43

Inleiding

De naam Colard Mansion wordt een eerste keer vermeld in een Brugs document uit 1457. Hij was dan wellicht nieuw in Brugge, maar het is niet bekend waar hij vandaan kwam. In de jaren die volgden liet Mansion zich kennen als een van de meest prominente boekenondernemers in Brugge. In deze metropool was de boekenwereld toen internationaal gekleurd en onderging er, met de opkomst van de boekdrukkunst, drastische veranderingen. Mansion stond middenin deze wereld, als kopiist, vertaler en bewerker van teksten, boekdrukker en, vooral, boekenondernemer of librariër. Zo speelde hij in op de vraag naar luxueuze boeken – hij vervaardigde echte ‘Haute Lecture’. Onder zijn klanten telde hij de hertogen van Bourgondië en andere leden van stedelijke en aristocratische elites. In 1484 verdween Mansion even plotseling als hij krap dertig jaar eerder was verschenen, maar in de tussentijd legde hij 24 boeken op zijn drukpers. Hij vervaardigde prachtige Franse edities van de Metamorfosen van de Romeinse dichter Ovidius en van De casibus virorum illustrium van de Italiaanse humanist Giovanni Boccaccio.

60 mansion

Hij werkte samen met andere vernieuwers zoals prentmakers en de eerste Engelse boekdrukker William Caxton. Mansion had zeker wel door dat hij en zijn collega’s aan de wieg van een boekenrevolutie stonden. In het eerste werk dat bij hem, als zelfstandig drukker, van de pers rolde, staat het volgende Latijnse colofon: “Primum opus impressum per Colardum Mansion”: het eerste werk gedrukt door Colard Mansion. Zijn bijdrage aan de beginnende boekdrukkunst legde hij zo voor altijd vast.

In de tentoonstelling Haute Lecture by Colard Mansion zijn voor het eerst in de geschiedenis alle edities van Mansion samengebracht. Dit is mogelijk geworden door de nauwe samenwerking tussen de Openbare Bibliotheek Brugge en Musea Brugge. Ook de medewerking van de Bibliothèque Nationale de France in Parijs is van onschatbare waarde geweest.

14 mansion

Deze bibliotheek bezit wereldwijd de meest uitgebreide collectie Mansion-incunabelen en participeert met deze verzameling wiegendrukken volop in de tentoonstelling. Haute Lecture is een reis naar de bruisende internationale boekenwereld in het laatmiddeleeuwse Brugge. De expo brengt evenzeer het verhaal van het vallen en opstaan van de beginnende Brugse boekdrukkunst. Boekdrukkers en kunstenaars werkten samen, inspireerden elkaar, behaalden grote successen, maar gingen soms ook gewoon de mist in. In deze tijd van innovatie was Colard Mansion op zoek naar schaalvergroting. Met één been stond Mansion in de manuscriptentraditie, met het andere engageerde hij zich in de ontwikkeling van het gedrukte boek. Een boeiend avontuur.

Inhoud

  • Brugge in de vijftiende eeuw
  • Colard Mansion: boekenondernemer in Brugge
  • Focus op enkele topwerken
  • Distributie en verspreiding
  • Praktisch
Cronache de singniori di Fiandra

Cronache de singniori di Fiandra (vertaling van Excellente cronike van Vlaenderen), manuscript, Brugge, 1452 Italiaanse kroniek van Vlaanderen met de oudste kaart van Vlaanderen: Brugge en zijn zeeverbinding (het Zwin) zijn prominent aangegeven Brugge, Openbare Bibliotheek, ms. 685, f. 211v-212r

BRUGGE IN DE VIJFTIENDE EEUW

Werner Rolewinck, Dat boek dat men hiet Fasciculus temporum, (Nederlandse vertaling van Fasciculus temporum), incunabel, Utrecht, Johann Veldener, 1480 Met houtsneden van Brugge en Gent Brugge, Openbare Bibliotheek, 4853, f. 282v

Werner Rolewinck, Dat boek dat men hiet Fasciculus temporum, (Nederlandse vertaling van Fasciculus temporum), incunabel, Utrecht, Johann Veldener, 1480 Met houtsneden van Brugge en Gent Brugge, Openbare Bibliotheek, 4853, f. 282v

Een handelsmetropool

Rijk versierde schilderijen, luxe handschriften, diamanten, wapens en de nieuwste mode: in middeleeuws Brugge was het allemaal te krijgen. De stad was dé handelsmetropool van Noordwest-Europa en was de bevoorrechte residentieplaats van de hertogen van Bourgondië. Via Sluis en het Zwin kwamen wol, lood en tin uit Engeland en Schotland binnen; hout, koper en vis uit het Oostzeegebied; wijn uit Frankrijk en Italië; suiker en ijzererts uit Spanje en Portugal. Brugge had stapelrecht, wat betekende dat alle goederen ingevoerd via het Zwin in de stad verkocht moesten worden. Hoewel de haven van de stad zelf langzaam dichtslibde, bleef er toch een constante aanvoer van goederen. Om deze handelsstroom tegemoet te kunnen komen, beschikte Brugge over een imposante infrastructuur van opslagplaatsen, kranen en werklieden. Ook de internationale geldhandel ontwikkelde zich door innovatieve financiële technieken meegebracht door Italiaanse bankiers en geldhandelaars. In de veertiende eeuw, toen Brugge zo’n 45.000 inwoners telde, bereikte de stad haar economisch hoogtepunt. De Brugse economie draaide niet enkel om de lakenhandel, maar was vooral gericht op handel en luxeproducten. Hierin onderscheidde de stad zich van omliggende steden. Bovendien was Brugge een gateway tussen de Hanzesteden in Noord-Europa en het Middellandse Zeegebied. Hanzeaten en Italiaanse kooplieden ontmoetten elkaar in Brugge. De welvaart in de stad steeg, zowel voor de hogere standen als voor de middenklasse. De diamanthandel kwam op, het bankierswezen werd steeds lucratiever en de kunstproductie bereikte haar gouden eeuw.

Getijdenboek, bekend als ‘Codex Rotundus’, manuscript, Brugge (?), ca. 1470-1490 Hildesheim, Dombibliothek, inv. nr. Hs. 728, f. 23 v-24 r

Getijdenboek, bekend als ‘Codex Rotundus’, manuscript, Brugge (?), ca. 1470-1490 Hildesheim, Dombibliothek, inv. nr. Hs. 728, f. 23 v-24 r

Vanaf het einde van de veertiende eeuw viel Vlaanderen de hertogen van Bourgondië toe. Vanaf Filips de Goede (1419-1467) kozen leden van deze dynastie, naast onder meer Brussel en Rijsel, vooral voor Brugge als verblijfplaats. Filips de Goede en zijn kleindochter Maria van Bourgondië (1457-1482) verbleven regelmatig in het Prinsenhof, gelegen tussen de Noorzandstraat en de Moerstraat. Hoewel Filips’ opvolger, Karel de Stoute (1433-1477) de stad aanzienlijk minder aandeed, liet hij er in 1468 wel zijn huwelijk met Margaretha van York (1446-1503) voltrekken. De hertogen van Bourgondië waren verantwoordelijk voor enkele van de belangrijkste kunstopdrachten uit de tijd: zo was Jan van Eyck († 1441) bijna uitsluitend bij hen in dienst en schilderde Petrus Christus († 1472|1473) een vooraanstaand portret van Isabella van Portugal (1397-1471|1472), echtgenote van Filips de Goede. De Vlaamse primitieven, waaronder ook Hans Memling († 1494), Gerard David († 1523) en vele anonieme meesters, profiteerden bovendien van de internationale positie van Brugge. Zij konden hun werk aan opdrachtgevers en kopers van over heel Europa aanbieden. De schilderijen, goedkoper dan bijvoorbeeld tapijten of juwelen, vonden bovendien niet enkel aftrek bij de elite, maar ook bij de gegoede middenklasse.

Excellente cronike van Vlaenderen, manuscript, Brugge, 1451-1500 De miniatuur (aquarel) toont de verloving van Maximiliaan van Oostenrijk met Maria van Bourgondië in Gent in 1477 Brugge, Openbare Bibliotheek, ms. 437, f. 395r

Excellente cronike van Vlaenderen, manuscript, Brugge, 1451-1500 De miniatuur (aquarel) toont de verloving van Maximiliaan van Oostenrijk met Maria van Bourgondië in Gent in 1477 Brugge, Openbare Bibliotheek, ms. 437, f. 395r

Getijdenboek van Charlotte de Bourbon-Montpensier, 1474-1477 en 1480 (?) De verluchting is een vroege getuige van de zogenaamde Gent-Brugse stijl, met beschilderde randen waarop objecten worden ‘gestrooid’, gedetailleerd en realistisch Alnwick, Alnwick Castle, Duke of Northumberland, Ms. 482, ff. 74 v, 75 r

Getijdenboek van Charlotte de Bourbon-Montpensier, 1474-1477 en 1480 (?) De verluchting is een vroege getuige van de zogenaamde Gent-Brugse stijl, met beschilderde randen waarop objecten worden ‘gestrooid’, gedetailleerd en realistisch Alnwick, Alnwick Castle, Duke of Northumberland, Ms. 482, ff. 74 v, 75 r

Biblia, incunabel, Bazel, Johannes Amerbach, 1481 Exemplaar van een Latijnse bijbel, gedrukt in Bazel, verlucht in een Brugse werkplaats Brugge, Openbare Bibliotheek, 3863, f. 1r

Biblia, incunabel, Bazel, Johannes Amerbach, 1481 Exemplaar van een Latijnse bijbel, gedrukt in Bazel, verlucht in een Brugse werkplaats Brugge, Openbare Bibliotheek, 3863, f. 1r

De schilderkunst was niet de enige kunstvorm die goed gedijde in het economisch klimaat van de vijftiende eeuw. Al sinds de dertiende eeuw werden in Brugge geïllustreerde manuscripten vervaardigd, maar vanaf het einde van de veertiende eeuw maakte de manuscriptproductie, gestimuleerd door de vraag naar luxeproducten, grote sprongen. Verluchte manuscripten werden er op bestelling of voor de (buitenlandse) markt geproduceerd. Voor één luxehandschrift betaalde men al snel honderden keren het dagloon van een ambachtsman. Manuscripten gemaakt in heel Europa werden verkocht op de Brugse boekenmarkt en ook andersom reisden handschriften gemaakt in Brugge door naar de Noordelijke Nederlanden, Engeland, Spanje, Italië en het Rijnland. Deze intensieve handel in manuscripten vormde dan ook de ideale voedingsbodem voor de opkomende boekdrukkunst. Niet enkel boekdrukkers van buiten de stad werden er door aangetrokken; ook librariërs die sinds lang middenin het Brugse boekenbedrijf stonden, zetten een boekdrukatelier op.

Uit: Marcus Gerards, Stadsplan van Brugge, 1562 (editie 19de eeuw) De gildekapel van de librariërs bevond zich in de kerk van de Eekhoutabdij, gelegen in het hart van de stad Brugge, Openbare Bibliotheek, HF530

Uit: Marcus Gerards, Stadsplan van Brugge, 1562 (editie 19de eeuw) De gildekapel van de librariërs bevond zich in de kerk van de Eekhoutabdij, gelegen in het hart van de stad Brugge, Openbare Bibliotheek, HF530

DE LIBRARIËRSGILDE

Lange tijd was het iedereen in Brugge vrij om het boekenvak uit te oefenen. Vooral de miniaturisten kwamen steeds meer terecht in het vaarwater van de schilders, toen actief in het ambacht van de ‘beeldenmakers’. In 1403 moest er zelfs een officiële ordonnantie aan te pas komen waarin werd beslist dat het beeldenmakersambacht geen monopolie mocht hebben op het maken van miniaturen. Toch bleven er geschillen ontstaan en werd de regelgeving aangepast. De handel in losse miniaturen, gemaakt buiten Brugge, werd bijvoorbeeld verboden. Belangrijker nog was de nieuwe regel dat miniaturisten een merk moesten hebben om hun werk mee te ondertekenen. Dit merk moest tegen een eenmalige betaling worden gedeponeerd bij het beeldenmakersambacht. Wie dit niet deed, kon een boete verwachten. Manuscriptmakers voelden zich hierdoor beperkt in hun werkzaamheden en in de loop van de vijftiende eeuw zien we daarom dat al wie zijn brood verdiende met het maken van boeken zich steeds meer gingen verenigen. Dit resulteerde uiteindelijk in de oprichting van de librariërsgilde van Sint-Jan de Evangelist. Brugge was, naast Parijs, een van de weinige steden waarbinnen zo’n librariërsvereniging werd opgericht.

Register van de librariërsgilde Johannes de Evangelist: inschrijving van het jaargeld van gildebroeders en -zusters in het jaar 1473, toen Colard Mansion deken was; zelf staat hij, linksboven, als eerste vermeld; verder in deze lijst onder meer de miniaturisten Loyset Liédet en Willem Vrelant (Guillame Vreland) Brugge, Stadsarchief, Oud Archief, 384; f. 70v-71r

Register van de librariërsgilde Johannes de Evangelist: inschrijving van het jaargeld van gildebroeders en -zusters in het jaar 1473, toen Colard Mansion deken was; zelf staat hij, linksboven, als eerste vermeld; verder in deze lijst onder meer de miniaturisten Loyset Liédet en Willem Vrelant (Guillame Vreland) Brugge, Stadsarchief, Oud Archief, 384; f. 70v-71r

Pierre de Molo, Geïllustreerde grafschriften- en blazoenenverzameling uit de Sint-Donaaskerk te Brugge, manuscript, Brugge, ca. 1786 Het manuscript bevat een grondplan van Sint-Donaas, kerk en pand (claustrum); Mansion huurde een winkelruimte in het pand, links, onder het dormitorium Brugge, Openbare Bibliotheek, ms. 595II, f. 237r

Pierre de Molo, Geïllustreerde grafschriften- en blazoenenverzameling uit de Sint-Donaaskerk te Brugge, manuscript, Brugge, ca. 1786 Het manuscript bevat een grondplan van Sint-Donaas, kerk en pand (claustrum); Mansion huurde een winkelruimte in het pand, links, onder het dormitorium Brugge, Openbare Bibliotheek, ms. 595II, f. 237r

De eerste rekeningen van de gilde dateren uit 1454, maar zeer waarschijnlijk waren de leden al langer samen actief. Vanaf 1457 diende iedereen die in Brugge met boeken maken aan de slag was, Brugs poorter en lid van de gilde te zijn. De leden waren kopiisten, miniaturisten, perkamentmakers, boekverkopers en boekbinders. Later voegden zich daar ook de boekdrukkers, prentmakers en lettersnijders aan toe. Ook vrouwen konden lid worden van de gilde. Het ging hierbij niet enkel om de echtgenoten, weduwen of dochters van mannen in het boekenvak, maar ook om vrouwen die zelfstandig in het boekenvak actief waren. De gilde maakte gebruik van een kapel in de Eekhoutabdij en had veel weg van een broederschap met een religieus karakter. Een echt ambacht is de gilde nooit geworden.

Guillaume Budé, Commentarii linguae Graecae, post-incunabel, Parijs, Joost Bade, 1529 In het drukkersmerk van Joost Bade, vroege 16de eeuw, is een boekdrukpers afgebeeld, voluit in bedrijf Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, INC B 617 (RP), f. 1r

Guillaume Budé, Commentarii linguae Graecae, post-incunabel, Parijs, Joost Bade, 1529 In het drukkersmerk van Joost Bade, vroege 16de eeuw, is een boekdrukpers afgebeeld, voluit in bedrijf Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, INC B 617 (RP), f. 1r

In 1457 sloot ook Colard Mansion zich aan bij de librariërsgilde als ‘escripvain’ (kalligraaf of kopiist) en boekondernemer. Mansion moet op dat moment een man van middelbare leeftijd zijn geweest, getrouwd, en met goed sociaal netwerk. Hij stond tussen 1471 en 1473 als deken aan het hoofd van de gilde. In die jaren dat hij aan het hoofd van de gilde stond, werd de opdracht gegeven voor een nieuw altaarstuk voor de gildekapel in de Eekhoutabdij, toegewijd aan Sint-Nikasius. Het altaarstuk werd gesneden door de timmerman-beeldhouwer Jan Mayaerd, en Colard Mansion zelf schoot een deel van de kosten voor. Het ging hem op dat moment financieel duidelijk voor de wind. Lid zijn van de gilde was bovendien goed voor Mansions sociaal en professioneel netwerk. Zo kon hij in 1477 de winkelruimte van zijn overleden collega-librariër Morisses de Haec († 1476 | 1477) overnemen. Het betrof een winkelpand en een aanvullende ruimte in het kloosterpand van de Sint-Donaaskerk op de Burg, een semi-publieke ruimte in het bedrijvige hart van de boekproductie en -handel in de stad.

In de rekeningen van de gilde ontmoeten we bekende en minder bekende namen van ondernemers die in het boekenvak actief waren. Jan Brito († 1484), afkomstig uit Bretagne, en Gerard Leeu († 1492) uit Gouda, waren boekdrukkers; Willem Vrelant een miniaturist met een groot atelier. Mansion moet dus belangrijke collega’s uit de boekenwereld zijn tegengekomen bij de vereniging. De gilde telde in zijn topjaren bijna honderd leden; leerjongens en gezellen niet meegerekend. Boeken maken was in het laatmiddeleeuwse Brugge een intensief bedrijf dat werd gegangmaakt door het internationale karakter van de handelsmetropool en de koopkracht van een lokale en regionale elites.

De opkomende boekdrukkunst

Omstreeks 1450 zou Johannes Gutenberg (ca. 1397-1468) in Mainz de broekdrukkunst hebben uitgevonden. Althans, zo luidt de eenvoudige versie van het verhaal. De werkelijkheid is wat complexer. In het vijftiende-eeuwse Europa was men al langer op zoek naar manieren om teksten in grote oplagen te produceren. Zo werden er blokboeken gedrukt, door middel van houten blokken waar de tekst uit werd gesneden om vervolgens afgedrukt te worden als een stempel. Gutenbergs daadwerkelijke uitvinding was die van de losse metalen drukletters. Deze letters werden gesneden, in lood gegoten en vervolgens gebruikt om teksten te ‘zetten’ in pasklare drukvormen, klaar om af te drukken. Elk vel papier vroeg een nieuwe drukgang. Als de oplage voor één vel was bereikt, konden de letters worden schoongemaakt en hergebruikt.

Een ander voordeel tegenover de houten boekblokken was dat men met losse letters veel gemakkelijker aanpassingen kon doorvoeren in de tekst. Gutenberg bracht zijn uitvinding meteen in de praktijk met een bewonderenswaardig project, waar hij overigens ongeveer drie jaar zoet mee was; hij besloot de gehele Bijbel te drukken. Van deze 42-regelige Gutenbergbijbel zijn 180 exemplaren gedrukt, waarvan er nog 49 bewaard zijn. In België bezit enkel de Universiteitsbibliotheek van Bergen een exemplaar. We noemen de eerste gedrukte boeken – van voor 1501, om precies te zijn – ook wel incunabelen, wat letterlijk ‘wiegendrukken’ betekent. Dit omdat de boeken in de kindertijd van de boekdrukkunst zijn vervaardigd. Incunabelen werden gedrukt in oplagen van 100 tot 300 exemplaren. Er zijn er tegenwoordig nog ongeveer 500.000 exemplaren bewaard.

Na de ontwikkeling van de boekdrukkunst stopten boekproducenten overigens niet van de ene op de andere dag met het vervaardigen van manuscripten. De overgang van hand- naar drukwerk was geleidelijk en manuscripten en incunabelen bestonden lange tijd naast elkaar. De technieken werden ook gecombineerd: zogenoemde ‘hybride boeken’ konden bijvoorbeeld zowel gedrukte als handgeschreven bladzijden bevatten. Ook werden gedrukte boeken nog lang met de hand gedecoreerd. Zo wordt een exemplaar van de Gutenbergbijbel waarvan de randen in Brugge met de hand werden gedecoreerd door de miniaturist Willem Vrelant († 1481), vandaag bewaard in de Russische staatsbibliotheek in Moskou.

COLARD MANSION: BOEKENONDERNEMER IN BRUGGE

Boeken drukken in Brugge

Brugge’s prominente plaats in wereld van het handgeschreven boek en de kansen van de internationale markt ontsnapten niet aan de waakzaamheid van de eerste drukkers op zoek naar nieuwe commerciële uitdagingen en schaalvergroting. Al vroeg na de uitvinding van de boekdrukkunst circuleerden incunabelen in de stad. Deze gedrukte boeken werden in Brugge niet enkel verhandeld, maar werden er ook verlucht in de werkplaatsen van miniaturisten. Brugse boekenondernemers konden natuurlijk niet aan de zijlijn blijven staan en engageerden zich in de jaren 1470 eveneens in de productie van gedrukte boeken. Ook Colard Mansion zag hierin een middel om zijn aandeel in de boekenmarkt te handhaven en zelfs te vergroten.

[Horae ad usum Sarum], incunabel, Brugge, Colard Mansion voor William Caxton, ca. 1475 Deze incunabel, bestemd voor de Engelse markt, is gedrukt op perkmanent; achteraf werden de marges met de hand gedecoreerd

[Horae ad usum Sarum], incunabel, Brugge, Colard Mansion voor William Caxton, ca. 1475 Deze incunabel, bestemd voor de Engelse markt, is gedrukt op perkmanent; achteraf werden de marges met de hand gedecoreerd

New York, The Morgan Library & Museum, ChL. 1760, f. 1r

Het was niet Mansion die de boekdrukkunst naar Brugge bracht, maar een Engelsman, William Caxton(† 1492). Deze Engelse diplomaat en koopman raakte tijdens zijn ballingschap in Keulen van 1471 tot 1472 bekend met Gutenbergs uitvinding van het boekdrukken met losse, loden letters. Caxton nam deze uitvindingm met zich mee naar Vlaanderen. Hij zette er in de jaren 1473-1476 twee boekdrukateliers op, telkens in nauwe samenwerking met een librariër. In Gent ging Caxton in zee met David Aubert († na 1480), een kopiist en, evenals Caxton, een vertrouwensman van de in Gent verblijvende hertogin Margaretha van York (1446-1503). Vermoedelijk kwam hier het eerste gedrukte boek in het Engels (1473) en in het Frans (1474) van de pers, een Trojeverhaal van de hand van de vijftiende-eeuwse auteur Raoul Lefèvre, dat bijzonder geliefd was binnen de Bourgondische elite (Recuyell of the histories of Troy | Recueil des histoires de Troies). De boekdrukkerswerkplaats in Brugge kwam tot stand in samenwerking met Colard Mansion. Met zijn kennis van manuscriptenproductie vormde Mansion voor Caxton waarschijnlijk de ideale zakenpartner. Aan deze Brugse werkplaats (1475-1476) worden twee incunabelen verbonden. Samen produceerden ze onder andere een klein Latijns getijdenboek (Horae), met dagelijkse gebeden voor persoonlijk gebed en gericht op de Engelse markt. Het enige volledig bewaarde exemplaar bevindt zich in New York. Het is gedrukt op perkament en de elegante versiering van de randen is geheel in de stijl van de Brugse miniaturen van die tijd. Mansion kwam als drukker niet los van het handgeschreven, verluchte boek. Deze bewuste strategie is het meest duidelijk in de grote foliouitgaven die hij vanaf 1476 als zelfstandig drukker uitgaf.

Hij koos onder meer voor humanistische teksten die hij zette en drukte in een moderne, Italianiserende letter. Martens richtte zich onder meer op de universitaire wereld en boorde op deze manier een moderne markt aan.
Valerius Maximus, Faits et dits memorable, (Franse vertaling van Facta et dicta memorabilia), incunabel, Brugge, drukker van de Flavius Josephus, Meester van het Dresden gebedenboek (miniaturist), voor 1477 Parijs, Bibliothèque nationale de France, Rés. Z 200, vol II, f. 204r

Valerius Maximus, Faits et dits memorable, (Franse vertaling van Facta et dicta memorabilia), incunabel, Brugge, drukker van de Flavius Josephus, Meester van het Dresden gebedenboek (miniaturist), voor 1477 Parijs, Bibliothèque nationale de France, Rés. Z 200, vol II, f. 204r

Naast Caxton en Mansion gingen in Brugge nog meer boekdrukkers aan de slag. Intrigerend is de belangrijke boekdrukker die tot op vandaag zijn identiteit niet heef prijs gegeven en bekend is onder de noodnaam ‘Drukker van de Flavius Josephus’. Deze drukker vervaardigde rond 1475-1477 monumentale en rijkelijk versierde boeken. De Franse vertaling van Facta et Dicta Memorabilia door Valerius Maximus (eerste eeuw na Christus) is bijzonder opmerkelijk. Van andere drukkers is gelukkig meer bekend. Jan Brito, oorspronkelijk afkomstig uit Bretagne, vestigde zich in 1455 als kopiist in Brugge. Hij drukte eenvoudige en toegankelijke boeken in de volkstaal: schoolboekjes om Latijn te leren, devotionele literatuur in de ars moriendi-sfeer en een Franse vertaling van Jacob van Maerlants Wapene Martijn.

Jacob van Maerlant, Harau Martin (Franse vertaling van Wapene Martijn), incunabel, Brugge, Jan Brito, [niet voor 1477] Van deze editie van Jan Brito bleven enkel fragmenten bewaard Brugge, Stadsarchief, Oud Archief, 540: fragmenten drukwerk

Jacob van Maerlant, Harau Martin (Franse vertaling van Wapene Martijn), incunabel, Brugge, Jan Brito, [niet voor 1477] Van deze editie van Jan Brito bleven enkel fragmenten bewaard Brugge, Stadsarchief, Oud Archief, 540: fragmenten drukwerk

Een heel ander soort boeken werd gedrukt door Dirk Martens (1446|1447-1534) uit Aalst. Zijn Speculum conversionis peccatorum (Een spiegel van de bekering van de zondaars), geschreven door de Limburgse kartuizer Dionysius van Rijckel (1402|1403-1471), is het allereerste boek dat in de Zuidelijke Nederlanden van de persen kwam. Het is een bescheiden boekje van amper 28 bladzijden, in een sobere vormgeving. Martens staat met zijn productie ver af van wat de Brugse drukkers op de markt brachten. Hij koos onder meer voor humanistische teksten die hij zette en drukte in een moderne, Italianiserende letter. Martens richtte zich onder meer op de universitaire wereld en boorde op deze manier een moderne markt aan.

61 + deel 13

Links: Maynus de Mayneriis, Le dialogue des creatures, (Franse vertaling van Dialogus creaturarum moralisatus door Colard Mansion), manuscript, Brugge (?), ca. 1482 Met een miniatuur waarop Mansion het boek overhandigt aan Lodewijk van Gruuthuse Zwitserland, privébezit, f. 1r

Rechts: Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Colofon en drukkersmerk van Colard Mansion Brugge, Openbare Bibliotheek, 3877, f. 389v

Wie is Colard Mansion?

De vijftiende-eeuwse kopiist, drukker en boekenondernemer Colard Mansion is vandaag bekend door het oeuvre dat hij heeft nagelaten: verluchte manuscripten en fraaie incunabelen. Zo verpletterend het oeuvre vandaag oogt, zo weinig is over het leven van Mansion bekend.

In 1457 verscheen Colard Mansion in Brugse documenten. Hij was dan als kopiist actief in Brugge en had banden met het Bourgondische hof. Hij was Franstalig en zijn kennis van het Latijn wijst op een goede scholing. Waar hij vandaan kwam en wanneer hij richting Brugge trok, is niet bekend.

1457 is het jaar dat hij zich lid maakte van de librariërsgilde in Brugge; hij bleef lid tot 1484. De librariërsgilde was Mansions sociale biotoop. Enkele jaren (1471-1473) stond hij als deken aan het hoofd van de gilde. Verder had hij een vlotte toegang tot de aristocratische kringen rondom het Bourgondische hof, in het bijzonder tot Lodewijk van Gruuthuse († 1492).

In 1476 overleed zijn vrouw; meer is over haar niet bekend. Evenmin is bekend of Colard Mansion kinderen had. Mansion was poorter van Brugge en hield verblijf in die stad. Regelmatig nam hij gezellen en leerjongens in dienst; sommigen woonden bij hem in. Waar hij zelf woonde, is niet bekend. Wel weten we dat hij tussen 1477 en 1484 een winkel en werkruimte huurde in het semi-publieke pand ten noorden van de Sint-Donaaskerk.

Circa 1475-1476 zette de boekenondernemer Mansion een drukkerswerkplaats op. Hij produceerde als zelfstandig drukker 24 titels; onverminderd bleef hij verder actief in de wereld van het luxemanuscript. Mansion had bovendien een uitgesproken literaire belangstelling. Zijn boekenproductie ging hand in hand met het vertalen, compileren en schrijven van teksten. In 1484 verliet hij Brugge. Het is niet bekend waar hij naartoe trok en waar en wanneer hij is overleden.

Benvenuto da Imola, Romuléon, (mogelijk gekopieerd door Colard Mansion), manuscript, 1467 Mansion leverde dit manuscript voor de bibliotheek van hertog Filips de Goede Besa n çon, Bi bli othèq ue mun i c i pale, ms. 850, f. 1 r

Benvenuto da Imola, Romuléon, (mogelijk gekopieerd door Colard Mansion), manuscript, 1467 Mansion leverde dit manuscript voor de bibliotheek van hertog Filips de Goede Besa n çon, Bi bli othèq ue mun i c i pale, ms. 850, f. 1 r

Hubert le Prévost, Vie de Saint Hubert, manuscript, Brugge (?), ca. 1470-1479 Het schrift is een uitgesproken gotische bastarda, een formele cursieve letter Parijs, Bibliothèque nationale de France, ms. fr. 424, ff. 14r

Hubert le Prévost, Vie de Saint Hubert, manuscript, Brugge (?), ca. 1470-1479 Het schrift is een uitgesproken gotische bastarda, een formele cursieve letter Parijs, Bibliothèque nationale de France, ms. fr. 424, ff. 14r

MANUSCRIPTEN VOOR DE ELITE

Net als Jan Brito, begon Colard Mansion zijn boekencarrière in Brugge als kopiist. Hij schreef grote publieke affiches, werkte cartularia af voor het bestuur van het Brugse Vrije (het plattelandsdistrict rond Brugge) en, vooral, excelleerde in het vervaardigen van ‘Bourgondische’ luxemanuscripten. Hoewel hij tegenwoordig vooral bekend is als incunabeldrukker, bleef de manuscriptenproductie een constant en belangrijk deel van zijn bedrijf. Edellieden bestelden manuscripten bij Mansion, die als boekenondernemer aan het hoofd stond van een netwerk van kopiisten, miniaturisten en boekbinders. Het manuscript Romuléon was een bestelling die Mansion in 1467 kreeg voor de bibliotheek van hertog Filips de Goede. Daarnaast nam Mansion zelf ook taken in de werkplaats op zich, zoals het vertalen en kopiëren van manuscripten. Mogelijk kopieerde hij met zijn eigen hand De la pénitence d’Adam, een handschrift dat werd klaargemaakt in opdracht van Lodewijk van Gruuthuse en aansluit op de artistieke smaak van het Bourgondische hof. Zo is de tekst geschreven in een gotisch schrift dat Bourgondische bastarda wordt genoemd en dat vooral populair was in de Bourgondische Nederlanden. 

Raoul Lefèvre, Recuyell of the historyes of Troye ( Engelse vertaling van Le Recueil des histoires de Troyes), incunabel, Brugge of Gent, William Caxton, ca. 1473-74 Presentatiescène waarbij Willam Caxton zijn Engelse vertaling van de Recueil aanbiedt aan Margaretaha van York (gravure, ca. 1476 (?)) San Marino CA, The Huntington Library, Art Collections and B ota n i cal Gard e ns, 62222, f. [ A1]

Raoul Lefèvre, Recuyell of the historyes of Troye ( Engelse vertaling van Le Recueil des histoires de Troyes), incunabel, Brugge of Gent, William Caxton, ca. 1473-74 Presentatiescène waarbij Willam Caxton zijn Engelse vertaling van de Recueil aanbiedt aan Margaretaha van York (gravure, ca. 1476 (?)) San Marino CA, The Huntington Library, Art Collections and B ota n i cal Gard e ns, 62222, f. [ A1]

Deze bastarda is een monumentale en hybride letter, die kan worden herkend aan de lange stok van de ‘f’ en de lange ‘s’ die sierlijk onder de schrijflijn uitsteken, de ‘a’ in één verdiepje, en stokletters (zoals de ‘l’ en de ‘k’) waarvan de lussen rechts worden aangezet. Typisch voor Bourgondische manuscripten is tevens hun grote formaat en bladspiegels in twee kolommen. Het meest opvallend is nog de uitgebreide decoratie van de pagina’s. De eerste letter van een hoofdstuk of paragraaf is steeds een grote, kleurrijke initiaal, soms zelfs voorzien van bladgoud. De illustraties bestaan uit gedetailleerde, handgeschilderde miniaturen. De marges zijn verlucht met elegante bloemenranken, soms sterk gestileerd en soms zo natuurgetrouw, dat de bloemblaadjes op de bladzijden lijken te liggen. Deze boeken waren duidelijk niet enkel bedoeld om te lezen, maar fungeerden ook als statussymbool, enkel weggelegd voor draagkrachtige kopers.

William Caxton

William Caxton (ca. 1415|1422-1492) was de eerste boekdrukker in Engeland, ook de drukker van het eerste boek in het Engels. Zijn loopbaan begon echter heel anders, namelijk als textielhandelaar. In 1444 vestigde hij zich in Vlaanderen en bouwde hier een succesvol zakenleven op. Hij werd benoemd tot ‘Governor of the English Nation’ en kwam in dienst van Margaretha van York, echtgenote van Karel de Stoute, hertog van Bourgondië. Hoe hij ertoe kwam om boeken te gaan drukken, beschreef hij in de proloog van zijn eerste boek. Eens liet hij Margaretha van York delen zien van zijn Engelse vertaling van verhalen over Troje door Raoul Lefèvre. Hoewel Margaretha terstond “a defaute in myn Englissh” verbeterde, droeg ze hem op om de gehele tekst te vertalen. Om onbekende redenen werd Caxton later voor achttien maanden verbannen naar Keulen, een levendige boekenstad aan de Rijn. Hier maakte hij zijn vertaling af, en kwam hij bovendien in aanraking met boekdrukkers. Caxton zag de boekdrukkunst waarschijnlijk als een kans om zijn twee grote interesses te combineren: boeken en handel. Na zijn terugkeer in Vlaanderen zette hij twee drukpersen op, één in Gent, waar hij met David Aubert vijf incunabelen drukte, en één in Brugge met Colard Mansion. Volgens de huidige stand van het onderzoek drukte Caxton zijn eerste boek in Gent in 1473, samen met Aubert. Het gaat om het allereerste boek in het Engels, namelijk zijn vertaling van het Trojeverhaal, onder de titel Recuyell of the Historyes of Troyes. Caxton droeg zijn boek op aan Margaretha van York. Enkele jaren later, in 1476, keerde hij terug naar zijn vaderland, Engeland, en installeerde een boekdrukkerswerkplaats in Westminster. Dit was de eerste drukkerij in Engeland. Hier bleef hij teksten vertalen en boeken drukken. Algemeen wordt aangenomen dat Caxton in dit alles de rol van ondernemer aannam en dat hij bijgevolg niet zelf de boekdrukpers bediende. Dat werk zal hij aan vaklieden overgelaten hebben.

19 + 22

Links: Roodenbouck I (cartularium van het Brugse Vrije), manuscript, Brugge, 1463-1464 (?) Wellicht afgewerkt en verlucht door Colard Mansion; ook de afwerking en verluchting van Roodenbouck II (1477-1478) gebeurde wellicht door Mansion Brugge, Rijksarchief, Registers van het Brugse Vrije, 2

Rechts: Op basis van Mansions bastardaletter reconstrueerde letterontwerper Jo De Baerdemaeker in 2017 deze ‘Colard Mansion Bastarda’ © Jo De Baerdemaeker

De Mansionletter

In het kader van de tentoonstelling Haute Lecture by Colard Mansion ontwikkelde letterontwerper Jo De Baerdemaeker twee nieuw lettertypes, gebaseerd op de letters van Mansion. Het eerste lettertype is een historische reconstructie van Mansions bastarda, een gotische letter. Deze letter is enkel gekend uit zijn boeken en hier vielen ze door de manier van drukken steeds ietwat anders uit. Op basis van historisch-typografisch onderzoek van de exemplaren van de Mansion-incunabelen in de Brugse Openbare Bibliotheek, heeft Jo De Baerdemaeker het oorspronkelijke letterontwerp kunnen reconstrueren. Daarnaast voegde hij moderne leestekens toe, die Mansion nog niet gebruikte. Dit alles gebeurde binnen een onderwijstraject met studenten van het European Lettering Institute in Brugge.

Jo De Baerdemaker heeft bovendien een tweede font ontwikkeld, een hedendaags lettertype waarbij vooral inspiratie werd gevonden bij Mansions tweede letter, de gotische rotunda met romeinkapitalen. In dit lettertype is de tekst die u hier leest gedrukt. Beide letterypes worden immers voluit gevaloriseerd binnen het Haute Lecture-project: drukwerk, scenografie, communicatie en merchandising. Zo wordt dit typografisch erfgoed opnieuw levend en actueel.

Anicius Manlius Boethius, Consolation de la philosophie (Franse vertaling van De consolatione philosophiae), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1477 Parijs, Bibliothèque nationale de France, Rés. R. 86, f. 1r

Anicius Manlius Boethius, Consolation de la philosophie (Franse vertaling van De consolatione philosophiae), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1477 Parijs, Bibliothèque nationale de France, Rés. R. 86, f. 1r

INCUNABELEN: VORM EN INHOUD

Deze weelderige resultaten van minutieus handwerk waren niet te bereiken met een drukpers, waarbij een drukker enkel losse drukletters, houtsneden en inkt tot zijn beschikking had. Toch zien we hoe Mansion in een aantal van zijn gedrukte boeken die verfijnde stijl poogde door te zetten. Mansions incunabel van de Consolation de la philosophie uit 1477 toont dat prachtig. De tekst is gedrukt in twee kolommen en op grote bladzijden. Ook wat betreft de decoraties gelijkt de incunabel op manuscripten: de kapitalen en andere geschilderde elementen zijn met de hand toegevoegd. En vooral, bij het begin van elk ‘boek’ of hoofdstuk liet de drukker een halve pagina witruimte. Deze opening liet aan de kopers van de boeken toe om hier een miniatuur, een pentekening of een andere illustratie in te lassen, naar eigen inzicht en koopkracht. Hoewel Mansion overstapte op een nieuwe techniek om boeken te vervaardigen, hield hij vast aan het uiterlijk van de traditionele Bourgondische manuscripten. Hieruit blijkt een verlangen om luxemanuscripten te verkopen, maar wel vervaardigd in grotere oplagen. Mansions achterliggende idee was, zoals in 1975 krachtig verwoord door de Amerikaanse boekhistoricus Paul Saenger, het mechanisch vervaardigen van manuscripten. Dit geldt in de eerste plaats voor de vier monumentale boeken in een royaal folioformaat: Haute Lecture of kostbare en luxueuze boeken voor een bibliofiele elite. Maar Mansions fonds is best ook wel verscheiden. Zo bestaat het leeuwendeel van zijn incunabelen uit niet-geïllustreerde edities in een klein folio formaat. Maar ook hier toonde Mansion zich een meester in fijn werk.

Niet enkel het uiterlijk, maar ook de inhoud van Mansions incunabelen sloten aan op de smaak van de Bourgondische literaire cultuur. Het grootste deel van zijn gedrukte oeuvre is bijgevolg volkstalig, in het Frans. Mansion toonde zich ook hier een vernieuwer. Bovendien gaat het bijna steeds om een editio princeps – een eerste gedrukte editie – van werk dat in handschrift circuleerde, overwegend werk van eigentijdse auteurs uit de Franse of Bourgondische cultuursfeer of om vertalingen naar het Frans. Mansion legde trouwens niet zomaar teksten op zijn drukpers: hij zorgde voor inleidingen, vertalingen, bewerkingen en compilaties, en misschien mogen we de vraag stellen in welke mate hij zelf niet als creatieve auteur actief was. Deze vraag stelt zich onder meer bij het anomieme Adevineaux amoureux dat wellicht omstreeks 1480 van zijn drukpers rolde; de titel verwijst naar een verzameling liefdesraadsels in vraag en antwoord.

Mansions Franstalig fonds kan niet los worden gezien van de hertogen van Bourgondië met hun sterke interesse in Franse literatuur. Vooral Filips de Goede en leden van zijn entourage verzamelden en lazen veel Frans proza en poëzie. Bovendien stimuleerden zij de productie van Franse teksten, zowel nieuwe als vertalingen. Franse manuscripten waren niet enkel een statussymbool, maar ook een belangrijk medium voor kennisoverdracht, namelijk een manier om oude teksten begrijpelijk te maken.

12+25

Links: Blad met vers bij Hemelvaart (nr. 31) uit: Anthonis de Roovere, Leven en passie ons Heren, incunabel, Gouda, Gerard Leeu, 1482 Volkstalig werk van de Brugse dichter Anthonis de Roovere werd nog tijdens zijn leven gedrukt, niet in Brugge, wel in Gouda door Gerard Leeu

Rechts: Meester FVB, Spinnende vrouw lastig gevallen door een monnik, ca. 1475-1500, gravure Wenen, Albertina, inv. nr. DG1928/448.

Teksten in het Nederlands daarentegen vonden in het laatmiddeleeuwse Brugge nauwelijks hun weg naar de plaatselijke boekdrukateliers. De Brugse rederijker Anthonis de Roovere († 1482) ging met zijn teksten naar Gouda waar Gerard Leeu ze op zijn boekdrukpersen legde. Brito toonde zich een bescheiden minnaar van Nederlandse teksten of literatuur; hij drukte leerboekjes Latijn-Nederlands en een Franse vertaling van Jacob van Maerlants Wapene Martijn. In de werkplaats van de boekdrukker Arend de Keysere († 1490) in Oudenaarde, vervolgens in Gent waren Nederlandstalige teksten wel welkom.

Mansion had oog voor de onderwerpen die zijn lezers konden aanspreken. Vaak ging het, zoals gezegd, om onderwerpen die geliefd waren binnen de Bourgondische hofcultuur. De grens met de literaire stadscultuur valt moeilijk te trekken. Zo zette Mansion in op een eigentijds debat over de sociale positie van de vrouw, aangezet door de vijftiende-eeuwse Christine de Pizan (†ca. 1430). Hij koos zelf geen partij in het debat. Le Purgatoire des mauvais maris is een voorbeeld van een boek dat vrouwen verdedigt. Dat dit boek graag werd gelezen door aristocraten blijkt uit het feit dat ook Filips de Goede deze tekst bezat. Aan de andere kant produceerde Mansion boeken die vrouwen in een kwaad daglicht stellen. Zijn Les Evangiles des Quenoilles bevat verhalen van wevende en spinnende vrouwen, die vooral de vrouwelijke stereotypen bevestigen. Dit was een populair thema, en is dan ook meerdere malen in kunst uit die tijd afgebeeld.

Jean Boutillier, La somme rural, incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1479 Deze grote folio is gezet en gedrukt in een gotische rotunda, Mansions tweede font, met ronde vormen en kapitalen in romein Brugge, Openbare Bibliotheek, 3879, f. 10r-11v

INNOVATIE VAN TEKST EN BEELD

Visueel en inhoudelijk sluiten Mansions incunabelen nog nauw aan op de handschriftelijke cultuur van zijn tijd en beantwoorden ze aan de traditionele verwachtingen van het Bourgondisch hof. De boekdrukpers liet hem wel toe om sneller en in grotere oplagen te produceren. Het traditionele uiterlijk van de incunabelen betekent niet dat Mansion zich afzijdig hield van de nieuwe ontwikkelingen in het boekenvak. Zo investeerde Mansion in het ontwerpen en snijden van twee nieuwe fonts of lettertypen die we enkel bij hem aantreffen. Zijn eerste lettertype waarmee hij in 1476 aan de slag ging, is een gotische bastarda, net als het handschrift dat typisch was in Bourgondische manuscripten. Het was duidelijk Mansions bedoeling om een gedrukte versie te vervaardigen van deze handgeschreven letter. Het gotische karakter geeft de letter een indrukwekkend voorkomen. In geen enkele werkplaats in de Nederlanden was er in de vijftiende eeuw een meer monumentale drukletter in gebruik.

Jean Boutillier, La somme rural, incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1479 Deze grote folio is gezet en gedrukt in een gotische rotunda, Mansions tweede font, met ronde vormen en kapitalen in romein Brugge, Openbare Bibliotheek, 3879, f. 10r-11v

Jean Boutillier, La somme rural, incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1479 Deze grote folio is gezet en gedrukt in een gotische rotunda, Mansions tweede font, met ronde vormen en kapitalen in romein Brugge, Openbare Bibliotheek, 3879, f. 10r-11v

Voor twee van zijn incunabelen heeft hij namelijk niet gekozen voor de traditionele miniaturen, maar voor gedrukte illustraties, zowel houtsneden als gravures.
Meester WA, Wapenschild van Karel de Stoute, ca. 1467-1468, gravure Brussel, Koninklijke Bibliotheek van belgië, inv. nr. EST RES F° - VdS 331 - S.II 1053 (=S.I 23097)

Meester WA, Wapenschild van Karel de Stoute, ca. 1467-1468, gravure Brussel, Koninklijke Bibliotheek van belgië, inv. nr. EST RES F° - VdS 331 - S.II 1053 (=S.I 23097)

Omstreeks 1477, toen zijn bedrijf uitbreidde, liet hij een tweede en kleiner font ontwerpen, een rotunda. De rondere vorm van deze letter doet moderner aan, zoals het huidige lettertype Times New Roman, vooral omdat de kapitalen romeinletters zijn. Deze rotunda doet heel erg Italiaans aan, maar het is weinig waarschijnlijk dat Mansion dit font bij een Italiaanse letterontwerper bestelde. Mogelijk investeerde hij in dit font om boeken in het Latijn uit te geven. Als dit al het plan was, is er niet veel van in huis gekomen. Wel begon Mansion veelbelovend, met het drukken van het volledige werk (Opera) van de pseudo-Dionysius, een vertaling vanuit het Grieks naar het Latijn. Het betrof werk van een christelijke mystieke en hermetische anonieme auteur uit de vijfde eeuw met een bijzonder grote invloed op het Italiaanse humanisme van de vijftiende eeuw. Dat net Mansion in Brugge instond voor de editio princeps van deze Opera, is één van de grote raadsels omheen zijn leven en werk.

Meester WA, Legertent met Bourgondisch Wapenschild, 1465-1490, gravure Wenen, Albertina, inv. nr. DG1928/395

Meester WA, Legertent met Bourgondisch Wapenschild, 1465-1490, gravure Wenen, Albertina, inv. nr. DG1928/395

Mansions andere belangrijke vernieuwingen liggen vooral op het vlak van de boekillustratie. Voor twee van zijn incunabelen heeft hij namelijk niet gekozen voor de traditionele miniaturen, maar voor gedrukte illustraties, zowel houtsneden als gravures. Houtsneden werken volgens het stempelprincipe: op een houtblok wordt een afbeelding aangebracht, en het hout eromheen wordt weggesneden. De afbeelding die overblijft, wordt dan geïnkt en afgedrukt. Gravures werken juist andersom: in een plaat, meestal van koper, wordt een afbeelding gegraveerd. In die fijne, gegraveerde groeven wordt inkt aangebracht. Het blad papier wordt met veel kracht tegen deze plaat geperst, zodat het de inkt uit die groeven opneemt, waarmee de afbeeldingen op het papier zichtbaar wordt.

Getijdenboek, Willem Vrelant (miniaturist), manuscript, Brugge, 1460-1469 Het detail van het leeuwtje kopieerde Willem Vrelant van een speelkaart Florence, Biblioteca Medicea Laurenziana, Acquisti e doni 147

Getijdenboek, Willem Vrelant (miniaturist), manuscript, Brugge, 1460-1469 Het detail van het leeuwtje kopieerde Willem Vrelant van een speelkaart Florence, Biblioteca Medicea Laurenziana, Acquisti e doni 147

Meester FVB, De heilige Paulus, 1475-1499, gravure Brugge, Musea Brugge, inv. nr. 2014.GRO0014.I

Meester FVB, De heilige Paulus, 1475-1499, gravure Brugge, Musea Brugge, inv. nr. 2014.GRO0014.III

BRUGGE EN DE PRENTKUNST

Prenten waren een kunstvorm op zich. Losse bedrukte vellen werden verhandeld en verzameld door arm en rijk. In het begin van de vijftiende eeuw kreeg de prentkunst voet aan de grond in de Nederlanden. De rekeningen van de Brugse librariërsgilde vermelden de namen van de ‘prentvercoopers- en makers’ Jan Ferri, Maertin van Axele en Pieter van Middemblijc, en van de ‘prentmakers’ Coppin, Stevin Coetsoen en Clays Knodde. Of hun taken inhielden wat we tegenwoordig onder ‘prentmaker’ verstaan, is moeilijk vast te stellen.

Hoewel we dus geen Brugse prentkunstenaars met zekerheid kennen, hebben kunsthistorici gepoogd om verschillende prenten aan Brugge te relateren. De graveur met de noodnaam Meester WA heeft waarschijnlijk in Brugge prenten vervaardigd voor het Bourgondische hof. Zo heeft hij een afbeelding gegraveerd met het wapenschild van Karel de Stoute, geflankeerd door twee leeuwen en omringd door wapenschilden die verwijzen naar de bezittingen van Karel. Daarnaast heeft Meester WA een Bourgondisch legerkamp afgebeeld. Op de tent prijken weer het Bourgondisch wapen en het vuurslag.

33+34

Links: Maynus de Mayneriis, Le dialogue des creatures, (Franse vertaling van Dialogus creaturarum moralisatus door Colard Mansion), manuscript, Brugge (?), ca. 1482 Met een miniatuur van een schrijvende aap Zwitserland, privébezit, f. 144v

Rechts: Maynus de Mayneriis, Dialogus creaturarum moralisatus, incunabel, Gouda, Gerard Leeu, 1480 Met een houtsnede van een schrijvende aap Brugge, Openbare Bibliotheek, Inc. 3872a, f. 146r

Meester van de speelkaarten, Speelkaart met een lijfknecht, 1460-1469, gravure Parijs, Bibliothèque nationale de France, inv. nr. Kh 25 rés., Ec. n. 43

Meester van de speelkaarten, Speelkaart met een lijfknecht, 1460-1469, gravure Parijs, Bibliothèque nationale de France, inv. nr. Kh 25 rés., Ec. n. 43

Een andere graveur signeerde zijn prenten ‘F V B’; er is geopperd dat dit kan staan voor Frans van Brugge. Het prentenkabinet van Musea Brugge bewaart een prent van deze meester. Hierop is de heilige Paulus afgebeeld, blootvoets en met een zwaard in zijn rechterhand. De schaduwen in het gezicht van de heilige en de plooival van het gewaad zijn zeer uitgewerkt en verfijnd, wat de prent een schilderachtige uitstraling geeft.

Prenten sloten indertijd sterk aan bij de schilderkunst. Ze waren voor kunstenaars een handig medium om inspiratie op te doen. Prenten worden namelijk in grote oplage gedrukt en kosten weinig. Ze zijn bovendien klein en licht, en daardoor makkelijk te vervoeren. Hierdoor worden ze snel en ver verspreid over heel Europa. Ze komen terecht in werkplaatsen van andere kunstenaars en dienen daar als voorbeelden voor nieuwe kunstwerken, zoals schilderijen, maar tevens voor boekillustraties.

De Brugse miniaturist Willem Vrelant liet zich bijvoorbeeld inspireren door een gedrukte speelkaart. In die tijd waren veel speelkaarten in omloop met daarop afgebeeld menselijke figuren, bloemen en dieren, zoals leeuwen. Vrelant was blijkbaar gecharmeerd door zo’n leeuwtje op een speelkaart en kopieerde het in de marge van een manuscript. Ook in het werk van Mansion zien we de invloed van gravures, zoals in de verluchting van het door hem gecoördineerde prachthandschrift Dialogue des Créatures uit 1482. De miniaturist ging waarschijnlijk voor zijn illustraties op zoek naar voorbeelden in boeken met dezelfde tekst. En het is de incunabel met de Latijnse versie van deze tekst (Dialogus creaturarum, Gouda: Gerard Leeu, 1480) die de beste inspiratiebron bleek. De miniaturist schildert duidelijk de aap uit de houtsnede na in het manuscript.

Maynus de Mayneriis, Le dialogue des creatures, (Franse vertaling van Dialogus creaturarum moralisatus door Colard Mansion), manuscript, Brugge (?), ca. 1482 Met een miniatuur van het atelier van Mansion Zwitserland, privébezit, f. 7r

Maynus de Mayneriis, Le dialogue des creatures, (Franse vertaling van Dialogus creaturarum moralisatus door Colard Mansion), manuscript, Brugge (?), ca. 1482 Met een miniatuur van het atelier van Mansion Zwitserland, privébezit, f. 7r

Danse macabre, incunabel, [Lyon, Mathias Huss], 1499-1500 Houtsnede die een boekdrukkerswerkplaats toont waar de dood op bezoek komt; dit is de vroegste afbeelding van een drukkersatelier London, British Library, IB. 41735

Danse macabre, incunabel, [Lyon, Mathias Huss], 1499-1500 Houtsnede die een boekdrukkerswerkplaats toont waar de dood op bezoek komt; dit is de vroegste afbeelding van een drukkersatelier London, British Library, IB. 41735

Mansion stond midden in een levendige prentproductie in Brugge. Het is dus niet verwonderlijk dat hij deze afbeeldingen in zijn boeken verwerkt. Uit details in zijn gedrukte boeken valt op te maken hoe hij te werk ging, zoals in een houtsnede in zijn Metamorphose (1484). Bovenaan de illustratie van de hellemond overlapt de houtsnede met de tekst. Hieruit blijkt dat hij deze bladzijde niet in één keer drukte, maar dat hij hem twee keer onder de drukpers legde. De eerste maal drukte hij de tekst, de tweede maal de houtsnede. Hij maakte verassend genoeg geen gebruik van het voordeel dat houtsneden en losse letters tegelijk – in één drukgang – gedrukt konden worden.

De werkplaats van Mansion

Hoe zag Mansions drukkerij eruit? Oude gravures waarop werkplaatsen van boekdrukkers zijn afgebeeld, laten toe om ons te verplaatsen in Mansions atelier. Deze afbeeldingen tonen meestal een team van drie of meer personen. De zetter zette de tekst in loden letters en twee mannen stonden aan de pers. Elk vel papier diende immers op de juiste plaats te worden aangebracht terwijl de drukvorm werd ingeïnkt. De rol van corrector van de drukproef, vaak afwezig in representaties, was essentieel en kon worden toegewezen aan meerdere personen tegelijk. Uiteraard varieerde het aantal meesters en gezellen in een drukkerij naargelang het aantal persen dat in bedrijf was. In de werkplaats van Colard Mansion vermoedt men minstens twee boekdrukpersen, wat al vlug leidt tot een team van tien werknemers. Boeken drukken was een kapitaalsintensief bedrijf met een hoog risico. Mansion diende te investeren in een of meer drukpersen, papiervoorraden en metalen letters. Het papier eiste meer dan de helft van de kosten van een boek op. Alle incunabelen bij Mansion hebben een folioformaat. Dat wil zeggen dat op elke zijde van een vel papier twee pagina’s werden gedrukt; naderhand werd dit vel éénmaal gevouwen. Al de geplooide vellen samen vormden een boek. Aldus Manutius (†1515 ) in Venetië maakte kleinere formaten populair; een vel papier moest dan minstens twee keer worden gevouwen.

De arbeidsomstandigheden in een drukkerij waren extreem zwaar. De werkdagen waren lang en de lonen over het algemeen laag. Bij Christophe Plantin († 1589) in Antwerpen, een eeuw na Mansion, arriveerden werknemers ‘s ochtends tussen 5 en 6 uur, konden ze een uurtje naar huis voor de lunch en keerden ze terug naar de drukkerij tot acht uur ‘s avonds. Met zo’n hoge werkdruk was de verhouding tussen de baas en zijn werknemers soms erg slecht. Zo stierf de drukker Gerard Leeu in 1492 aan verwondingen die hij kreeg tijdens een gevecht met zijn lettersnijder Henrick Pietersz., die een eigen bedrijf wilde beginnen.

FOCUS OP ENKELE TOPWERKEN

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommes et femmes (vertaling van De casibus virorum illustrium), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1476 Burton-upon-Trent, Wormsley, The Wormsley Library, inv. nr. RH271/100A, f. 1r

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommes et femmes (vertaling van De casibus virorum illustrium), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1476 Burton-upon-Trent, Wormsley, The Wormsley Library, inv. nr. RH271/100A, f. 1r

Boccaccio’s De la ruyne des nobles hommes et femmes

1476 betekende voor Colard Mansion een eerste hoogtepunt in zijn carrière als boekdrukker. Hij bracht nieuwe technieken bij elkaar in een vertaling van De casibus virorum illustrium, een veertiende-eeuws moraliserend werk van de Italiaanse humanist Giovanni Boccaccio (1313-1375). De casibus – in het Frans getiteld De la ruyne des nobles hommes et femmes – verhaalt de lotgevallen van verscheidene ‘beroemdheden’ uit de Bijbelse, antieke en middeleeuwse geschiedenis. Adam en Eva, Cleopatra, Samson: allemaal hebben ze gemeen dat het lot zich tegen hen keerde na een periode van voorspoed. Boccaccio wilde met zijn redevoering prinsen en heersers waarschuwen voor de gevolgen van egoïsme, trots en een te grote ambitie. Vrouwe Fortuna is veranderlijk en verraderlijk, en Gods oordeel wachtte op hen allemaal. Men moest zich volgens de boodschap niet op het aardse leven richten, maar juist voorbereiden op het leven na de dood.

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommse et femmes, (Franse vertaling van De casibus illustrium virorum et mulierum), incunabel, Colard Mansion, 1476 Boston, Museum of Fine Arts, Harvey D. Parker CollectionHarvey Drury Parker Fund,, inv. nr. 32.458

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommse et femmes, (Franse vertaling van De casibus illustrium virorum et mulierum), incunabel, Colard Mansion, 1476 Boston, Museum of Fine Arts, Harvey D. Parker CollectionHarvey Drury Parker Fund,, inv. nr. 32.458

Boccaccio’s tekst vond gretig aftrek bij het veertiende-eeuwse publiek en bleek ook een eeuw later, in Mansions tijd, een succes. In 1400 vertaalde de Franse schrijver Laurent de Premierfait de tekst in het Frans. Hij bleef erg dicht bij Boccaccio’s oorspronkelijke bewoordingen, en zijn eerste vertaling was dan ook een stuk minder populair dan zijn tweede versie uit 1409, waarin hij zichzelf wat meer vrijheid gunde. Toch koos Colard Mansion voor de eerste, meer letterlijke vertaling uit 1400. Vooraleer Mansion evenwel het eerste exemplaar van zijn Boccaccio-editie in zijn handen kon houden, moest hij nog een heel proces doorlopen..

In Mansions tijd was men voor het illustreren van boeken nagenoeg uitsluitend aangewezen op houtsneden en op handgeschilderde illustraties. Mansion deed met zijn Boccaccio iets nieuws: hij voegde kopergravures toe. Mansion wordt vaak gezien als een pionier hierin. Of de Boccaccio ook echt de eer toekomt de eerste incunabel met gegraveerde illustraties te zijn, is onzeker. In de jaren 1470 waagden meerdere Europese drukkers zich immers aan het vervaardigen van boeken met gegraveerde illustraties. Eén van hen was Nicolaus Götz, die in hetzelfde jaar 1476 in Keulen zijn boek Hic facet an eyn buch von der astronomien, of Buch von der Astronomie drukte. Dit boek bevatte twee gravures, die bovendien werden afgedrukt op het vel papier waarop de tekst werd gedrukt. Dit gebeurde niet bij Mansions incunabel: hier werden de gravures afzonderlijk gedrukt en vervolgens in de boeken ingekleefd. Al gauw volgden andere drukkers in de voetsporen van deze pioniers: zo werden ook in Florence en Bologna boeken vervaardigd met al dan niet los ingevoegde gravures.

Meester van de Boccaccio-illustraties

Links: Meester van de Boccaccio-illustraties, Boccaccio schrijft de geschiedenis van Adam en Eva, ca. 1476-1500, gravure Parijs, Bibliothèque nationale de France, Inv.Nr.Ec.N. 795 (Ea.20-a rés.)

Midden: Meester van de Boccaccio-illustraties, Dood van Regulus, ca. 1476-1500, gravure Berlijn, Kupferstichkabinett, L. 7

Rechts: Meester van de Boccaccio-illustraties, Executie van Brunhilde. ca. 1475-1500, gravure Parijs, Louvre, Collection Edmond de Rothschild, inv. nr. 82 LR

In totaal bevatte Mansions Boccaccio negen illustraties, die ook zijn bewaard op losse bladen, als prenten. Deze afbeeldingen zetten de verhalen uit de Boccaccio kracht bij en benadrukten het belang van bescheidenheid en de veranderlijkheid van het Lot. Op de eerste gravure, bedoeld voor de openingspagina, presenteert Boccaccio zijn werk aan Mainardo Cavalcanti. In de inleiding valt te lezen dat Boccaccio zijn werk opdroeg aan deze kamerheer uit Napels, omdat geen enkele prins, koning, keizer of paus dit waardig was. De twee heren bevinden zich in een gewelfde ruimte, omringd door verschillende andere mannen. Boccaccio knielt in het midden en overhandigt een boek aan Cavalcanti, die voor hem staat. Dit is niet de enige keer dat Boccaccio is afgebeeld in de illustraties van Mansions incunabel. Op een andere gravure zit hij gebogen over een schrijftafel, omringd door boeken en andere snuisterijen. Voor hem staan Adam en Eva. Op de achtergrond wordt de geschiedenis van de eerste mensen verhaalt, en zien we hoe Adam en Eva zich in het ongeluk storten en worden verbannen uit het Paradijs.

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommse et femmes, (Franse vertaling van De casibus virorum illustrium), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1476 San Marino CA, The Huntington Library, Art Collections and Botanical Gardens,, 85076, F. 75R

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommse et femmes, (Franse vertaling van De casibus virorum illustrium), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1476 San Marino CA, The Huntington Library, Art Collections and Botanical Gardens,, 85076, F. 75R

Veel van de personages in De la ruyne stierven een gruwelijke dood. Zo ook Regulus, een eenvoudige Romeinse boer die het tot consul schopte. Hij werd gevangen genomen door de vijand en stierf een marteldood. Op de gravure is te zien hoe de consul is vastgebonden op een tafel met ijzeren pinnen, terwijl om hem heen zijn vijanden klaarstaan met stokken en scherpe messen. De Frankische koningin Brunhilde stierf net zo’n marteldood, en deze is ook levendig geïllustreerd voor Mansions incunabel. Brunhilde werd ten onrechte beschuldigd van verraad en net als Regulus hevig gemarteld. Ze stierf aan haar verwondingen nadat ze met handen en voeten aan vier paarden gebonden werd en zo uit elkaar werd getrokken. Naast Adam en Eva, Regulus en Brunhilde zijn ook de lotgevallen van koning Saul, consul Marcus Manlius Capitolinus en keizers Caius Marius Arpinates en Valerianus, en het allegorische verhaal van de Armoede die vecht met het Lot in deze reeks prenten vastgelegd. De boodschap van dit laatste verhaal liet niets aan de verbeelding over: wie afstand doet van zijn wereldlijke rijkdommen, hoeft de kwellende spelingen van het Lot niet te vrezen.

Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Houtsnede met de legende van de gevallen eik Brugge, Openbare Bibliotheek, 3877, f. 43r

Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Houtsnede met de legende van de gevallen eik Brugge, Openbare Bibliotheek, 3877, f. 43r

De veertien exemplaren die wereldwijd van Mansions Boccaccio zijn bewaard, kunnen we indelen in vier versies of ‘staten’, A tot en met D. In alle exemplaren opent elk hoofdstuk (‘boek’) bovenaan met een witruimte die ingevuld kon worden met een illustratie, maar de grootte van die witruimtes verschilt per staat. In de vijf bewaarde exemplaren van staat A zijn de witruimtes een halve pagina groot. Wellicht wilde Mansion de exemplaren van staat A laten decoreren met handgeschilderde miniaturen. Er is slechts één exemplaar van staat A bekend waarbij de witruimten met miniaturen zijn ingevuld. Dit wordt nu bewaard in de Huntington Library in San Marino (VS); de miniaturen en verdere randversiering zijn hier geen Brugs werk, wel van een Frans atelier. In staat B is op de openingspagina een grotere witruimte gelaten dan in staat A. In de staten C en D zijn deze grotere witruimtes ook op andere plaatsen in het boek doorgevoerd. Deze grotere ruimtes waren waarschijnlijk nodig om in plaats van miniaturen, de zojuist besproken gravures aan te brengen omdat deze gravures relatief groot zijn. De vraag rijst waarom Mansion zijn Boccaccio in verschillende staten heeft gedrukt. Hierop bestaat geen eenduidig antwoord. Mogelijk had hij deze vier staten al van tevoren voorzien met de bedoeling dat kopers konden beslissen of zij het boek met miniaturen, met gravures of ongeïllustreerd wilden aanschaffen. Of misschien ondervond hij gaandeweg problemen en heeft hij de teksten meerdere malen herzet en herdrukt om in de plaats van miniaturen de gravures in te passen. De gravures lijken speciaal voor de Boccaccio te zijn vervaardigd en staan stilistisch gezien duidelijk in de traditie van de vijftiende-eeuwse Brugse boekverluchting en andere kunstvormen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het detail van een aapje dat een hond vlooit op de gravure van Boccaccio met Adam en Eva, dat ook voorkomt op het schilderij van de Meester van de Sint-Ursulalegende.

44+45

Links: Meester van de Legende van de heilige Ursula, Het huwelijksaanzoek van de heidense koning van Engeland voor zijn zoon Aetherius met prinses Ursula, paneel van de Legende van de heilige Ursula, 1482, olieverf op paneel Brugge, Musea Brugge, inv. nr. 0000.GRO1542.I

Rechts: Meester van de Boccaccio-illustraties, Boccaccio schrijft de geschiedenis van Adam and Eva, (Zuidelijke Nederlanden?), ca. 1476-1500, gravure geretoucheerd in bruine inkt Wenen, Albertina, inv. nr. DG 1926.905

Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Parijs, Bibliothèque nationale de France, Rés. g Yc 1002, f. 1r

Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Parijs, Bibliothèque nationale de France, Rés. g Yc 1002, f. 1r

OVIDIUS’ METAMORPHOSE

Iets minder dan tien jaar na de voltooiing van de Boccaccio legde Mansion nog een meesterwerk op zijn drukpers. Zijn uitgave van de Metamorphose belichaamde precies de Bourgondische smaak in de vijftiende eeuw. Zowel de inhoud als de vorm voldeden aan de eisen: Mansion vervaardigde een moraliserend boek dat nog sterk aanleunde tegen de geliefde luxueuze manuscripten van de Bourgondische elite. Het boek was een complexe herbewerking en vertaling van de tekst die de Romeinse schrijver Ovidius (43 v.C.-17 n.C.) in de eerste eeuw na Christus schreef. Door de eeuwen heen hadden verschillende auteurs al aan de heidense Metamorfosen gesleuteld om ze ook voor een christelijk publiek relevant te maken. Mansions compilatie en Franse vertaling leverden een unieke tekstgetuige op. In deze Metamorphose bekleedt de legende van de gevallen eik een centrale plaats, overigens een toevoeging van Mansion. Hij omschreef het voorval alsof hij er zelf bij was geweest en gaf aan dat velen baat hadden bij deze gevallen eik. Mansion zelf verzamelde galappeltjes waarmee hij later inkt kon maken om dit boek te drukken. Verder verzamelde de varkenshoedster eikels, kon met de gesprokkelde takken een haardvuur worden aangemaakt en leende het hout zich tot het maken van beeldhouwwerk. Iedereen kon iets met de omgevallen eik, net zoals iedereen iets kon met Ovidius’ verhalen. Vanuit deze metafoor symboliseerde de legende de omgang van christelijke schrijvers met Ovidius’ werk. Ze openbaarden de ‘verborgen betekenis’, de christelijke betekenis dus, aan het christelijke lezerspubliek.

Mansion vervaardigde een moraliserend boek dat nog sterk aanleunde tegen de geliefde luxueuze manuscripten van de Bourgondische elite.
Publius Ovidius Naso, Ovide moralisé en vers, manuscript, Brugge (?) ca. 1480 Kopenhagen, Det Kongelige Bibliotek, Ms. Thott 399, f. 1r

Publius Ovidius Naso, Ovide moralisé en vers, manuscript, Brugge (?) ca. 1480 Kopenhagen, Det Kongelige Bibliotek, Ms. Thott 399, f. 1r

Niet enkel met deze legende, ook met een vijfdelige inleiding maakte Mansion deze Metamorphose tot een uniek werkstuk. Bijzonder is het deel met Mansions vertaling van Petrus Berchorius’ veertiende-eeuwse Latijnse tekst over het uiterlijke van de goden. Pas dan werd de lezer binnengeleid in Ovidius’ fabelen en allegorieën die steeds zijn opgebouwd rond een gedaanteverwisseling. Mansion was overigens zeker niet de enige die zich in de vijftiende eeuw waagde aan de verhalen van Ovidius. Zo bracht zijn voormalig collega William Caxton in Engeland het Book of Ovyde uit. In tegenstelling tot Mansions Metamorphose, waarvan we nog zeventien exemplaren bezitten, is de Book of Ovyde slechts in één handschrift overgeleverd. Mansion had met de Franse vertaling en bewerking van de Metamorphose bovendien een editio princeps in de Lage Landen in handen. Al eerder was Ovidius’ werk hier uitgegeven, maar dan in het Latijn. Mansions incunabel was bovendien de eerste geïllustreerde editie van de Metamorphose.

Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Houtsnede met de gevallen engelen Brugge, Openbare Bibliotheek, 3877, f. 48v

Publius Ovidius Naso, Metamorphose (bewerking door Colard Mansion), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1484 Houtsnede met de gevallen engelen Brugge, Openbare Bibliotheek, 3877, f. 48v

In totaal bevat Mansions editie van de Metamorphose vierendertig houtsneden. Zeventien grote houtsneden openen de verschillende hoofdstukken; de zeventien kleine houtsneden portretteren de goden die telkens met hun attributen worden afgebeeld. De illustraties vertonen opvallende gelijkenissen met enkele miniaturen uit een gelijktijdig anoniem manuscript, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen. Ook een deel van de tekstuele inhoud van de twee boeken komt overeen: zo bevat zowel Mansions incunabel als het anonieme manuscript dezelfde vertaling van Petrus Berchorius’ tekst over het uiterlijk van de goden. Waarschijnlijk deelden beide boeken eenzelfde bron, zowel op tekstueel als op visueel vlak. Of misschien heeft één van de twee als voorbeeld gediend voor de ander.

Mansion begon zijn incunabel met een paginagrote afbeelding waarop de antieke goden zijn afgebeeld. Centraal staat Saturnus, de god die zijn kinderen opat uit de onbevattelijke angst dat ze zijn ondergang teweeg zouden brengen. Meerdere scenes uit dit verhaal zijn samengebracht in de prent. Terwijl Saturnus nog bezig is een van zijn kinderen te verslinden, wordt hij gecastreerd door zijn zoon, Jupiter. Uit zijn geslachtsorgaan, dat door Jupiter in zee geslingerd wordt, ontstaat de godin Venus.

Naast mythologische scenes bevatte de Metamorphose ook afbeeldingen met een uitgesproken christelijke hertaling. Een voorbeeld hiervan is de illustratie met gevallen engelen. Een man en een vrouw, de mythologische Deucalion en Pyrrha, gooien stenen over hun schouders. Volgens de legende zouden hieruit nieuwe mensen geboren worden en inderdaad, achter hen zitten een naakte man en vrouw op de grond. Ze doen sterk aan Adam en Eva denken. De rechterhelft van de illustratie brengt ons bovendien nog meer christelijke context: afgebeeld is hoe de opstandige engelen uit de hemel vallen. Op de achtergrond zien we hoe de zondvloed de aarde heeft overspoeld. Al deze gebeurtenissen worden gadegeslagen door Ovidius, die links op de afbeelding uit een raam leunt. Ook in Caxtons Book of Ovyde is Ovidius in een christelijke context afgebeeld: hier is de schrijver knielend voor Christus te zien. De illustratie symboliseert hoe Ovidius onbewust werd geïnspireerd door de Heilige Geest.

Publius Ovidius Naso, The Booke of Ovyde Named Methamorphose, manuscript, Westminster, ca. 1483 Cambridge, Courtesy of the Master and Fellows of Magdalene College, Old Library, inv. nr. F.4.34, ff. 15v.-16r

Publius Ovidius Naso, The Booke of Ovyde Named Methamorphose, manuscript, Westminster, ca. 1483 Cambridge, Courtesy of the Master and Fellows of Magdalene College, Old Library, inv. nr. F.4.34, ff. 15v.-16r

Register met kapittelakten van de Sint-Donaaskerk, Brugge, 1484 Op 9 september 1484 geeft het kapittel van Sint-Donaas de opdracht aan een kapelaan om na te gaan of Colard Mansion, die niet meer in Brugge is, nog zal terugkeren Brugge, Bisschoppelijk Archief, A 56, f. 49r

Register met kapittelakten van de Sint-Donaaskerk, Brugge, 1484 Op 9 september 1484 geeft het kapittel van Sint-Donaas de opdracht aan een kapelaan om na te gaan of Colard Mansion, die niet meer in Brugge is, nog zal terugkeren Brugge, Bisschoppelijk Archief, A 56, f. 49r

De Metamorphose is het laatste boek dat Mansion op zijn drukpers legde. Niet veel later verdwijnt hij spoorloos. “Colardus Mansion profugit,” noteerde een kanunnik van Sint-Donaas. ‘Profugere’ betekent vluchten, maar over het waarom en waarheen tasten we nog steeds in het duister. Mansions vertrek kan politieke redenen hebben gehad, al was hij niet bepaald politiek geëngageerd. We weten dat Mansion schulden had bij de Sint-Donaaskerk; achterstallige huur voor de kamers die hij van het kapittel huurde. Wellicht waren deze schulden slechts het topje van de ijsberg, maar het is ook mogelijk dat ze juist een gevolg van zijn vlucht waren. Of misschien was de markt die zich onder meer richtte naar Nederlandstalige en humanistische werken, Mansions Franse, op de elite gerichte boeken niet meer gunstig gezind. Het enige dat we met zekerheid kunnen zeggen is dat Mansion na 1484 verdwijnt uit Brugge. Over zijn verdere leven is niets bekend. Vermoedelijk was hij al niet meer betrokken bij de tweede, licht afwijkende staat van de Metamorphose die nog in 1484 werd gedrukt. De man die hier in beeld komt, is Jan Go(o)ssin, een boekverkoper die met de verdere verkoop van de Metamorphose Mansions achtergelaten schulden kon aflossen. Wat er ook van zij, Mansions incunabel bleef verder leven. Zo liet Antoine Vérard, actief als drukker in Parijs tussen 1485 en 1512, zich vanaf 1493-1494 sterk inspireren door de Metamorphose in maar liefst drie nieuwe edities, getiteld Bible des poëtes de Methamorphoze. Vervolgens werden deze edities in de zestiende eeuw weer herbewerkt en herdrukt door enkele Franse boekdrukkers.

Petrus Christus, Portret van een vrouwelijke schenker, Brugge, ca 1455, olieverf op paneel Achter de biddende vrouw hangt een prent aan de muur National Gallery of Art, Washington, Samuel H. Kress Collection, inv. nr. 1961.9.11

Petrus Christus, Portret van een vrouwelijke schenker, Brugge, ca 1455, olieverf op paneel Achter de biddende vrouw hangt een prent aan de muur National Gallery of Art, Washington, Samuel H. Kress Collection, inv. nr. 1961.9.11

55+57

Links: Meester van de vorstenportretten, Portret van Lodewijk van Gruuthuse, 1472-1482, olieverf op paneel Brugge, Musea Brugge, inv. nr. 0000.GRO1557.I

Rechts: De la pénitence d’Adam, manuscript, Brugge, 1472-1484 Bij de productie van dit boek trad Mansion op als vertaler, mogelijk ook als librariër Parijs, Bibliothèque nationale de France, Ms. fr. 1837, f. 6r

DISTRIBUTIE EN VERSPREIDING

Gedrukte teksten en afbeeldingen speelden een belangrijke rol in het dagelijks leven in de late middeleeuwen. In Mansions tijd omringden mensen zich met boeken of religieuze prenten. Schilderijen uit die tijd geven een uniek inkijkje in het gebruik van dit drukwerk, en laten zien hoe boeken werden gelezen en prenten aan muren werden opgehangen. Hoe verging het de handschriften die Mansion als librariër liet aanmaken en de gedrukte boeken die van zijn pers rolden? Het zijn moeilijke vragen waarop slechts met mondjesmaat antwoorden kunnen worden geformuleerd.

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommes et femmes, (Franse vertaling van De casibus virorum illustrium), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1476 Ne w York, The Morg a n L ibr ary & M useum, Ch L 1692M, f. 1 r

Giovanni Boccaccio, De la ruyne des nobles hommes et femmes, (Franse vertaling van De casibus virorum illustrium), incunabel, Brugge, Colard Mansion, 1476 Ne w York, The Morg a n L ibr ary & M useum, Ch L 1692M, f. 1 r

VERLUCHTE MANUSCRIPTEN

Mansion genoot waarschijnlijk financiële zekerheid door het mecenaat van de elite. Zijn verluchte manuscripten vonden dan ook hun weg naar de bibliotheken van rijke bibliofielen. Deze bibliofielen vormden een kleine groep edellieden en prelaten, die elkaar goed kenden en die elkaars smaak voor mooie boeken aanwakkerden. Velen waren lid van de Orde van het Gulden Vlies en figureerden in de omgeving van het Bourgondische hof. De belangrijkste exponent was Lodewijk van Gruuthuse die met zijn boekenliefde het dichtst in de buurt van de Bourgondische hertogen kwam. Gruuthuse bezat een zeer uitgebreide bibliotheek van bijna tweehonderd manuscripten; veel van deze handschriften werden op bestelling voor hem geproduceerd. Gruuthuse werkte nauw samen met Colard Mansion.

Een geslaagd voorbeeld is De la pénitence d’Adam (De boetedoening van Adam). Mansion verzorgde voor Gruuthuse de vertaling van de anonieme tekst naar het Frans, en had een hand in het vervaardigen van dit Gruuthusemanuscript, nu bewaard in Parijs (BnF, ms. fr. 1837), en van de twee andere bewaarde manuscripten met deze tekst. Eén van deze handschriften was een bestelling van de Brugse burgmeester en edelman Jan de Baenst III, een tijdgenoot van Mansion en Gruuthuse. De aristocratische bibliofielen vormende een klein kransje. De la pénitence d’Adam is een apocriefe legende die verhaalt hoe het kruis van Christus was gemaakt uit hout van de boom van kennis van goed en kwaad. De mens werd dus verlost door het hout waardoor Adam was gevallen. De handgeschilderde openingsminiatuur toont de geschiedenis van Adam en Eva, waarmee het boek begint: van de zondeval in de verte, tot de verdrijving uit het paradijs en de uiteindelijke afwassing van de zonde voorin. Vanaf de rots rechtsboven kijkt Lodewijk van Gruuthuse neer op het schouwspel, terwijl Colard Mansion hem het boek aanbiedt.

Maynus de Mayneriis, Le dialogue des creatures, (Franse vertaling van Dialogus creaturarum moralisatus door Colard Mansion), manuscript, Brugge of Gent (?), ca. 1482-1494 Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Cod. 2572, f. 9r

Maynus de Mayneriis, Le dialogue des creatures, (Franse vertaling van Dialogus creaturarum moralisatus door Colard Mansion), manuscript, Brugge of Gent (?), ca. 1482-1494 Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Cod. 2572, f. 9r

INCUNABELEN

Terwijl Mansion manuscripten maakte in opdracht en voor een duidelijk beoogde doelgroep, is dit minder het geval voor zijn incunabelen. Hier ging het niet om individuele boeken, maar om oplages van honderd(en) exemplaren. Net de onvoorspelbaarheid van de markt maakte het beroep van boekdrukker zo risicovol. Dit verklaart waarom veel incunabelendrukkers na enkele jaren failliet gingen. Ook Mansion persen vielen stil, in 1484, na amper tien jaar boeken drukken.

Met zijn grote luxueuze foliodrukken beoogde Mansion wellicht het publiek dat hij met zijn manuscripten bediende. Zo bezat Philippe de Hornes (1421-1488) een exemplaar van Jehan Boutilliers Somme rural, gedrukt door Mansion in 1479. Hornes klopte ook bij Mansion aan om luxehandschriften te bestellen. Zo bestelde hij in 1480 een prachtig verlucht manuscript, Faits et dits mémorables door Valerius Maximus. Van dit tweedelig handschrift, bewaard in de Parijse Bibliothèque de l’Arsenal, is ook het betalingsbewijs van Hornes aan Mansion bewaard. Karel de Croÿ (c.1450-1527) en Charles d’Orléans (1459-1496) kochten dan weer een exemplaar van de Metamorphose, gedrukt in 1484. Ook hier gaat het om bibliofielen met een aardige verzameling handschriften. Aangezien Mansion teksten drukte die ook populair waren als manuscripten aan het Bourgondisch hof, poogde hij misschien gedrukte boeken populair de maken onder de elite.

Aangezien Mansion teksten drukte die ook populair waren als manuscripten aan het Bourgondisch hof, poogde hij misschien gedrukte boeken populair de maken onder de elite.

Het lijkt er op dit dat uitzonderingen zijn, en dat zijn incunabelen vooral hun weg vonden naar een breed en Franstalig lezend publiek. Het onderzoek naar de provenances van Mansions incunabelen leverde tot nu toe enkel fragmentaire gegevens op, te weinig om algemene conclusies aan te verbinden. Een exemplaar van Boccaccio’s De la ruyne des nobles hommes et femmes behoorde toe aan een vermogende burger in Amiens, Charles de Wacoussains. Andere klanten waren de Brugse chirurg Rogier Willeron en de koopman Jehan de Guy uit Dijon. De man die in de late middeleeuwen bij hem thuis de meeste Mansion-incunabelen, zes in 39 aantal, op de boekenplank had staan, was de priester Leonard Thomas. Sommige exemplaren liet hij samen inbinden: hij noteerde vervolgens: “Ces presens livres sont a moy, Leonard Thomas.”

Guillaume Geefs, naar Augustin Dumont, Joseph-Basile Van Praet, borstbeeld in marmer, 1838? Brugge, Openbare Bibliotheek

Guillaume Geefs, naar Augustin Dumont, Joseph-Basile Van Praet, borstbeeld in marmer, 1838? Brugge, Openbare Bibliotheek

BEWAARD

Mansions incunabelen gingen verder eeuwenlang van hand tot hand. Exemplaren gingen verloren, anderen werden zorgvuldig gekoesterd. Vanaf de achttiende eeuw trokken deze bijzondere wiegendrukken de aandacht van bibliofiele verzamelaars. Joseph-Basile van Praet speelde een belangrijke rol in de herontdekking van Colard Mansion. Al in 1780 publiceerde hij een artikel met zijn bevindingen over zijn stadsgenoot en dat was het begin van een levenslange grote liefde. Deze belangstelling resulteerde in een kostbare verzameling incunabelen van Colard Mansion, nu netjes verdeeld over de Bibliothèque Nationale de France (21 exemplaren) in Parijs en de Openbare Bibliotheek Brugge (16 exemplaren). Naast Parijs en Brugge worden vandaag Mansion-incunabelen bewaard in 38 verschillende steden in Europa en de Verenigde Staten, zoals Den Haag, Genève, Londen en New York. Ze worden keurig opgelijst door de Incunabula Short Title Catalogue, de internationale incunabelendatabank bijgehouden door de British Library.

Van één titel, een Prognostication of voorspellende almanak voor het jaar 1477-1478, is bekend dat alle exemplaren verloren gingen. Fragmenten van deze gedrukte almanak die in de negentiende eeuw in Sluis boven water kwamen, zijn naderhand zoek geraakt. Van andere titels is wereldwijd nog één exemplaar beschikbaar, ‘unique copies’. Dit geldt onder meer voor Les évangiles des quenouilles, de raamvertelling met spinnende vrouwen aan het woord, en voor de Obsidionis Rhodiae descriptio, een triomfalistisch verslag over hoe de hospitaalridders in 1480 een Ottomaanse aanval op het eiland Rhodos afsloegen. Boekwetenschappers zijn vertrouwd met de paradox dat het aantal bewaarde exemplaren van een boek omgekeerd evenredig is met de populariteit en het gebruik van boeken in het verleden.

De tentoonstelling Haute Lecture by Colard Mansion brengt Mansions incunabelen opnieuw samen in de stad waar ze meer dan vijf eeuwen eerder van de boekdrukpers rolden. Alle bekende edities zijn in de expo met minstens één exemplaar aanwezig.

Joseph-Basile van Praet (1752-1837)

Al in de achttiende eeuw genoten de incunabelen van Colard Mansion een bijzondere reputatie bij verzamelaars, antiquaren en bibliothecarissen. Dit is in niet geringe mate de verdienste van de Parijse Bruggeling Joseph-Basile van Praet. Ook de Openbare Bibliotheek Brugge dankt haar zestien Mansion-incunabelen in hoge mate aan Van Praet. In 2015 gaf de Vlaamse overheid deze verzameling incunabelen de status van Vlaams topstuk.

Joseph-Basile van Praet groeide op in de boekhandel en drukkerij van zijn vader, in de Kuipersstraat, op de plaats waar sinds 1986 de hoofdbibliotheek van de Openbare Bibliotheek Brugge is gevestigd (Kuipersstraat 3). Wellicht al in 1772 trok Joseph van Praet op twintigjarige leeftijd en voorbestemd om de zaak van zijn vader over te nemen naar Parijs om er het boekenvak te leren. Parijs was toen het mekka van het gedrukte boek in al zijn vormen. Hij ging in dienst bij Parijse antiquaren en publiceerde al vlug over leven en werk van zijn stadsgenoot Colard Mansion. In geen tijd bouwde de jonge Van Praet in de Parijse boekenwereld een ijzersterke reputatie op. Dit was het begin van een glansrijke carrière, die hem uiteindelijk naar de Bibliothèque Royale – tegenwoordig de Bibliothèque Nationale de France – bracht. Als Conservateur liet Van Praet de collectie van deze instelling exponentieel groeien en gooide hij de werkwijze van de bibliotheek volledig om. Voorheen had slechts een elite op afspraak toegang tot de leeszaal of werden boeken bij vooraanstaande figuren thuisgebracht. Van Praet stelde vaste openingstijden in, waarbinnen hij als bibliothecaris voor iedereen klaarstond. Het betekende een democratisering van de bibliotheekwereld.

In de woelige tijden van de Franse Revolutie keken Van Praet en zijn collega’s tegen de bijna onmogelijke taak aan om de toestroom van boekencollecties uit Frankrijk en grote delen van Europa in goede banen te leiden. Veel religieuze collecties werden met de Revolutie immers staatsbezit. Van Praets gewiekste lijsten zorgden ervoor – ook nadat later werd geordonneerd dat de ontheemde boeken terug moesten keren naar oorspronkelijke bezitters – dat de collectie van de inmiddels omgedoopte Bibliothèque Nationale goed aangevuld werd en bleef.

Van Praet bleef van zijn geboortestad Brugge houden en verzamelde zijn leven lang werk van Colard Mansion. Op een veiling in 1776 schafte hij zijn eerste incunabel van Mansion aan, een exemplaar van de Metamorphose uit 1484. Uiteindelijk verzamelde hij meer dan dertig Mansion-incunabelen, die hij vooral een plaats gaf in ‘zijn’ Bibliothèque Nationale. Dubbele exemplaren kwamen in zijn privéverzameling terecht en het zijn deze vijftien boeken die Van Praet tussen 1800 en zijn dood in 1837 aan de Brugse Stadsbibliotheek legateerde, in de stad die hij met Mansion deelde. Zo bracht Van Praet Mansions boeken terug naar hun geboortestad. Ze worden nu bewaard op de plaats waar hij als kleine jongen tussen boeken en boekdrukpersen zijn weg zocht. De cirkel is rond.

Praktisch

Tentoonstelling

Haute Lecture by Colard Mansion. - Vernieuwing van tekst en beeld in middeleeuws Brugge - Van 1 maart tot en met 3 juni 2018 - Groeningemuseum - Dijver 12 8000 Brugge - T 050 44 87 43 - Open dinsdag t.e.m. zondag van 9.30 tot 17 uur Gesloten maandag, behalve op paasmaandag en pinkstermaandag - Toegangsprijzen € 12,00 (inclusief Arentshuis): individueel € 10,00 (inclusief Arentshuis): 18-25 jaar, +65 jaar, +15 personen Gratis: -18 jaar, Museumpas.

Download hier de pdf

Haute Lecture by Colard Mansion - Vernieuwing van tekst en beeld in middeleeuws Brugge