Middeleeuwse kunst is een inspiratiebron geweest voor vele generaties kunstenaars. Tijdens de renaissance komt die interesse langs de zijlijn te staan ten voordele van de antieke meesters, maar vanaf de negentiende eeuw groeit de belangstelling voor de gotiek opnieuw in functie van het nationalisme. Ook daarna, wanneer alle nationalistische ideologieën op de achtergrond komen te liggen, blijft de gotiek de schilderkunst inspireren. En misschien verrassend: ook de beeldhouwkunst grijpt terug naar de beeldtaal van de middeleeuwen.

Al meer dan een eeuw geleden kreeg Constantin Meunier een expo in Leuven. Affiche Meunier-tentoonstelling in Leuven, 1909, papier

Al meer dan een eeuw geleden kreeg Constantin Meunier een expo in Leuven. Affiche Meunier-tentoonstelling in Leuven, 1909, papier

De middeleeuwen in M

In het bijzonder de beeldhouwers Contantin Meunier (1831-1905), George Minne (1866- 1941) en Auguste Rodin (1840-1917) voelen zich aangetrokken door middeleeuwse kunst. Ze bewogen zich alle drie in dezelfde artistieke kringen en ontwikkelen ongeveer gelijktijdig een eigen stijl. Het is enigszins verbazend dat de vernieuwende beeldtaal van deze kunstenaars teruggaat op eeuwenoude middeleeuwse tradities. En toch is het zo, meent M Leuven. Het museum heeft een rijke middeleeuwse collectie ter beschikking en zag hierin al snel de parallellen met het werk van Rodin, Meunier en Minne. Maar hoe sterk is die gelijkenis dan wel? Welke argumenten haalt het museum aan om deze invloed aan te tonen? In een extra themanummer laat OKV curatoren Peter Carpreau en Marthe Sagewitz aan het woord om deze vragen te beantwoorden.

Constantin Meunier, De Puddelaar, 1886, gips, 150 x 77 x 86 cm

Constantin Meunier, De Puddelaar, 1886, gips, 150 x 77 x 86 cm

De puddelaar op de koude steen

Jan II of Pasquier? Borman, Christus op de Koude Steen, ca. 1500, hout, 116 x 58 x 30 cm

Jan II of Pasquier? Borman, Christus op de Koude Steen, ca. 1500, hout, 116 x 58 x 30 cm

De invloed van de middeleeuwse beeldtaal lijkt op het eerste zicht niet meteen aanwezig in het oeuvre van Constanstin Meunier. Het bekende werk De Zaaier heeft schijnbaar meer weg van de antieke Spinario, een Grieks beeld uit het hellenistische tijdperk. Op de tentoonstelling in M blijkt dat Meunier de middeleeuwen wel degelijk als inspiratiebron gebruikte. In zijn tekeningen en schilderijen komt dat expliciet naar boven, bijvoorbeeld in vele versies van de marteledood van de heilige Stefanus. Hetzelfde geldt voor de beeldhouwerken van Meunier. De Puddelaar plaatst M Leuven naast Christus op de koude steen, een populaire iconografie uit de middeleeuwen. De gelijkenissen zijn inderdaad treffend. Het leed van de hardwerkende puddelaar, die moet roeren in gesmolten ijzererts, doet denken aan de lijdende Christus. De gelijkaardige compositie is treffend en laat vermoeden dat Meunier dit beeld wel degelijk kende. Nog een voorbeeld: in het werk Vruchtbaarheid geeft Meunier de liefde tussen moeder en kind weer, een thema dat al vanaf de middeleeuwen navolging kent, onder meer in de vorm van de Maria Lactans.

George Minne, Moeder beweent haar dode kind, 1886, brons, 45,5 x 16,5 x 27 cm

George Minne, Moeder beweent haar dode kind, 1886, brons, 45,5 x 16,5 x 27 cm

Uniek in de beeldhouwkunst

Tentoonstellingen over de invloed van de middeleeuwen op de latere schilderkunst zijn vanzelfsprekend. Zelden wordt er aandacht besteed aan de doorwerking van de middeleeuwen in de beeldhouwkunst. George Minne’s oeuvre is in die context enorm interessant. Zijn belangrijkste beeldhouwwerken maakte hij al toen hij twintig jaar was en getuigen duidelijk van middeleeuwse invloed. In Moeder beweent haar dode kind is dat nog explicieter dan bij Meuniers De Zaaier. De titel van het werk doet meteen denken aan de bewening van Maria om haar zoon.

Het thema van de treurende moeder keert vaak terug in het werk van Minne en lijkt gebaseerd op twee middeleeuwse figuren: de Piëta, Maria met haar dode zoon, en de Sedes Sapientiae, Madonna op haar troon. Minne gebruikt het voorbeeld van de religieuze piëta om zijn ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog uit te drukken. Gevlucht naar Wales, miste Minne zijn twee zonen die aan front vochten enorm. Hij kan zich dus perfect herkennen in het verdriet van Maria om haar zoon.

Claus Sluter en Claus de Werve (gipsafgietsels door Jean en Charles Édouard Pouzadoux) Afgietsels van drie pleuranten van het graf van Phillippe de Stoute, begin 15de eeuw, gips, 1889-voor 1900, 44,5 x 17,5 x 15 cm, 45,5 x 18 x 15,5 cm, 45 x 19,5 x 17 cm

Claus Sluter en Claus de Werve (gipsafgietsels door Jean en Charles Édouard Pouzadoux) Afgietsels van drie pleuranten van het graf van Phillippe de Stoute, begin 15de eeuw, gips, 1889-voor 1900, 44,5 x 17,5 x 15 cm, 45,5 x 18 x 15,5 cm, 45 x 19,5 x 17 cm

Auguste Rodin, Andrieu d’Andres, personnage uit de tweede maquette voor de Burgers van Calais, ca. 1908, Brons, 61 x 22 x 46 cm

Auguste Rodin, Andrieu d’Andres, personnage uit de tweede maquette voor de Burgers van Calais, ca. 1908, Brons, 61 x 22 x 46 cm

Universeel en tijdloos

Waarom baseren deze beeldhouwers zich op de middeleeuwse iconografie? Biedt de moderne kunst geen waardig alternatief voor het uitdrukken van pijn en smart? Waarschijnlijk wel, maar door het gebruik van middeleeuwse beeldtaal wordt het leed in de werken van Minne en Meunier universeel en tijdloos. Of het nu om een vermoeide puddelaar gaat, die het leed van de industrialisatie weerspiegelt, of om Christus die zich opoffert voor de mensheid, de boodschap blijft hetzelfde.

Een derde figuur die Museum M voorstelt, is Auguste Rodin en ook zijn motivatie om naar de middeleeuwen te kijken, valt te begrijpen. Zijn monument voor de Burgers van Calais huldigt de heldhaftigheid van zes mensen die het leven lieten voor hun medeburgers aan het einde van de belegering door de Engelsen in 1347. Wat dit beeldhouwwerk zo uitzonderlijk maakt, is het ontwerp van zes afzonderlijke figuren die, in tegenstelling tot wat men verwachtte, niet helfthaftig maar net erg gevoelig overkomen. Deze figuren zijn gebeeldhouwde wanhoop en verdriet, intense gevoelens die ook gotische beelden kunnen uitstralen. Ze gelijken op pleuranten, beweners, die in de middeleeuwen rouw en treurnis uitdrukten. Rodin gebruikte ze in zijn monument voor de Burgers van Calais. Vooral de figuur van Andrieu d’Andres lijkt sterk op een bewener. De pleurant is ook terug te vinden in Meuniers beeldhouwwerk De Smart, waarbij zowel de titel als de compositie van het werk overeenkomen met de middeleeuwse figuur.

Ook Minne baseert zich op de pleurant, onder andere voor zijn tekeningen voor het boek Soeur Béatrice van Maurice Maeterlinck. In Drie figuren bij het graf is de gelijkenis eveneens duidelijk zichtbaar.

Gedichten

Niet enkel beeldend kunstenaars, zoals Rodin, Meunier en Minne, drukken pijn en verdriet uit, ook dichters doen dat al eeuwen. Daarom vroeg M Leuven aan enkele van hen zich te laten inspireren door werken op de tentoonstelling. De poëzie biedt een waardevolle aanvulling voor de interpretatie van de bezoekers, die zelf ook stemmingen en emoties voelen opborrelen bij het bekijken van de kunstwerken.

De tentoonstelling vormt een indrukwekkende combinatie van middeleeuwse kunst met beeldhouwwerken van Rodin, Meunier en Minne, die de parallellen tussen beide in het licht zet.

Tentoonstelling

Rodin, Meunier, Minne – Drie visies op de middeleeuwen – Nog t.e.m. 30 augustus 2020 – Open: donderdag t.e.m. dinsdag van 11 tot 18 uur (donderdag tot 22 uur) – Gesloten: woensdag – M – Museum Leuven – Leopold Vanderkelenstraat 28, 3000 Leuven – Tel. 016 27 29 29

Download hier de pdf

Minne, Meunier en Rodin