Tal van kunstenaars hebben een tijdelijk atelier gevonden in de voormalige veeartsenijschool van de Universiteit Gent, een gebouw met architecturale kwaliteiten dat lange tijd heeft leeggestaan en door vzw Nucleo nieuw leven is ingeblazen. Hier heeft Conrad Willems een ruime werkplaats waar hij naar hartenlust zijn constructies kan opbouwen.

Conrad Willems

Een eerste letter van het alfabet

Conrad Willems (°1983) groeide als kind op in een flat naast het Ensorhuis in Oostende. De maskers die er hingen boezemden hem schrik in. Water en zee trekken hem nog steeds sterk aan. Als kind wou hij zeekapitein worden, de vissersboten kregen zijn volle aandacht. Rond zijn twaalfde verhuisde de familie naar een groot huis in Leffinge. School lopen bleef hij doen in Oostende waar hij de kunsthumaniora volgde aan het KTA, later omgedoopt tot Ensorinstituut. Tijdens zijn lagere school is hij een tweetal jaar intern geweest op de balletschool in Antwerpen. Hij volgde trouwens al vanaf zijn zesde balletlessen in Oostende. Die belangstelling voor dans is iets wat nog steeds speelt in zijn werk.

In 2000 was er in Gent de spraakmakende tentoonstelling Over the Edges waarbij Jan Hoet (1936-2014) soms confronterende kunst in het openbaar domein bracht. Conrad Willems was dan pas aan het einde van zijn secundair onderwijs. Hij ondernam een eendaagse actie onder de titel He edged out the opposing team by one point. “Ik had een beeldje gemaakt in plasticine, een dom mannetje, en dat op een aluminium doosje geplaatst voor het S.M.A.K. Ik heb toen geobserveerd hoe andere mensen daarnaar keken. Er stonden soms hele groepen rond en mensen die zochten in hun programmaboekje. De security is er even bij geweest om te controleren, maar ze hebben het laten staan.” Hij heeft dat werkje meegenomen naar zijn ingangsexamen bij de KASK in Gent. Daar gaven ze hem als opdracht over het werkje na te denken en over de vraag of dit nu kunst was. Hij moest in augustus terugkomen voor een gesprek en werd toegelaten.

Dat nadenken over kunst werd mee gestimuleerd door zijn moeder, een filosofe. Het werkje dient gezien te worden als een eerste letter van het alfabet en zo gaat het verder tot de kunstenaar-in-spe een volledig alfabet heeft opgebouwd waarmee hij of zij uiteindelijk aan het werk kan gaan. Het is een andere en vindingrijke manier om een boeiend leerproces te omschrijven. Kunst is onderdeel van een oeuvre.

HET PROCES IS HET MAKEN ZELF

Conrad Willems volgde beeldhouwkunst, kon zich heel goed vinden in de theoretische lessen en ging trouw naar het atelier. Bij de eindjury van het tweede jaar deed zich een incident voor met een docent en hij werd weggestuurd. De docent verweet hem een gebrek aan engagement, terwijl Conrad hem verweet nooit echt met hem gesproken te hebben. De basis voor zijn constructies met blokken is evenwel in dat tweede jaar gelegd, ze werden toen afgedaan als kinderachtig.

“Als je tegen de muur loopt is dat geen probleem, je draait je om en je neemt een andere richting.

Hij ging dan naar de beeldhouwklas van Sint-Lucas in Gent en had er een goed gesprek met Philip Van Isacker (°1949), Hans De Pelsmacker (°1960) en Dirk Bogaert. Conrad Willems schrijft zich in voor het volgende academiejaar. “Voor mij was Sint-Lucas een openbaring, vooral de manier waarop Philip Van Isacker met de studenten omgaat. Pedagogisch vind ik dat schitterend. Het is iemand die je niet in een bepaalde richting tracht te sturen, maar met je meegaat. Als je tegen de muur loopt is dat geen probleem, je draait je om en je neemt een andere richting. Toen was dat in de KASK heel anders, meer dwingend in een richting die gestuurd werd.” Conrad Willems wist tijdens zijn opleiding al zeer goed wat hij wou, hij maakte geen schetsen en in sommige opleidingen hecht men heel veel belang aan schetsen en studies, aan teksten. Hij gaat anders te werk.

“Ik maak het werk. Ik maak een tekening, daar heb ik geen voorstudie voor gemaakt, nee, ik neem mijn penseel en ik begin en de tekening ontstaat. Voor de constructies maak ik modellen met mijn blokjes, die zijn het schetsmateriaal, ik bouw daarmee, doe aanpassingen en kom op die manier tot een constructie. Het proces is bij mij het maken zelf, het fysieke bezig zijn. Misschien is dat omdat ik gedanst heb. Ook daar is het proces het maken zelf en misschien heeft mij dat onbewust wel beïnvloed. Het fysieke proces van het maken van beelden is een heel belangrijk onderdeel van mijn werk.”

Conrad Willems, C-Light, 2006, metaal en licht, 150 x 150 x 40 cm

Conrad Willems, C-Light, 2006, metaal en licht, 150 x 150 x 40 cm

FINLAND EN JAPAN

In zijn derde jaar kan Conrad Willems met de Erasmusregeling naar Finland waar hij zes maand les volgt aan de Academie voor Schone Kunsten (Kuvataideakatemia) in Helsinki. Hij had daar Jyrki Siukonen (°1959), een evenknie van Philip Van Isacker, als docent. Hij heeft er zowat de beste sculptuur uit zijn studententijd gemaakt en kon ook op het enthousiasme van zijn docenten rekenen. Het was C-Light, een driedimensionaal en hoekig uitgewerkte C waarbij de beide uiteinden volledig naar elkaar toebuigen en voorzien zijn van sterke spots. Op die wijze ontstaat er niet enkel een constructie maar ook een lichtspel, dat mee onderdeel vormt van het werk, dat overigens in diverse posities kan opgesteld worden, wat telkens in een ander lichtspel resulteert. Het werk is ingenieus in zijn eenvoud.

Hij loopt erg hoog op met zijn verblijf in Finland. “Het systeem daar is erg volwassen. Bij ons worden heel jonge mensen te vroeg onderwezen of komen in een situatie terecht waar ze eigenlijk nog niet rijp voor zijn. Ik kwam als prille twintigjarige terecht bij collega’s die allemaal een stuk ouder waren, tussen de vijfentwintig en de dertig. Ook de technologische voorsprong van die school was echt een openbaring. Elke student had een elektronische sleutel en kon eigenlijk op elk gewenst moment naar het atelier in de school gaan om te werken. Er waren computers ter beschikking, een kleine keuken en dies meer. Een systeem gebaseerd op verantwoordelijkheid.” De academie van Helsinki beschikt over twee galeries, een in de school en een andere in de stad. In zijn vierde jaar in Sint- Lucas neemt hij het initiatief om een uitwisseling te organiseren tussen Sint-Lucas Gent en de academie van Helsinki. Met zijn medestudenten van het vierde jaar stomen ze het geheel voor mekaar, hij krijgt het gedaan dat de ambassadrice van België komt openen en dat er gesponsord wordt door Duvel.

In zijn vierde jaar toont Conrad Willems Wall of Cards, een constructie die bestaat uit 1.700 plankjes van 10 op 30 centimeter en een paar millimeter dik. Ze worden gestapeld zoals je doet met een kaartenhuis en kunnen dus invallen, alhoewel. Na het afstuderen volgde hij nog een jaar ‘behoudsmedewerker actuele kunst’ aan de KASK. Ook hier neemt hij initiatief en zorgt voor een boeiend bezoek aan het Reina Sofiamuseum in Madrid. Via stages in de Witte Zaal en het Delvauxmuseum komt hij terecht bij een belangrijke firma voor art handling. Het is een heel boeiende job die hem in tal van musea en bij belangrijke collecties en verzamelaars brengt. Alleen is het niet te combineren met een carrière als kunstenaar. Hij wordt geveld door klierkoorts en begint te tekenen. Na zijn herstel werkt hij voor een jaar als registrator bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij kon zo als koerier met kunstwerken naar Japan en kon daar een maand verblijven. Daarna, eind 2010, besliste hij voltijds voor kunstenaar te gaan. Voor enkele instellingen geeft hij af en toe nog workshops voor behoudsmedewerkers-in-spe over het omgaan met collecties.

Conrad Willems, Wall of Cards, 2006, 1.700 stukken dunne MDF, elk 10 x 30 x 0,03 cm PRIVÉCOLLECTIE

Conrad Willems, Wall of Cards, 2006, 1.700 stukken dunne MDF, elk 10 x 30 x 0,03 cm PRIVÉCOLLECTIE

ALS EEN BLOKKENDOOS

Conrad Willems: “Mijn tekeningen ontstaan op de manier zoals ik met de blokken speel, het is dezelfde manier van opbouwen zonder voorstudie, iets dat langzaam groeit. In het begin stelde ik me wel vragen of daar iets interessants kon uitkomen, het is nogal beperkt: zwart-wit, geometrisch, dystopische stadslandschappen. Hoe krijg je daar evolutie in? Ik ben dan met penseel beginnen tekenen en dat gaf me meer vrijheid. Mijn reis naar Japan heeft hier een rol in gespeeld. Ik vond die lijnvoering met het penseel een heel mooie kwaliteit hebben. Ik heb toen op een tekening, waarvan ik niet tevreden was, een nieuwe tekening gemaakt en dat werkte zeer bevrijdend. Het leek plotseling alsof ik iets los kon maken en daar een nieuwe laag opleggen.” Die ontdekking was voor hem een grote stimulans. Sedert enkele jaren maakt hij werken samen met zijn vader die ook ooit nog les aan de academie gevolgd had. In zijn atelier hangt een triptiek waarbij zowel zijn vader als zijn moeder, onafhankelijk van elkaar, een plastisch antwoord gegeven hebben op een tekening van hem. Toch bijzonder.

Ondertussen kon de regelmatige tentoonstellingsbezoeker al op meerdere plaatsen kennis maken met het sculpturale werk van Conrad Willems. Zijn soms indrukwekkende composities vertrekken steeds vanuit de klassieke blokkendoos waarmee we als kind zijn opgegroeid. Hoe groot ze soms ook zijn, de regel is dat hij ze zelf kan opbouwen zonder de hulp van derden. Zijn Constructions zijn uitgevoerd in met zorg gekozen materialen: van witte zandsteen, Belgische hardsteen, Italiaanse travertijn tot de beige steen van Borrèze. De constructietekeningen worden nadien gemaakt en kunnen als een handleiding worden beschouwd. Alle sculpturen zijn demonteerbaar en bestaan uit een stapeling zonder hechtingen, precies zoals je met een blokkendoos aan het werk gaat. Het in het tweede jaar van de KASK denigrerend afdoen van zijn werk met blokken als kinderachtig, bleek toch wel een tijdelijke rem en het is pas sedert een vijftal jaar dat hij daar weer voluit mee aan de slag is gegaan. Het is nu precies met deze constructies dat de kunstenaar is opgemerkt en op velerlei plaatsen gevraagd wordt. De opbouw van het werk is soms fysiek zwaar en dat werkt Conrad Willems uit tot een performance, dan is dans niet zover weg. Het werk is door zijn herkenbaarheid en door de relatie met onze eigen jeugdervaringen door velen gewaardeerd. De geest die ervan uitgaat verwijst zowel naar perioden uit onze kunstgeschiedenis en laat ons ook dromen, geeft ons aanknopingspunten met andere culturen door vorm en materiaal. Het is steeds een fantasierijke ontdekking en nooit een nabootsing. In 2007 werden de basisblokken van de traditionele blokkendoos op groot formaat spaanplaat uitgewerkt en kon hij ruimtevullende installaties maken die uitermate geschikt zijn voor performances. Die collectie blokken wordt nog steeds verder uitgebreid en gebruikt bij een nieuwe performance. Hij is zich ook bewust van het feit dat het ooit niet meer fysiek mogelijk zal zijn.

Met die idee in het achterhoofd is hij nu ook aan het werk gegaan als scenograaf voor Banket!, de bewerking voor kinderen van de opera Macbeth die in de Vlaamse Opera wordt opgevoerd. Het decor is opgebouwd uit losse elementen, als uit een blokkendoos.

De toekomst is beloftevol, zijn werk werd getoond in Milaan en zal wellicht te zien zijn in Matera in Apulië, de stad die samen met het Bulgaarse Plovdiv, Europese culturele hoofdstad is. Hij beweegt zich met gratie in de wereld van de kunsten.

Tentoonstelling

MET WERK VAN CONRAD WILLEMS

Art-tectuur (groepsexpo) in CWART, Knokke (tot 12 mei 2019) - Solo in Arrière-pensée, Gent (juni-juli 2019) - Solo in St. Vincents, Antwerpen (september-oktober 2019)

Praktische informatie

SCENOGRAFIE  L’heure espagnole, Vlaamse Opera, première juni 2020

Publicatie

 Conrad Willems. Sculptures & drawings

Website

Download hier de pdf

Conrad Willems - Geometrie, herhaling en modulariteit