Averbode. Daar drukte men Zonnekind en Zonnestraal, mijn eerste lievelingstijdschriften. Daar gaf en geeft men ook de onvolprezen Vlaamse Filmpjes uit. Daar vond Ernest Claes zijn bestemming en rustplaats, dat gegeven behoort tot de folklore of de canon van de Vlaamse letteren. Daar weerspiegelt op de binnenplaats een huid van water de wolken boven de abdij.

Averbode Abdijkerk

Onder abt Servatius Vaes (1647-1698) werd in de zeventiende eeuw de huidige abdijkerk opgetrokken

Tegen de ketter Tanchelmus

De abdij van Averbode is nagenoeg spreekwoordelijk en dus vanzelfsprekend. Dan vergeet je wel eens dat het gebouwencomplex er uiteindelijk alleen maar staat omdat in 1080 een jongetje werd geboren in de familie Van Gennep. Bijna een millennium geleden. Dat jongetje, Norbertus, groeide nogal mondain op en was voorbestemd voor een kerkelijke carrière van het wuftere type. Maar ook een christen kan zich bekeren tot Christus. Norbertus werd net als Saulus van zijn paard gebliksemd en veranderde zijn manier van leven. Hij wilde het kloosterleven hervormen en prediken onder het volk: twee ongewone activiteiten voor een edelman en hoge geestelijke. In bestaande kapittels en kloosters stuitte hij op hardnekkige weerstand; daarom stichtte hij uiteindelijk zelf een gemeenschap in het plaatsje Prémontré, niet ver van Laon. De volgelingen van Norbertus danken hieraan hun naam, Premonstratenzers, en hun afkorting O. Praem., Ordo canonici regularis Praemonstratensis.

Abdijkerk Averbode Interieur

De abdijkerk: een barok gebouw met gotische voorkeuren

Norbertus was niet alleen actief in Noord-Frankrijk. Beroemd bleef zijn prediking in de Nederlanden tegen de succesvolle ketterij van Tanchelmus. Deze bizarre prediker, afkomstig uit Zeeland, zou met zijn wellustige leerstellingen Vlaanderen en Brabant veroverd hebben. Dat hij in een moeite de kerkelijke belastingen afschafte, viel in goede aarde. Mogelijk had het optreden van Tanchelmus te maken met de lokale aspecten van de investituurstrijd, de machtsstrijd tussen keizer en paus. Tanchelmus bestreed de waarde van de sacramenten, met name de werkelijke aanwezigheid van Christus in het sacrament van de eucharistie, en hij maakte de traditionele heiligenverering belachelijk. Zo deelde hij zijn badwater uit als een heilbrengende substantie. Ook zou hij zich verloofd hebben met een beeld van de madonna, en van zijn aanhangers luxueuze verlovingscadeaus hebben geëist. Na Tanchelmus’ dood in 1115 bleven zijn aanhangers hem trouw, totdat Norbertus in 1124 op de proppen kwam en hen terugvoerde naar meer orthodoxe opvattingen. Norbertus liet enkele ordegenoten achter in Antwerpen: de grondleggersvan de beroemde Sint-Michielsabdij, eeuwenlang de belangrijkste Norbertijnenabdij in de Nederlanden. Tien jaar later stichtte graaf Arnold II van Loon de abdij van Averbode, waar zich een handvol Norbertijnen uit Antwerpen vestigden.

Pieter Scheemaeckers (beeldhouwwerk) en Jan Erasmus Quellinus (centrale schilderij), Altaar gewijd aan de heilige Norbertus

Pieter Scheemaeckers (beeldhouwwerk) en Jan Erasmus Quellinus (centrale schilderij), Altaar gewijd aan de heilige Norbertus, ca. 1700 ABDIJKERK, ABDIJ VAN AVERBODE 

God en je naaste beminnen

Norbertus is pas in 1582 heilig verklaard. Zijn verweer tegen de ketterij van Tanchelmus paste perfect in het gedachtengoed van de Contrareformatie. Tanchelmus gold als een voorloper van Luther en Calvijn, twee heren die ook weinig ophadden met de sacramenten. Norbertus wees de weg uit het labyrint van al die nieuwlichterij. In de abdij van Averbode begreep men welke mogelijkheden het verhaal van de stichter bood om de gelovigen bij de les te houden. In 1700 deed abt Stephaan Van der Stegen een beroep op twee vermaarde meesters uit Antwerpen om Norbertus te eren. Beeldhouwer Pieter Scheemaekers (1640-1714) leverde het altaar met alle beelden en Jan Erasmus Quellinus (1634-1715) maakte het centrale schilderij. Helemaal bovenaan staat Norbertus zelf onder een baldakijn: sereen plaatst hij zijn voeten op het lichaam van de verslagen Tanchelmus. Hij houdt een monstrans met hostie in de hand, om de aanwezigheid van Christus in de eucharistie te benadrukken. Daaronder zie je Norbertus knielen voor de Madonna, die hem in een visioen verschijnt en het kenmerkende witte kleed van zijn orde aanreikt. In de volksmond heten de Norbertijnen daarom Witheren. Het tafereel ademt passende verering, in plaats van de heiligschennende verloving die Tanchelmus ensceneerde. Norbertus’ visioen wordt veelzeggend geflankeerd door twee recentere heiligen van zijn orde: Adrianus van Hilvarenbeek en Jacobus Lacobs, twee van de negentien martelaren van Gorcum, door de geuzen bij Den Briel vermoord in 1572 en heilig verklaard in 1675. Ze dragen martelaarspalmtakken, een pauselijke tiara en een kelk met een hostie, als teken van hun trouw aan Rome. Het schilderij van Jan Erasmus Quellinus verbindt Norbertus met de katholieke traditie en een van de belangrijkste theologen, de heilige Augustinus (354-430). Toen Norbertus in 1121 zijn kloosterorde stichtte, schreef hij immers geen nieuwe leefregel, maar nam hij de oude regel van Augustinus over. Quellinus beeldde dat symbolisch uit door Augustinus een boek te laten overhandigen aan Norbertus. De eerste woorden van Augustinus’ regel zijn goed leesbaar op de bladzijden: ante omnia…, “voor alles dierbare broeders zullen jullie God beminnen en vervolgens jullie naaste”. Boven de altaartafel prijkt nog een reliëf van Scheemaekers. Het verbeeldt de legende van het kruis. In het dal van Prémontré zou Norbertus een lichtend kruis gezien hebben, ten teken dat hij daar een klooster moest stichten. Rechts knielt Norbertus’ eerste volgeling, de zalige Hugo van Fosses, bij een boom. Hugo werd later de eerste abt van Prémontré.

Helemaal bovenaan staat Norbertus onder een baldakijn, hij plaatst zijn voeten op het lichaam van de ketter Tanchelmus en houdt een monstrans met hostie in de hand, om de aanwezigheid van Christus in de eucharistie te benadrukken 

Helemaal bovenaan staat Norbertus onder een baldakijn, hij plaatst zijn voeten op het lichaam van de ketter Tanchelmus en houdt een monstrans met hostie in de hand, om de aanwezigheid van Christus in de eucharistie te benadrukken 

Barok met gotische voorkeuren

Scheemaekers’ rijzige witte altaar past in het serene interieur van de abdijkerk, een barok gebouw met gotische voorkeuren (kijk maar naar de gewelven). De kerk is ontworpen door de Antwerpse bouwmeester Jan Van den Eynde en gebouwd tussen 1664 en 1674. Voor de zuidelijke kruisbeuk realiseerde Pieter Scheemaekers nog een tweede altaar, gewijd aan de patroonheilige van de locatie, Johannes de Doper. Hiervoor werkte hij opnieuw samen met Quellinus: die schilderde het tafereel met de geboorte van de heilige. Beide kunstenaars profiteerden volop van het langdurige religieuze elan van de Contrareformatie in onze gewesten. Pieter Scheemaekers’ werk kun je ook bewonderen in de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten en de kathedraal van Antwerpen, om slechts twee plaatsen te noemen. Jan Erasmus Quellinus, telg van een belangrijke Antwerpse kunstenaarsfamilie, schilderde voor de vermaarde Sint-Michielsabdij, moederabdij van Averbode, al eerder een reeks doeken over de martelaren van Gorcum. Quellinus voltooide zijn opleiding in Italië en schopte het in 1680 zelfs tot hofschilder van de keizer in Wenen. Wit is altijd schoon. Na de luchtige sereniteit van de kerk ervaren te hebben kan de bezoeker met beide voeten op de grond terugkeren en proeven van brood, kaas en bier in de herberg, of misschien al van een vroeg lente-ijsje in de Lekdreef.

Norbertus knielt voor de Madonna, en is geflankeerd door de martelaren Adrianus van Hilvarenbeek en Jacobus Lacobs 

Norbertus knielt voor de Madonna, die hem in een visioen verschijnt en het kenmerkende witte kleed van zijn orde aanreikt, en is geflankeerd door de martelaren Adrianus van Hilvarenbeek en Jacobus Lacobs 

Praktische informatie

Abdijkerk van Averbode

Open: alle dagen van 8 tot 11.30 uur en van 14 tot 17.30 uur – Abdijstraat 1, 3271 Averbode – T 013 69 99.34

Download hier de pdf

Wit is altijd schoon