Het Musée de Flandre in Cassel belicht de passie van een man voor een bijzonder en destijds populair genre: kerkinterieurs in de Vlaamse en Hollandse schilderkunst van de zestiende en de zeventiende eeuw. Veertig jaar lang heeft deze verzamelaar gewijd aan het samenstellen van zijn collectie, die nu voor het eerst in een museum te zien is.

Pieter Neefs I, Interieur van de kathedraal van Antwerpen, olieverf op paneel

Pieter Neefs I, Interieur van de kathedraal van Antwerpen, olieverf op paneel

Privéverzameling, inv. M0663

Liefde op het eerste gezicht

Eind jaren zeventig wandelt een man langs de imposante Richard Green Gallery in Londen. In de grote vitrine staat een schilderijtje dat een kerkinterieur voorstelt. Hoe klein het paneeltje ook is, het trekt onmiddellijk zijn aandacht. Het is een vonk die overslaat. De man aarzelt geen seconde en stapt binnen. De galeriehouder vertelt enthousiast over dit werk van Pieter Neefs I (ca. 1578-1656/1661) die het interieur van de Antwerpse kathedraal heeft geschilderd.

Na wat onderhandelen koopt de man zijn eerste collectiestuk. Vandaag, wanneer hij zich dit moment herinnert, schitteren de ogen van de ondertussen kranige tachtiger en versnelt zijn stem: “Alles is geweldig in dit schilderij, ik ben overrompeld door de finesse, de details, het licht.”
Vanwaar de harstocht van deze verzamelaar (die anoniem wenst te blijven) voor geschilderde kerkinterieurs? Misschien is een verklaring te vinden in zijn kinderwens om architect te worden? Die droom is niet uitgekomen, maar de fascinatie voor architectuur is gebleven.

“Alles is geweldig in dit schilderij, ik ben overrompeld door de finesse, de details, het licht.”
Hendrick Cornelisz. van Vliet, Interieur van de Oude Kerk in Delft

Hendrick Cornelisz. van Vliet, Interieur van de Oude Kerk in Delft

Privéverzameling, inv. M1492

Vooral romaanse kerken trekken hem aan omdat “die stijl uitgepuurd en krachtig is, het lijkt alsof de stenen leven.” Wat allicht meespeelt zijn de vele bezoeken, als jongeman, aan de zalen van het Petit Palais in Parijs, waar hij werd verleid door de Vlaamse en Hollandse meesters. Architectuur, romaanse kerken, oude kunst uit de Lage Landen: het komt allemaal samen in zijn passie voor kerkinterieurs in de Vlaamse en Hollandse schilderkunst van de zestiende en de zeventiende eeuw. Al zal er ook bij deze liefde op het eerste gezicht een flink stuk irrationaliteit en emotionaliteit hebben meegespeeld. Veertig jaar lang heeft hij verzameld. De collectie telt meer dan vijftig kerkinterieurs, geschilderd in de periode 1580-1700. Hij kocht ze op veilingen, in galeries en op beurzen. Hij verzamelde niet enkel schilderijen, maar ook heel veel kennis en hij werd een specialist in het genre. Hij mocht zelfs, midden de Koude Oorlog, de depots van het Hermitage in Sint-Petersburg doorsnuffelen.


Toen hij de zeventig al voorbij was en dan toch maar met pensioen ging, raadde een curator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel hem aan een boekje uit te geven met de resultaten van zijn opzoekingswerk. Het boekje is uitgegroeid tot een catalogus, meer dan vijfhonderd pagina’s dik, met een volledig overzicht van alle Vlaamse en Hollandse geschilderde kerkinterieurs. Na eerst zijn expertise te hebben gedeeld, laat de verzamelaar nu kennismaken met zijn collectie die is tentoongesteld in het Musée de Flandre in Cassel.

Een gedurfde enscenering

Heel snel na de Beeldenstorm van 1566 herrezen de kerken in hun volle glorie, niet in de realiteit, maar op de panelen van schilders die een nieuw genre lieten geboren worden: de kerkinterieurs. De wieg stond in Antwerpen en er zijn twee vaders, die wel uit de Noordelijke Nederlanden afkomstig waren: Hans Vredeman de Vries (1525/26-ca. 1609), die heel wat werken aan het perspectief heeft gewijd, en diens leerling Hendrick van Steenwijck I (ca. 1550-1603), die in een kerk, met het lange centrale schip, de mogelijkheid zag om prachtige perspectieven te schilderen.

Maar een kerk is meer dan het schip, er zijn ook zijbeuken, een transept, een koor, dat soms omgeven is door een kooromgang en kapellen.
Emanuel de Witte, Interieur van de Oude Kerk in Amsterdam met een grafdelver, gesigneerd en gedateerd linksonder ‘1578’, olieverf op paneel

Emanuel de Witte, Interieur van de Oude Kerk in Amsterdam met een grafdelver, gesigneerd en gedateerd linksonder ‘1578’, olieverf op paneel

Privéverzameling, inv. M1818

Maar een kerk is meer dan het schip, er zijn ook zijbeuken, een transept, een koor, dat soms omgeven is door een kooromgang en kapellen. Om al die ruimtes het best te vatten, bevindt het standpunt van de eerste kerkinterieurschilders zich meestal in de voorhal of bij de ingang van het schip. Ze geven het volledige volume van het gebouw weer, in het bijzonder dat van het schip en zijn zijbeuken, waarvan de vluchtlijnen de blik van de toeschouwer naar de bijna oneindige diepten van het heiligdom leiden. Deze enscenering is ontwikkeld door Hendrick van Steenwijck I en nadien gepopulariseerd door Pieter Neefs I.


In het begin van de zeventiende eeuw kozen kunstenaars, zoals Hendrick Aerts (1565/74-1603), voor een meer complexe aanpak. Aerts, afkomstig uit Mechelen en actief in Gdansk, schilderde als eerste composities waarbij de blik niet enkel naar de achtergrond van het schilderij wordt gezogen, maar door de picturale ruimte navigeert, geleid door wisselende perspectieven. Een mooi voorbeeld is het interieur van een kerk met een processie, geschilderd door Pieter Neefs I naar Jan van Londerseel (1570/75-1624/25). Om dit te kunnen realiseren moet de kunstenaar over heel wat technische en artistieke vaardigheden beschikken. De formule kende een groot succes en er zijn vele van deze werken, zowel uit Vlaanderen als uit Holland, bewaard gebleven.

Pieter Neefs I naar Jan van Londerseel, Interieur van een kerk met een processie, olieverf op koper

Pieter Neefs I naar Jan van Londerseel, Interieur van een kerk met een processie, olieverf op koper

Privéverzameling, inv. M0030

Nog gedurfder zijn de kerkinterieurs geschilderd in de Noordelijke Nederlanden in de periode 1620-1630. Gedreven door het verlangen om het genre te vernieuwen, startten deze kunstenaars met een enscenering waarbij het perspectief verschillende obstakels tegenkomt: een altaar, een retabel, een pilaar… Het oog van de toeschouwer moet zich zigzaggend een weg banen naar de diepte van het schilderij, terwijl het elk hoekje van de kerk kan ontdekken.

De ultieme innovatie kwam in de jaren 1650 van de zogenaamde Delftse school. Een voorbeeld is Hendrick Cornelisz. van Vliet (1611/12-1675) met een interieur van de Oude Kerk in Delft. Deze schilders bevrijdden zich van het frontale gezichtspunt, dat algemeen door hun voorgangers was aangenomen, en hanteerden een schuin perspectief. Deze werken stellen een gedeelte van de kerk voor, bijvoorbeeld gezien vanuit zijbeuk.

Figuurtjes en sfeer

Even interessant als het volgen van de evoluties en vernieuwingen in de enscenering is samen met de geschilderde personages de kerken binnenstappen. Het zijn mensen van allerlei slag: geestelijken en leken, aristocraten en bedelaars, die vrij rondlopen terwijl een misviering, een doop of een begrafenis aan de gang is. Het zijn meestal anonieme mannen, vrouwen en kinderen, gekleed volgens de mode van toen. Ook honden lopen of springen spelend door de kerken. In de Oude Kerk in Amsterdam, waar een grafdelver aan het werk is, mocht van Emanuel de Witte een hondje zijn poot opheffen tegen één van de pilaren.


Soms zijn taferelen uit de Bijbel afgebeeld, zoals de drukdoende kooplieden van de tempel, de Schriftgeleerden of Christus en de overspelige vrouw. Vaak zijn de figuren te klein afgebeeld om de kerken nog indrukwekkender te maken. Sommige kunstenaars deden voor de figuren in hun interieurs een beroep op andere schilders, zoals vader en zoon Pieter Neefs die aanklopten bij Frans II en Frans III Francken.

Abel Grimmer, Het interieur van een kathedraal met een kerkgang, gedateerd onderaan rechts op de pilaar ‘1589’, olieverf op paneel

Abel Grimmer, Het interieur van een kathedraal met een kerkgang, gedateerd onderaan rechts op de pilaar ‘1589’, olieverf op paneel

Privéverzameling, inv. M0433

Iemand die talent had om de sfeer in de geschilderde kerken op paneel te zetten, is de Antwerpenaar Abel Grimmer (1570-ca. 1620). Zijn interieur van een kathedraal uit 1589, bijvoorbeeld, is daar een mooi voorbeeld van. Grimmer plaatst een gesloten retabel in grisaille, terwijl verderop geopende triptieken Bijbelse taferelen tonen. Zijn talent vertaalt zich eveneens in de stilering van de personages. Hier gaat het om een ‘kerkgang’, een rite om een moeder die net bevallen is te zuiveren en opnieuw op te nemen in de geloofsgemeenschap. Op het schilderij van Grimmer wordt de jonge moeder gevolgd door een processie van in het zwart geklede vrouwen. Twee dames volgen de stoet vanop enige afstand, wat het werk een moderne toets geeft.


Zo passeren nog heel wat andere minder bekende kunstenaars de revue in het Musée de Flandre. Ze illustreren dat er ook goddelijke kerkinterieurs te ontdekken zijn naast de topwerken van Pieter Saenredam (1597-1665) en Emanuel de Witte (1617-1692), dé gerenommeerde beoefenaars van dit populaire genre in de Noordelijke Nederlanden en die ook aanwezig zijn op de tentoonstelling.

Tentoonstelling

Heilige architectuur! De passie van een verzamelaar – Van 15 februari t.e.m. 14 juni 2020

Open: van dinsdag t.e.m. vrijdag, 10 tot 12.30 uur en 14 tot 18 uur, zaterdag en zondag van 10 tot 18 uur – Gesloten: maandag

Prijs: € 6 en € 4

Musée de Flandre, Grand Place 26, 59670 Cassel

T 00 33 (0)59 73 45 60

Download hier de pdf

Goddelijke Kerkinterieurs