. Er is nu beslist om een parking aan de tramterminals aan te leggen. Ik vind dat een heel spijtige zaak omdat bezoekers opnieuw de Leuvensteenweg moeten oversteken. We hebben dat willen vermijden omdat het een heel drukke baan is. Pas in januari 2019 is ons gevraagd om de link te ontwerpen van de Leuvensesteenweg tot op het punt waar we binnenkomen.”

Het oorspronkelijk ontwerp van het ontvangstpaviljoen moest volgens het advies van Onroerend Erfgoed verlaagd worden om niet boven de kroonlijst van het bestaande museum uit te komen.

16b AfricaMuseum

Tussenverdieping

S.B. “Ik vind dat ook een terechte commentaar. We moeten ons niet groter tonen. Het paviljoen moest wel voldoende massa krijgen, anders werd het een kotje in de constellatie van het museum en het Directiepaviljoen. De grootte werd ook bepaald door alle functies die uit het museum zijn gehaald, zoals het restaurant. Dat zat in het museum: je kwam letterlijk binnen met de geur van moambe. Alle farizeeërs hebben we uit het museum gejaagd. Het voorgebouw fungeert nu als centrum, met restaurant, bookshop, vergaderruimtes en een auditorium zodat je er internationale conferenties kan houden. Daardoor gaat er ook meer aandacht naar het park. Vroeger, toen de ingang nog aan de straatzijde lag, had je geen contact met het park. Je ging binnen en terug buiten zonder er ook maar iets van te zien, terwijl deze Franse tuin integraal deel uitmaakt van het ontwerp. Er ontstond hieromtrent trouwens een discussie. Onze landschapsarchitect, Michel Desvigne, een wereldster, heeft landschapsarchitectuur in Versailles gestudeerd en kent de Franse tuinen bijgevolg heel goed. Er was algehele consternatie toen hij opmerkte dat het geen echte Franse tuin kon zijn, gezien borders niet voorkomen in een Franse tuin. Het is dus eigenlijk een Vlaamse tuin of op zijn minst een mengeling.”

De tuinaanleg van de binnenplaats is wat gewijzigd ten opzichte van de eerste schetsen.

S.B. “We hadden er bomen voorzien, maar we vonden dat de bomen eigenlijk buiten het gebouw stonden. Er moesten er binnenin geen bijkomen, anders krijg je overal dezelfde situatie. Het is nu een grasveld geworden, oorspronkelijk stonden er trouwens ook geen bomen. In die binnenplaats hebben we het muziekpaviljoen een plaats gegeven, zodat de trillingen ervan minder impact op het hele gebouw zouden hebben. We hebben ermee een onafhankelijk hedendaags element in het gebouw gebracht. Je creëert er diepte mee in het binnenplein. Eerst sta je ervoor en wanneer je verder stapt, kan je erover kijken. Je ervaart daardoor de indrukwekkende grootte van het binnenplein.”

16a AfricaMuseum

Tussenverdieping

Toen u ermee bezig was, voelde u waarschijnlijk al aan dat dit het meest gecontesteerde project zou kunnen zijn, waarop u gewerkt hebt.

“Dat werd het. In het begin lag het al gevoelig, maar dat is geëvolueerd naar gecontesteerd. Doordat we het bestaande museum in ere hersteld hebben is er ook iets om tegen op te komen. Ik ben niet van de reactie geschrokken, misschien wel van de heftigheid ervan.”

19 AfricaMuseum

In de grote rotonde zet Aimé Mpane de koloniale beelden in spanning met een positief beeld van een profiel van een zwarte man

QUASI ONMOGELIJK: DEKOLONISEREN IN EEN KOLONIAAL MONUMENT

Bij de heropening van het AfricaMuseum kwam vanuit een aantal groeperingen uit de Congolese diaspora de opmerking dat het museum (lees: de Belgische staat) meer dan 65 miljoen veil had voor de restauratie van het gebouw en slechts enkele honderdduizenden euro’s voor het betrekken van mensen van Afrikaanse origine bij het renovatieproject. Hoewel dit argument een zweem van populisme in zich heeft – gebouwen en infrastructuur zijn eenmalige dure investeringen, een werking is een geheel ander type besteding – legt deze kritiek eigenlijk wel iets bloot dat inderdaad bevreemdend is. Een bij uitstek koloniaal monument, gebouwd met het fortuin dat koning Leopold II vergaard had in ‘zijn’ Congo Vrijstaat, wordt tiptop in orde gebracht om daarna in datzelfde gebouw de omgekeerde boodschap te brengen.

Het anagram van Leopold II (de ‘dubbele L’) is veelvuldig aanwezig

Het anagram van Leopold II (de ‘dubbele L’) is veelvuldig aanwezig

 Je kan je toch ook niet voorstellen dat een groots gebouw dat één en al nationaal-socialisme ademt, gerestaureerd zou worden om er een museum in onder te brengen over hoe fout het nazisme was en hoe dat een perfide invloed heeft gehad op de samenleving, is de redenering die wordt aangehaald. En, zo gaat de architectuurkritiek dan verder, het zou ook anders gekund hebben. Bijvoorbeeld, zoals men in Duitsland al gedaan heeft, ook de barsten, de ‘foute’ latere toevoegingen en de dus de sleet mee te restaureren. Want door het koloniale monument ‘in zijn eer en glorie’ te herstellen, lijkt het dat je ook het koloniale gedachtengoed zelf mee wil herstellen. Terwijl het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika met zijn vernieuwde AfricaMuseum net wel dat gedachtengoed wil problematiseren. Meer zelfs: ook het racisme van vandaag dat veel minder een bijkomstig fenomeen lijkt te zijn dan een structureel onderdeel van een systeem, moet in zo’n gebouw aangekaart worden. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen, vroeg een buitenlands student in museologie aan de KMMA-directie. Dat is nu eens een voorbeeld, zo luidde het antwoord, van het Belgisch compromis in actie.

Wat later misschien zal gecatalogiseerd worden als een laat twintigste-eeuwse visie op monumentenzorg, waarbij met zo groot mogelijke zorg het gebouw zijn authentieke in oorspronkelijke vorm dient te behouden, bij voorkeur in een functie die dezelfde is als deze die oorspronkelijk voorzien was, is op meerdere plekken duidelijk zichtbaar.

 De 45 plaatsen waar het anagram van Leopold II (de ‘dubbele L’) gerestaureerd werd, de citaten van diezelfde Leopold II die “het penetreren in de duistere verafgelegen plekken in Afrika om er beschaving te brengen” vergelijkt met een kruistocht, de 1.504 namen van overleden Belgen (eigenlijk Belgische mannen: Belgische vrouwen en kinderen die er stierven werden niet opgenomen in de lijst) waarvan er een aantal er geen graten in zagen om gruwelijke oorlogsdaden uit te voeren, en vooral de 16 beelden in de grote rotonde: het waren allemaal onderdelen van het gebouw en ze dienden dus te blijven staan. Stuk voor stuk werd er een strategie ontwikkeld om om te gaan met die fysieke manifesten uit het koloniaal verleden.

Matton Jo

Het beeld van Arsène Matton (1873-1953) in de grote rotonde claimt dat België de beschaving aan Congo heeft geschonken

De anagrammen en teksten tegen de muren werden genegeerd: ze staan er nog, maar krijgen noch in setting, noch in verlichting enige aandacht. Dit gebeurde mede op aansturen van mensen van Afrikaanse origine die de renovatie hebben begeleid: soms is de beste strategie op kwalijke zaken geen aandacht te trekken, was hun oordeel. De lijst van 1.504 namen én de beelden in de grote rotonde kregen meer duiding, maar vooral een kunstwerk dat ermee in dialoog gaat. Onder de namen van overleden Belgen werpt de Belgische zon in een werk van Freddy Tsimba ook meteen haar schaduw op de witte muren onder die lijst, met namen van Congolezen die in dezelfde periode in Tervuren en elders in België overleden (zie blz. 34). Zij staan symbool voor de vele, ontelbare slachtoffers die de Leopoldiaanse en Belgische kolonisering hebben gemaakt. In de grote rotonde zet Aimé Mpane de koloniale beelden in spanning met een veel positiever beeld van een profiel van een zwarte man, waaruit een palm van koper groeit en die baadt in een lavastroom van datzelfde rijke mineraal. Het ontluikende Congo dat zijn nieuwe adem vindt, tegenover onder andere een beeld dat claimt dat België de beschaving aan Congo heeft geschonken. Ook hier wordt de koloniale toon van de beelden voor het eerst sinds het ontstaan van het museum in 1910 in niet mis te verstane woorden geduid.

Niets is voor eeuwig. Misschien duurt het niet zo lang of het compromis springt af en komt er een scheur in de koloniale muur. Misschien zal daarna de scheur en niet de muur gerestaureerd worden.

Beelden in depot

De Congolese kunstenaar Chéri Samba maakte dit werk in 2002 in opdracht van het museum. Twee groepen touwtrekken om de omstreden sculptuur van de luipaardman, die tot 2013 in het museum stond en die het beeld bevestigt van de angstaanjagende, moordlustige Congolees. Terwijl Congolezen de sculptuur weg willen, proberen museummedewerkers ze juist binnen te houden. “We kunnen niet aanvaarden dat dit werk weggaat,” protesteren de medewerkers in het Lingala, “het heeft ons gemaakt tot wat we zijn.” Het antwoord van de directeur van het museum: “C’est vrai que c’est triste mais eigenlijk moet het museum volledig gereorganiseerd worden.”

Op dit schilderij staat de luipaardman anioto die zich over een slapende man buigt. Paul Wissaert (1885-1951) maakte deze pleistersculptuur in 1913 in opdracht van het Ministerie van Koloniën. In Belgisch-Congo deden geregeld geruchten de ronde over als luipaard vermomde moordenaars die het gemunt hadden op onschuldigen. Zulke luipaardmannen bestonden, maar enkel in een context van rituele oorlogvoering, en dan nog in een beperkt gebied.

De geruchten droegen echter bij tot het beeld van de ‘wilde’ Congolees die het koloniale gezag probeerde te ondermijnen, iets waar de propaganda handig op inspeelde. Zo werden de klauwen en het luipaardkostuum in werkelijkheid niet of nauwelijks gebruikt.

Van 1908 tot 1960 werd het museum gefinancierd door het Ministerie van Koloniën. Dat weerspiegelde zich in de selectie en presentatie van de tentoongestelde objecten, beelden zoals die van de luipaardman. Het museum speelde zo een belangrijke rol in de stereotiepe beeldvorming over Afrika en de Afrikanen en in de verheerlijking van de kolonie en haar stichters. Er werd voor gekozen om deze beelden, die niet langer thuis horen in de permanente tentoonstelling te groeperen in depotopstelling. Ze getuigen hoe diepgewortelde stereotypen en vooroordelen kunnen leiden tot racistische overtuigingen.

GG voor Chéri Samba

Algemeen directeur Guido Gryseels bij het werk van Chéri Samba, Réorganisation, 2002, uit de collectie van het KMMA, Tervuren

musica language

De museumzaal ‘Talen en Muziek’ is opgezet rond orale tradities

DE KEUZE VAN DE CONSERVATORS

De permanente tentoonstelling van het AfricaMuseum, op het gelijkvloers van het oude museumgebouw, is opgedeeld in vijf thematische zones. Voor de conservators was het een hele klus een selectie te maken uit de ruime collecties en de vele onderzoeksresultaten. Wat hebben de conservators gekozen? En wat niet?

taal en muziek

Bij de keuze van hedendaagse objecten voor de deelexpo ‘Talen en Muziek’ is ver buiten de basiscollectie van het museum gezocht

TALEN EN MUZIEK

De zaal Talen en Muziek is opgezet rond de begrippen oraliteit en orale tradities, met andere woorden, de orale expressie en de implicaties hiervan bij de overdracht van een cultuur. Dit is sterk van toepassing in het culturele uiversum van Centraal-Afrika. Het was echter een hele uitdaging iets wat per definitie immaterieel is te musealiseren, te materialiseren. Door de keuze van bepaalde thema’s krijgt de bezoeker een overzicht van de belangrijkste facetten van de orale tradities. De voorkeur ging uit naar de objecten uit de collecties die typisch het gesproken woord ondersteunen. Aangezien het linguïstisch onderzoek in het KMMA zich hoofdzakelijk richt op de Bantu-talen, krijgen  deze laatste in het gedeelte Talen dan ook alle aandacht.

Vermits het hier om een innoverend concept gaat, is men bij de keuze van de objecten – vooral als het ging om hedendaags materiaal – ook ver buiten de basiscollectie van het museum gaan zoeken. Bepaalde voorstellen werden niet weerhouden omdat ze zich niet exclusief richtten op de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Burundi.

In het gedeelte Muziek was de grote uitdaging het hedendaags karakter van de traditionele muziek te tonen zonder het sonore landschap van Centraal-Afrika te beperken tot deze laatste muzieksoort. Muziek wordt beleefd in een context waarbij oud en nieuw heel natuurlijk worden verweven. De traditionele muziekculturen zijn niet vastgeroest in een ver verleden, gedoemd om te verdwijnen. We hebben instrumenten gekozen op basis van hun akoestische kwaliteiten en hebben niet geopteerd voor delicaat gesculpteerde maar weinig functionele objecten. Het was ook van essentieel belang het geluid van de instrumenten te laten horen binnen nieuwe contexten en zo de hedendaagse veranderingen in gebruik en functies te illustreren. Wat betreft de populaire muziek, in de tentoonstelling geïllustreerd door de Congolese rumba, beschikken we niet over collecties die kunnen worden tentoongesteld (een gitaar van Franco of een scène-outfit van M’bilia Bel bijvoorbeeld). We hebben dan ook gekozen voor tekeningen en video’s om het publiek onder te dompelen in de diverse muziekdomeinen die worden uitgezonden via de radio of opgenomen op plaat, cd of digitaal.

24c africamuseum

Een Afrormosia in Yangambi

Paradox

Midden-Afrika heeft gigantische voorraden van organisch koolstof. Dit is omdat er uitgestrekte regenwouden zijn met zeer grote bomen, dikwijls gemaakt van zwaar hout dat voor de helft uit koolstof bestaat. Bomen met enorme afmetingen zijn typisch voor het woud van het Congo Bekken en zijn er de dominerende elementen in de landschappen en de biodiversiteit. Oorspronkelijk was het de bedoeling om een Afrormosia boomstam (Pericopsis elata), een vlaggenschip soort uit het regenwoud, tentoon te stellen, maar dit was technisch niet haalbaar. De voorziene stam maakt nu deel uit van het houtmuseum van de Plantentuin Meise.

het AfricaMuseum is van diezelfde stam een stuk van 1 m³ en 720 kg tentoongesteld. Dit is ongeveer 360 kg koolstof en vertegenwoordigt 1.350 kg CO2 uit de lucht. Het stamstuk verwijst naar de rol die tropische regenwouden spelen in de koolstofboekhouding van de atmosfeer (ze bevatten bijna de helft van alle plantaardige koolstof) en als regelaars van het klimaat op aarde.

Een stuk van een Afrormosia boomstam in de museumzaal ‘Rijkdommen: een Paradox’

Een stuk van een Afrormosia boomstam in de museumzaal ‘Rijkdommen: een Paradox’

biodiversiteit

Museumzaal ‘Landschappen en Biodiversiteit’ met vooraan een 3D print van de schedel van een dwergchimpansee, vandaag bekend als een bonobo

Landschappen en biodiversiteit

Aan de hand van de schedel hieronder uit onze collectie werd de dwergchimpansee in 1929 als nieuwe soort beschreven. Dit ‘holotype’ moet altijd beschikbaar zijn voor wetenschappers en kan daarom niet tentoon gesteld worden. We tonen wel een foto en een 3D afprint van de schedel.

Tegenwoordig staat de soort bekend als bonobo, een verwijzing naar de plaats Bolobo waar wetenschappers de eerste exemplaren gevangen hebben. De ontdekking deed heel wat stof opwaaien in de westerse wetenschappelijke wereld. De bonobo is samen met de chimpansee onze nauwste verwant, een wonder dat dit grote zoogdier zo lang onder de radar bleef. In het vernieuwde AfricaMuseum plaatsen we een kanttekening bij deze zogenaamde ontdekking. Taalkundig onderzoek toont namelijk aan dat deze ‘nieuwe soort’ al lang bekend was bij de bevolking in Centraal Congo. Ze gebruiken de naam ‘Elya’. Is het daarom niet gepaster om deze naam te gebruiken, in plaats van Bonobo? Het zou een eerbetoon zijn aan de rijke traditionele kennis en het zou bovendien de huidige beheersmaatregelen, om deze soort te beschermen, vergemakkelijken.

 

authentieke schedel

De authentieke schedel uit de KMMA-collectie waardoor de dwergchimpansee als een nieuwe soort werd beschreven

Mineralenkabinet

Het Mineralenkabinet

Mineralenkabinet

Voor het Mineralenkabinet werd een selectie samengesteld 23 die in grote mate verschillende vormen van diversiteit illustreren: diversiteit op gebied van chemische samenstelling, mineralogische samenstelling, morfologische kenmerken, en ontstaanswijze. De belangrijkste groep specimens die de selectie niet haalden zijn stalen met uraniumhoudende, radioactieve mineralen. Ondanks hun belang was het om veiligheidsredenen uiteindelijk enkel mogelijk dit materiaal te illustreren aan de hand van foto’s. Voor andere mineraalgroepen bevat de selectie geen goed-gekristalliseerde maar kleine specimens, om het gebruik van vergrotingssystemen of combinaties met beeldmateriaal te vermijden. Ook specimens die interessant zouden zijn voor specialisten maar intrinsiek weinig aantrekkelijk voor het grote publiek werden niet weerhouden. Bij het maken van de finale keuze uit een ruimere preselectie zijn onvermijdelijk enkele goede stukken gesneuveld, waaronder de enige toonbare malachiet die door de curator zelf met hamer en beitel werd verzameld in een Congolese kopermijn.

Mineraal

Dit mooie uraniumhoudende, radioactieve mineraal (cuprosklodowskiet uit Musonoi) mag om veiligheidsredenen niet getoond worden

Lange geschiedenis

Afgietsel fossiele tand

Een afgietsel van een fossiele tand, twee miljoen jaar oud, gevonden in de Democratische Republiek van Congo

Het Afrikaanse continent en de evolutie van de mens zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. Door een samenspel van vulkanische afzettingen, sedimentatie en erosie bieden openlucht vindplaatsen in de grote Oost-Afrikaanse slenk evenals grotten in Zuid-Afrika unieke vensters op dat verre verleden. In 2019 werden de oudste stenen werktuigen ter wereld gevonden langs het Turkana-meer in Kenia en gedateerd op 3,3 miljoen jaar. Toch hebben we bij de opstelling voor de lange geschiedenis dit aspect niet uitgewerkt. De redenen hiervoor zijn dat het KMMA geen eigen collecties noch onderzoek in deze domeinen heeft, en hiervoor nauw samenwerkt met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). Op nauwelijks 15 kilometer afstand heeft deze zusterinstelling in 2015 bovendien een hele nieuwe zaal gewijd aan de evolutie van de mens. In het KMMA kozen we wel voor de momenteel enige vondst uit de Democratische Republiek van Congo van een twee miljoen jaar oude fossiele tand. Het origineel bevindt zich in het KBIN en werd in de westelijke slenk gevonden te Ishango langs de oever van het Edward meer. In onze Lange geschiedenis illustreert het afgietsel van deze tand dat hoe verder we terug de tijd in gaan, des te minder materiële cultuur en botmateriaal de tand des tijds doorstaan heeft.

Museumzaal ‘Lange Geschiedenis’

Museumzaal ‘Lange Geschiedenis’

33 AfricaMuseum

HOE GA JE OM MET ANDERE VISIES?

Tine Geunis is sinds enkele maanden verantwoordelijk voor alles wat te maken heeft met kennisoverdracht in het AfricaMuseum. Ze schrijft over omgaan met andere visies om haar visie op een geheel nieuwe aanpak van het museum als plek voor uitwisseling van kennis en opinies, vorm te geven.

Aan kritische visies omtrent het vernieuwde AfricaMuseum is er sinds enkele jaren geen gebrek. De opmerkzame lezer kan zich wellicht meteen enkele scherpe betogen vanuit een internationaal medialandschap voor de geest halen. Zo werd de trieste ‘black face’ passage in de tuin van het museum in de zomer van 2019 bijvoorbeeld ook door een Indisch nieuwsportaal opgepikt (Racism and colonial occupation in Africa op youtube, van Newsclickin). De dappere lezer baant zich wie weet zelfs af en toe met de hashtag AfricaMuseum een weg doorheen één of meerdere (anti-?) sociale media. Hier blijf ik de lezer een concreet voorbeeld verschuldigd, want ik mijd dat soort platforms liever. En wat denkt tot de slot de bezoeker? Diens mening verschilt. Van bewondering over de restauratie en nieuwe aanpak, tot teleurstelling over het gebrek aan een duidelijke visie en een ‘is het dat maar?’. Ikzelf ben slechts sinds enkele maanden professioneel begaan met ’s werelds indrukken van het KMMA. Er werd mij als nieuwkomer in onze publiekswerking gevraagd een antwoord te formuleren op de vraag over hoe het KMMA omgaat met andere (lees wellicht: kritische) visies. Hoewel ik aarzel over het gewicht van mijn antwoord, wil ik deze verkenningsmissie niet uit de weg gaan.

Een voordeel als nieuweling is dat ik zelf een nog ‘verse’ visie over het KMMA uitdraag. Daarnaast heb ik niet de indruk dat het instituut zelf al een precies antwoord heeft kunnen formuleren op deze uiterst moeilijke vraag.

Ik gun mezelf daarom de vrijheid om deze opdracht te interpreteren als een bescheiden denkoefening vanuit mijn positie als educator over de mogelijke integratie van alternatieve visies in ons intussen beroemde (beruchte?) instituut, met waar gepast referentie naar de missie van het KMMA en het (inter)nationale kader van duurzame ontwikkeling waarin het tot stand kwam.

Geheel in navolging van mijn suggesties die hieronder volgen, nodig ik zowel de lezer als mijn collega’s alvast uit tot en constructieve feedback.

MET RESPECT, EN EEN ZEER OPEN GEEST

Mijn intuïtieve en wellicht enigszins naïeve antwoord op bovenstaande vraag is: met respect, en een zéér open geest. Maar wat is ‘respectvol’ zijn? En hoe zou het KMMA een respectvolle houding dan vertalen naar concrete maatregelen in haar publiekswerking en daarbuiten? Hoe open zou haar zeer open geest precies moeten zijn? Moeten we écht alle visies welkom heten? Geen eenvoudige vragen, die ook binnen de missie van het KMMA, waarin dialoog en uitwisseling kernbegrippen zijn geworden, niet altijd een rechtstreeks antwoord opleveren.

Ik wend me ter inspiratie daarom graag eerst even tot enkele andere bekende (inter)nationale instituten, waaronder, jawel, de dikke (online) Vandale. Die stelt respect gelijk aan ‘ontzag’ en ‘eerbied’. Deze toelichting leent zich wellicht minder tot een praktische invulling van het begrip in onze context. We kunnen toch moeilijk elke visie die binnenkomt of rondgaat in het KMMA behandelen met bewondering, achting, verering? Veel te vermoeiend, en vooral: niet afdwingbaar. Tussen de grote variatie aan opinies die het KMMA de afgelopen jaren bereikt heeft, zat er vast wel af en toe eentje tussen die echt niémand kon – of wilde- bewonderen. Een interessantere invulling vind ik bij Oxford dictionary, die onder andere het synoniem ‘thoughtfulness’ aanbiedt. Wat hou ik van dat woord – ‘bedachtzaam’ in het Nederlands. Het is een begrip zonder dwingend karakter, dat niet gevoed wordt door gevoelens van angst of ontzag, maar simpelweg in overweging neemt wat voorgeschoteld wordt: in de eerste plaats een individu, waarvan de fysieke en mentale integriteit steeds gewaarborgd zijn, zo stipuleren de Verenigde Naties ook meermaals in hun ontwikkelingsdoelstellingen.

Een minderheid bereikt niet altijd het oor van de open geest, als ze telkens enkele trappen lager staat. Soms roept ze dan weer zo hard, dat ze andere visies overstemt.
34 AfricaMuseum

BEDACHTZAAM DUS, EN MET EEN ZÉÉR OPEN GEEST

Maar. Wie bedachtzaam is voor het individu, kan nog steeds doof zijn voor zijn visie. Binnen de krijtlijnen van het concept duurzame ontwikkeling, die in een Belgische context mee werden uitgezet door de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD), is er bovendien behoorlijk wat ruimte om zich te verstoppen achter complexe begrippen zoals co-creatie en wereldburgerschap. Welke kracht behouden die concepten nog, als ze worden uitgerold in een context waarin niet iedereen een gelijkwaardige positie inneemt? Een minderheid bereikt niet altijd het oor van de open geest, als ze telkens enkele trappen lager staat. Soms roept ze dan weer zo hard, dat ze andere visies overstemt. Een bedachtzame houding en open geest werken met andere woorden enkel, als ze worden uitgespeeld in een forum waarop alle partijen (desnoods tijdelijk) op dezelfde hoogte staan. Het KMMA wil zich inspannen om zich te ontpoppen tot precies zo’n dynamisch forum, waar ruimte is voor intergenerationele en interculturele dialoog. Maar hoe kan het dat waarmaken?

31 AfricaMuseum

BEDACHTZAAM, EN MET EEN ZÉÉR OPEN GEEST (EN OOR) BINNEN EEN DYNAMISCH FORUM WAAROP IDEEËN EN VISSIES WORDEN UITGEWISSELD

De missie van het KMMA is tweeledig. Het wil in de eerste plaats een onderzoeks-en kenniscentrum zijn omtrent het Afrikaanse continent (met in het bijzonder Centraal Afrika). Als educator richt ik me op het gedeelte kennisoverdracht, en dat is voor mij bij voorkeur géén eenrichtingsverkeer. Waarom vragen we aan bezoekers niet (vaker) wat zij willen weten over Centraal Afrika, om hen vervolgens zélf mee te laten zoeken? Waarom laten we aan buitenstaanders niet de volledige voorzet tot een debat over bepaalde collectiestukken? En waarom zouden ze vervolgens niet mee het thema van een tijdelijke tentoonstelling kunnen bepalen? Het voordeel van deze aanpak is dat de selectie van visies zo minder pertinent wordt. Het KMMA ontpopt zich dan immers écht als een dynamisch forum waarin ruimte is voor interessante interactie tussen gelijkwaardige partijen, in plaats van zich (enkel) op te stellen als scheidsrechter van een spelletje meningen delen. Dit zou stevig gekruide debatten kunnen opleveren.

Het tweede luik van de missie van het KMMA ontfermt zich over het concept duurzame ontwikkeling. Het KMMA wil daaraan bijdragen, vooral door middel van partnerschappen allerhande. Superdiversiteit en co-creatie worden hierbij steeds vaker vermeld. Als verantwoordelijke educatie zet ik met plezier mijn tijd, middelen en mogelijkheden in om relevante partners welkom te heten. Alleen zal ik wellicht nog moeten werken aan mijn eigen open geest. Een concreet voorbeeld put ik uit een recente ervaring die ik had met één van onze muzikant/animatoren tijdens een rondleiding. Er werd hem vanuit de groep gevraagd hoe dat nu eigenlijk zat met het uithuwelijken van vrouwen. De animator antwoordde beleefd dat hij graag inging op deze vraag in een andere setting, waarin hij de ruimte zou krijgen om zijn standpunt en de culturele context waarop deze praktijk geënt was, te kunnen duiden. Op het moment zelf, argumenteerde hij, was de ruimte al té gevuld met éénzelfde visie.

De redelijkheid van zijn antwoord bracht mij, een fervent tegenstander van gedwongen huwelijken, wel wat van mijn stuk. Was ik tot nog toe wel voldoende bereid geweest om te horen wat ik eigenlijk niet graag hoor? Ik vermijd (anti-)sociale media niet enkel omwille van de grote concentratie gefrustreerde zielen, maar ook omdat slimme algoritmes een steeds nauwere passage van informatie afdwingen, waardoor gebruikers enkel nog geconfronteerd worden met wat ze sowieso al ‘leuk’ vonden. Opdat onze eigen ontwikkeling wel echt duurzaam zou zijn, mogen we zeker niet in dezelfde val trappen. Tegelijkertijd mag ons dit uiteraard niet beletten om in de keuze van onze partners, thema’s en debatten steeds het volgende doel te bewaken: “Er voor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen, onder andere via vorming omtrent duurzame ontwikkeling en duurzame levenswijzen, mensenrechten, gendergelijkheid, de bevordering van een cultuur van vrede en geweldloosheid, wereldburgerschap en de waardering van culturele diversiteit en van de bijdrage van de cultuur tot de duurzame ontwikkeling.” (Eén van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, in september 2015 geformuleerd op de Duurzame Ontwikkelingstop van de Verenigde Naties)

35 AfricaMuseum

Het KMMA heeft zonder twijfel nog een lange weg af te leggen in haar omgang met andere visies. Wel zie ik al bemoedigende initiatieven, zoals de beginnende digitale ontsluiting van archieven en collecties, en het verwelkomen van artiesten en journalisten als partners en co-creators.

Als medewerker publieksgerichte diensten wil ik mijn steentje bijdragen aan transformatie van het KMMA in een bedachtzaam en dynamisch forum met enkele gerichte educatieve projecten. Zo plannen we nieuwe workshops en rondleidingen voor jongeren en volwassen over onder andere kolonialisme en biodiversiteit, waarbij kritisch denken en verstandig bronnengebruik centraal staan. Om vandaag te werken aan duurzame ontwikkeling, kunnen we immers best ook eerst even gericht in ons verleden graven. Sleutelposities in de creatie van deze workshops (inzake vraagstelling, opstelling, werkwijze, enz.) willen we geven aan educators en andere relevante experts van (Centraal)-Afrikaanse origine. We willen niet enkel meer over, maar ook mét Afrika spreken. We willen Afrikanen zelf het woord geven over hun eigen continent en culturen. Enige bescheidenheid langs onze kant is daarbij wel gepast. Bij deze reik ik dus de hand uit naar de Afrikaanse  gemeenschap in België en daarbuiten.

M. Magema, Mémoires Hévéa, 2015

M. Magema, Mémoires Hévéa, 2015

DE INTEGRATIE VAN HEDENDAAGSE KUNST

Het KMMA werkt al sinds jaar en dag samen met kunstenaars. Dit is een trend die we ook zien in vele andere musea die zich openstellen voor hedendaagse kunst. De werkwijze hier is echter speciaal vermits het om een museum gaat waarvan de collecties zijn samengebracht in een koloniale context. De collecties en het gebouw zelf vormen een onderzoeksterrein voor kunstenaars. Tijdens de jaren van reflectie over en ontwerp van de nieuwe permanente tentoonstelling zijn de samenwerking met kunstenaars en de aanwezigheid van hedendaagse kunst in het parcours van de bezoekers een evidentie geworden.

40 Africa Museum

Une affaire de famille. L Arbre généalogique 2016. Coll. KMMA Tervuren

NIEUWE ADEM

Bepaalde werken zijn aangekocht voor het vernieuwd museum, bijvoorbeeld Mémoires Hévéa van Michèle Magela en Une histoire de famille – arbre généalogique n°1 van Aimé Ntakiyica. Andere zijn gemaakt in opdracht van het museum, zoals de sculptuur van Aimé Mpané. Via een federale dotatie kan het KMMA een aanbesteding uitschrijven bij kunstenaars voor een werk dat in de Grote Rotonde moet komen. De jury koos voor het voorstel van Aimé Mpané, Le Nouveau Souffle ou le Congo bourgeonnant (Nieuwe Adem of Ontluikend Congo). Mpane staat bekend om zijn kritische houding ten opzichte van de kolonisatie; hier wil hij de Afrikaan weer in het hart van het museum plaatsen, en wel in de zaal die nog het meest beladen is met symbolen van Leopold II en zijn koloniale onderneming. Dit uitgesproken optimistisch werk stelt de toekomst en het aanzien van Congo in vraag door zijn menselijkheid. Het monumentale hoofd biedt een formeel tegengewicht tegen de bronzen beelden die errond staan. De kunstenaar stelde voor symbolisch de beelden (beschermd door Monumentenzorg) te smelten om er dan de sokkel en de ruggengraat van zijn werk van te maken. Op de kruin van het hoofd ontluikt de bronzen ziel als een belofte van betere dagen voor Congo.

Chéri Chérin, Le chemin de l’exil COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Chéri Chérin, Le chemin de l’exil COLLECTIE KMMA, TERVUREN

SCHADUWEN

Er zijn nog meer werken gemaakt door kunstenaars in residentie, bijvoorbeeld de installatie van Freddy Tsimba in de herdenkingszaal met de namen van 1.508 Belgische veroveraars die in de periode 1887-1908 in Congo zijn overleden. Het gaat uitsluitend om mannelijke militairen. Deze galerij staat geklasseerd als historisch erfgoed. Wanneer Freddy Tsimba in april 2016 het museum bezocht, was het een bouwwerf en werden de opschriften gerestaureerd. De kunstenaar merkte op dat er geen enkele verwijzing is naar de Congolese slachtoffers en de Congolezen die omkwamen in België in diezelfde periode: huispersoneel, slachtoffers van de menselijke zoos in Antwerpen en Tervuren en de jonge kinderen die werden gedeporteerd om school te lopen in ons land. Tsimba verzamelde namen en bijhorende informatie in samenwerking met onderzoekers van het museum, Maarten Couttenier (antropoloog) en Mathieu Zana Etambala (historicus).

De installatie heeft de naam Ombres (Schaduwen) en is een work in progress: in functie van verder onderzoek zullen andere namen worden toegevoegd aan de lange lijst van slachtoffers van de kolonisatie.

Freddy Tsimba, Ombres COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Freddy Tsimba, Ombres COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Freddy Tsimba, Centres fermés, rêves ouverts COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Freddy Tsimba, Centres fermés, rêves ouverts COLLECTIE KMMA, TERVUREN

FAUTEUIL LUMUMBA

De Fauteuil Lumumba is eveneens het resultaat van een kunstenaarsresidentie. In 2014-2015 stelde de kunstenaar-designer Iviart Izamba het museum een reeks kunstwerken voor, zijn zogenaamde Fauteuils politiques. Tijdens het eerste deel van zijn residentie in 2014 deed hij onderzoek in de collecties foto’s en persarchieven van de afdeling ‘Geschiedenis en Politiek’ van het museum. Het jaar nadien maakte hij de meubelstukken met de hulp van kunstenaars-stoffeerders in Brussel. Zijn bedoeling is de politieke geschiedenis van de Democratische Republiek Congo na de onafhankelijkheid te laten kennen aan het publiek, een geschiedenis die, volgens hem, weinig of niet bekend is bij de Congolezen, in het bijzonder bij de jongeren. Izamba, fan van recuperatiemateriaal, wiens werk balanceert tussen kunst en design, gebruikt meubels als basis voor zijn werk, om zo een pedagogische toenadering te creëren tussen het publiek en zijn objecten.

Vandaag is een vijftiental hedendaagse werken geïnstalleerd in het museum. Het werk dat de kunstenaars realiseren op basis van de collecties betekent een meerwaarde voor het museum.
Iviart Izamba Zi Kianda, Fauteuil Lumumba COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Iviart Izamba Zi Kianda, Fauteuil Lumumba COLLECTIE KMMA, TERVUREN

KRITISCHE, KUNSTZINNIGE BLIK

Aimé Mpane, Nouveau souffle ou le Congo bourgeonnant, 2017 COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Aimé Mpane, Nouveau souffle ou le Congo bourgeonnant, 2017 COLLECTIE KMMA, TERVUREN

Talrijke kunstenaars hebben met het museum samengewerkt en het museum heeft al verschillende tentoonstellingen georganiseerd die de hedendaagse kunst als onderwerp hadden, bijvoorbeeld Exit Congo (2001) en Kin Moto na Bruxelles (2003). Andere tentoonstellingen deden een beroep op de hedendaagse kunst in vergelijking met de collecties, zoals Persona (2010) en Fetish Modernity (2011). Sinds 2008 nodigt het museum kunstenaars in residentie uit en integreert hun werk in tijdelijke tentoonstellingen of in de permanente tentoonstelling. Dit was het geval met het werk van Sammy Baloji en Patrick Mudekereza en de tentoonstelling Congo Far West (2011). Meer recent heeft het museum kunstenaars uitgenodigd om te werken vanuit de collecties: Iviart Izamba (2014-2015), Freddy Tsimba en Eddy Eteke (2016), Jean Kamba, Eddy Kamuanga en Jean Katambayi (2017), Ganza Buroko, cultureel werker uit Goma (2018) en Géraldine Tobe (2019), schilder uit Kinshasa.

Vandaag is een vijftiental hedendaagse werken geïnstalleerd in het museum. Het werk dat de kunstenaars realiseren op basis van de collecties betekent een meerwaarde voor het museum. Deze samenwerking is een fellowship: kunstenaars, journalisten, cineasten, schrijvers, culturele operatoren belichten de dekolonisatie door een kritische, kunstzinnige blik te werpen op de collecties en het museum. Dit werk kadert ook binnen toekomstige samenwerkingsverbanden met kunstencentra en musea van hedendaagse kunst.

ZOVEEL MEER DAN TONEN

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika is vooral gekend om zijn AfricaMuseum. Toch vormt die museumwerking, die op zich ook heel wat onzichtbare kanten heeft, minder dan de helft van wat het KMMA doet. Het KMMA is namelijk één van de elf Federale Wetenschappelijke Instellingen. Het valt onder de Programmatorische Overheidsdienst voor Wetenschapsbeleid en heeft zo’n 80 onderzoekers fulltime in dienst.

Behandeling van met schimmel besmet aardewerk

Behandeling van met schimmel besmet aardewerk

MUSEUM EN WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT

Natuurlijk heeft het AfricaMuseum, net als vele andere musea, een intrigerende werking achter de schermen. De logistieke organisatie, de technische installaties, de depots, de voorbereiding van educatieve ateliers en tijdelijke tentoonstellingen, de restauratie van objecten, de digitalisering en de bruikleenadministratie zijn de meest bekende. Omwille van zijn lange geschiedenis – het museum is opgericht in 1898, met als startcollectie de stukken die op de wereldexpo van 1897 te zien waren – en omwille van zijn speciaal statuut – tijdens heel de koloniale periode hing het museum af van het Ministerie van Koloniën – is de verzameling enorm. 120.000 etnografische objecten, 9.000 muziekinstrumenten, honderdduizenden foto’s en films, drie kilometer archieven, 10.000.000 biologische specimen, 17.000 mineralen, 180.000 gesteentes…: het is niet alleen bijna eindeloos, het is ook ontzettend divers. In zijn boek Le plus beau musée du monde betoogt de Waalse tentoonstellingsmaker en museumdirecteur Laurent Busine dat het AfricaMuseum één van de laatste universele musea is, niet omdat het over heel de wereld gaat, maar wel dat het de hele wereld toont middels één regio op aarde.

Het KMMA kan je langs twee kanten bekijken: het is een museum met een onderzoeksafdeling waar heel wat musea jaloers op zouden kunnen zijn, of het is een wetenschappelijk instituut met een groot museum. In het laatste geval is het eerder te vergelijken met een universiteitsmuseum. In werkelijkheid is het KMMA beide: een wetenschappelijk instituut (het hangt formeel af van de federale minister van wetenschapsbeleid) én een museum. Het werd ook zo door Leopold II geconcipieerd. Die wou overigens ook nog een koloniale school eraan toevoegen.

Onderzoek vandaag bij de Nyiragongo vulkaan (Kivu, DRC)

Onderzoek vandaag bij de Nyiragongo vulkaan (Kivu, DRC)

VOORKEUREN EN VERGISSINGEN

De geschiedenis van dat onderzoek is bijzonder, niet in het minst omdat, terugblikkend op meer dan een eeuw, duidelijk blijkt hoe ook wetenschappelijk onderzoek niet altijd waardenvrij is geweest. De onderzoeksdomeinen waren ‘evident’ voor de koloniale onderneming. Zo bracht het geologisch onderzoek de minerale rijkdommen in beeld, of maakte de studie van Afrikaanse samenleving en cultuur het mogelijk om deze beter te kunnen begrijpen en zodoende een betere koloniale macht te kunnen zijn. Tegelijk getuigde het onderzoek van een nog sterke negentiende-eeuwse hang naar exotisme én classificatie. Denk maar aan de focus op taxonomie bij biologen. In het museum zijn daar vandaag nog getuigen van. De zogenaamde krokodillenzaal is een historische zaal met een stolp op: je ziet er hoe die fascinatie voor het vreemde en nieuwe in de natuur, en voor de etalering ervan in museumzalen die als (wetenschappelijk) rariteitenkabinet worden ingericht, prominent aanwezig was. De verbanden die vandaag worden gemaakt in de vernieuwde zaal ‘Landschappen en biodiversiteit’ zijn hier volledig afwezig.

De introductiezone in de kelder van het museum toont hoe de collectie ook en misschien zelfs vooral aangelegd werd volgens de smaak en voorkeuren van de directies. In diezelfde zone vindt de bezoeker ook alle publicaties die het KMMA sinds zijn ontstaan heeft verspreid. Tussen die publicaties staan nog meer bewijzen van wetenschappelijke vergissingen. Toonaangevend zijn deze over de fysieke antropologie. Deze ‘wetenschap’ probeerde op basis van fysische kenmerken van personen hun karakter weer te geven. In de negentiende eeuw was men hier vooral in Frankrijk mee begonnen, om na te gaan of misdadigers een andere fysionomie hadden dan andere mensen – het begrip ‘boeventronie’ is hier waarschijnlijk schatplichtig aan. Toen vastgesteld werd dat dat onderzoek op een dood spoor liep, namen Belgische onderzoekers het over om een fysionomisch verschil te zoeken tussen Vlamingen en Walen.

Meerafzetting van het Rukwameer in de Galu-vlakte, ten westen van Tanzania

Meerafzetting van het Rukwameer in de Galu-vlakte, ten westen van Tanzania

 Pas toen ook dat onderzoek op een sisser afliep, werd het ingezet in de kolonies. Zwart op wit staat het er, hoe wetenschappelijk onderzoek probeerde vaststaande en onweerlegbare bewijzen te vinden voor één van de fundamenten van de koloniale overheersing: dat zwarte mensen minder beschaafd zijn, het is te zeggen, dichter bij de ‘natuur’ staan dan witte mensen, en dat ze zodoende niet van dezelfde vrijheden en zelfbeschikking konden genieten dan witte mensen. Los van de schaamte waarmee zulke vaststellingen ons nu overvallen, roept het vooral ook een nederigheid op waarmee we ook vandaag nog naar wetenschappelijk onderzoek moeten kijken. Wat nu waar is, kan morgen worden weerlegd. Toch blijven, gelukkig maar, ook vandaag nog een tachtigtal wetenschappers binnen de domeinen geologie, biologie en menswetenschappen onderzoek doen, op de eigen collectie en in Afrika zelf.

Miljoenpoot in Kameroen

Miljoenpoot in Kameroen

 Doordat quasi alle onderzoek nu gebeurt met binnen- en buitenlandse universiteiten en wetenschappelijke instellingen en in heel veel gevallen ook met Afrikaanse partners, zijn er meer garanties ingebouwd dat er minder scheve schaatsen gereden worden dan in het verleden. Bovendien wordt het onderzoek nu steevast onderworpen aan peer review door externe collega’s vooraleer het gepubliceerd wordt en vaak worden middelen voor onderzoek pas toegekend na een grondige onafhankelijke evaluatie van het onderzoeksvoorstel. In concreto is het dikwijls enkel nog de loonlast van de vastbenoemde wetenschappers die door de Belgische overheid rechtstreeks gefinancierd wordt, samen met een beperkt budget aan werkingsmiddelen. Het gros van het onderzoek wordt echter door Belgische en Europese wetenschappelijke onderzoeksfondsen apart gefinancierd.

Interview afgenomen in Yaekela, DR Congo

Interview afgenomen in Yaekela, DR Congo

ONDERZOEK VANDAAG

Dat onderzoek heeft de laatste jaren fundamentele bijdragen geleverd aan een betere kennis van Afrika en de wereld. Zo bestuderen de wetenschappers van het museum Afrikaanse tropische houtsoorten met het oog op een evenwichtig bosbeheer en een duurzame houtproductie. Ze onderzoeken de cruciale rol van Afrikaanse tropische wouden voor het klimaat en koolstofopslag. Ander onderzoek richt zich op natuurrampen zoals vulkaanuitbarstingen, aardbevingen en -verschuivingen en overstromingen die de bevolking in de Grote Merenregio teisteren. Instrumenten voor een goede monitoring en een duurzaam landbeheer dragen bij tot het doeltreffend managen, beperken en voorkomen van deze natuurlijke risico’s. Nog een expertiseveld is de bestrijding en identificatie van schadelijke insecten zoals fruitvliegen, om economische verliezen door plagen in de landbouw in Afrika te verminderen. Het museum heeft ook een breed onderzoeksprogramma dat informatie over de natuur, cultuur, geschiedenis, politiek, administratie, economie en sociale aspecten van de 26 provincies in de Democratische Republiek Congo bundelt in monografieën. Bedoeling is om de Congolese autoriteiten en bevolking, en internationale spelers een omvattend instrument te bieden voor de ontwikkeling van het land.

Verder onderzoeken de museumwetenschappers de rijke en lange geschiedenis van centraal Afrika, en Congo in het bijzonder, zowel in de periode voor, tijdens en na de koloniale periode. Linguïsten voeren vergelijkend en historisch onderzoek naar Bantu-talen en documenteren via grammatica’s en woordenboeken (soms met uitsterven bedreigde) talen. Heel wat onderzoek brengt de biodiversiteit in Afrika in kaart, zoals de zoetwatervissen in het Congobekken, met het oog op duurzaam behoud ervan. Studies naar parasieten die infectieziekten verspreiden monden uit in een betere monitoring van bijvoorbeeld schistosomiasis, veroorzaakt door een infectie met een worm. Vermeldenswaard is ook het onderzoek naar de geodynamische processen en een duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen in Centraal-Afrika, en de impact van mijnbouw op de plaatselijke bevolking.

Dit is slechts een greep uit gevarieerde onderzoek dat vandaag aan het KMMA gebeurt. Veel van dat onderzoek staat in het kader van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ruim twintig procent van het budget van de federaal wetenschappelijke instelling afkomstig is van middelen ter ondersteuning van de ontwikkelingssamenwerking.

Studie voor DNA-onderzoek op gorillaschedels

Studie voor DNA-onderzoek op gorillaschedels

Het museum is nu volledig toegankelijk voor personen met een beperkte mobiliteit

Het museum is nu volledig toegankelijk voor personen met een beperkte mobiliteit

Praktisch

Africamuseum

Leuvensesteenweg 13 3080 Tervuren, +32 2 769 52 11 - Openingsuren dinsdag t.e.m. vrijdag van 11 tot 17 uur zaterdag, zondag, feestdagen en tijdens schoolvakanties van 10 tot 18 uur , Gesloten maandag - Toegankelijkheid Het AfricaMuseum is volledig toegankelijk voor personen met een beperkte mobiliteit

Website

Download hier de pdf

Het AfricaMuseum