We gaan er geen doekjes om winden: tot en met 13 januari 2019 heeft u de kans om de belangrijkste Bruegelexpo ooit in het Kunsthistorisches Museum in Wenen te bezoeken. Het is zo goed als zeker dat u nooit meer de kans krijgt om zo veel werken van Pieter Bruegel de Oude samen te zien. Dertig van de ongeveer veertig schilderijen en de helft van de overgeleverde tekeningen en prenten zullen op de afspraak zijn. De aanleiding: in 2019 is het 450 jaar geleden dat Bruegel stierf.

Een brabander in Wenen

Geen enkel museum ter wereld bezit een grotere collectie schilderijen van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525/1530 - 1569) dan het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Betreedt men zaal X op de eerste verdieping van het prestigieuze museumgebouw, dan wordt de zestiende eeuw wel heel erg tastbaar. Twaalf Bruegels sieren de muren van deze tot de verbeelding sprekende museumzaal. En ze zijn, behalve het exquise Zelfmoord van Saul, dan ook nog eens kloek van formaat.

De Brabander Bruegel – eigenlijk weten we nog altijd niet waar dit genie geboren werd – verzeilde in het keizerlijke Wenen. Dat ligt vooral aan de voorliefde voor Bruegel van de twee Habsburgse broers, Rudolf II (1552-1612), keizer van het Heilig Roomse Rijk en aartshertog Ernst van Oostenrijk (1553-1595), die landvoogd van de Nederlanden was. In die hoedanigheid kreeg Ernst van het Antwerpse stadsbestuur Bruegels De twaalf maanden cadeau, een serie van zes schilderijen uit 1565 die Bruegel maakte voor koopman en collectioneur Nicolaes Jonghelinck (15171570). De zes tooiden waarschijnlijk diens buitenverblijf Ter Beken, net buiten Antwerpen. Drie schilderijen (De terugkeer van de kudde, Jagers in de sneeuw en De sombere dag) bevinden zich in de Weense collectie.

Pieter Bruegel de Oude, De terugkeer van de kudde (herfst), 1565, olieverf op paneel, 117 x 159 cm  Kunsthistorisches Museum, Wenen

Pieter Bruegel de Oude, De terugkeer van de kudde (herfst), 1565, olieverf op paneel, 117 x 159 cm

Kunsthistorisches Museum, Wenen

Het binnenhalen van het hooi vond een plaatsje in het Metropolitan Museum of Art in New York. De oogst sluimert in de collectie Roudnice Lobkowicz in Praag en zal tijdens de expo in Wenen aanwezig zijn. Nog voor 1659 verdween het stuk gewijd aan de maanden april en mei. Toen Antwerpen in 1594 het ensemble wegschonk, bevroedde men waarschijnlijk niet dat men één van de kroonjuwelen van de landschapsschilderkunst uit handen gaf. Ernst van Oostenrijk was oplettender en vergaarde nog andere werken van Bruegel. Zijn broer Rudolf en opvolgers deden hetzelfde. Uit de inventaris van de eerste directeur van het Weense museum uit 1772 blijkt dat er Bruegels in het depot zaten. Het voordeel van zo veel onoordeelkundig inzicht was dat Napoleons entourage verschillende Bruegels in 1809 niet naar Parijs bracht. Het binnenhalen van het hooi verkaste wel naar Parijs en werd later verkocht. Pas vanaf 1850 waren de geesten gerijpt en stelde men de collectie Weense Bruegels tentoon.

Pieter Bruegel de Oude, De sombere dag, 1565, olieverf op paneel, 118 x 163 cm,  Kunsthistorisches Museum, Wenen 

Pieter Bruegel de Oude, De sombere dag, 1565, olieverf op paneel, 118 x 163 cm,  Kunsthistorisches Museum, Wenen 

HET ONDERZOEK

In 2012 ging het Bruegelproject van start met een team van curatoren met onder anderen Manfred Sellink (directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen). Dertig schilderijen en de helft van de tekeningen en prenten breng je niet zomaar bijeen, maar als je al twaalf schilderijen hebt, dan vergroot dat de kans op slagen danig. Een blockbuster als deze is niet enkel een prestigezaak en een genot voor de bezoeker. Het zorgt idealiter ook voor nieuwe kansen voor het onderzoek. Gek genoeg waren nog niet alle Weense schilderijen natuurwetenschappelijk onderzocht. Dat komt ten dele omdat in niet weinig gevallen schilderijen materieel-technisch onderzocht worden wanneer er twijfel over de attributie bestaat. Het doel van het Bruegelproject bestond er initieel in om de conditie van alle Weense werken te onderzoeken en om met die gegevens een technisch profiel van Bruegels techniek en materiaalgebruik op te stellen. Zijn fameuze schildertechniek is al bij al weinig onderzocht. Elk werk werd volgens hetzelfde gestandaardiseerd protocol in beeld gebracht zodat betrouwbaar vergelijkend onderzoek mogelijk wordt. En net zoals bij de projecten rond Jheronimus Bosch en Jan van Eyck wordt die wetenschappelijke beeldvorming online ter beschikking gesteld www.insidebruegel.net. Een herhaling van een dergelijke tentoonstelling zal enorm lang op zich laten wachten, maar dit is niet het eindpunt, het zal stof genereren voor toekomstige generaties van onderzoekers.

EEN BRILJANTE REGISSEUR

We kunnen nooit het effect reproduceren van een bezoek aan het schilderijenensemble in Jongelincks buitenhuis. Het paneel met De lente ging zoals vermeld verloren. Hoe had Bruegel de verrukkelijkste maanden van het jaar gekarakteriseerd? Tot wat inspireerden hem de ontluikende groene metamorfose en de vogelzang? Daarenboven weten we niet echt waar in het huis de reeks hing. Of hoe hij gepresenteerd werd. Het blijft ook een intrigerende gedachte hoe een gesofisticeerde, rijke burger betaalde om naar zich in het zweet werkende boeren, jagers en dagloners te kijken. Hoe beviel hem de blik op die epische dissectie van de condition humaine van gewone mensen? Vertier voor de gecultiveerde elite? De mens, zijn handelingen en zondigheden en de hem omringende weide wereld vormen de essentie van Bruegels kunst. Zijn intellectuele achtergrond en voedingsbodem waren complex en gelaagd: de cultuur van het volks- en rederijkerstoneel, christelijke allegorieën, humanistische moraal, maar ook ironie, zelfspot en (visuele) humor.

Elk paneel van De twaalf maanden heeft een eigen suggestief, tonaal coloriet. Bruegel vatte de sfeer van een jaargetijde: het licht, de temperatuur, de seizoensgebonden plantengroei, het karakter. Meteorologische omstandigheden werken in op het gemoed van de mensen of veroorzaken natuurrampen, zoals de akelige storm in De sombere dag. In die zin was Breugels kunst modern. Bruegel maakte sfeer, een lastig te definiëren begrip, aanschouwelijk. De sombere dag is gewenteld in asgrauwe houtskooltinten, alsof fijn koolsteengruis en gemalen pottenbakkersklei over het landschap zijn uitgestrooid. Een enkele meeuw, wit oplichtend tegen het donderende onweer, vliegt hoog boven het tafereel, achter een scherm van bladerloze vertakkingen van bomen, waarin decoratieve en naturalistische details samengaan. Bij de meander in de verte staan meerdere schepen op het punt de strijd tegen de elementen te verliezen of ze zijn reeds gezonken.

Pieter Bruegel was de uitmuntendste schilder van zijn tijd. Niemand zou dit durven te betwijfelen, tenzij een afgunstige, een rivaal of iemand aan wie kunst niet is besteed.
Pieter Bruegel de Oude, Zelfmoord van Saul, 1562, olieverf op paneel, 33,5 x 55 cm Kunsthistorisches museum, Wenen

Pieter Bruegel de Oude, Zelfmoord van Saul, 1562, olieverf op paneel, 33,5 x 55 cm Kunsthistorisches museum, Wenen

Voor zijn zinnelijke historische schets maakte Bruegel gebruik van de technieken en vrijheden van een filmregisseur. Hij had een voelbare voorliefde voor natuurschoon, maar zette die naar zijn hand, gebruikte visuele kwinkslagen of manipuleerde op meesterlijke wijze onze blik door te spelen met voor en achtergrond. Het wordt boeiend om de oudere landschapstekeningen in de expo te bekijken met de serie in gedachten. We zien hierin hoe de meester zich oefende om landschappen te concipiëren waarin een narratief doorschemert.

In De jagers in de sneeuw liet hij als een beeldmonteur vooraan de kruinen van de bomen buiten het beeldvlak. De afgesloofde jagers met hun roedel jachthonden zetten de afdaling in en leiden onze blik naar het besneeuwde panorama. De baan die de ekster bestrijkt duwt dan weer onze blik neerwaarts. Beide picturale ingrepen kadreren het winterlandschap en verhogen het eff ect van diepte. De epische, statige teneur wordt doorbroken door de ritmiek van honden en jagers en de winterpret van mensen in de verte. Afwisseling en een veelheid van details zorgen ervoor dat je nooit uitgekeken raakt op Bruegel. Zie het vers gerestaureerde Dulle Griet (Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen), De prediking van Johannes de Doper (Szépmüvészeti Múzeum, Budapest) of het sublieme De ekster op de galg (Hessisches Landesmuseum, Darmstadt). Naar Bruegel kijken is een permanente ontdekkingstocht. Zijn vriend, de Antwerpse cartograaf Abraham Ortelius (1527-1598), schreef: “Pieter Bruegel was de uitmuntendste schilder van zijn tijd. Niemand zou dit durven te betwijfelen, tenzij een afgunstige, een rivaal of iemand aan wie kunst niet is besteed.”

Tentoonstelling

Bruegel - van 2 oktober 2018 t.e.m. 13 januari 2019 - Open: alle dagen van 10 tot 18 uur (donderdag tot 21 uur) - Kunsthistorisches Museum Wien - Maria-Theresien-Platz, 1010 Wenen

Download hier de pdf

Bijna compleet - Bruegel in Wenen