De Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk in Middelburg werd ingewijd in 1460

De Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk in Middelburg werd ingewijd in 1460

Brugge was in de vijftiende eeuw het Hongkong van de wereld. De elite wist wat er op het spel stond toen hun machtige haven steeds verder verzandde en ze bleef niet bij de pakken zitten. Verschillende financiers en topambtenaren van de Bourgondische hertogen probeerden het tij te keren door nieuwe havens en havensteden te bouwen op gunstige locaties. Middelburg is zo’n nieuwe havenstad, haast uit het niets opgetrokken door Pieter Bladelin (ca. 1410-1472), een Brugse poorterszoon die zich opwerkte tot de minister van financiën van hertog Filips de Goede. Bladelins voorbeeld werkte inspirerend: enkele decennia later stichtte een andere Brugse coryfee, Jeronimus Lauwereins, de stadjes Philippine en Watervliet. De gouden jaren waren echter voorbij, Antwerpen trok de handel en scheepvaart naar zich toe en de op de groei aangelegde nieuwe steden bleven rustige polderdorpen.

Het interieur van de Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk

Het interieur van de Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk

Pieter Bladelin klopt aan bij Rogier van der Weyden

Het huidige Middelburg in het Meetjesland dankt zijn naam aan de abdij van Middelburg in Zeeland. Pieter Bladelin verwierf een flinke oppervlakte aan drassige gronden van deze abdij en hij besloot om hier een nieuwe haven te bouwen. Hij stichtte zijn stad tussen 1445 en 1450 en voorzag haar van alle benodigdheden: marktpleinen, een stadhuis, kanalen en een kasteel. Na dit ‘ab urbe condita’ vierden de Middelburgers de inwijding van hun Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk in 1460. Niemand minder dan Jean Chevrot, bisschop van Doornik en vertrouweling van Filips de Goede, kwam de tempel inwijden. Ook kerken bouwde men toen op de groei: men begon met het koor, de toren en de dwarsbeuk, het schip kon later naar believen nog verlengd of zelfs verbreed worden. Het huidige schip dateert overigens van een restauratieperiode in de negentiende eeuw. Vanaf 1470 verzorgde een heus kapittel van kanunniken hier de diensten. Bladelin schonk de kerk ook een belangrijke reliek: een splinter hout van het kruis waaraan Christus was gestorven. Deze reliek zou enkele mirakelen hebben bewerkstelligd en trok bedevaarders aan. De kinderloze stedestichter stierf in maart 1472. Hij kon zich met een vrij gerust hart ten grave laten dragen in het koor van ‘zijn’ kerk, waar ‘zijn’ kanunniken baden voor zijn zielenheil. De hovelingen van hertog Filips de Goede wedijverden met hun meester in weelderige levensstijl en conspicuous con - sumption. Hun verluchte manuscripten bestelden ze bij topateliers van miniaturisten en boekhandelaren, de toentertijd ietwat goedkopere schilderijen kochten ze bij meesters als Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Zo geschiedde het ongetwijfeld dat Pieter Bladelin tijdens een van zijn reizen naar het hof van de hertog in Brussel aanklopte op de deur van Van der Weydens atelier, aan de voet van de Coudenberg. Meester Rogier ontwierp een triptiek voor Pieter Bladelin, waarin de menswording van Christus en de aankondiging van Zijn geboorte het centrale thema vormen. Mogelijk sierde de triptiek het hoofdaltaar van de kerk in Middelburg en moest Van der Weyden het werk voltooien vóór de inwijding van het kerkgebouw. Was de kunstenaar aanwezig bij die plechtige gebeurtenis? Dan ontmoette hij er tal van andere cliënten, met name bisschop Jean Chevrot voor wie hij het befaamde De zeven sacramenten (Antwerpen, KMSK) had geschilderd.

Jan Ricx, Kopie naar de Bladelin-triptiek van Rogier van der Weyden, 1630-1631

Jan Ricx, Kopie naar de Bladelin-triptiek van Rogier van der Weyden, 1630-1631

Jan Ricx maakt een kopie

Na de dood van Pieter Bladelin beleefde Middelburg woelige tijden vol oorlogsgeweld. Wellicht brachten zijn erfgenamen het kostbare schilderij van het hoogaltaar in veiligheid bin - nen de stadswallen van Brugge, waar het nog lang het herenhuis van de stichter, Hof Bladelin in de Naaldenstraat, sier - de. In 1630-1631 bestelde het kerkbestuur van Middelburg een kopie van Rogiers altaarstuk bij de Brugse schilder Jan Ricx, wiens naam we alleen kennen dankzij de kerkrekenin - gen. Voor een schilder uit de eeuw van de barok zal het een wat vreemde stijloefening zijn geweest om het werk van een Vlaamse primitief te kopiëren. Jan Ricx kweet zich naar be - horen van zijn taak, hij moderniseerde alleen het formaat. We zien niet langer een triptiek met zijvleugels, maar een wat onhandig doorlopend tafereel. In het midden ligt de pasge - boren Jezus op de grond in de stal, slechts beschut door een pand van zijn moeders mantel. Dit detail komt niet uit het evangelie, maar was ontleend aan de visioenen van de veer - tiende-eeuwse heilige Birgitta van Zweden. De heilige Birgit - ta beschreef ook de knielende, biddende houding van Maria na de geboorte en Jozef die met zijn hand een kaarsvlammetje afschermt, omdat alle aardse licht nu moet wijken voor het goddelijke licht dat in de wereld opgaat. Pieter Bladelin knielt neer in vol Bourgondisch ornaat, het soort kledij dat ook de hertog droeg: een wambuis van zwart fluweel afgezoomd met bont, elegante puntschoenen en houten overschoenen.Net als de hertog oogt Bladelin slank, geslepen en daadkrachtig. Op de achtergrond zien we het stadje Bethlehem, dat moge - lijk gelijkenissen vertoont met Middelburg.

In het nabijgelegen polderdorp Watervliet is er nog een topstuk te bewonderen dat geïnspireerd is op een werk van Rogier van der Weyden: de Meester van Frankfurt schilderde rond 1520 De Nood Gods, een schitterende herwerking

In het nabijgelegen polderdorp Watervliet is er nog een topstuk te bewonderen dat geïnspireerd is op een werk van Rogier van der Weyden: de Meester van Frankfurt schilderde rond 1520 De Nood Gods, een schitterende herwerking van De Kruisafneming

Religieuze beelden hebben ook altijd een politieke betekenis. Links zien we hoe de Romeinse keizer Augustus zijn kroon afneemt terwijl hij een visioen van de Heilige Maagd met het kind aanschouwt. Een profetes, de sibylle, legt hem uit wat dit betekent: daar ziet hij de ware God. De adviseurs van de keizer, die hem net hadden aangeraden om zichzelf tot god uit te roepen, staan er beteuterd bij. Dit verhaal is afkomstig uit de Legenda Aurea, het meest gelezen boek over heiligenlevens en het liturgische jaar in de middeleeuwen. Rechts zijn de drie koningen onderweg in een bergachtig landschap. Ze lijken iets te zien wat voor ons verborgen blijft. In het origineel van Van der Weyden (sinds 1834 in de Gemäldegalerie, Staatliche Museen, Berlin) zien we de koningen kijken naar een zwevend sterrenkind. Ook dit detail vinden we terug in de Legenda Aurea. De koningen zouden onderweg dit sterrenkind gezien hebben, dat hen de weg wees naar Bethlehem. Samengevat: de grote keizer van het westen en de wijzen uit het oosten bewijzen eer aan de pasgeboren verlosser. Kortom, de hele wereld zal Christus eren en het heil vinden.

Bladelin was door de hertog onder andere belast met het werven van fondsen voor een kruistocht tegen de Turken, die in 1453 de oostelijke hoofdstad van het vroegere Romeinse rijk, Constantinopel, veroverden. Dit innige tafereel van devotie is dus ook een uiting van het christelijke politieke zelfvertrouwen in de vijftiende eeuw. Rijdt men van Middelburg naar Watervliet, dan vindt men daar in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk een schilderij van de Meester van Frankfurt uit de zestiende eeuw: een schitterende herwerking van De Kruisafneming, misschien wel het bekendste schilderij van Rogier Van der Weyden. Men eerde de oude meesters in het graafschap Vlaanderen. Deze polderdorpen bewijzen dat we een waardevol verleden hebben.

Praktische informatie

Sint-Petrus en Sint-Pauluskerk – Middelburgse Kerkstraat, 9992 Middelburg Maldegem  Open op zaterdag en zondag van 11 tot 17 uur

Download hier de pdf

Middelburg