KBR is de nationale wetenschappelijke bibliotheek. Ze verzamelt alle Belgische publicaties en bewaart, beheert en bestudeert een omvangrijk cultureel en historisch patrimonium. Ze biedt toegang tot een schat aan informatie en helpt bij de studie van het verleden en de reflectie over het heden.

KBR investeert de komende jaren maximaal in het digitaliseren en online plaatsen van de collecties, maar wil ook in het imposante gebouw in hartje Brussel de bijzondere verzamelingen breder toegankelijk maken. De noden van de gebruiker wijzigen en technologie biedt dagelijks nieuwe mogelijkheden. KBR evolueert volop mee.

Librije

In 2020 zijn grote infrastructuurwerken uitgevoerd, stijlvolle en aangepaste tentoonstellingsruimten gecreëerd en een volledig nieuw museum ingericht. De opening van het KBR museum is een mijlpaal in deze evolutie.

KBR bewaart al meer dan 600 jaar een kostbare schat die ze beschermt tegen de tand des tijds. Het gaat om de Librije van de hertogen van Bourgondië, een verzameling van aanvankelijk meer dan 900 handschriften waarvan we vandaag in KBR nog een derde bewaren. Deze bibliotheek, die ontstond op het kantelpunt van de middeleeuwen en de renaissance, bestrijkt alle domeinen van wetenschap en literatuur.

Het parcours van het KBR museum start in de Nassaukapel en krijgt een vervolg op de hoger gelegen verdiepingen. De bezoeker kan zien hoe een handschrift werd gemaakt en krijgt een beeld van het vakmanschap van de kunstenaars in onze gewesten in de vijftiende eeuw. De manuscripten uit de Librije werden verlucht door de beste miniaturisten; sommigen onder hen waren even beroemd als Jan van Eyck. Het museum schetst ook de historische, de economische en de artistieke context waarin deze verzameling is ontstaan. Daarna wordt ingezoomd op de handschriften van de hertogen.

In een innovatieve scenografie ontdekt de bezoeker meer dan 160 originele documenten, verspreid over het hele museum. Naast de stukken uit de eigen verzamelingen zijn eveneens heel wat bruiklenen van andere instellingen te zien. Schilderijen, retabels, beelden en dagelijkse gebruiksvoorwerpen vertellen mee het verhaal van de hertogen en hun bibliotheek. Omdat de handschriften om redenen van bewaring niet permanent kunnen worden tentoongesteld, worden ze drie keer per jaar vervangen. Kom dus zeker nog eens terug en ontdek telkens nieuwe pareltjes uit de collecties.

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om zowel onze bruikleengevers als onze talrijke partners van harte te bedanken voor de goede samenwerking. Ook wil ik de partners die financiële steun verleenden aan het project uitdrukkelijk bedanken: de Regie der Gebouwen en Toerisme Vlaanderen investeerden in de infrastructuur- en inrichtingswerken, het Fonds Baillet Latour bekostigde de restauratie van alle handschriften en de vzw Vrienden van KBR financierde de bouw van een maquette van de kraan van Brugge.

Sara Lammens
Algemeen directeur a.i. KBR

De prestigieuze bibliotheek van een roemrijk geslacht

De Librije van de hertogen van Bourgondië is een van de meest prestigieuze handschriftencollecties van de westerse wereld. Al in de vijftiende eeuw behoorde ze tot de belangrijkste verzamelingen en werd ze in één adem genoemd met de roemrijke bibliotheken van de Franse koningen, de Engelse vorsten, de familie de’ Medici en de paus.

Speculum humanae salvationis Franse versie van Jean Miélot (Miroir de la salvation humaine) Zuidelijke Nederlanden (Rijsel, Brussel en Brugge), 1449 KBR - ms. 9249-50, fol. 1r Het wordt aangenomen dat deze Speculum humanae salvationis rond 1324 geschreven werd door een dominicaan. In 1448 werd deze Franse vertaling van de tekst door Filips de Goede besteld bij Jean Miélot. De kunstenaar bestempelde het handschrift als ‘minuten’, maar de kwaliteit van het handschrift bewijst dat het om veel meer gaat dan zom

Speculum humanae salvationis Franse versie van Jean Miélot (Miroir de la salvation humaine) Zuidelijke Nederlanden (Rijsel, Brussel en Brugge), 1449 KBR - ms. 9249-50, fol. 1r

Het wordt aangenomen dat deze Speculum humanae salvationis rond 1324 geschreven werd door een dominicaan. In 1448 werd deze Franse vertaling van de tekst door Filips de Goede besteld bij Jean Miélot. De kunstenaar bestempelde het handschrift als ‘minuten’, maar de kwaliteit van het handschrift bewijst dat het om veel meer gaat dan zomaar een kladversie.

De Librije werd aangelegd door Filips de Stoute en nadien uitgebreid door zijn erfgenamen, Jan zonder Vrees en Filips de Goede. Vooral deze laatste, ook wel de Grote Hertog van het Westen genoemd, verrijkte de verzameling aanzienlijk. Hij voerde een actief mecenaat en deed een beroep op het talent van vele boekverluchters uit zijn rijk.

Onder Filips de Goede werd geleidelijk aan de canon van het Bourgondische luxehandschrift vastgelegd: uitvoering op perkament, groot formaat, overvloedige illustratie, een boekband van kwaliteit, een bladspiegel met veel witruimte en een voorkeur voor het lettertype van de Bourgondische bastarda. Miniaturisten zoals Willem Vrelant, Jan Tavernier, Simon Marmion, Loyset Liédet en Lieven van Lathem speelden een belangrijke rol in de uitvoering van de verluchting van de Bourgondische luxecodices. Adel, clerus, burgerij en stedelijke overheden sloten zich aan bij de esthetische voorkeuren van de hertogen. De hertogelijke bibliotheek van Filips de Goede telde niet minder dan 900 manuscripten. Zijn zoon Karel de Stoute breidde de collectie verder uit. De laatste hertog van Bourgondië liet uiteindelijk een verzameling van bijna 1.000 boeken na.

Jean Wauquelin, Chroniques de Hainaut (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Willem Vrelant KBR - ms. 9243, folio 1r: Filips de Goede luistert naar de voorlezing van de Chroniques de Hainaut De frontispiceminiatuur van het tweede volume van de Chroniques de Hainaut werd verlucht door Willem Vrelant. Het maakt deel uit van een indrukwekkend werk voor Filips de Goede dat bestond uit drie delen en waar in totaal vier kopiisten en meer dan tien verluchters aan wer

Jean Wauquelin, Chroniques de Hainaut (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Willem Vrelant KBR - ms. 9243, folio 1r: Filips de Goede luistert naar de voorlezing van de Chroniques de Hainaut

De frontispiceminiatuur van het tweede volume van de Chroniques de Hainaut werd verlucht door Willem Vrelant. Het maakt deel uit van een indrukwekkend werk voor Filips de Goede dat bestond uit drie delen en waar in totaal vier kopiisten en meer dan tien verluchters aan werkten. De hertog las regelmatig de geredigeerde katernen na, wat bewijst dat hij veel belang hechtte aan het project.

Bourgondië en de Nederlanden

De Librije van de hertogen van Bourgondië fungeerde als statussymbool dat de geschiedenis van de familie vertelde en tegelijkertijd hun macht
legitimeerde. De religieuze en morele waarden van het hof kwamen tot uiting in religieuze handschriften, terwijl profane boeken veelal dienden om het verband te benadrukken tussen de hertogen van Bourgondië en grote helden uit het verleden, zoals Karel de Grote. Veel handschriften hadden een duidelijke agenda en pasten binnen een politiek plan. De prachtige collectie kwam dan ook tot stand in de context van een bloeiende staat die zich ontwikkelde dankzij het uitgekiende beleid dat de hertogen van Bourgondië voerden.

Aan het begin van de vijftiende eeuw verscheurden het Franse en het Engelse koninkrijk elkaar in een eindeloos conflict: de Honderdjarige Oorlog. In 1415 werd de Franse cavalerie in Azincourt weggeveegd door de Engelse boogschutters. Jeanne d’Arc, de Maagd van Orléans, stierf ongeveer twintig jaar later op de brandstapel in Rouen. Hongersnood en epidemieën dunden de bevolking uit. De veldslagen tegen Engeland waren nauwelijks voorbij of Frankrijk moest alweer het hoofd bieden aan de machtsstrijd tussen de Armagnacs en de Bourguignons. Pas na 1450 kwam er enige politieke stabiliteit in Europa.

Theodoro Paleologo, Enseignemens et Traité sur la richesse et la pauvreté Franse vertaling door Jean de Vignay

Theodoro Paleologo, Enseignemens et Traité sur la richesse et la pauvreté Franse vertaling door Jean de Vignay Frankrijk (Parijs?), veertiende-vijftiende eeuw KBR - ms. 11042, fol. 12r: Filips de Stoute geeft bevelen aan zijn soldaten

Deze Franse versie van Theodoro Paleologo’s handboek voor keizerlijk bestuur is van de hand van Jean de Vignay, die als vertaler werkte voor Johanna van Bourgondië. Het tafereel op dit folio stelt de bestemmeling van het handschrift voor, Filips de Stoute. Gekleed in een heraldische wapenrok geeft de eerste Bourgondische hertog bevelen aan zijn soldaten. Deze codex werd waarschijnlijk vervaardigd in Parijs en gaat vermoedelijk terug tot het einde van de veertiende eeuw, toen hij het graafschap Vlaanderen door de erfenis van zijn vrouw verwierf.

Na de moord op Jan zonder Vrees op de brug van Montereau in 1419 vestigde zijn zoon en erfgenaam, Filips de Goede, zich in zijn welvarende provincies in de Zuidelijke Nederlanden. De grond was er vruchtbaar, het land keek uit op de zee en handel en nijverheid waren in volle bloei. Er ontstond een nieuw rijk dat onafhankelijk, gecentraliseerd, modern en welvarend was. Aan het hoofd stond de hertog, een bedreven politicus die erg begaan was met zijn eigen propaganda.

In de vijftiende eeuw behoorden de Zuidelijke Nederlanden tot de meest verstedelijkte gebieden van West-Europa. De hertogen van Bourgondië haalden het grootste deel van hun inkomsten uit Vlaanderen, Brabant en Holland. Steden als Gent, Brugge, Brussel en later Antwerpen waren levensbelangrijke en internationale handelscentra waar veel kooplieden zich vestigden. De hertogen versterkten de economische bloei door een centraal gezag op te leggen en voor één munt te kiezen. De welvaart van de Zuidelijke Nederlanden steunde op de opbrengst van de rijke landbouwgronden en de stedelijke nijverheid. Lakens en stof en van de wevers in het noorden en edelsmeedwerk en metalen voorwerpen uit de Maasstreek werden naar heel Europa uitgevoerd. Koopwaar werd vlot vervoerd dankzij de ontwikkeling van grote commerciële verkeersaders over zee, rivieren of land.

Munt uit de tijd van de hertogen van Bourgondië: gouden rijder (Filips de Goede) Gent, 1434-1447 Penningkabinet, E382/16

Munt uit de tijd van de hertogen van Bourgondië: gouden rijder (Filips de Goede) Gent, 1434-1447 Penningkabinet, E382/16

De hertogen van Bourgondië onttrokken zich aan het gezag van de Franse koning en probeerden een nieuw eengemaakt rijk te vormen, in een gebied dat zich uitstrekte van Dijon tot de Nederlanden. Tussen 1384 en 1477 verwierven Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute heel wat grondgebied tussen Frankrijk en het Duitse Keizerrijk. Weloverwogen huwelijken, aankopen en erfenissen hielpen hen daarbij. Het Bourgondische hof van Filips de Goede was een van de prachtigste van Europa.

Camee van parelmoer (Filips de Schone en Karel V) Augsburg, tweede helft van de zestiende eeuw Penningkabinet, 2K10/7

Camee van parelmoer (Filips de Schone en Karel V) Augsburg, tweede helft van de zestiende eeuw Penningkabinet, 2K10/7

Het noodlot sloeg echter toe. In 1477 kwam zijn zoon Karel de Stoute op tragische wijze om het leven in een veldslag bij Nancy en amper vijf jaar later overleed ook zijn erfgename, Maria van Bourgondië. De Bourgondische gebieden belandden in de handen van de Habsburgers en kwamen op die manier onder Spaans bewind. Hoewel dit het einde van de grootse politieke droom van de Bourgondische dynastie betekende, lieten ze een artistieke erfenis achter die ook vandaag nog van onschatbare waarde is: de Librije.

Chroniques de Flandre KBR - ms. 13073-74: Maria van Bourgondië

Chroniques de Flandre KBR - ms. 13073-74: Maria van Bourgondië

Leonardo Bruni d’Arezzo, La première guerre punique Franse versie van Jean Le Bègue Zuidelijke Nederlanden, tussen 1445 en 1467 KBR - ms. 10777, fol. 58r: Confrontatie tussen consul Marcus Actilius en een fantasiedier Deze Franse bewerking van Bruni’s De primo bello punico met invloeden van het humanisme relateert de feiten uit de eerste Punische oorlog tussen Rome en Carthago. Het exemplaar is een bestelling van Filips de Goede. Het is meesterlijk in grisaille verlucht door Willem Vrelant. Onder luchten va

Leonardo Bruni d’Arezzo, La première guerre punique Franse versie van Jean Le Bègue Zuidelijke Nederlanden, tussen 1445 en 1467 KBR - ms. 10777, fol. 58r: Confrontatie tussen consul Marcus Actilius en een fantasiedier

Deze Franse bewerking van Bruni’s De primo bello punico met invloeden van het humanisme relateert de feiten uit de eerste Punische oorlog tussen Rome en Carthago. Het exemplaar is een bestelling van Filips de Goede. Het is meesterlijk in grisaille verlucht door Willem Vrelant. Onder luchten van blauwe gouache, lijken de taferelen veel meer tot de middeleeuwse dan tot de Romeinse wereld te behoren.

De Librije, symbool van macht en prestige

De bibliotheek van de Bourgondische hertogen en hertoginnen is een familiebibliotheek, steeds verder aangevuld met bestellingen, giften en legaten. Elk familielid streefde op zijn eigen manier naar de uitbreiding van de collectie die het prestige van het geslacht vergrootte. De Librije vormt een coherent, maar divers geheel. Zowel kwantitatief als kwalitatief kent de collectie haast geen gelijke. Ze bevat standaardwerken uit de  middeleeuwse literatuur zoals de Roman de la Rose, de Pèlerinages de vie humaine (zie blz. 27), de Belle Hélène de Constantinople, de Fleur des Histoires (zie blz. 32-33) of ook de Éthiques en Politiques van Aristoteles. Andere teksten spelen zich af binnen de Bourgondische context. De belangstelling voor het Midden-Oosten, de voedingsbodem voor dromen over kruistochten, is fl ink vertegenwoordigd. Er zijn ook traktaten die een legendarische afstamming van de hertogen beschrijven, teruggaand op grote figuren zoals Alexander de Grote, koning Arthur en Karel Martel. De oudste werken dateren uit de dertiende eeuw en de recentste uit de beginperiode van het humanisme. Veel werken werden uit het Latijn in het Frans ‘overgezet’ en op uitdrukkelijk verzoek van de hertogen overgeschreven door gerenommeerde kopiisten zoals Jean Miélot, Jean Wauquelin en David Aubert.

Jean Mansel, La Fleur des histoires (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9232, fol. 195v (detail)

Jean Mansel, La Fleur des histoires (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9232, fol. 195v (detail)

Jean Mansel, La Fleur des histoires (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9232, fol. 335v (detail)

Jean Mansel, La Fleur des histoires (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9232, fol. 335v (detail)

Jean Mansel, La Fleur des histoires Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9231, fol. 120v

Jean Mansel, La Fleur des histoires Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9231, fol. 120v

Kenners en onderzoekers zijn het unaniem eens dat handschriften zoals de Chroniques de Hainaut (zie blz. 28-29), de Heures du duc de Berry, het Peterborough Psalter (zie blz. 30-31), de Roman de Girart de Nevers (zie blz. 24-25), de Croniques et Conquestes de Charlemaine (zie blz. 34-35) en de Histoire d’Alexandre tot de meest prestigieuze handschriften ter wereld behoren.

Standaardwerken uit de middeleeuwse literatuur en auteurs uit de oudheid staan er naast nieuwe teksten die de hertogelijke propaganda dienen. Dromen over kruistochten en een voorliefde voor ridderlijke hoofsheid komen in contact met het ontwakende humanisme. De Librije toont de veelzijdigheid van een tijdperk waarin de middeleeuwen geleidelijk overgaan in de nieuwe tijd.

Thomas a Kempis, De imitatione Christi Zwolle, eerste helft van de vijftiende eeuw KBR - ms. 5855-61, ff. 3v-4r Thomas a Kempis gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne devotie, een stroming die gelovigen aanzette tot het volgen van een sobere levensstijl. In deze bestseller avant la lettre mediteert hij in een eenvoudige taal over hoe mensen het voorbeeld van Christus kunnen volgen in hun dagelijks leven. Het handschrift is een autograaf: de auteur schreef de tekst eigenhandig op

Thomas a Kempis, De imitatione Christi Zwolle, eerste helft van de vijftiende eeuw KBR - ms. 5855-61, ff. 3v-4r

Thomas a Kempis gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne devotie, een stroming die gelovigen aanzette tot het volgen van een sobere levensstijl. In deze bestseller avant la lettre mediteert hij in een eenvoudige taal over hoe mensen het voorbeeld van Christus kunnen volgen in hun dagelijks leven. Het handschrift is een autograaf: de auteur schreef de tekst eigenhandig op het perkament van dit handschrift.

Religieuze context

Een derde van de handschriften uit de bibliotheek van de hertogen van Bourgondië bestaat uit religieuze werken. Het gaat om boeken die bestemd zijn voor het gebed en de liturgie, zoals getijdenboeken, missalen, brevieren en psalters. We vinden ook mystieke en ascetische teksten terug zoals Cité de Dieu van Augustinus, de werken van Jean Gerson en Gregorius de Grote. Meer populaire traktaten zoals de Imitatio Christi van Thomas a Kempis vonden geen genade in adellijke ogen. Filips de Goede was diepgelovig en bezeten door het idee om op kruistocht te trekken en bestelde heel wat religieuze handschriften. Karel de Stoute koesterde gelijkaardige ambities, maar voelde zich meer aangetrokken door werken uit de oudheid. God was veeleer een zaak van de hertoginnen. Ze waren minder bezig met hun persoonlijke ambities en leverden door hun opdrachten voor religieuze boeken een grote bijdrage aan de uitbreiding van de hertogelijke bibliotheek. In de vijftiende eeuw was religie alomtegenwoordig en drong het christelijke geloof door tot alle sociale lagen van de maatschappij. De religie van de elite was vervuld van mystiek en werd geïllustreerd in verschillende kunsttakken zoals de schilderkunst, beeldhouwkunst en miniatuurkunst. Middeleeuwse kunstenaars haalden hun inspiratie uit de vele verhalen uit het Oude Testament en het leven van Christus.

Getijdenboek van hertog Jan van Berry [genaamd Heures de Bruxelles] Frankrijk, veertiende tot vijftiende eeuw Toegeschreven aan André Beauneveu KBR - ms. 11060-61, p. 106 Dit Brusselse getijdenboek werd verlucht in opdracht van Jan van Berry, de derde zoon van koning Jan II van Frankrijk. Hij schonk het handschrift aan zijn neef Jan zonder Vrees. Terwijl de oorlog met Engeland en het confl ict tussen de Armagnacs en de Bourguignons een grote bedreiging vormde voor de Franse koningen, leek Jan van Berry voor

Getijdenboek van hertog Jan van Berry [genaamd Heures de Bruxelles] Frankrijk, veertiende tot vijftiende eeuw Toegeschreven aan André Beauneveu KBR - ms. 11060-61, p. 106

Dit Brusselse getijdenboek werd verlucht in opdracht van Jan van Berry, de derde zoon van koning Jan II van Frankrijk. Hij schonk het handschrift aan zijn neef Jan zonder Vrees. Terwijl de oorlog met Engeland en het confl ict tussen de Armagnacs en de Bourguignons een grote bedreiging vormde voor de Franse koningen, leek Jan van Berry vooral oog te hebben voor de aankoop van kunstwerken. Aan deze Heures de Bruxelles hebben verschillende kunstenaars gewerkt.

Brevier van Filips de Goede ten gebruike van Parijs, zomerdeel Brugge, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Willem Vrelant KBR - ms. 9026, folio 258r: Filips de Goede en Isabella van Portugal tijdens het gebed voor het Heilige Sacrament

Brevier van Filips de Goede ten gebruike van Parijs, zomerdeel Brugge, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Willem Vrelant KBR - ms. 9026, folio 258r: Filips de Goede en Isabella van Portugal tijdens het gebed voor het Heilige Sacrament

De thema’s werden afgebeeld op talloze schilderijen en in de vorm van sculpturen en retabels. In opdracht van invloedrijke figuren zoals de Bourgondische hertogen verluchtten gerenommeerde miniaturisten indrukwekkende religieuze handschriften. Kunstobjecten sierden kerken, kathedralen en residenties en stonden symbool voor macht, pracht en praal. Daarnaast bestond een meer volkse devotie waarin taferelen van populaire heiligenlevens de na te volgen levenswijze in beeld brachten. Volkse verhalen over heiligen waren enorm populair en er bestonden vaak verschillende versies van. Heiligen waren echte helden die zware beproevingen doorstonden in naam van hun geloof. Groteske details en bovennatuurlijke krachten wakkeren de aandacht en vrome toewijding van de gelovigen aan.

Anoniem, Heilige Wilgefortis Zuidelijke Nederlanden, eerste helft van de vijftiende eeuw Museum Hof van Busleyden

Anoniem, Heilige Wilgefortis Zuidelijke Nederlanden, eerste helft van de vijftiende eeuw Museum Hof van Busleyden

Een voorbeeld is de legende van de heilige Wilgefortis, ook wel Sint-Ontkommer genoemd. Ze stond bekend als de sterke maagd en werd afgebeeld als een lijdende Jezus aan het kruis. Hoewel deze heilige de dochter was van een heidense Portugese koning, legde ze de eed van maagdelijkheid af omdat ze enkel Christus als echtgenoot wilde. Haar vader had een gedwongen huwelijk voor ogen. Ze smeekte God om de mannen die naar haar hand dongen te ontmoedigen. Hij verhoorde haar wens en schonk haar een baard. Haar vader was erg ontzet en beschuldigde haar van hekserij. Hoewel dat normaal enkel een straf voor mannen was, besliste hij haar te laten kruisigen. Ze is dan ook een van de weinige vrouwelijke heiligen die aan het kruis wordt afgebeeld. Meestal wordt ze in beeld gebracht met een baard en gekleed in een lange tuniek die tot op haar voeten valt. Maar deze legende is gebaseerd op een interpretatiefout. Op sommige Byzantijnse devotieafbeeldingen uit Noord-Frankrijk wordt de gekruisigde Christus afgebeeld in een lang gewaad dat om het middel is dichtgesnoerd. De westerse iconografi e kende enkel een naakte Christus met een lendendoek. Geestelijken en gelovigen interpreteerden deze figuur daarom foutief als een jong meisje dat door een goddelijke tussenkomst een baard had gekregen.

Brevier van Filips de Goede ten gebruike van Parijs, winterdeel Brugge, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Jan Tavernier KBR - ms. 9511, folio 180r: Verrijzenis van Christus

Brevier van Filips de Goede ten gebruike van Parijs, winterdeel Brugge, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Jan Tavernier KBR - ms. 9511, folio 180r: Verrijzenis van Christus

De Nassaukapel

De religieuze context van de vijftiende eeuw wordt belicht in de kapel van Nassau. Op de plek waar eerder al een kapel stond, liet Engelbert II van Nassau de Sint-Joriskapel optrekken in Brabantse gotiek. Ze werd rond 1520 voltooid en maakte deel uit van het Nassaupaleis, een van de mooiste Brusselse residenties uit die tijd. In de zestiende eeuw nam het Spaanse bewind het Paleis in beslag, maar een eeuw later werd het aan de rechtmatige eigenaar teruggegeven. In 1731 werd het Paleis de zetel van het Hof van de Nederlanden. Een twintigtal jaar later besliste gouverneur Karel van Lotharingen om het Paleis om te bouwen in neoklassieke stijl, met uitzondering van de Nassaukapel. De kapel had sinds de negentiende eeuw verschillende functies: huurpand voor een brouwer, tijdelijk depot voor beeldhouwwerken, laboratorium voor de assemblage van de iguanodons uit Bernissart, cataloguszaal van het Institut international de Bibliographie en leeszaal van het Algemeen Rijksarchief. Vandaag maakt ze deel uit van het KBR museum en worden er enkele pareltjes uit de de handschriftencollectie van de bibliotheek tentoongesteld.

De Nassaukapel maakt deel uit van KBR

De Nassaukapel maakt deel uit van KBR

Guillaume Dheulland Plan des attaques de Bruxelles en 1746 Straatsburg, 1750 KBR - Kaarten en plannen, III 3.284

Guillaume Dheulland Plan des attaques de Bruxelles en 1746 Straatsburg, 1750 KBR - Kaarten en plannen, III 3.284

Een bewogen geschiedenis

Sommige werken uit de Librije vergezelden de rondreizende hertogen, maar het grootste deel bleef steeds in de bibliotheek van het paleis op de Coudenberg in Brussel. Het twaalfde-eeuwse gebouw vervulde initieel een defensieve rol. Filips de Goede liet het in de vijftiende eeuw grondig verbouwen tot een van de rijkelijkste gebouwen uit de periode. De Librije van Bourgondië werd na de dood van Karel de Stoute doorgegeven aan Maria van Bourgondië, Filips de Schone, Karel V en Filips II. Deze laatste richtte in 1559 de Koninklijke Bibliotheek van de Nederlanden op, de rechtstreekse voorloper van de huidige KBR. De hertogelijke bibliotheek vormt daarom de kern van de nationale bibliotheek van België, die doorheen de geschiedenis nog heel wat te verduren kreeg. In de winter van 1731 verwoestte een brand grote delen van het Coudenbergpaleis, waar de handschriftencollectie werd bewaard. Dienstboden gooiden de boeken uit de ramen van de toren van het paleis en gaven daarbij voorrang aan de meest prestigieuze handschriften. Heel wat handgeschreven boeken moeten toen verloren zijn gegaan.

Zicht op de binnenkoer van het Coudenbergpaleis tijdens de brand op 3 februari 1731 KBR- Prentenkabinet, S.III 24727

Zicht op de binnenkoer van het Coudenbergpaleis tijdens de brand op 3 februari 1731 KBR- Prentenkabinet, S.III 24727

Na de brand verhuisden de handschriften naar de gelijkvloerse verdieping van de grote kapel in het paleis, die gespaard was gebleven van de brand. Tijdens de Franse bezetting van Brussel vanaf 1746 werd ongeveer de helft van de Bourgondische handschriften naar Parijs overgebracht. In 1770 keerden de meeste volumes terug naar Brussel, maar de vreedzame periode die volgde op de verdragen van Aken was van korte duur. De commissarissen van de Franse Republiek brachten in 1794 weer een groot deel van de handschriften van de hertogen van Bourgondië over naar Parijs. Pas na de nederlaag van Napoleon en het Congres van Wenen in de vroege negentiende eeuw keerden de meeste door Frankrijk in beslag genomen manuscripten terug naar Brussel. Sommige werken bleven in Parijs, terwijl handschriften die oorspronkelijk geen deel uitmaakten van de Librije naar Brussel werden gebracht. Na de terugkeer van de collectie sloeg het noodlot nog een keer toe. In 1827 brak er een brand uit op de hoogste verdiepingen van het Paleis van Karel van Lotharingen in Brussel, waar de Koninklijke Bibliotheek ondertussen was ondergebracht. Het vuur kreeg de handschriften niet te pakken, maar bluswater bracht onherstelbare schade toe. Tientallen boekbanden van leder en perkament overleefden de waterschade niet.

Anoniem en Bartholomaeus Momper Le Koert du Bruxselles: het Coudenbergpaleis KBR - Prentenkabinet, S.II 11445

Anoniem en Bartholomaeus Momper Le Koert du Bruxselles: het Coudenbergpaleis KBR - Prentenkabinet, S.II 11445

In weerwil van de bewogen geschiedenis van de Librije worden er vandaag nog ongeveer 300 handschriften uit de collectie van de hertogen van Bourgondië bewaard in het Handschriftenkabinet van KBR en het KBR museum in Brussel. Dat is ongeveer één derde van de 1.000 handschriften die vermeld werden in een inventaris uit de vijftiende eeuw. Een honderdtal bevindt zich momenteel in andere Europese of Amerikaanse collecties. In privéverzamelingen blijven hier en daar nog handschriften van de Bourgondische hertogen verborgen. Desalniettemin vormt de collectie van KBR een ongelooflijk kostbare schat die representatief is voor de originele verzameling die de hertogen door de eeuwen heen tot stand brachten.

Mater dolorosa en Man van Smarten Diptiek toegeschreven aan het atelier van Simon Marmion Zuidelijke Nederlanden, vijftiende eeuw Brugge, Groeningemuseum, inv. GRO 0201-202. I © WWW.ARTINFLANDERS.BE, FOTO: DOMINIQUE PROVOST

Mater dolorosa en Man van Smarten Diptiek toegeschreven aan het atelier van Simon Marmion Zuidelijke Nederlanden, vijftiende eeuw Brugge, Groeningemuseum, inv. GRO 0201-202. I

Simon Marmion domineerde de miniatuurkunst onder het mecenaat van de hertogen van Bourgondië. Hij werd door tijdgenoten zelfs de ‘prins der verluchters’ genoemd. Hij creëerde illustratiereeksen, verzon verrassende composities en waagde zich naast het verluchten van boeken ook aan het schilderen van doeken. Deze diptiek komt uit zijn atelier. Het gezicht van Maria is aangrijpend. Zonder overdrijving, dramaturgie of tranen sloeg de kunstenaar erin om de pijn van Maria op een indringende manier uit te beelden.

Artistieke vernieuwing

Anoniem, Fragmenten van een of meerdere retabels 15 van Bassine: Herder in aanbidding Brabant, Antwerpen, ca. 1510-1520 Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, inv. 3629.017.0002.2

Anoniem, Fragmenten van een of meerdere retabels van Bassine: Herder in aanbidding Brabant, Antwerpen, ca. 1510-1520 Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, inv. 3629.017.0002.2

Bijzondere uitstraling

De artistieke dynamiek tijdens devijftiende eeuw zorgde ervoor dat het Bourgondische hof een bijzondere uitstraling kreeg. Parallel met de Italiaanse renaissance ontwikkelde zich in het noorden een centrum van intellectuele vernieuwing. De steden van de Bourgondische Nederlanden vormden toonaangevende productiecentra en stonden bekend voor een bloeiende schilderkunst, gotische kerken, Brabantse retabels, wandtapijten en schitterende polyfone muziek. Met boegbeelden als Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Dirk Bouts en Hans Memling ontlook in de Zuidelijke Nederlanden de schilderkunst van de Vlaamse primitieven. Deze kunstenaars lieten zich inspireren door hun eigen omgeving en brachten die zo waarheidsgetrouw mogelijk over. Ruimtes werden gebaseerd op de contemporaine architectuur en ingevuld met alledaagse voorwerpen. Huisdieren, eetgerei en anekdotische details waren het voortaan waard om geschilderd te worden en eeuwenoude Bijbelse verhalen, zoals bijvoorbeeld de annunciatie, speelden zich af in een omgeving die vertrouwd aanvoelde voor de vijftiende-eeuwse toeschouwer.

David Aubert, Histoire de Charles Martel (vol. 3) Zuidelijke Nederlanden, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Loyset Liédet KBR - ms. 8, fol. 7r: Karel de Stoute bezoekt David Aubert in zijn scriptorium

David Aubert, Histoire de Charles Martel (vol. 3) Zuidelijke Nederlanden, tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Loyset Liédet KBR - ms. 8, fol. 7r: Karel de Stoute bezoekt David Aubert in zijn scriptorium

Bloeiende verlichtingskunst

Deze bloeiperiode in de schilderkunst was ook duidelijk zichtbaar in de verluchtingskunst, die in dezelfde periode een ongekende ontwikkeling doormaakte. De boekenmarkt kwam in handen van ambachtsmannen en -vrouwen in de steden. Schrijvers, kopiisten en miniatuurschilders zorgden voor een uitzonderlijke productie. Getijdenboeken en devotionele werken waren het populairst, maar eigenlijk werden alle literaire genres vertegenwoordigd. Schilders, verluchters en beeldhouwers werkten niet los van elkaar. Er was behoorlijk wat interactie tussen kunstenaars uit verschillende milieus en disciplines. Ze deelden schetsboeken, kopieerden dezelfde modellen en wisselden gedachten uit over hun kijk op de wereld en over hoe ze die het best konden weergeven.

Anoniem, Fragmenten van een of meerdere retabels van Bassine: Kruisdraging en Kruisafname Brabant, Antwerpen, ca. 1510-1520 Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, inv. 18RA153620.3629 en inv. 3629.2567

Anoniem, Fragmenten van een of meerdere retabels van Bassine: Kruisdraging Brabant, Antwerpen, ca. 1510-1520 Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, inv. 18RA153620.3629 en inv. 3629.2567

Later in de vijftiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat kunstenaars zich met meerdere kunstvormen bezighielden. Beroemde schilders zoals Rogier van der Weyden, de gebroeders Van Eyck of Petrus Christus waagden zich aan het schilderen van miniaturen. Op hun beurt accepteerden miniaturisten, zoals Simon Marmion, opdrachten voor schilderijen. Het is waarschijnlijk dat deze interacties tussen verschillende kunsten en disciplines zelfs vaker voorkwamen in het geval van minder bekende kunstenaars. Ze waren omwille van financiële redenen wellicht meer geneigd om uiteenlopende bestellingen van meerdere opdrachtgevers aan te nemen. Er werd bovendien ook samengewerkt door kunstenaars uit verschillende disciplines. Zo werden de beelden van altaarstukken eerst uit hout gesneden en vervolgens gepolychromeerd. Hoewel beeldhouwers in het algemeen lang vasthielden aan de maniëristische traditie, baanden enkelingen zoals Claus Sluter de weg voor vernieuwing. Echte innovatie kwam er met de bloei van de houten altaarstukken. De retabels van Bassine zijn hier een goed voorbeeld van. De scènes die duidelijk een verhaal vertellen, de zin voor perspectief, de thema’s en de iconografi e doen spontaan denken aan de verluchting in handschriften uit de Bourgondische Librije.

Anoniem, Fragmenten van een of meerdere retabels van Bassine: Kruisdraging en Kruisafname Brabant, Antwerpen, ca. 1510-1520 Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, inv. 18RA153620.3629 en inv. 3629.2567

Anoniem, Fragmenten van een of meerdere retabels van Bassine: Kruisafname Brabant, Antwerpen, ca. 1510-1520 Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, inv. 18RA153620.3629 en inv. 3629.2567

De entourage van de hertogen

In de vijftiende eeuw stond het handschrift symbool voor macht, luxe en intellectuele verfijning. Tot de vroege vijftiende eeuw gaf Frankrijk artistiek de toon aan, maar vanaf de jaren 1440-1450 ontwikkelden de gebieden van de hertogen van Bourgondië zich tot epicentrum van de miniatuurkunst. Die verschuiving hangt nauw samen met de voorliefde van het Bourgondische hof voor het geschreven woord. Rekeningen uit de Bourgondische periode bevatten talrijke betalingen voor geïllustreerde exemplaren die bestemd waren voor het persoonlijk gebruik van de Bourgondische hertogen. Ook de hertoginnen waren belangrijke mecenassen. Over de literaire voorkeur van Maria van Bourgondië, Bonne van Artesië of Isabella van Bourbon is weinig bekend, omdat ze jong overleden en niet de tijd kregen om een eigen stijl te ontwikkelen. Isabella van Portugal en Margaretha van York daarentegen drukten wel een stempel. Ze bestelden beiden handschriften van hoge kwaliteit, maar hadden heel verschillende voorkeuren op literair vlak. Isabella van Portugal verslond humanistische werken en liet zich omringen door geleerden. Op haar initiatief werden werken van Xenophon, Cicero en Quintus Curtius Rufus vertaald. De voorkeur van Margaretha van York, de zus van koning Edward IV, ging dan weer uit naar religieuze literatuur die de nadruk legde op kerkelijke dogma’s.

Getijdenboek Zuidelijke Nederlanden (Brugge), tweede helft

Getijdenboek Zuidelijke Nederlanden (Brugge), tweede helft van de vijftiende eeuw Toegeschreven aan Willem Vrelant KBR - ms. IV 145, fol. 75v-76r: Visitatie

Dit getijdenboek bevat achttien miniaturen. De randversieringen zijn bevolkt door antropomorfe figuren, monsters en drolerieën, waarvan sommigen zijn ingekleurd. Andere zijn gemaakt volgens de grisailletechniek, een schildertechniek waarbij de verluchter enkel gebruik maakt van witte, zwarte of grijze tinten die eventueel werden aangevuld met goud of huidskleur. Het boek is bestemd voor persoonlijke devotie en afkomstig uit de werkplaats van Willem Vrelant. Hij was een Utrechts miniaturist die in de omgeving van het hof in Brugge woonde. Bovendien was hij een tijdgenoot van Rogier van der Weyden en een goede vriend van Hans Memling. Ze deelden tal van iconografische schema’s en beeldden personages en emoties op dezelfde manier uit.

Het Bourgondisch hof trok kunstenaars en bibliofielen aan en beïnvloedde zo de esthetiek van zijn tijd. Tegelijk ontwikkelde zich een boekenmarkt die toegankelijk, stedelijk en seculier was. Alles stond klaar voor de langzame revolutie van de boekdrukkunst. Net zoals de hertogen en hertoginnen bestelden ook de adel, de clerus en de stedelijke burgerij handschriften bij talentvolle verluchters. De hertogelijke esthetische voorkeuren werden overgenomen door de hoge adel. Een adellijke levensstijl zonder verluchte handschriften was ondenkbaar. Verschillende vertegenwoordigers van de Bourgondische aristocratie, zoals Jean de Wavrin en Jan De Baenst, toonden grote belangstelling voor boeken. Menig kunstenaar stond in de gunst van enkele hoogadellijke families, zoals de Croÿ, de Lalaing, van Kleef en Nassau. De ateliers van miniaturisten kregen ook wel ‘gewone’ klanten over de vloer en er kwamen eveneens opdrachten van de hoge clerus in navolging van abt Raphael de Mercatellis of de bisschoppen Jean Chevrot en Ferry de Clugny. Ze plaatsten talrijke bestellingen bij de ateliers van kopiisten, verluchters en boekbinders. Het patriciaat van de steden  hield de boekensector levendig. Miniaturisten moesten de meest uiteenlopende teksten illustreren: getijdenboeken, kronieken, romans, devotieboeken … De boekenmarkt bloeide in de vijftiende-eeuwse Bourgondische Nederlanden zoals nergens anders ter wereld.

Brevier van Filips de Goede ten gebruike van Parijs, winterdeel Zuidelijke Nederlanden, ca. 1460-1465 Toegeschreven aan Jan Tavernier KBR - ms. 9511, fol. 43v: Geboorte van Christus

Brevier van Filips de Goede ten gebruike van Parijs, winterdeel Zuidelijke Nederlanden, ca. 1460-1465 Toegeschreven aan Jan Tavernier KBR - ms. 9511, fol. 43v: Geboorte van Christus

Schrijftabletten in ivoor Engeland, tweede helft van de veertiende eeuw KBR - ms. IV 1277, fol. 1r-2v: Kruisiging en Aankondiging aan Maria met Sint-Christoffel en Sint-Jan-de-Doper, Kroning van Maria en Aanbidding van de Wijzen Deze twee ivoren tabletten vormen de buitenkant van een ‘schrijfboek’. Het werd rond 1375 in Engeland gemaakt. De schrijftabletten geven een ander beeld van de middeleeuwen, waarin we brieven spontaan verbinden aan perkament of papier. Ze werden gemaakt door een dun laagje was dat v

Schrijftabletten in ivoor Engeland, tweede helft van de veertiende eeuw KBR - ms. IV 1277, fol. 1r-2v: Kruisiging en Aankondiging aan Maria met Sint-Christoffel en Sint-Jan-de-Doper, Kroning van Maria en Aanbidding van de Wijzen

Deze twee ivoren tabletten vormen de buitenkant van een ‘schrijfboek’. Het werd rond 1375 in Engeland gemaakt. De schrijftabletten geven een ander beeld van de middeleeuwen, waarin we brieven spontaan verbinden aan perkament of papier. Ze werden gemaakt door een dun laagje was dat vermengd werd met andere substanties uit te gieten over vier of zes folio’s van ivoor. De ivoren folio’s waren licht uitgehold zodat er een dun randje overbleef. Ze konden aan elkaar worden gehecht om ‘notitieboekjes’ te creëren. De kopiist schreef met een metalen stift in de was. Zo’n stift had een vlak uiteinde waarmee je de was kon gladstrijken. Schrijven op was was voordelig: er konden vlot losse notities op gemaakt worden en de tekst kon makkelijk weer uitgewist worden om plaats te maken voor een nieuwe tekst.

De productie van handschriften

Lei van de abdij van Villers met Latijnse opschriften Zuidelijke Nederlanden (Brabant, abdij van Villers), tweede helft dertiende eeuw KBR - ms. II 1592 Dit stuk leisteen werd in 1894 ontdekt in de abdij van Villers. Het heeft Latijnse opschriften in een geschrift uit de dertiende eeuw. Op de leien staan enkele fragmenten uit een traktaat over geneeskunde en gebed. Het zijn waarschijnlijk aantekeningen van een tekst die later op perkament zou worden gekopieerd.

Lei van de abdij van Villers met Latijnse opschriften Zuidelijke Nederlanden (Brabant, abdij van Villers), tweede helft dertiende eeuw KBR - ms. II 1592

Dit stuk leisteen werd in 1894 ontdekt in de abdij van Villers. Het heeft Latijnse opschriften in een geschrift uit de dertiende eeuw. Op de leien staan enkele fragmenten uit een traktaat over geneeskunde en gebed. Het zijn waarschijnlijk aantekeningen van een tekst die later op perkament zou worden gekopieerd.

Met de hand geschreven

Vandaag is de codex de meest voorkomende boekvorm. Het gaat om een assemblage van katernen die samen worden ingebonden. De Romeinen pasten deze techniek al toe in de oudheid. Een geschrift kan ook andere vormen aannemen, zoals een rol of wastabletten. Doorheen de geschiedenis evolueerde niet alleen de manier waarop informatie en teksten werden gedeeld met het publiek, maar ook de techniek die daarvoor werd gebruikt. Vóór de uitvinding van de boekdrukkunst werd een boek of een handschrift met de hand geschreven en gemaakt. De vervaardiging van één exemplaar kon jaren duren. Een handschrift kwam tot stand dankzij het vakmanschap van heel wat ambachtslieden.

Randdecoratie

Toen handschriften tussen de elfde en de dertiende eeuw werden vervaardigd in kloosters en abdijen, werden boeken verlucht met miniaturen met een religieuze iconografie. Er was weinig zin voor perspectief en personages werden eerder afgebeeld als archetypes, maar door de opkomst van boekateliers buiten de kloostermuren kwam hier verandering in. Romaanse miniaturen maakten plaats voor illustraties in de gotische stijl. Marginalia – verluchtingen die in de marges van manuscripten werden afgebeeld – gingen naast miniaturen een belangrijke rol spelen in de decoratie van boeken. In de marges werden er dieren, monsters, mensachtigen of andere ‘drolerieën’ uit de volkscultuur afgebeeld. Ze vormden een mundus inversus of ‘omgekeerde’ wereld. Randversieringen waren oorspronkelijk het verlengstuk van sierletters, maar gingen nu een eigen leven leiden. Aan de rand van de folio’s haalden antropomorfe en hybride wezens satirische grappen uit en namen ze de menselijke zwakheden op de korrel. Deze secundaire illustraties boden miniaturisten heel wat ruimte voor expressie en waren erg populair. Desondanks kwam er op het einde van de veertiende eeuw verandering in de stijl waarin de randen van veel handschriften werden gedecoreerd. Planten- en bloemenmotieven werden de nieuwe norm. Het samenvoegen en verbinden van vegetatieve elementen gaf miniaturisten een nieuw scala van eindeloze mogelijkheden en monsters en hybride figuren moesten dus plaats maken voor planten en bladeren die uit initialen en sierletters tevoorschijn kwamen. Ondanks de opkomst van dit nieuwe genre zijn er ook heel wat tegenvoorbeelden en zetten meerdere miniaturisten de traditie van de marginalia voort in de vijftiende eeuw.

Latijnse bijbel (details) Frankrijk, eerste helft van de veertiende eeuw KBR - ms. 9157
Latijnse bijbel (details) Frankrijk, eerste helft van de veertiende eeuw KBR - ms. 9157

Latijnse bijbel (details) Frankrijk, eerste helft van de veertiende eeuw KBR - ms. 9157

René d’Anjou, Le Mortifiement de vaine plaisance en Jean Gerson, Complainte de l’homme à son âme Zuidelijke Nederlanden, tweede helft van de vijftiende eeuw

René d’Anjou, Le Mortifiement de vaine plaisance en Jean Gerson, Complainte de l’homme à son âme Zuidelijke Nederlanden, tweede helft van de vijftiende eeuw

Van abdij naar stad

Abdijen en kloosters waren in de middeleeuwen de plaats bij uitstek voor de productie van handschriften en monniken functioneerden als kopiist. Door de opkomst van universiteiten ontstonden er geleidelijk ook boekateliers in de steden. Net voor het aanbreken van de vijftiende eeuw kwam de boekenmarkt in handen van stedelijke beroepsgroepen die zich organiseerden in gilden of corporaties. De boekhandel ontpopte zich tot een typisch stedelijk beroep. Gilden stelden statuten op en formuleerden verplichtingen over de duur van de leertijd en het verkrijgen van het meesterschap. Verder hielden ze ook toezicht op de import van luxegoederen. In Brugge groepeerde de Gilde van Sint-Jan de Evangelist alle betrokkenen uit het boekenvak: perkamentmakers, binders, kopiisten en miniaturisten. In andere grote steden zoals Gent, Brussel, Bergen of Doornik slaagden miniaturisten er niet in een eigen groep met voldoende macht te vormen. Ze sloten zich daarom aan bij de bestaande beroepsverenigingen van schilders, glazeniers of beeldhouwers.

Christine de Pizan, Livre de la mutacion de Fortune Frankrijk, ca. 1403-1420 KBR - ms. 9508, fol. 2r De Librije huisvest meerdere autobiografische handschriften van Christine de Pizan. Ze was één van de eerste vrouwelijke auteurs die van haar pen kon leven. De schrijfster is hier afgebeeld terwijl ze bezig is aan het Livre de la mutacion de Fortune.

Christine de Pizan, Livre de la mutacion de Fortune Frankrijk, ca. 1403-1420 KBR - ms. 9508, fol. 2r De Librije huisvest meerdere autobiografische handschriften van Christine de Pizan. Ze was één van de eerste vrouwelijke auteurs die van haar pen kon leven. De schrijfster is hier afgebeeld terwijl ze bezig is aan het Livre de la mutacion de Fortune.

Unieke creatie

Elk handschrift is een unieke creatie. Het is het resultaat van een ambachtelijk, uniek en kostbaar proces. Het boek ontstond in de vijftiende eeuw in vier fasen die veranderingen en evoluties teweegbrachten. Het tijdperk, de plaats van productie, het talent van de kunstenaars, de smaak en het budget van de koper, de materialen die voorhanden waren en hoe het boek gebruikt zou worden, waren stuk voor stuk elementen die invloed hadden op het eindresultaat.

Gerard van Vliederhoven, Cordiale de quattuor novissimis Franse versie van Jean Miélot Zuidelijke Nederlanden, 1455

Gerard van Vliederhoven, Cordiale de quattuor novissimis Franse versie van Jean Miélot Zuidelijke Nederlanden, 1455

Een handschrift in vier stappen

Het perkament wordt versneden en in katernen gevouwen. Stills uit een video uit het KBR museum waarop restauratrice Tatiana Gersten een folio van de 'Rijmbijbel' reproduceert. De restauratrice werkt precies zoals ambachtslieden dat zeven eeuwen geleden deden.

Het perkament wordt versneden en in katernen gevouwen. Stills uit een video uit het KBR museum waarop restauratrice Tatiana Gersten een folio van de 'Rijmbijbel' reproduceert. De restauratrice werkt precies zoals ambachtslieden dat zeven eeuwen geleden deden.

De drager klaarmaken

De bladen van een middeleeuws handschrift zijn meestal gemaakt van geiten-, schapen- of kalfshuid. De huiden werden behandeld met kalkwater vooraleer ze op een kader gespannen werden om te kunnen drogen. De kalk zorgde ervoor dat vlees- en huidresten loskwamen. Door het opspannen van de dierenhuid op het kader werd het oppervlak glad. Als er hierna nog resten overbleven, werden ze met een mes afgeschraapt. Hierna werd er nog met puimsteen of krijt over het vel gewreven, wat ervoor zorgde dat de inkt niet ging uitlopen zodra er op het vel werd geschreven. Het perkament werd uiteindelijk versneden en in katernen gevouwen. Soms werd er ook papier gebruikt als drager. Deze Chinese uitvinding was goedkoper en minder prestigieus. Het gebruik ervan waaide vanaf de elfde eeuw via de Arabische wereld over naar Europa en verspreidde zich geleidelijk aan overal in het Westen.

Na het trekken van de schrijflijnen, het scherpen van de pen en het bereiden van de inkt kon de kopiist aan het werk. Stills uit de film die te zien is in het KBR museum

Na het trekken van de schrijflijnen, het scherpen van de pen en het bereiden van de inkt kon de kopiist aan het werk. Stills uit de film die te zien is in het KBR museum

Teksten kopiëren

Na het versnijden van de perkamenten vellen, werd elk blad dubbel gevouwen. Een aantal dubbele vellen werden samengevoegd tot een bundel. Dit is een katern. Meerdere katernen vormden samen een boek. Een kopiist trok eerst schrijflijnen op de drager, alvorens hij erop begon te schrijven. Na de liniëring werd de inkt bereid en de pen gesneden. Pas daarna begon de kopiist letters te vormen, uit de losse hand en heel regelmatig. Hij schreef tussen de lijnen die hij had getrokken en zijn hand raakte bij het schrijven het perkament niet. Meestal kopieerde hij een bestaande tekst. Wanneer een handschrift eigenhandig door de auteur geschreven werd, spreken we van een autograaf.

Een ‘litteken’, een wond of beschadiging in de huid van het dier, werd terug opengereten wanneer de huid werd opgespannen om het als perkament te laten drogen. Omdat perkament zo duur was, werd de huid niet weggegooid maar genaaid. De tekst is hier rond de ‘reparatie’ geschreven. Vies de saints Noord-Frankrijk, ca. 1240

Een ‘litteken’, een wond of beschadiging in de huid van het dier, werd terug opengereten wanneer de huid werd opgespannen om het als perkament te laten drogen. Omdat perkament zo duur was, werd de huid niet weggegooid maar genaaid. De tekst is hier rond de ‘reparatie’ geschreven. Vies de saints Noord-Frankrijk, ca. 1240KBR - ms. 10326, fol. 75r (detail)

Verluchten

Verluchten en versieren

Verluchtingen waren voorbehouden aan de meest luxueuze handschriften. Ze hadden veelzijdige vormen en functies. Miniaturen – schilderijen in boeken – illustreerden de tekst. Verluchte initialen brachten er structuur in aan en de decoratie in de marge gaf kunstenaars de gelegenheid hun verbeelding de vrije loop te laten. Bij de vervaardiging van miniaturen werd er gewoonlijk eerst een ondertekening gemaakt. Vervolgens werd er eventueel bladgoud toegevoegd en daarna werd de rest van de tekening ingekleurd met verf.

Binden

Het boek inbinden

De afzonderlijke katernen werden vervolgens samengebracht en aan elkaar genaaid. Om het boek duurzamer en handzamer te maken, kreeg het een band die vaak ook een esthetische functie had. Er geraakten helaas weinig originele boekbanden tot bij ons omdat ze de tijd niet goed doorstonden, omdat de ‘mode’ evolueerde en omdat boeken van eigenaar veranderden.

De katernen worden aan elkaar genaaid, en krijgen een stevige band. Stills uit de film die te zien is in het KBR museum

Drie keer per jaar slaan we het blad om

Het licht in het KBR museum is gedimd omdat handschriften schade oplopen wanneer ze te lang worden blootgesteld aan licht. Om de handschriften veilig te stellen voor de komende generaties, worden de folio’s om de paar maanden omgeslagen of worden de handschriften zelf verwisseld. Op deze manier valt er tijdens elk bezoek wel iets nieuws te ontdekken in het KBR museum.

KBR

Enkele handschriften uit de Librije uitgelicht

Jean de Wavrin, Roman de Girart de Nevers Zuidelijke Nederlanden, 1450-1467 Toegeschreven aan de Meester van Wavrin KBR - ms. 9631, fol.12v: Door een gaatje in de muur bespiedt Liziart Euryant en ziet hij op haar borst een bijzonder vlekje

Jean de Wavrin, Roman de Girart de Nevers Zuidelijke Nederlanden, 1450-1467 Toegeschreven aan de Meester van Wavrin KBR - ms. 9631, fol.12v: Door een gaatje in de muur bespiedt Liziart Euryant en ziet hij op haar borst een bijzonder vlekje

Een geboortevlek in de vorm van een viooltje

Hoofse romans zoals de Roman de Girart de Nevers waren in de tijd van de hertogen van Bourgondië erg populair. Ze zijn levendig, vaak geanimeerd, grappig en soms gewaagd. In Bourgondische kringen waren bewerkingen in proza courant. Oudere teksten werden aangepast aan een nieuwe tijd en een nieuw publiek. Taal en stijl werden moderner, verzen en rijmen verdwenen. De nostalgie naar het ridderschap van weleer moest het afleggen tegen een spottende toon ten aanzien van verouderde waarden. De zoektocht naar nieuwe fictie ging gepaard met experimentele illustraties. De miniaturen in inkt en aquarel van de Meester van Wavrin getuigen van een verrassende moderniteit en eigenheid.

Het verhaal dat de Roman de Girart de Nevers vertelt, is gebaseerd op de dertiende-eeuwse Roman de la Violette van Gerbert de Montreuil, die rond de liefde tussen Gerard en Euryant draait. Gerard pronkt openlijk met de liefde die Euryant voor hem koestert en is bereid elke uitdaging aan te gaan om die liefde te bewijzen. Liziart, graaf van Forest, ergert zich aan zoveel trots en daagt Gerard uit. Indien hij kan bewijzen dat Euryant ontrouw is, moet Gerard zijn graafschap aan Liziart afstaan. Gerard gaat de uitdaging aan en Liziart trekt vervolgens naar Nevers voor een poging om Euryant te verleiden, maar Euryant blijft Gerard trouw. Via een list kan Liziart de naakte Euryant echter gadeslaan en zo ziet hij op haar borst een geboortevlek in de vorm van een viooltje. Terug aan het hof probeert hij met dit pikant detail te bewijzen dat hij en Euryant de liefde hebben bedreven. Gerard verliest zijn graafschap, maar na heel wat avonturen kent het verhaal toch een gelukkig einde en treden Gerard en Euryant in het huwelijk. Het verhaal gaat over opschepperij, jaloezie, valstrikken, avonturen, draken en tweegevechten, maar laat uiteindelijk de liefde zegevieren.

Jean de Wavrin, Roman de Girart de Nevers Zuidelijke Nederlanden, 1450-1467 Toegeschreven aan de Meester van Wavrin KBR - ms. 9631

Jean de Wavrin, Roman de Girart de Nevers Zuidelijke Nederlanden, 1450-1467 Toegeschreven aan de Meester van Wavrin KBR - ms. 9631 (details)

Henri de Ferrières, Les Livres du roy Modus et de la royne Ratio Brussel, 1450-1467 KBR – ms. 10218-19, fol. 46v

Henri de Ferrières, Les Livres du roy Modus et de la royne Ratio Brussel, 1450-1467 KBR – ms. 10218-19, fol. 46v

In de middeleeuwen bekleedde de jacht een dominante plaats. Voor de ridders was het vertier, maar het leverde ook voedsel op en diende om gewassen en kudden te beschermen tegen roofdieren. Traktaten over de jacht met uitleg over de valkerij, de jacht met honden of het jagen met strikken behoorden tot de meest gelezen en becommentarieerde teksten. “Ik doe niets dan jagen”, schreef Filips de Goede in een brief van 1452 aan zijn neef, de hertog van Kleef. In de Livres du roy Modus et de la royne Ratio, een bestelling van Filips de Goede, onderwijst een denkbeeldige koning, Modus genaamd, zijn onderdanen over de gewoonten van dieren en de manier om erop te jagen. De koningin met de naam Ratio voegt daar stichtende en didactische commentaar aan toe. Dieren hadden een heel andere betekenis dan vandaag. In kunst en boeken was de fauna alomtegenwoordig en in de fantasiewereld en de symboliek speelde ze een belangrijke rol.

Voor de meeste middeleeuwse auteurs was het hert een adellijk dier en het koninklijk wild bij uitstek. De Livres du roy Modus et de la royne Ratio beginnen met een hertenjacht die langer dan alle andere jachtvormen wordt beschreven en in al haar facetten wordt gewaardeerd. In de ogen van de Kerk was jagen lange tijd een verderfelijke bezigheid, maar de hertenjacht liet ze oogluikend toe. Het ging er immers minder woest aan toe dan bij everzwijnen of beren, waar de jacht te voet verliep en eindigde met een bloedig lijf-aan-lijfgevecht. Bovendien gaven genodigden in de vijftiende eeuw de voorkeur aan vleesgerechten met hert, hinde of damhert en wit vlees van watervogels. Het hert stond voor de deugden en zijn tien geweitakken verwezen naar de tien geboden. Met dit gewei dat ieder jaar opnieuw groeide, was het hert ook een symbool van vruchtbaarheid en verrijzenis.

Het konijn daarentegen had een heel andere reputatie. Het had helemaal niet de vertederende en onschuldige reputatie die het vandaag heeft, maar stond bekend als een losbandig beest. De etymologie van zijn oud-Franse benaming, ‘conil’ of ‘connin’, verwijst namelijk naar het Latijnse ‘cuniculus’ dat ook ‘ondergrondse gaanderij’, ‘leiding’, ‘pijp’ of ‘buis’ betekende. Door een dubbele betekenis alludeerde het dier daarom ook op het vrouwelijke geslachtsdeel. Er komen al vanaf de twaalfde eeuw heel wat schunnige woordspelingen in de literatuur voor. De talrijke afbeeldingen van konijnen of hazen die zich in een hol verschuilen om aan de fallusvormige pijlen van de jagers te ontsnappen, zijn vermoedelijk minder onschuldig dan ze lijken. Door de koppeling aan vrouwelijke lust steekt dit bedenkelijk wild in de marges van de Bourgondische handschriften alle andere de loef af in populariteit.

Guillaume de Digulleville, Pèlerinages de la vie humaine Noord-Frankrijk, ca. 1400 KBR - ms. 10176-78, fol. 68r: De pelgrim in confrontatie met Afgunst, met haar twee dochters Miskenning en Verraad op de rug

Guillaume de Digulleville, Pèlerinages de la vie humaine Noord-Frankrijk, ca. 1400 KBR - ms. 10176-78, fol. 68r: De pelgrim in confrontatie met Afgunst, met haar twee dochters Miskenning en Verraad op de rug

Een spirituele queeste

In de veertiende eeuw schreef Guillaume de Digulleville, prior van de cisterciënzerabdij in Chaalis, een bedevaartstrilogie die bestaat uit de Pèlerinage de la vie humaine, de Pèlerinage de l’âme en de Pèlerinage de Jésus-Christ. De auteur ontleende het thema van de allegorische droom aan de beroemde Roman de la Rose. In het eerste deel wordt de lezer door het hoofdpersonage, een pelgrim, meegenomen op een spirituele queeste. Op weg naar het hemelse Jerusalem wordt de verteller onderworpen aan beproevingen en verleidingen. Het lukt hem om de hoofdzonden te overwinnen die, zoals Afgunst en Verraad, als personages zijn voorgesteld. Het tweede deel legt uit wat er na de dood met de menselijke ziel gebeurt en in het derde deel wordt de ideale pelgrim het leven van Christus voorgespiegeld als het enige na te volgen voorbeeld. Het werk was wijdverspreid en de 83 bewaarde manuscripten van de Franse tekst getuigen van zijn populariteit. Filips de Stoute bezat er drie exemplaren van. Dit handschrift uit de Bourgondische Librije werd in het eerste kwart van de vijftiende eeuw vervaardigd in Noord-Frankrijk. De 117 miniaturen sluiten aan bij het traditionele illustratieprogramma van de tekst, maar zijn stilistisch opvallend uniek. Het pre-Eyckiaans realisme vertaalt zich hier in groteske en karikaturale personages met spottende en vervormde gezichten die doen denken aan het werk van latere kunstenaars als Hieronymus Bosch en Pieter Bruegel de Oude.

Jean Wauquelin, Chroniques de Hainaut (vol. 1) Zuidelijke Nederlanden, 1447-1468 Toegeschreven aan Rogier van der Weyden KBR - ms. 9242, fol. 1r

Jean Wauquelin, Chroniques de Hainaut (vol. 1) Zuidelijke Nederlanden, 1447-1468 Toegeschreven aan Rogier van der Weyden KBR - ms. 9242, fol. 1r

Een dynastie die mikt op voortzetting

Filips de Goede annexeerde in 1433 Henegouwen, Holland en Zeeland ten nadele van zijn nicht Jacoba van Beieren. Als een echt propagandamiddel kwam een majestatisch boek tot stand dat deze machtsovername probeerde te legitimeren. In 1446 vertaalde de Bergense boekhandelaar en kopiist Jean Wauquelin voor Filips de Goede de Annales historiae illustrium principum Hannoniae van de franciscaan Jacques de Guise. Deze uitgebreide compilatie behandelt de geschiedenis van het graafschap Henegouwen dat recent door de hertog was verworven. De beroemde miniatuur op het titelblad – Wauquelin presenteert zijn werk aan de hertog in aanwezigheid van het hof – wordt toegeschreven aan Rogier van der Weyden. Dergelijke presentatieminiaturen of opdrachtscènes treffen we in menig handschrift aan. Het type voorstelling is niet enkel eigen aan de late middeleeuwen, maar is ook terug te vinden in de Griekse en Byzantijnse wereld en zowel in de romaanse als de gotische periode. Toch komt deze voorstelling het frequentst voor in Frankrijk aan het eind van de veertiende en in de Zuidelijke Nederlanden in de vijftiende eeuw, onder het mecenaat van de hertogen van Bourgondië.

Het presentatietafereel van het eerste deel van de Chroniques de Hainaut is zowel op symbolisch vlak als vanuit iconografisch oogpunt erg bijzonder. Centraal in de compositie staat Filips de Goede. Hoewel de traditie voorschrijft dat leiders gezeten op een troon worden vereeuwigd, werd hij staand en onbewogen afgebeeld. Hij trekt alle aandacht omdat hij afgezonderd in beeld is gebracht in kledij van zwart damast, die de hertog duidelijk aftekent tegen de achtergrond. Zijn linkerhand rust op een dagge en hij houdt als teken van zijn macht een fijne hamer in de rechterhand. Aan de zijde van de hertog staat zijn toen vijftienjarige zoon, de jonge graaf van Charolais en toekomstige Karel de Stoute. Als wettige troonopvolger belichaamt de jonge Karel de continuïteit van de Staat. De boodschap is overduidelijk: het vorstelijk gezag behoort niet aan een individu, maar aan een dynastie die mikt op voortzetting.

Een knielende Jean Wauquelin biedt de vrucht van zijn arbeid aan zijn opdrachtgever aan: het handschrift met de Chroniques de Hainaut, die hij uit het Latijn naar het Frans vertaalde. Hier en daar paste hij de tekst aan, bijvoorbeeld in de proloog die Filips de Goede aanwijst als de wettige opvolger van een lange vorstelijke traditie die teruggaat tot de oorlog van Troje. Het duurde twintig jaar om de drie boekdelen van de Chroniques de Hainaut af te werken. Vier kopiisten en meer dan tien verluchters, onder wie Rogier van der Weyden, Willem Vrelant en Loyset Liédet, werkten aan de 1.700 pagina’s en de 121 miniaturen.

Peterborough Psalter Engeland, eerste helft van de veertiende eeuw KBR - ms. 9961-62, fol. 14r: Koning David bespeelt de harp

Peterborough Psalter Engeland, eerste helft van de veertiende eeuw KBR - ms. 9961-62, fol. 14r: Koning David bespeelt de harp

Een omgekeerde wereld

Het Peterborough Psalter werd volledig in gouden en azuurblauwe inkt gekopieerd en omstreeks 1300 in de abdij van Peterborough in Engeland verlucht voor Geoffrey van Crowland. Tien jaar later werd het handschrift aangeboden aan Gaucelin d’Eux, de pauselijke nuntius in Engeland. Het moet het ideale geschenk zijn geweest, want Gaucelin d’Eux schonk het aan paus Johannes XXII. Clementia van Hongarije, weduwe van de Franse koning Lodewijk X, kreeg het op haar beurt in 1318. Filips VI van Valois kocht het boek vervolgens om het aan zijn echtgenote Johanna van Bourgondië te schenken. Wellicht dateren de toegevoegde lelies op de achtergrond van de miniaturen uit deze periode. De illustratie van deze codex is indrukwekkend. Ieder folio staat vol antropomorfe wezens, plantaardige motieven en monsters verscholen aan de regeluiteinden. De iconografie van de indrukwekkende reeks miniaturen maakt gebruik van een middeleeuws typologisch procedé dat episodes uit het Oude en het Nieuwe Testament met elkaar verbindt. Ook wereldse onderwerpen komen aan bod en de Franse literatuur is een vruchtbare inspiratiebron. Vanaf 1250 leidden de opkomst van seculiere ateliers en de toenemende verspreiding van profane teksten tot een ingrijpende verandering. Het gestileerde en hiëratische karakter van de romaanse kunst maakte plaats voor de verhalende gotische beeldtaal. Los van de religieuze context werden de randen bevolkt met dieren, monsters, antropomorfe creaturen en grappige figuurtjes die geïnspireerd werden door de populaire cultuur. Deze secundaire illustraties speelden in de handschriften een steeds grotere rol en maakten van de lezer vooral een toeschouwer. De iconografie en de typologie van de scènes werden steeds gevarieerder en er waren schuchtere pogingen tot realisme in de composities. De smalle vrouwenfiguren zonder heupen bleven het hofideaal weerspiegelen, maar de mannenfiguren werden natuurgetrouwer weergegeven.

Jean Mansel, La Fleur des histoires Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9231, fol. 11v: De Ark van Noach

Jean Mansel, La Fleur des histoires Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan de Manselmeester KBR - ms. 9231, fol. 11v: De Ark van Noach

De grote fleur

La Fleur des histoires is een van de mooiste handschriften uit de Bourgondische collectie. Het was Jean Mansel, een ambtenaar aan het Bourgondische hof, die deze tekst in het midden van de vijftiende eeuw opstelde. De uitgebreide wereldgeschiedenis met Bijbelse en wereldse verhalen, van de Schepping tot het einde van de regering van de Franse koning Karel VI, is een van zijn beroemdste werken. Het feit dat er vandaag nog 49 – meestal verluchte – handschriften met de tekst bewaard zijn gebleven, bewijst zijn populariteit in de vijftiende eeuw. Het exemplaar in twee volumes dat in KBR wordt bewaard en ook wel de ‘Grote Fleur’ wordt genoemd, is waarschijnlijk door de auteur zelf aan Filips de Goede aangeboden. De ontstaansgeschiedenis van het handschrift is complex, want er werd door verschillende scribenten en miniaturisten aan gewerkt. De randdecoratie is homogeen, maar in de miniaturen zijn de hand van, achtereenvolgens, de Manselmeester, de Meester van het Pontificaal van Terwaan en Simon Marmion te herkennen. Het handschrift werd vervaardigd tussen 1450 en 1458 en kwam, voorzien van een band, in 1462 terecht in de hertogelijke bibliotheek.

David Aubert, Conquestes et croniques de Charlemaine (vol. 1) Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan Jan Tavernier KBR - ms. 9066, fol. 11r: Jean Miélot stelt zijn werk voor aan Filips de Goede

David Aubert, Conquestes et croniques de Charlemaine (vol. 1) Zuidelijke Nederlanden, midden vijftiende eeuw Toegeschreven aan Jan Tavernier KBR - ms. 9066, fol. 11r: Jean Miélot stelt zijn werk voor aan Filips de Goede

Propaganda in het grijs

In de Conquestes et croniques de Charlemaine wordt het legendarische epos van Karel de Grote verteld aan de hand van een mengeling van mythe en werkelijkheid. Het werk is geïnspireerd door de Chroniques de France en de Chronique du Pseudo- Turpin en werd samengesteld door David Aubert. Het is doordrongen van de ridderlijke idealen die een belangrijke rol speelden aan het Bourgondische hof. Rond 1458 gaf Filips de Goede de verluchter Jan Tavernier de opdracht om de beide delen van de Conquestes et croniques de Charlemaine van miniaturen te voorzien. Verhalen over prestigieuze voorouders zoals Karel de Grote zijn bedoeld om de macht van de hertog te legitimeren en spelen in op zijn droom om het Heilige Land te bevrijden. Er wordt uitgebreid verslag gedaan van historische feiten, maar ook verzonnen of aangedikte verhalen zijn aan de orde. Hoewel het handschrift maar liefst 105 miniaturen in grisaille bevat, nam het verluchten van de beide delen waarschijnlijk minder dan twee jaar in beslag. De grootste aandacht gaat uit naar de openingsminiatuur, waar de overhandiging van het handschrift aan Filips de Goede zich afspeelt te midden van een markttafereel met handelaars, bankiers en kijklustigen. Een subtiel spel van perspectief leidt het oog van de toeschouwer naar de achtergrond van de illustratie waar het belangrijkste gebeuren plaatsvindt. De middeleeuwse stad wordt op een getrouwe manier weergegeven, terwijl ook de toenmalige sociale piramide, met de hertog aan de top, in de verf wordt gezet. De minimale stijlverschillen in de illustraties van het tweede volume wijzen mogelijk in de richting van een tweede miniaturist. Voor de miniaturen werd er vooral gebruik gemaakt van carbonzwart en zwarte ijzergallusinkt, samen met goud, vermiljoen en een organisch rood. Daarmee is het kleurenpallet dat Jan Tavernier voor de Conquestes gebruikte veel minder kleurrijk dan het werk van tijdgenoten, zoals Willem Vrelant, die ook in semi-grisaille schilderden.

Ludolphus van Saksen, Vita Christi Franse versie door Jean Aubert Zuidelijke Nederlanden, 1461 Toegeschreven aan Loyset Liédet KBR - ms. IV 106, fol. 30r

Ludolphus van Saksen, Vita Christi Franse versie door Jean Aubert Zuidelijke Nederlanden, 1461 Toegeschreven aan Loyset Liédet KBR - ms. IV 106, fol. 30r

Anekdotische miniaturen

In zijn Vita Christi verhaalt Ludolf van Saksen, ook wel de Karthuizer genoemd, het leven van Christus op basis van de evangelies en voegt daar commentaren en meditaties aan toe. De tekst was in de veertiende en de vijftiende eeuw wijdverspreid in geestelijke kringen. De oorspronkelijk Latijnse tekst werd naar het Frans vertaald door Jean Aubert. Zijn zoon David maakte in 1461 een kopie voor Filips de Goede. Het handschrift wordt vermeld in de inventarissen van de Librije van 1467-1469 en 1577, waarna het spoorloos verdween om in 1877 in Parijs weer op te duiken. Het werd in 1960 uiteindelijk aangekocht door KBR, nadat het verschillende keren op veilingen te koop was aangeboden. Loyset Liédet vervaardigde alle 16 miniaturen in het handschrift. Taferelen uit het dagelijks leven met anekdotische details plaatsen Christus in een voor de toeschouwer vertrouwde omgeving.

David Aubert, Histoire de Charles Martel (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, 1463-1472 KBR - ms. 7, fol. 78r: Plechtige intrede van Aelis in Metz naar aanleiding van haar huwelijk

David Aubert, Histoire de Charles Martel (vol. 2) Zuidelijke Nederlanden, 1463-1472 KBR - ms. 7, fol. 78r: Plechtige intrede van Aelis in Metz naar aanleiding van haar huwelijk

Heldendaden uit een mythisch verleden

De vier indrukwekkende delen van de Histoire de Charles Martel vertellen de mythische heldendaden van koningen en helden in de achtste eeuw. Het is een bewerking in proza van verschillende oudere teksten die aan de heersende smaak werden aangepast. De opstand van de moedige Bourgondische en Lotharingse strijders tegen de Frankische suzereinen Karel Martel en Pepijn de Korte was een populair thema. Het verhaal groeide uit tot een nationaal epos van de strijd tussen Bourgondië en Frankrijk, die in de vijftiende eeuw enorm actueel was. Filips de Goede vertrouwde de kopie van dit ambitieuze werk toe aan David Aubert, die de ongeveer 2.000 folio’s tussen 1463 en 1465 kopieerde. In opdracht van Karel de Stoute voegde Loyset Liédet er later miniaturen aan toe in een narratieve en levendige stijl. De kleurrijke taferelen met veel personages illustreren hoofse ceremonies, gevechten en momentopnames uit het aristocratische leven. Er vallen verschillende handen in te herkennen, die echter allemaal aansluiten bij de stijl van Liédet. Stilistische analyse en de grote productiviteit van Liédet doen vermoeden dat hij aan het hoofd van een atelier stond. De Histoire de Charles Martel is in elk geval een exemplarisch meesterwerk geworden, gerealiseerd door de allerbeste kopiisten en miniaturisten uit de vijftiende eeuw.

De conservatie en digitalisering van handschriften

stauratrice aan het werk aan de ‘Rijmbijbel’ van Jacob van Maerlant (ca. 1290-1300), het oudste geïllustreerde handschrift in het Nederlands KBR - ms. 15001

stauratrice aan het werk aan de ‘Rijmbijbel’ van Jacob van Maerlant (ca. 1290-1300), het oudste geïllustreerde handschrift in het Nederlands KBR - ms. 15001

Conservatie

De handschriften van de Bourgondische hertogen werden van begin af aan met zorg behandeld door hun eigenaars. In de vijftiende eeuw had de garde des joyaux of schatbewaarder de taak om de Librije te inventariseren en ervoor te zorgen dat ze in gunstige omstandigheden aan de volgende generatie werd doorgegeven. Deze taak werd later overgenomen door de bibliothecarissen, die zich doorheen de geschiedenis met wisselend succes om de handschriften bekommerden. De manuscripten hebben hun waarde steeds behouden en zijn daardoor in uitzonderlijke conditie aan ons overgeleverd. Toch heeft hun bewogen geschiedenis hier en daar sporen nagelaten. Boekbanden werden bijvoorbeeld lang als een tijdelijke bescherming beschouwd. Ze werden vervangen wanneer het handschrift van eigenaar wisselde of wanneer de mode veranderde. De meeste banden dateren daarom uit de achttiende, negentiende en zelfs twintigste eeuw. Tegenwoordig worden er bij de restauratie en preservering van erfgoed internationaal erkende wetenschappelijke en ethische principes toegepast. Het doel is om de conditie van de handschriften te stabiliseren en zo verdere of nieuwe schade te voorkomen. Even belangrijk is publieke bewustwording van de waarde van de collectie met respect voor haar authenticiteit en materiële geschiedenis. Er wordt gezocht naar een compromis dat het mogelijk maakt met respect voor de historische dimensie van het erfgoed in te spelen op de actuele noden. Scheuren worden gedicht, lacunes opgevuld, inktvraat tegengegaan, verf gefixeerd, banden verstevigd en rugleder vervangen. De mogelijke behandelingen van een boek zijn oneindig en worden steeds zorgvuldig afgewogen in functie van de staat, de samenstelling, de geschiedenis, de historische, esthetische, artistieke, culturele, religieuze, wetenschappelijke of documentaire waarde. Er wordt zo weinig mogelijk, maar zoveel als nodig ingegrepen.

Glossen, commentaren in de marge. KBR - ms. 8428, fol. 222r

Glossen, commentaren in de marge. KBR - ms. 8428, fol. 222r

Digitalisering

Dankzij de digitalisering hebben erfgoedbibliotheken de mogelijkheid om verborgen schatten uit hun kluizen en magazijnen tot bij het ruime publiek en bij onderzoekers uit de hele wereld te brengen. Digitalisering verloopt voor handschriften omzichtiger dan voor vele andere bibliotheekdocumenten. Het is steeds een delicate operatie die precisie, geduld en kennis vergt, maar ook een geschikte technische infrastructuur vereist. Middeleeuwse handschriften zijn kostbaar en fragiel, terwijl formaat, banddikte of gewicht ze moeilijk hanteerbaar maken. Geïllustreerde handschriften vormen bovendien een afzonderlijke categorie, want de artistieke waarde van miniaturen vraagt om een getrouwe kleurenreproductie. De aanwezigheid van verguldsel maakt het digitaliseren van een handschrift nog complexer, zeker op het gebied van belichting. Afhankelijk van de specificiteit van een codex kruipt heel wat tijd in de digitalisering ervan. Meer dan 100 pagina’s per dag is nauwelijks haalbaar. Ondertussen kunnen er wel al meer dan 200 handschriften uit de Librije van de Bourgondische hertogen online worden geconsulteerd. Ook in het KBR museum kunnen bezoekers rustig door middeleeuwse manuscripten bladeren op een digitaal scherm en naar hartenlust inzoomen op de oneindige details.

Het handschrift als gebruiksobject

Hoewel het handschrift in de vijftiende eeuw vooral een instrument was voor prestige en propaganda, werden de boeken uit de Bourgondische bibliotheek ook effectief gelezen. Dat ze bovendien ook gekopieerd, geruild of uitgeleend werden aan familieleden is te merken aan de sporen die we kunnen terugvinden op de pagina’s. Was van omvallende kaarsen, afdrukken van vingers, sleet aan de hoeken, notities en glossen, commentaren, handtekeningen en soms tekeningetjes in loodstift in de marges tonen aan dat handschriften ook gebruiksobjecten waren.

Een ‘manucle’, een tekening van een hand in de marge die een belangrijke passage aanduidt. KBR - ms. 9261, fol. 294v

Een ‘manucle’, een tekening van een hand in de marge die een belangrijke passage aanduidt. KBR - ms. 9261, fol. 294v

Download hier de pdf

De Librije