"Schatjes, pareltjes, lieverdjes ..."

Begin februari opende een volledig gerenoveerde vleugel van het Oude Meesters Museum in Brussel. Een honderdtal schilderijen uit de Nederlandse Gouden Eeuw is er permanent te zien. De beste stukken uit deze belangrijke deelcollectie krijgen eindelijk de aandacht die ze al lang verdienen. Met de opening lopen twee tijdelijke tentoonstellingen: één over de familieportretten van Frans Hals en één over achttiende-eeuwse Nederlandse tekeningen uit de verzameling van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Dat deze Hollandse lente in Brussel samenvalt met het grootse tentoonstellingenproject Rembrandt & De Gouden Eeuw bij onze noorderburen is mooi meegenomen.

EEN KWARTEEUW ACHTER DE SCHERMEN

Rembrandt, Portret van Nicolaes van Bambeeck, 1641, olieverf op doek, 105,5 x 84 cm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

Rembrandt, Portret van Nicolaes van Bambeeck, 1641, olieverf op doek, 105,5 x 84 cm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

Willem de Zwijger en Johan van Oldenbarnevelt, in 1817 in Franse steen gebeeldhouwd door Gilles-Lambert Godecharle, verwelkomen de bezoekers in de nieuwe Hollandse Zalen van het Oude Meesters Museum in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB). Liesbeth De Belie, conservator zeventiende-eeuwse Noord-Nederlandse schilderkunst, heeft er vijfentwintig jaar moeten op wachten om haar collectie te kunnen tonen. De werken aan het vernieuwde auditorium zijn aangegrepen om ook de vleugel erboven, in het gedeelte Oude Meesters, aan te pakken. Daar zijn nu vier grote en vijf kleine zalen ingericht waar een selectie schilderijen uit de Hollandse school van de zeventiende eeuw een vaste plek heeft gekregen.

In ons land bezitten de KMSKB met 320 werken de grootste en belangrijkste verzameling schilderijen uit de Nederlandse Gouden Eeuw. De kwalitatief hoogstaande deelcollectie bleef jarenlang weggestopt in de depots. Dat heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat het museum voor de zeventiende eeuw vooral focust op kunst uit de Zuidelijke Nederlanden. Het is vooral het nijpende plaatsgebrek dat parten heeft gespeeld, terwijl een gigantische vleugel in de KMSKB leeg staat te verkommeren.

De voorbije kwarteeuw heeft conservator Liesbeth De Belie niet stil gezeten. Flink wat schilderijen van Hollandse meesters zijn gerestaureerd en kunnen nu schitteren in hun nieuwe zalen. Ze zijn netjes verdeeld per genre. Dat is misschien niet de meest opwindende opstelling, maar het geeft wel een helder overzicht van de veelheid aan genres die in de zeventiende eeuw in Nederland tot ontwikkeling kwamen.

Ludolf Backhuysen, Storm aan een bergachtige kust, tussen 1670 en 1675, olieverf op doek, 173,5 x 341 cm

Ludolf Backhuysen, Storm aan een bergachtige kust, tussen 1670 en 1675, olieverf op doek, 173,5 x 341 cm

Koninklijke Musea voor Schone kunsten van België, Brussel

ALLE HOLLANDSE GENRES

De eerste zaal met portretten is niet toevallig de grootste, want het was moeilijk kiezen uit het rijke aanbod waarover de KMSKB beschikken. Blikvangers zijn Rembrandts Portret van Nicolaes van Bambeeck (1641) en twee portretten van Frans Hals. Rembrandt en Hals zijn, samen met Vermeer, zowat de enige Nederlandse schilders uit de Gouden Eeuw die bij het brede publiek bekend zijn. In de Hollandse Zalen zijn heel wat vrij onbekende namen te ontdekken. Bartholomeus van der Helst, bijvoorbeeld, met een mooi Portret van Catharina Claesdr. Gaeff (1658), de vrouw van de burgemeester van Amsterdam. Liesbeth De Belie wijst nog naar “een pareltje” dat ze liet restaureren en eindelijk uit het depot kan halen: Portret van een onbekende man als jager van de Amsterdammer Daniël Vertangen.

De tweede grotere zaal toont marines en landschappen, met bijzondere aandacht voor kunstenaars, zoals Nicolaas Pietersz. Berchem, Jan Asselijn en Karel Dujardin, die zich in Italië lieten beïnvloeden, wat te zien is in het licht dat ze in hun schilderijen brachten. Opvallend is het gigantische Schip in een storm nabij een bergachtige kust van Ludolf Backhuysen. Het werd ooit verkocht door het Rijksmuseum, toen het nog Koninklijk Museum heette, iets waar het nu heel veel spijt van heeft.

Willem van der Vliet, De geldteller, 17de eeuw, olieverf op paneel, 64 x 51 cm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

Willem van der Vliet, De geldteller, 17de eeuw, olieverf op paneel, 64 x 51 cm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

Een haringeter en een Hollandse kroeg door Adriaen van Ostade, een ingedutte oude vrouw door Nicolaes Maes, een vrolijk gezelschap door Pieter de Hooch, triktrakspelers door Jan Olis, een Hollands interieur door Jacob Vrel… Die typische genretaferelen zijn een feest voor het oog. Een ontdekking is De geldteller, recent toegeschreven aan Willem van der Vliet. Liesbeth De Belie toont enthousiast twee van haar “lieverdjes”: twee kleine werkjes, het ene van Pieter Codde en het andere van Gerard Dou, waarop een jonge kunstenaar oefent in het tekenen van een gipsen afgietsel, één van de vele deelgenres die in Nederland bloeiden. En zo verzamelt Liesbeth De Belie in deze zaal nog meer “schatjes die nooit op zaal hebben gehangen”.

In de vijf kleinere zalen zijn de genres ondergebracht die niet sterk vertegenwoordigd zijn in de collectie van de KMSKB. Er zijn architectuurstukken, onder andere een gezicht op de Grote Markt met de Sint-Bavokerk in Haarlem, badend in het licht, door Gerrit Berckheyde, en kerkinterieurs door Emanuel de Witte. Enkele veldslagen en zeegevechten zijn uit het depot gehaald: een ruitergevecht tussen christenen en Turken door Dirk Stoop en een overval op een konvooi door Esaias van de Velde, een schilderij dat Hitler had aangeschaft voor zijn Linzmuseum. De hoofdrol bij de historiestukken is weggelegd voor De Emmaüsgangers (1622) van Abraham Bloemaert, dat is teruggekeerd van de expo over Theodoor van Loon in BOZAR. Bij de dierstukken krijgt Melchior d’Honcoeter de nodige eer met twee schitterende werken. Het parcours eindigt met het stilleven. Jachtbuit, bloemstuk, banketje, pronkstuk, bosgrondje… ze zijn er allemaal.

Reünie van drie fragmenten van Frans Hals, Portret van de familie Van Campen, ca. 1623-1625, olieverf op doek Links: Portret van de familie Van Campen in een landschap, 151 x 163,6 cm, TOLEDO MUSEUM OF ART Midden: Kinderen uit de familie Van Campen met een bokkenwagen, 152 x 107,5 cm, KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL Rechts: Portret van een jongen uit de familie Van Campen, 54 x 47,4 cm, PRIVÉCOLLECTIE

Reünie van drie fragmenten van Frans Hals, Portret van de familie Van Campen, ca. 1623-1625, olieverf op doek

Links: Portret van de familie Van Campen in een landschap, 151 x 163,6 cm, TOLEDO MUSEUM OF ART

Midden: Kinderen uit de familie Van Campen met een bokkenwagen, 152 x 107,5 cm, KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

Rechts: Portret van een jongen uit de familie Van Campen, 54 x 47,4 cm, PRIVÉCOLLECTIE

DE FAMILIE VAN CAMPEN HERENIGD

191.53

Maerten Boelema de Stomme, Banketje met baardmanskruik en nautilusbeker, 1644, olieverf op paneel, 73 x 96 cm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSE

Eén van de Hollandse Zalen herbergt bij de opening de familie Van Campen, die aan het begin van de negentiende eeuw over de wereld verspreid is geraakt. Het gaat om drie fragmenten van het portret dat Frans Hals rond 1623-25 schilderde voor de lakenhandelaar Gijsbert van Campen.

Het verhaal van de reünie begint bij de restauratie van het schilderij Drie kinderen met een bokkenwagen van Frans Hals uit de collectie van de KMSKB. Vooral door het verwijderen van de overschilderingen aan de linker- en rechterzijde van het werk, werd een theorie bevestigd dat het doek oorspronkelijk deel uitmaakte van een groter portret dat Frans Hals van de familie Van Campen schilderde. 

Hij bracht levendigheid en emotie in de voorheen statische composities van poserende personages.

Twee andere delen werden opgespoord in het Toledo Museum of Art (Verenigde Staten) en een Europese privécollectie. Eén deel blijft spoorloos. Een filmpje doet het hele verhaal uit de doeken.

Op deze tijdelijke tentoonstelling is het herenigde meesterwerk omringd door de enige andere drie familieportretten van Frans Hals. Ze komen van het Cincinnati Art Museum in Ohio, het Museo Nacional Thyssen-Bornemisza in Madrid en de The National Gallery in Londen. Ook deze tweede reünie is uniek. Ze toont Frans Hals als een meesterportrettist, een virtuoze kunstenaar die in dit genre traditionele conventies doorbrak. Hij bracht levendigheid en emotie in de voorheen statische composities van poserende personages.

Aert Schouman, Watergezicht met vogels, 1760-1765, aquarel in diverse kleuren, over een aanzet in grafiet, 284 x 191/2 mm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

Aert Schouman, Watergezicht met vogels, 1760-1765, aquarel in diverse kleuren, over een aanzet in grafiet, 284 x 191/2 mm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL

KABINET DER HEERLIJKSTE TEKENWERKEN

De Hollandse lente in Brussel laat nog een tweede tijdelijke expo ontluiken. Kabinet der heerlijkste tekenwerken, vindt plaats in wat vroeger ‘de kleine Rubenszaal’ heette en toont achttiende-eeuwse Nederlandse tekeningen uit de KMSKB-collectie.

Stefaan Hautekeete, conservator van de verzameling oude tekeningen van de KMSKB, liet zich voor de selectie assisteren door Robert-Jan te Rijdt van het Rijksmuseum en Charles Dumas van het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Beide Nederlandse experten waren danig onder de indruk van de kwaliteit van de KMSKB-collectie, die een quasi volledig beeld geeft van de achttiende-eeuwse tekenkunst, zowel wat betreft de technieken als de onderwerpen. Hoe is één van de belangrijkste verzamelingen Nederlandse tekeningen uit de achttiende eeuw in Brussel terechtgekomen? De kern van de collectie is bijeengebracht door Arnoldus Josephus Ingen Housz uit Breda, geboren in 1772, die bij kunstenaars zelf series tekeningen aankocht. Zijn neef Josephus de Grez breidde in de negentiende eeuw de verzameling aanzienlijk uit met veilingaankopen. In 1902 kwam ze in handen van Jean de Grez, die naar Brussel verhuisde waar hij in 1910 overleed. Zijn weduwe schonk de collectie dan aan België. Van de 4.250 tekeningen uit de zestiende tot de negentiende eeuw behoren er ongeveer 3.600 tot de Nederlandse school, waarvan 1.200 uit de achttiende eeuw. Daarvan zijn er tachtig te zien op de tentoonstelling. De curatoren hebben dus streng kunnen selecteren.

191.55

Abraham van Strij, Zittende man met een wandelstok, wellicht voor 1796, pen in bruin, water- en dekverf in diverse kleuren, over een aanzet in potlood, 343 x 289 mm Koninklijke Musea voor Schone kunsten van België, Brussel

In de achttiende eeuw nam het verzamelen van prenten en tekeningen een hoge vlucht. Dat kwam door de toen heersende mode van ‘behangselschilderingen’, die zowel de plafonds als de muren vulden. Er was geen plaats meer voor schilderijen. In de plaats kwamen mappen of kabinetten met tekeningen.

Kunstenaars maakten in hun ateliers heel wat ontwerptekeningen voor behangselschilderingen, meestal op groot formaat en in kleur. Wanneer in de loop van de achttiende eeuw onder de regenten Nederland meer en meer op zichzelf terugplooide, ontstond er een stroom van tekeningen van steden, dorpjes, kastelen, bossen… Die nationale trots vertaalde zich ook in belangstelling voor het grootse verleden, wat onder andere resulteerde in kleurtekeningen van bekende schilderijen. Ook de toenemende belangstelling voor wetenschap heeft gevolgen in de tekenkunst: de correcte weergave van vogels bijvoorbeeld, levert prachtige aquarellen op. 

Van al deze en nog andere tendensen, thema’s en technieken zijn de prachtigste voorbeelden uit de collectie-De Grez tentoongesteld. Ze zijn chronologisch opgehangen, met enkele voorlopers uit de late zeventiende eeuw en enkel aankondigers van de negentiende eeuw.

Tentoonstellingen

Portretten van Frans Hals. Een familiereünie en Kabinet der heerlijkste tekenwerken - Nog t.e.m. 19 mei 2019 – Hollandse Zalen, Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 10 to 17 uur, zaterdag en zondag van 11 tot 18 uur – Gesloten: maandag - Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België – Oude Meesters Museum, Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel - T 02 508 32 11 

Download hier de pdf

Een Hollandse lente in Brussel