Joannes en Lucas van Doetecum naar Hans Vredeman de Vries, Imaginair gezicht op een straat met het huis ‘In de vier winden’, uit Scenographiae sive perspectivae […], ets met burijngravure, uit een reeks van 20 platen, Hiëronymus Cock, Antwerpen, 1560 KBR - PRENTENKABINET, S.II 79414(16)

Joannes en Lucas van Doetecum naar Hans Vredeman de Vries, Imaginair gezicht op een straat met het huis ‘In de vier winden’, uit Scenographiae sive perspectivae […], ets met burijngravure, uit een reeks van 20 platen, Hiëronymus Cock, Antwerpen, 1560 KBR - PRENTENKABINET, S.II 79414(16)

 

Tijdens Pieter Bruegels jubileumjaar – hij stierf 450 jaar geleden – viert men in BOZAR ‘de eeuw van Bruegel’ met een uitstekende tweeakter. Hoofdact is de monografische expo rond Bernard van Orley (ca. 1488-1541), koersbepalende schilder van de renaissance in de Zuidelijke Nederlanden en invloedrijk voor het landschap bij Bruegel. Gelijktijdig loopt Prenten in de eeuw van Bruegel. Joris van Grieken en Maarten Bassens van de Koninklijke Bibliotheek van België concipieerden een fraai vormgegeven, lucide en afwisselend overzicht van de verschillende facetten van de prentkunst in de zestiende eeuw. Daarbij konden ze putten uit hun eigen collectie van wereldniveau.

De reproductie van het beeld

Medio zestiende eeuw trok de Bruggeling Johannes Stradanus (1523-1605), alias Jan van der Straet, naar Italië, waar hij een plaats aan het hof van de Medici in Florence versierde. De praktijk van het graveren maakte Stradanus tot het onderwerp van één van de negentien prenten in zijn bekende reeks voor de Florentijn Luigi Alamanni, Nova Reperta of Nieuwe ontdekkingen. We bevinden ons in een atelier waar jong en oud druk doende zijn met het vervaardigen van prenten. Rechts onderwijst een meester jonge gezellen terwijl hij een onafgewerkte koperplaat vasthoudt. Op tafel liggen burijnen, de naaldachtige instrumenten waarmee de graveur het ontwerp in de drukplaat snijdt. Op het middenplan worden kopergravures verwarmd, ingestreken met inkt en schoongeveegd. Links gaat een geïnkte plaat door de pers en wordt de gesneden beeltenis op papier gedrukt, waarna de druksels gedroogd worden. Met deze gravure, in 1591 vervaardigd door de prentkunstenaar Philips Galle, plaatste Stradanus de uitvinding van de graveerkunst in een rij van ontdekkingen en technologische uitvindingen die het leven van de mens ingrijpend hebben veranderd, zoals het kompas, de bril, het schilderen met olieverf, de ontdekking van Amerika en de boekdrukkunst.

Eén en hetzelfde beeld kon, in tegenstelling tot een schilderij, de aardbol rondgaan en invloedrijk zijn.
Philips Galle naar Johannes Stradanus, De graveerkunst, burijngravure, uit de reeks Nova reperta (Nieuwe ontdekkingen) samengesteld uit een titelplaat en 19 platen, Philips Galle, Antwerpen, 1591 - KBR - PRENTENKABINET, S. II 1532

Philips Galle naar Johannes Stradanus, De graveerkunst, burijngravure, uit de reeks Nova reperta (Nieuwe ontdekkingen) samengesteld uit een titelplaat en 19 platen, Philips Galle, Antwerpen, 1591 - KBR - PRENTENKABINET, S. II 1532

neushoorn + woestijn

Links: Albrecht Dürer, De neushoorn, houtsnede, toonblok in olijfgroen toegevoegd in de 17de eeuw, zevende herdruk van de in 1515 vervaardigde houtsnede - KBR - PRENTENKABINET, S.I 13946

Rechts: Joannes en Lucas van Doetecum naar Pieter I Bruegel, De heilige Hiëronymus in de woestijn, ets met burijngravure, Hiëronymus Cock, Antwerpen, circa 1555 - KBR - PRENTENKABINET, S.I 5910

Het reproduceren van beelden door houtsneden, burijngravures en etsen hoort wel degelijk in dat rijtje thuis. Eén en hetzelfde beeld kon, in tegenstelling tot een schilderij, de aardbol rondgaan en invloedrijk zijn. Kopiëren, compileren en parafraseren was voor kunstenaars nooit makkelijker. De exclusiviteit van het beeld daalde en kunst werd door de prent, als een surrogaatschilderij, voor meer mensen betaalbaar. Men liet prenten inkleuren om ingelijst aan de muur te hangen en een steruitgever als Hieronymus Cock (1518-1570) drukte grote wandkaarten die gekleefd op linnen werden opgehangen. Die reproduceerbaarheid met een schaalvergroting als gevolg veranderde de kunst, een feit dat zou doorwerken tot nu.

De prentkunst is een procédé dat voorafgaat aan de fotografische en digitale reproductie en dat in zekere zin onze hedendaagse beeldenmaatschappij anticipeerde. Vele facetten van onze samenleving werden door de prentkunst beïnvloed: het boekenvak, de wetenschap, de journalistiek via nieuwsprenten, de politiek en religie door propaganda, maar er was ook zoiets als gebruiksgrafiek voor alledaagse toepassingen zoals behangpapier. Tijdens de zestiende eeuw werd de productie in de Zuidelijke Nederlanden danig opgevoerd en werd Antwerpen hét centrum voor ondernemende prentuitgevers en prentkunstenaars, gesteund door financiers en mecenassen.

PEINTRE-GRAVEURS

Omstreeks 1520 begonnen schilders hun werk te combineren met het vervaardigen van prenten. Ze werden specialisten of zogenaamde peintre-graveurs. Koersbepalend was Albrecht Dürers (1471-1528) bezoek in 1520-1521 aan de Nederlanden, met in zijn zog de Nederlander Lucas van Leyden (1494-1533). Dürer maakte van zijn bezoek gebruik om hier de kunst van illustere voorgangers zoals Jan van Eyck en Jheronymus Bosch te bewonderen, maar zocht ook het gezelschap van tijdgenoten als Joachim Patinir, Bernard van Orley en Jan Provoost. Tijdens die informele contacten deelde hij prenten als relatiegeschenk uit. Enerzijds stimuleerde dit zijn collega’s om zijn vernieuwende renaissancistische beeldtaal te bestuderen, iets wat grote indruk maakte op bijvoorbeeld Jan Gossart (1478-1532). Anderzijds zette het hen aan om zich te verdiepen in de nieuwe etstechniek, een procedé dat eenvoudiger was dan de gravure en dus makkelijker aan te leren. In plaats van een ontwerp in een plaat te snijden, hoefde een etser met een metalen pen slechts de tekening te krassen in een vernislaag, waarna de lijnen door onderdompeling in een zuurbad in de plaat gebeten werden.

Hoe een prent een hit werd en het collectieve bewustzijn beïnvloedde, wordt aangetoond door Dürers houtgravure van een neushoorn. Op 20 mei 1515 voer een Portugees handelsschip de haven van Lissabon binnen met aan boord een Indische neushoorn, een geschenk van sultan Muzafar II voor de Portugese koning. Hoewel Dürer het dier nooit zag, vervaardigde hij aan de hand van schetsen en beschrijvingen een beeld van een dier dat sinds de derde eeuw niet meer in Europa te zien was geweest. De beeltenis van het genie uit Nürnberg was zo populair dat dankzij de vele herdrukken het dier opdook in schilderijen van collega’s, boeken, tapijten en aardewerk. Ook kunsthistorici en natuuronderzoekers becommentarieerden veelvuldig de neushoorn van Dürer en nog is men er niet over uitgepraat. Het voorkomen van het dier is, zeker gegeven de informatie uit de tweede hand, globaal correct, maar de gemaniëreerde en detaillistische behandeling van de typische huidplooien oogt vreemd, alsof men de neushoorn een harnas heeft aangemeten.

Pieter Van der Heyden naar een navolger van Jheronimus Bosch, Die blau schuyte (detail), gravure, Hieronymus Cock, Antwerpen, 1559 - KBR - PRENTENKABINET, S.IV 84866

Pieter Van der Heyden naar een navolger van Jheronimus Bosch, Die blau schuyte (detail), gravure, Hieronymus Cock, Antwerpen, 1559 - KBR - PRENTENKABINET, S.IV 84866

COCK EN BRUEGEL

Hieronymus Cock, één van de succesvolste prentuitgevers van zijn tijd, met een neus voor artistiek talent en commercie, zorgde in de jaren 1550 en 1560 in Antwerpen voor een explosieve stijging van de productie van gravures van hoge artistieke kwaliteit. Zelfs Giorgio Vasari vermeldde hem in 1568 in de tweede uitgave van Le Vite. Cocks succes werkte aanstekelijk. Een handelaar als Gerard de Jode bracht eigen uitgaven uit, lettend op de trends die Cock lanceerde. Hans Liefrinck, die eerst houtsneden uitgaf, koos nu ook voor kopergravures. Antwerpen kende ook heuse graveursdynastieën, zoals de families Collaert, Wierix en Sadeler. De internationale handel werd door een netwerk van agenten geregeld. Zo waren er handelaars met werk van Cock op de Frankfurter Buchmesse aanwezig.

Niet onbelangrijk is het feit dat Cock zelf een schilder was. Het maakte hem extra ontvankelijk bij het taxeren van talent, zeker toen ene Pieter Bruegel I (ca.1525/1530-1569) ten tonele verscheen. Meer dan zestig bladen ontwierp Bruegel voor Cock. En het was wellicht de gewiekste uitgever die de kunstenaar stimuleerde om te werken in de stijl van de bewonderde Jheronimus Bosch (ca.1450-1516). We beschouwen de schilderijen van Bruegel als het hoogste goed, maar in zijn tijd waren die vaak niet toegankelijk, sluimerend in private collecties. Bruegels tijdgenoten leerden zijn kunst hoofdzakelijk kennen door de prenten die Cock uitgaf.

Tentoonstelling

Prentproductie in de eeuw van Bruegel (1500-1585) - Nog t.e.m. 26 mei 2019 - Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur (donderdag open tot 21 uur) – Gesloten: maandag - BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten - Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel - T 02 507 82 00 

Download hier de pdf

De revolutie van de prent - Zestiende-eeuwse grafiek uit Bruegels tijd