Ze wonen gewoon in Antwerpen, de oude Griekse goden. Dankzij het project Vlaamse Meesters in situ van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen zijn ze daar vanaf de maand juli door het publiek te bewonderen. Ze stralen weer, na een grondige restauratie: ook de onsterfelijken hebben af en toe een fikse schoonheidsbehandeling nodig.

De Hofkamer na restauratie

De Hofkamer na restauratie

De grootste schildering op doek

De Hofkamer, verstopt op de binnenplaats van het herenhuis Den Wolsack aan de Oude Beurs, is een paviljoen dat gelukkig stemt. Dat komt door de gevel, die rustgevende symmetrie paart aan zwierige bevalligheid. Bekijk die gebeeldhouwde festoenen boven de ramen, de elegante wildeman en wildevrouw in hun rokjes van bladeren, de putti naast de klok met haar heldere wijzerplaat; en daarboven de armillaarsfeer, die de plaats van de aarde in het heelal aangeeft en toont dat er harmonie en orde heersen. Ga je naar binnen, dan wacht je een nog mooiere aanblik.

De Hofkamer bestaat sinds de zestiende eeuw, maar ze dankt haar uitstraling aan de koopman François Adriaan Van den Bogaert, die het gebouwtje op zijn binnenplaats in 1772 liet verfraaien tot een luxueus paviljoen om gasten te ontvangen. De gevel werd een meter naar voren geschoven en aangepast in classicistische stijl. Binnen kwamen schoorstenen in wit Carraramarmer, lambriseringen en beschilderingen. Waarschijnlijk ontwierp de architect zowel de gevel als het interieur, maar we weten niet wie hij was. In 2008 besloot men om het paviljoen te restaureren. Sinds kort is die restauratie voltooid. Het resultaat voert de bezoeker met zachte hand terug naar de sfeer van de achttiende eeuw. Het blauwgroene kleurenpalet op de wanden, geaccentueerd met bronskleurig lijstwerk, is een verfijnde herinnering aan kunstwerken die niet meer te redden vielen: de muurschilderingen op doek die François-Adriaan Van den Bogaert in 1772 bestelde. Tijdens de restauratie kwamen oudere muurschilderingen uit de zestiende eeuw opnieuw aan het licht: zij schemeren nu door de wanddoeken heen. De verlichtingselementen verwijzen naar de indeling van de ramen, maar ook naar het effect van kaarslicht. Het draagt allemaal bij tot de wowervaring die je al op de drempel overspoelt. Want daar al wordt je blik omhooggetrokken naar de zoldering, waar de grootste schildering op doek van Europa prijkt: 65 vierkante meter.

Aan het eind van de zeventiende eeuw kwam deze nieuwe techniek voor plafondschilderingen in de mode. In plaats van te schilderen in natte kalk schakelde men over naar schilderen op grote doeken. Die weerstonden beter aan de vochtigheid van het Noord-Europese klimaat. Grootse plafondschilderingen kwamen uiteraard het meest voor in vorstelijke paleizen. Vervolgens werden ze statussymbolen bij rijke burgers, zoals hier in de Hofkamer. Een bekende meester was de rondreizende Venetiaan Giovan Antonio Pellegrini (1675-1741). Hij leverde een topwerk voor het Mauritshuis in Den Haag, maar was ook actief in het Antwerpse stadhuis en in het Brouwershuis. De Amsterdamse schilder Jacob de Wit (1695-1754) was opgeleid in Antwerpen. Ook de Luikenaar Pierre-Michel de Lovinfosse (1747-1821) nam dit soort monumentale opdrachten aan.

Het ‘boekentoilet’ in de Hofkamer

Het ‘boekentoilet’ in de Hofkamer

UITKIJKEN OP DE GODENHEMEL

Een onbekende schilder riep hier in de Hofkamer de goden van Olympus op, badend in het licht en rustend op een rijke trompe-l’oeil architectuur, die vernuftig aansluit op de echte ruimte. Het lijkt alsof de Hofkamer geen plafond en dak heeft, maar rechtstreeks uitkijkt op de zomerhemel. De oppergod Zeus zweeft in het midden, samen met zijn echtgenote Hera. De zeegod Poseidon is te herkennen aan zijn drietand, de kunstgod Apollo betokkelt zijn lier, zijn sportieve zuster Artemis is klaar voor de jacht. Wijngod Bacchus is behangen met druiventrossen. De landbouwgodin Demeter draagt aren in haar kapsel en een prachtig groen gewaad; bij haar zit haar dochter Persephone, godin van de lente en de bloemen. Dankzij geschilderde balkons, balustrades en zelfs vensters sluit deze godenhemel aan op het interieur: het duidelijkst zie je dat boven de schouw. De schilder leefde zich uit in die architecturale elementen en schilderde veel extra ‘marmeren beeldhouwwerken’ die het geheel nog rijker maken. Zijn ware talent lag daar, meer dan in de weergave van de goden. Die ogen charmant en zijn grotendeels herkenbaar, maar ze hebben niet helemaal een vorstelijke uitstraling. In elk geval wist de onbekende meester hun zonnige en zorgeloze bestaan voor onze ogen op te roepen. Het moet een wonderlijke ervaring geweest zijn voor de eerste genodigden van 1772, om hier te keuvelen en versnaperingen te verorberen terwijl al het verguldsel glansde in kaarslicht en de goden meevierden. Onder een dergelijk uitspansel kon je je nog heer en meester van de wereld wanen. Antwerpen was op dat ogenblik niet meer de belangrijkste haven van West-Europa, maar wel het grootste handelscentrum van de Zuidelijke Nederlanden. Misschien had koopman François-Adriaan zelfs gevoel voor humor. Op de eerste verdieping van de Hofkamer liet hij immers een boekentoilet installeren, een kamertje dat volledig is ingericht als bibliotheek, met houten boekenruggen tegen de wanden en een toiletpot in de vorm van een stapel folianten. Een unieke ruimte in Antwerpen, waar zijn tijdgenoten meestal genoegen moesten nemen met armtierige gemeenschappelijke ‘kakhuyskens’.

Omdat de achttiende-eeuwse schilderingen op de bovenverdieping niet meer te redden waren, creëerde Koen van den Broek in 2017 voor deze ontvangstruimte nieuwe muurschilderingen, die een dialoog aangaan met de historische omgeving. Onder de boog verbeeldt zijn Omniverse een andere kijk op het universum dan die van de Olympische goden.

Boven de deuren symboliseert de gouden boom de westerse vooruitgangsdroom, terwijl Reflection aanzet tot oosterse beschouwing. Op de zoldering doorbreken twee zwarte zuilen de klassieke symmetrie. Bij de schouw met de Romeinse keizer speelt Solution met het vervagen van de geschiedenis. Tussen de vensters verwijzen dorre palmen naar de gevolgen van de westerse vooruitgangsdroom. Hedendaagse onzekerheid vult het achttiende-eeuwse triomfalisme hier op filosofische wijze aan. Zowel het gelijkvloers als de eerste verdieping kunnen overigens gehuurd worden voor feesten en ontvangsten. Dankzij de restauratie kan de Hofkamer weldra haar oorspronkelijke functie opnieuw vervullen.

Plafondschildering De goden op de Olympusberg in de Hofkamer

Plafondschildering De goden op de Olympusberg in de Hofkamer

DEN WOLSACK

Wie de Hofkamer verlaat, doet er goed aan even op het omringende gebouw te letten. In huis Den Wolsack heeft de Vlaamse erfgoedorganisatie Herita haar kantoren. De wooneenheid Den Wolsack bestaat sinds de veertiende eeuw, toen hier een houten huis stond. In 1441 ging het in vlammen op, waarna men een stenen gebouw optrok. Uit de beginperiode rest alleen nog een deel van de kelder. De naam Den Wolsack verwijst naar een handelsmaat van 200 schapenvachten. Van de veertiende tot de zestiende eeuw bloeide de internationale wolhandel in Antwerpen, met deze straat tussen de Grote Markt en de oude handelsbeurs als spil.

De meeste bouwvolumes van Den Wolsack stammen uit de zestiende eeuw, toen het pand eigendom was van verschillende kooplui en een statiger uitzicht kreeg. Op de binnenplaats verrees toen ook al een achterhuis met een trapgevel. In de achttiende eeuw kreeg Den Wolsack grotendeels zijn huidige vorm, met een arduinen poortomlijsting, een centrale inkomhal, fraaie hardstenen vloer en dubbele steektrap. In de negentiende eeuw kwam daar nog een extra verdieping bij en was hier een wijnhandel gevestigd (met magazijnen in het Vleeshuis).

In de twintigste eeuw werd het gebouw eigendom van de missie-orde van Scheut, die zo een uitvalsbasis verwierf vlak bij de haven. Van hieruit verzond men benodigdheden naar missieposten in Congo. De veranda op de binnenplaats herinnert nog aan het verblijf van de missionarissen. In 1970 bracht de stad Antwerpen hier de dienst jeugdzorg onder. Het gebouw is beschermd sinds 1972. Vanaf 2001 liet Erfgoed Vlaanderen (nu Herita) hier enkele aanpassingswerken uitvoeren. Daarbij herontdekte men op de eerste verdieping tal van muurschilderingen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Den Wolsack kreeg een nieuwe bestemming als erfgoedhuis en beschikt met de gerestaureerde Hofkamer nu over een mooie troef om het publiek uit te nodigen en te bekoren.

Download hier de pdf

De Olympus staat in Antwerpen

Het blauwgroene kleurenpalet op de wanden, geaccentueerd met bronskleurig lijstwerk, is een verfijnde herinnering aan kunstwerken die niet meer te redden vielen