Inleiding

Den smaeck van Brouwers Const, die Brouwers heeft ghebrouwen, Die sal de wereldt noch ghewis al lanck onthouwen
Cornelis de Bie
22 Brouwer

Met deze verzen vat kunstenaarsbiograaf Cornelis de Bie (1627-ca. 1715) een rijm aan, gewijd aan Adriaen Brouwer. Het is een illustratie van de vroege waardering voor Brouwer en het bijzondere karakter van zijn kunst, waardoor de wereld zich hem, volgens De Bie, nog lang zal herinneren.

Een meester in het beeld brengen van emoties en hun expressie. Geniaal in het vastleggen van het juiste moment. Een vlijmscherpe observator van het fenomeen mens en een virtuoze schilder. Een kunstenaar die wedijverde met Rubens in het schilderen van landschappen en die de thematiek van Pieter Bruegel radicaal bij de tijd bracht. Een schilder van wereldformaat, die tradities uit Noord en Zuid tot een synthese bracht. De inspirator van veel genreschilderkunst in Noord én Zuid.

34 Brouwer

Als we u na deze omschrijvingen zouden vragen over welke Vlaamse schilder we het hebben, zou het vermoedelijk niet de naam ‘Adriaen Brouwer’ zijn die het eerste in u opkomt. Toch gaat het over hem. Brouwer is, deels zoals Pieter Bruegel, het slachtoffer van een eenzijdige beeldvorming en van de kwalijke neiging om leven en werk van kunstenaars op een hoopje te gooien. Wie dat doet, maakt van Brouwer een bohémien avant la lettre, een marginale kunstenaar die leefde zoals de mensen die hij schilderde: op café, drinkend, rokend, schulden makend… Dat is niet meteen bevorderlijk voor een ernstige appreciatie van zijn werk.

Adriaen Brouwer-Meester van emoties maakt komaf met deze eenzijdigheid. De tentoonstelling geeft Brouwer opnieuw de plaats die hij verdient: bij de allergrootsten. Het is geen toeval dat zowel Rembrandt als Rubens zeer geïnteresseerd waren in wat Brouwer maakte en dat beide grootmeesters intens werk van hem verzamelden. Net zoals het geen toeval is dat de schilderijen en tekeningen van Brouwer in de grootste en befaamdste musea van Europa en Amerika te bewonderen zijn.

50 Brouwer

De tentoonstelling in Brouwers geboortestad Oudenaarde – die werd voorafgegaan door grondig kunstwetenschappelijk onderzoek – is bovendien een wereldprimeur: nooit eerder werden zoveel authentieke Brouwers met een zo grote variatie aan thema’s bij elkaar gebracht. Men zou dit evenement dan ook ‘de herontdekking van een meester’ kunnen noemen. In dit OKV-themanummer vatten we de belangrijkste facetten samen en tonen we u ook alle Brouwers die in Oudenaarde te zien zijn, naast relevant werk van tijdgenoten.

Inhoud

  • Sporen uit een leven. De biografie van Adriaen Brouwer
  • Een kunstenaar van Noord en Zuid. De kracht van mobiliteit
  • Groots in het kleine
  • Adriaen Brouwer: het oeuvre
  • Praktisch
Anthony van Dyck, Portret van Adriaen Brouwer, ca. 1634

Anthony van Dyck, Portret van Adriaen Brouwer, ca. 1634, olieverf op paneel, 21,6 x 17,2 cm (incl. lijst: 33,7 x 29 x 4,5 cm) BOUGHTON HOUSE, THE DUKE OF BUCCLEUCH COLLECTION, NORTHAMPTONSHIRE, INV. NR. 2008/78

SPOREN UIT EEN LEVEN - DE BIOGRAFIE VAN ADRIAEN BROUWER

Een bohémien avant la lettre. Een liederlijke figuur die zich in kroegen overgaf aan de geneugten van alcohol en tabak, net zoals zijn personages, en die een tijd in het Antwerpse Zuidkasteel gevangen zat. Een halve nomade. Een man die meer dan eens in slechte financiële papieren verkeerde en geholpen moest worden…

Zo wordt Adriaen Brouwer afgeschilderd door enkele vroege kunstenaarsbiografen uit de zeventiende en vroege achttiende eeuw: Cornelis de Bie, Joachim van Sandrart, Roger de Piles, Arnold Houbraken. Ook in de negentiende en twintigste eeuw blijft die beeldvorming krachtig. Dat van die financiële problemen en van een verblijf in de Antwerpse gevangenis, klopt alvast. Maar wat is er aan van de rest van de beeldvorming? En wat weten we nog meer? De tentoonstelling Adriaen Brouwer-Meester van emoties en het bijbehorende (archief)onderzoek in Oudenaarde, Gouda, Amsterdam, Haarlem en Antwerpen leverden alvast enkele nieuwe inzichten op. Meteen zijn in de vorige zin ook alle plaatsen genoemd waarvan we zeker weten dat Brouwer er verbleef. 

Vermelding Adriaen de Brauwere in het Kamerboek van Gouda

Vermelding Adriaen de Brauwere in het Kamerboek van Gouda

Streekarchief Midden-Holand, OA Gouda, nr. 93 (1614-1616), fol.83

VAN OUDENAARDE NAAR GOUDA

Zo is er nu de bijna-zekerheid dat Adriaen Brouwer tussen 1603 en 1605 in Pamele (Oudenaarde) is geboren als zoon van Adriaen de Brauwere en Maria de Sutter. Het beroep van vader De Brauwere kennen we niet met zekerheid, maar de man had contacten met prominenten uit de lokale tapijtnijverheid. Hij werkte in dat milieu als tapijtsier of tapijtenmaker, mogelijk als wever of schilder van kartons. Het gezin had minstens zes kinderen, en mogelijk nog meer, aangezien de doopregisters van de Sint-Walburgakerk voor de jaren 1603-1605 niet bewaard zijn gebleven. De geboorte van de jongste dochter in 1613 is meteen het laatste spoor van de familie in Oudenaarde.

Sinds de vijftiende eeuw was Oudenaarde een belangrijk centrum van de tapijtnijverheid, maar rond 1600 heerst er al een tijd een crisissfeer, vooral door de algemene onrust in de Zuidelijke Nederlanden. Ook Adriaen De Brauwere heeft schulden, weten we. Het is enkele steden in het Noorden niet ontgaan dat er in het Zuiden veel talentvolle vakmannen actief zijn in de tapijtnijverheid. Onder meer Gouda werft actief vluchtelingen uit het Zuiden die in de sector werken. Kort na 1613 verhuist het gezin De Brauwere-De Sutter naar Gouda, zoals wel meer burgers uit Oudenaarde en omgeving. Er bleef een akte uit 1614 bewaard waarin Adriaen de Brouwer de toestemming krijgt om zich in Gouda te vestigen, op dat moment een belangrijk economisch centrum voor de tapijtnijverheid. Mogelijk blijft vader De Brauwere actief in de tapijtensector en zijn zoon Adriaen, op dat moment een tiener, komt in Gouda misschien in contact met de Amsterdamse kunsthandelaar en agent Michiel Le Blon (1587-1658), die banden heeft met de stad Gouda.

De handtekening van Adriaen Brouwer op 23 juli 1626 SAA, 5075, 393A, FOL.70

De handtekening van Adriaen Brouwer op 23 juli 1626 SAA, 5075, 393A, FOL.70

AMSTERDAM EN HAARLEM

We maken een sprong in de tijd. In 1626 ondertekent Adriaen Brouwer als getuige een Amsterdams notarieel document van twee kunsthandelaars. Misschien vinden de archieven en de oude biografen elkaar hier: Arnold Houbraken beschrijft dat Brouwer in Amsterdam inwoonde bij en werkte voor een van de twee heren: Barend Van Someren (1572-1632). Maakt hij schilderijen om Van Somerens winkelvoorraad aan te vullen? Via Van Someren bouwt Brouwer al snel een netwerk uit in de kunstenaarswereld en ontmoet hij in Amsterdam zonder twijfel ook zijn bijna-leeftijdgenoot Rembrandt (1606-1669). 

Er ontstaat al snel wederzijdse bewondering en in 1635 zal Rembrandt uit de nalatenschap van Van Someren een lot Brouwertekeningen kopen. Uit zijn boedelinventaris van 1656 blijkt dat hij ook zes authentieke schilderijen van Brouwer bezat en een kopie naar Brouwer.

Brouwers motto luidt: ‘Ick hoop noch meer’.
Rembrandt van Rijn, Zelfportret met arm leunend op een dorpel, 1639, ets, 206 x 164 mm PRENTENKABINET RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, INV. NR. RP-P-1962-10

Rembrandt van Rijn, Zelfportret met arm leunend op een dorpel, 1639, ets, 206 x 164 mm PRENTENKABINET RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, INV. NR. RP-P-1962-10

In hetzelfde jaar 1626 wordt Brouwer in Haarlem, een twintigtal kilometer van Amsterdam vandaan, lid van de rederijkerskamer De Wijngaertrancken, opnieuw een omgeving van kunstenaars en mensen uit de kunstambachten. Brouwers motto luidt: ‘Ick hoop noch meer’. Hij schrijft zich op een onbekend moment ook in de plaatselijke Sint-Lucasgilde – wat wijst op een permanent verblijf in Haarlem als poorter en een activiteit als zelfstandig meester – en in 1627 wordt hij in een eredicht omschreven als ‘den constrijcken en wijtberoemden jongman, Adriaen Brouwer, schilder van Haerlem’. Of en hoe hij contact had met de Haarlemse meester Frans Hals is niet bekend. Ook Hals was tot 1625 lid van De Wijngaertrancken. 

Dat Brouwer een leerling is van Hals, zoals Houbraken en andere literatuur aangeeft, is momenteel niet hard te maken. Misschien werkte hij in het atelier als gezel?

Tussentijds besluit: Brouwer verblijft rond 1626 behalve in Amsterdam ook in Haarlem, én het jaar nadien is de twintiger een schilder met naam en faam. We weten dankzij het archiefonderzoek – met name getuigenissen bij dopen – dat ook een broer en een zus van Adriaen in die periode in Haarlem wonen. Begin 1633 treedt Adriaen Brouwer nog op als getuige bij de doop van een nichtje van hem, maar op dat moment heeft hij zich al een tijdje (1631) in Antwerpen gevestigd. Waarschijnlijk reist hij voor de gelegenheid af naar Haarlem.

Anoniem, Een rederijkerskamer (De Wijngaertrancken?), 1659, paneel, 46 x 43,5 cm FRANS HALS MUSEUM, HAARLEM, INV.NR. OS I-552

Anoniem, Een rederijkerskamer (De Wijngaertrancken?), 1659, paneel, 46 x 43,5 cm FRANS HALS MUSEUM, HAARLEM, INV.NR. OS I-552

Antwerpen

Paulus Pontius, naar Anthony van Dyck, Portret van Peter Paul Rubens, ca. 1645/46, gravure, h 234 mm x b 156 mm KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, BRUSSEL, INV. NR. S.II 29711

Paulus Pontius, naar Anthony van Dyck, Portret van Peter Paul Rubens, ca. 1645/46, gravure, h 234 mm x b 156 mm KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, BRUSSEL, INV. NR. S.II 29711

In het ledenjaar 1631-1632 wordt Adriaen Brouwer meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde en neemt hij ook een leerjongen aan. Dat wijst op vaste plannen om in de Scheldestad te blijven. In 1633 volgt dan Brouwers roemruchte arrestatie, na een bezoek aan Haarlem. Hij wordt een tijdje opgesloten in de Citadel (het Zuidkasteel), waar alleen krijgs- of staatsgevangenen zitten. Waarom Brouwer daar belandt, weten we niet. Misschien wordt hij door het dragen van ‘Hollandse’ kleren als een spion beschouwd, zoals Houbraken vermeldt? Hij heeft in 1632 en 1633 ook schulden, verklappen de archiefstukken, maar dat is niet de reden van de opsluiting. Die schulden zal hij aflossen met de verkoop van meubelen en schilderijen. Onder meer coryfee Peter Paul Rubens (1577-1640) verwerft voor zijn privécollectie maar liefst 17 schilderijen van Brouwer. De twee bewonderen elkaar en 7 wedijveren aan het eind van hun loopbaan in het schilderen van stemmige landschappen.

Brouwer overlijdt in Antwerpen in 1638, ongeveer 34 jaar jong. Over de doodsoorzaak tasten we in het duister, maar Brouwer sterft wel degelijk in armoede: hij wordt begraven in een zogenaamd ‘armengraf’. Een maand later wordt hij herbegraven, op initiatief van een aantal collega’s en bevriende kunstenaars, onder wie opnieuw Rubens. Zijn laatste rustplaats vindt hij in de toentertijd nieuwe kerk van de karmelieten in Antwerpen, aan de overzijde van Rubens’ huis aan de Wapper. Hun kerk en klooster zijn in 1798 gesloopt. Nu staat op die plek het Sint-Jan Berchmanscollege.

EEN KUNSTENAAR VAN NOORD EN ZUID - DE KRACHT VAN MOBILITEIT

Schelte Adamsz. Bolswert, naar Anthony van Dyck, Portret van Adriaen Brouwer, ca. 1635/55, gravure, h 242 mm x b 161 mm KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, BRUSSEL, INV. NR. S.IV 3616

Schelte Adamsz. Bolswert, naar Anthony van Dyck, Portret van Adriaen Brouwer, ca. 1635/55, gravure, h 242 mm x b 161 mm KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, BRUSSEL, INV. NR. S.IV 3616

Adriaen Brouwer, de Bourgondische bon vivant, is een typisch Vlaamse schilder, net zoals Pieter Bruegel: het blijft een hardnekkige beeldvorming, die onder meer door de twintigste-eeuwse auteur Felix Timmermans flink in de verf is gezet. Adriaen Brouwer-Meester van emoties corrigeert dat clichébeeld. Meer nog: Brouwers grensoverschrijdende synthese en de afstemming van modes en invloeden uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden zijn twee van de belangrijkste kenmerken van zijn vernieuwende kunst.

Brouwer is een kleine vijftien jaar actief geweest als schilder. Dat is een korte carrière, die niettemin op basis van iconografische en stilistische kenmerken in drie periodes kan worden ingedeeld: de vroege periode speelt zich af in Holland (ca. 1624-1630) en wordt gevolgd door twee Antwerpse periodes (ca. 1630-1634 en 1634-1638). Deze indeling is hard te maken, maar tegelijk is ze niet evident. In elk geval: Brouwers levensloop wordt gekenmerkt door een intense mobiliteit tussen Zuid en Noord: van Oudenaarde naar Gouda, van Gouda naar Amsterdam en Haarlem, van Holland naar Antwerpen.

Pieter Bruegel de Oude, Boerenkermis, ca. 1567 KUNSTHISTORISCHES MUSEUM, WENEN, INV. NR. 1059

Pieter Bruegel de Oude, Boerenkermis, ca. 1567 KUNSTHISTORISCHES MUSEUM, WENEN, INV. NR. 1059

BRUEGEL IN HET NOORDEN

Adriaen Brouwer, Het slachtfeest, ca. 1625/26, olieverf op paneel, 34 x 37,3 cm STAATLICHES MUSEUM, SCHWERIN, INV. NR. G 174

Adriaen Brouwer, Het slachtfeest, ca. 1625/26, olieverf op paneel, 34 x 37,3 cm STAATLICHES MUSEUM, SCHWERIN, INV. NR. G 174

Het is een mooie, ironische paradox: de Zuid-Nederlandse Bruegeltraditie waar Brouwer, ‘den nieuwen Bruegel’, in zijn beginjaren bij aansluit, leert hij ongetwijfeld kennen in de Noordelijke Nederlanden, aangezien hij al als tiener met zijn ouders naar Gouda verhuisde. Wanneer Brouwer in de loop van de jaren 1620 zijn carrière aanvat, zijn er in ‘zijn’ steden Amsterdam en Haarlem talrijke kunstenaars actief die uit de Zuidelijke Nederlanden migreerden en die volop de dan nog steeds populaire bruegeliaanse beeldtaal hanteren. Bruegel wordt beschouwd als de grondlegger van de genreschilderkunst, met realistisch en spontaan ogende, vaak ook humoristische voorstellingen uit het ogenschijnlijke dagelijks leven. Bij Bruegel spelen in de hoofdrol boeren en buitenlui die hij een eigen persoonlijkheid geeft en die hij duidelijk nauwgezet heeft waargenomen. 

David Vinckboons, Dorpskermis, ca. 1605, olieverf op paneel, 52 x 91,5 cm GEMÄLDEGALERIE, DRESDEN, INV. NR. 937

David Vinckboons, Dorpskermis, ca. 1605, olieverf op paneel, 52 x 91,5 cm GEMÄLDEGALERIE, DRESDEN, INV. NR. 937

Jacob Savery (en/of atelier), Sint-Sebastiaanskermis, ca. 1598, olieverf op paneel MAURITSHUIS, DEN HAAG, INV. NR. 156

Jacob Savery (en/of atelier), Sint-Sebastiaanskermis, ca. 1598, olieverf op paneel MAURITSHUIS, DEN HAAG, INV. NR. 156

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren, ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren, ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren (detail), ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren (detail), ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

Bruegel evenaart de natuur, aldus het compliment van zijn vriend Abraham Ortelius. Enkele van die Hollandse ‘Bruegelmigranten’ zijn David Vinckboons (1576- 1631) en de broers Jacob (ca. 1565-1603) en Roelant Savery (1576-1639). Door de schaarste aan authentieke Bruegels is er decennialang een enorme productie van kopieën, varianten en vervalsingen. Handelaars beschikken over een voorraad ‘meesters uit het Zuiden’ om tegemoet te komen aan de grote vraag.

Brouwer zal Bruegel als eerste evenaren als genreschilder van boerentaferelen. De panelen uit het begin van zijn carrière worden gekenmerkt door een groot aantal figuren die zich in een interieur of in de openlucht bevinden. Er is een rijkelijke aanwezigheid van huisraad en van eet- en drinkgerei, het coloriet is levendig en de kleurencombinaties zijn soms eigenzinnig. De personages leggen zondig gedrag aan de dag, en lijden met name aan drankzucht. De voorstelling van de zeven christelijke hoofdzonden is een oude traditie die we al kennen uit de 15de en 16de eeuw. 

Ook daar sluit Brouwer zich dus bij aan. En ook hij hanteert daarbij graag humor en maakt van zijn personages echte individuen, met psychologische diepgang. Zoals Bruegel.

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren

In zijn eerste, ‘Hollandse periode’ schildert Brouwer geanimeerde interieurscènes met een groot aantal figuren, een veelheid aan details en een levendig coloriet. Daar beantwoordt dit paneel met zijn twee taferelen aan: een jolige bende dronkenlappen zit om een tafel, samen met een vedelaar die hun zangstonde begeleidt, en rechts duwt een vrouw de hand van een gretige drinkebroer weg en schuift intussen de papkom van haar schoot, tot ontsteltenis van het hongerige kind. Rechts achteraan is er, zoals vaak bij Brouwer, een doorkijkje met een figuur die we op de rugzijde zien.

In latere kroeginterieurs zal Brouwer het grote aantal figuren beperken en wordt de compositie evenwichtiger. Een aantal figuren en motieven blijven in die latere herbergscènes terugkomen: de zingende zatlap met opgeheven armen, de vrolijke muzikant, de vrouw die wordt lastiggevallen, de ruggelingse figuur in het deurgat… Net als het smeulende haardvuur en het stilleven aan de wand.

Excessief en dus zondig gedrag is het onderliggende thema van dit werk, in dit geval door drankzucht, zoals vaker bij Brouwer. Hierdoor sluit dit werk aan bij de 16de-eeuwse beeldtraditie waarin de christelijke hoofdzonden één voor één worden voorgesteld. Brouwer doet dat steevast met bijzonder levendige personages van vlees en bloed, en van laag allooi.

Willem Pietersz. Buytewech, Vrolijk gezelschap, ca. 1620, olieverf op doek, 65 x 81 cm STAATLICHE MUSEEN ZU BERLIN, GEMÄLDEGALERIE, BERLIJN, INV. NR. 1983

Willem Pietersz. Buytewech, Vrolijk gezelschap, ca. 1620, olieverf op doek, 65 x 81 cm STAATLICHE MUSEEN ZU BERLIN, GEMÄLDEGALERIE, BERLIJN, INV. NR. 1983

VROLIJKE GEZELSCHAPPEN

In Haarlem maakt Brouwer kennis met een nieuw genre in de schilderkunst, dat een grote invloed zal hebben op zijn verdere ontwikkeling: het vrolijke gezelschap. De schilderkunst in de rijke Noordelijke Nederlanden vertoont op dat moment een steeds bredere waaier aan specialismen. Belangrijke vroege vertegenwoordigers van het nieuwe genre zijn schilders als Willem Pietersz. Buytewech (1591/92-1624) en Dirck Hals (1591-1656), de broer van Frans. 

Adriaen Brouwer, Rokers in een herberg, ca. 1627/30, olieverf op koper, 17,5 x 23 cm NATIONAL MUSEUM IN WARSAW, WARSCHAU, INV. NR. 103

Adriaen Brouwer, Rokers in een herberg, ca. 1627/30, olieverf op koper, 17,5 x 23 cm NATIONAL MUSEUM IN WARSAW, WARSCHAU, INV. NR. 103

Zij brengen een vrolijke, uitgelaten groep meestal jonge lieden in beeld, van hoge komaf. Ze drinken, roken, musiceren, dragen chique kleren en doorgaans bevinden ze zich binnenshuis. Er lijkt altijd wat spot mee gemoeid te zijn van de kant van de schilder. Onder invloed van dit soort taferelen zal Brouwer het aantal personages beperken, kiest hij voor een meer genuanceerd kleurenpalet en worden z’n composities minder druk en evenwichtiger. Bruegeliaans wordt Brouweriaans. 

De taferelen blijven zich wel afspelen in herbergachtige interieurs en we zien steevast lui uit de lagere sociale klassen. Deze nieuwe genremix die Brouwer maakt, zorgt voor een revolutie in de beeldtraditie van de boerentaferelen.

In het zog hiervan is Brouwer ook een van de eerste schilders die vanaf de jaren 1620 het gebruik van tabak als genotsmiddel en als fysieke ervaring in beeld brengt. Moraalridders bekijken het ‘rookdrinken’ en ‘tabakzuigen’, zoals het soms wordt genoemd, negatief, met name in combinatie met alcohol. Volgens een gedicht van Constantijn Huygens (1630) hingen beide gewoontes nauw samen:

Roock-drinckers krijgen dorst van drincken: want die dorst
Komt van haer binnenste te droogen tot een’ korst:
Die korst eischt vochticheit en moet van niews genatt zijn;
Soo drincken s’haer doornatt tot dat sij drinckens sat zijn:
Die over-vochticheit vereischt weer niewen roock.
Soo zyn sij stadigh aen ’t gelep of aen ‘gesmoock
En dat rad gaet rondom; hoe soumen seggen mogen,
Of droogen s’om ‘tgenatt, of natten s’om het droogen?
Dirck Hals, Vrolijk gezelschap, ca. 1628, olieverf op paneel, 30,5 x 40,4 cm KUNSTPALAST, DÜSSELDORF, INV. NR. M 1970-5

Dirck Hals, Vrolijk gezelschap, ca. 1628, olieverf op paneel, 30,5 x 40,4 cm KUNSTPALAST, DÜSSELDORF, INV. NR. M 1970-5

Adriaen Brouwer, Interieur met luitspeler en zingende 15 vrouw, ca. 1630/32, olieverf op paneel, 37 x 29,2 cm VICTORIA & ALBERT MUSEUM, LONDEN, INV. NR. CAI.80

Adriaen Brouwer, Interieur met luitspeler en zingende 15 vrouw, ca. 1630/32, olieverf op paneel, 37 x 29,2 cm VICTORIA & ALBERT MUSEUM, LONDEN, INV. NR. CAI.80

Links: (detail)

ADRIAEN BROUWER, INTERIEUR MET LUITSPELER EN ZINGENDE VROUW

Het is een favoriet thema van Brouwer: het schijnbaar onschuldige, gemoedelijke tijdverdrijf van eenvoudige lieden. Deze inventie is bijzonder geslaagd, en ingenieus uitgewerkt. Een parmantig ogende luitspeler zit op een stoel, beide voeten stevig op de grond. Met een grimas kijkt hij ons zelfbewust en geamuseerd aan. Hij draagt een zorgvuldig gemodelleerd roze pak. De vrouw zingt vrolijk mee en warmt haar handen aan een vuurpot. De kat die aan een kookpot likt, vervolledigt het gezelschap.

Brouwers meesterschap blijkt hier uit diverse aspecten: de heldere weergave van het interieur met zijn uitgekiende opstelling van figuren en voorwerpen, de perspectiefwerking, sublieme details zoals de lichtreflectie op de kruik, de nog walmende kaars en het stilleven op de plank, de karakterkop van de muzikant die met een verrassende economie aan middelen is weergegeven.

Achteraan op dit paneel staat een merkteken van de Antwerpse paneelmaker Michiel Vriendt, een van Rubens’ favoriete leveranciers. Dit bevestigt dat Brouwer het paneel wellicht schilderde toen hij al in Antwerpen woonde. Wat niet belet dat de invloeden van de Hollandse genreschilderkunst duidelijk zichtbaar zijn.

17 collage

Links: Frans Hals, Luitspeler, ca. 1623 MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS

Rechts boven: Rembrandt van Rijn, Lachend zelfportret met muts, 1630, ets, 49 x 42 mm RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, INV. NR. RP-P-OB-689

Rechts onder: Rembrandt van Rijn, Zelfportret met open mond, alsof schreeuwend, 1630, ets, 73 x 61 mm RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, INV. NO. RP-P-OB-280

HALS EN REMBRANDT

De schaarse biografische gegevens over Brouwer laten niet toe met zekerheid te concluderen dat hij Rembrandt (in Amsterdam) en Frans Hals (in Haarlem) heeft ontmoet, al is de kans meer dan levensgroot. Brouwer bouwt in de twee steden een mooi netwerk uit in het milieu van de (schilder)kunst, waar ook deze twee heren in vertoeven. In elk geval, de levensechtheid en expressiviteit van zijn personages, die in de loop van de jaren toeneemt, lijken te zijn geïnspireerd door de twee Hollandse meesters. De meester van emoties wedijvert met deze reuzen, zoals dat in de kunst lang de traditie is, en staat ook op hun hoogte. Te denken valt dan aan de portretmatige genrestukken van Hals, met wiens werk dat van Brouwer stilistische overeenkomsten vertoont. (Was Brouwer werkzaam in Hals’ atelier, mogelijk als gezel? Het lijkt erop.) En er zijn natuurlijk de tronies die Rembrandt, met name in het begin van zijn carrière, in grote hoeveelheden schildert, tekent en etst: expressieve en vaak komische tot karikaturale en groteske koppen. 

Rembrandt van Rijn, Zelfportret met baret en opengesperde ogen, 1630, ets, 50 mm x 45 mm KONINKLIJK BIBLIOTHEEK, BRUSSEL, INV. NR. NHD 69,II, S.II 135

Rembrandt van Rijn, Zelfportret met baret en opengesperde ogen, 1630, ets, 50 mm x 45 mm KONINKLIJK BIBLIOTHEEK, BRUSSEL, INV. NR. NHD 69,II, S.II 135

22+23 Brouwer

Links: Adriaen Brouwer, Zingende man met bierkan, ca. 1632/36, olieverf op paneel, 14,8 x 12,1 cm KUNSTMUSEUM BAZEL, INV. NR. G 1958.13

Rechts: Adriaen Brouwer, Jongen die een bek trekt, olieverf op paneel, 13,7 x 10,5 cm NATIONAL GALLERY OF ART, WASHINGTON DC, INV. NR. 1994.46.1

Rembrandt gebruikt hiervoor zijn eigen ‘smoelwerk’ als model, Brouwer doet een beroep op andere karakterkoppen om een waaier aan emoties weer te geven. Enkele van zijn tronies benaderen het portret. Ongetwijfeld wordt hij ook geïnspireerd door wat hij bij de rederijkers ziet, waar hij in elk geval in Haarlem lid van is. Zij voeren vaak kluchten op, met alle (gespeelde) emoties die daarbij horen.

Pieter Bruegel de Oude, De vlucht naar Egypte, 1563 COURTAULD GALLERY, LONDEN, INV. NR. P.1978.PG.47

Pieter Bruegel de Oude, De vlucht naar Egypte, 1563 COURTAULD GALLERY, LONDEN, INV. NR. P.1978.PG.47

LANDSCHAPPEN

Adriaen Brouwer, Boerenkwartet (detail), ca. 1636, olieverf op paneel, 43 x 57,3 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 109

Adriaen Brouwer, Boerenkwartet (detail), ca. 1636, olieverf op paneel, 43 x 57,3 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 109

Terug naar Bruegel, maar nu naar de landschapsschilder. Zo staat hij in zijn eigen tijd vooral bekend. Ook in dat genre profileert Brouwer zich als een waardige opvolger van de meester en oefent hij een aanzienlijke invloed uit op zijn opvolgers. In veel van Brouwers panelen – al van in het begin van zijn carrière – figureert een landschap op de achtergrond: vanuit een herberginterieur kijken we ernaar door een deur- of venstergat. Later treedt het landschap op de voorgrond en worden de boerenmensen herleid tot ‘decor’.

Net zoals bij Bruegel en andere landschapsschilders baseert Brouwer zich op natuurobservaties en studies ‘naar het leven’, maar bestaande, topografische landschappen laten z’n werken niet zien. Het gaat om een combinatie van verbeelde en echte elementen, met als doel een zo overtuigend mogelijke voorstelling en ervaring van het landschap. Hiervoor vindt Brouwer ook inspiratie in de Noord-Nederlandse beeldtraditie, met name in de Haarlemse landschapsschilderkunst van ‘zijn’ jaren 1620-1630. En opnieuw mogen we zeggen dat het genre op dat moment sterk bepaald wordt door ingeweken Zuid-Nederlandse schilders, met bijvoorbeeld Hans Bol, Esaias van de Velde en ook prentenmaker, schilder en uitgever Pieter de Molijn. (Zie over de band van Brouwer met Rubens als landschapsschilder bladzijde 35).

Adriaen Brouwer, Duinlandschap, ca. 1636/38, olieverf op doek, 26 x 36,5 cm (incl. lijst: 49,5 x 60,5 x 6 cm) AKADEMIE DER BILDENDEN KÜNSTE, WENEN, INV. NR. GG 705

Adriaen Brouwer, Duinlandschap, ca. 1636/38, olieverf op doek, 26 x 36,5 cm (incl. lijst: 49,5 x 60,5 x 6 cm) AKADEMIE DER BILDENDEN KÜNSTE, WENEN, INV. NR. GG 705

Adriaen Brouwer, De rokers, ca. 1636, olieverf op paneel, 46,4 x 36,8 cm THE METROPOLITAN MUSEUM OF ART, NEW YORK, INV. NR. 32.100.21

Adriaen Brouwer, De rokers, ca. 1636, olieverf op paneel, 46,4 x 36,8 cm THE METROPOLITAN MUSEUM OF ART, NEW YORK, INV. NR. 32.100.21

NOORD EN ZUID

Het is opmerkelijk dat de grote meester van de barok Peter Paul Rubens in zijn collectie veel plaats inruimt voor zowel Bruegel als Brouwer, zijn jongere tijd- en stadsgenoot: Rubens bezit maar liefst twaalf Bruegels en zeventien Brouwers. Bovendien retoucheert hij eigenhandig bruegeliaanse schilderijen ‘op de wijze van’ Brouwer.

Adriaen Brouwer is in meerdere opzichten inderdaad een nieuwe Bruegel, maar dan wel een Bruegel van zijn eigen tijd, die ook recente invloeden capteert en verwerkt. Dat doet hij in Amsterdam en Haarlem, en later in Antwerpen, niet toevallig de leidinggevende kunstencentra in de toenmalige Nederlanden. Daar bloeien de culturele industrieën volop en zijn er dus voor (jonge) schilders veel mogelijkheden. In die zin is Brouwer niet uniek en zelfs een kind van zijn tijd. Onder meer enkele collega’s die hij in zijn werk De rokers (zie blz. 30 en 32) voorstelt, zijn ook ‘reislustigen’.

Navolger van Marten (I) van Cleve, bijgewerkt door Peter 21 Paul Rubens, Het Sint-Maartensfeest, ca. 1630/40, olieverf op paneel, 76 x 106 cm (incl. lijst: 96 x 126 cm) RUBENSHUIS ANTWERPEN, INV. NR. RH.S.219

Navolger van Marten (I) van Cleve, bijgewerkt door Peter 21 Paul Rubens, Het Sint-Maartensfeest, ca. 1630/40, olieverf op paneel, 76 x 106 cm (incl. lijst: 96 x 126 cm) RUBENSHUIS ANTWERPEN, INV. NR. RH.S.219

Het geval-Brouwer bewijst nog maar eens hoe onzinnig het is om aan kunst kunstmatige (lands)grenzen op te leggen, zoals dat in de klassieke kunstgeschiedschrijving en in veel museale opstellingen nog steeds het geval is, onder invloed van de nationalistische negentiende eeuw. Meer nog: we kunnen Brouwer en zijn artistieke betekenis – net als de invloed die hij na zijn vroege dood zal uitoefenen – pas begrijpen dankzij een integrale benadering van zijn ‘leven en werk’. Mobiliteit, ook in tijden van gewapende conflicten zoals die van Brouwer, is een wezenlijk kenmerk van kunst. Ook van de kunst van Brouwer, die een spilfiguur is tussen de kunst van de Spaanse Nederlanden en de Republiek. We mogen hem met recht en reden de belangrijkste genreschilder uit zijn tijd noemen. In Noord en Zuid.

Adriaen Brouwer, Goede vrienden

Een ongeschoren man met een breed postuur, stevige handen en getaand gezicht – Brouwer beeldt hem halflijfs in profiel af – knielt of zit terwijl hij een hond aait die enthousiast op zijn schoot springt. De man draagt een eenvoudig donker-grijsblauw vest en een rode muts. (Die zien we bij Brouwer vaker.)

Deze aandoenlijke en intieme kameraderiescène speelt zich af in een atmosferisch landschap dat baadt in een warm zomerlicht. Vroeger zag men hierin een duinenlandschap, maar de scène lijkt zich eerder af te spelen op het platteland, met een korenveld op de achtergrond. In elk geval, het resultaat is een subtiel kleurenpalet met vooral blauwtinten, oker in het landschap en rode toetsen.

Deze tronie komt ook elders in het werk van Brouwer voor, en ook in dat van zijn leerling Joos Van Craesbeeck, al oogt de man daar minder sympathiek. Dit man-aait-hondpaneel maakt deel uit van een Belgische privécollectie.

goede vrienden
Adriaen Brouwer, Blad met figurenstudies, ca. 1626/32, pen in bruine inkt, gewassen over een schets in houtskool, 218 mm x 329 mm

Adriaen Brouwer, Blad met figurenstudies, ca. 1626/32, pen in bruine inkt, gewassen over een schets in houtskool, 218 mm x 329 mm

Musée des Beaux-Arts et d’Archéologie, Besançon, inv. nr. D.62

GROOTS IN HET KLEINE

Het werk van Adriaen Brouwer genoot al tijdens zijn leven grote waardering, met name ook van collega-kunstenaars. Rembrandt en Rubens verzamelden werk van hem, en al snel bleek Brouwers populariteit en succes ook uit de vele kopieën en ‘brouwerkens’ die nog tijdens zijn leven werden gemaakt. Waar berusten die waardering en populariteit op? Wat zijn de kwaliteiten van Brouwers werk?

EEN VIRTUOSE SCHILDER EN TEKENAAR

Adriaen Brouwer, De roker/De smaak, ca. 1631/34, olieverf op paneel, 30,5 x 21,5 cm RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, INV. NR. SKA 4040

Adriaen Brouwer, De roker/De smaak, ca. 1631/34, olieverf op paneel, 30,5 x 21,5 cm RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, INV. NR. SKA 4040

We kennen Adriaen Brouwer vooral als 23 schilder. Maar bij leven geniet hij ook veel aanzien als tekenaar. Onder meer Rembrandt legt een buitengewone belangstelling aan de dag voor het getekende oeuvre van Brouwer. In 1635 koopt hij een lot tekeningen van hem bij de verkoop van de collectie van kunsthandelaar Barend van Someren.

Geen enkele van de momenteel als authentiek beschouwde Brouwertekeningen is gesigneerd, wat uiteraard de toeschrijving aan Brouwer bemoeilijkt. Maar over de kern ervan bestaat een consensus: een achttal bladen met figurenstudies, die nu verspreid zijn over zes prentenkabinetten. Het gaat om pentekeningen in bruine inkt, waar nadien wassingen op werden aangebracht. Ze hebben nagenoeg hetzelfde formaat (ca. 220 x 330 mm), wat doet veronderstellen dat ze tot één schetsboek behoorden. We weten dat Brouwer met zulke schetsboeken werkte. Dit waren vermoedelijk studies, vingeroefeningen voor het ‘echte’, geschilderde werk.

Opmerkelijk is de trefzekerheid van Brouwers tekenhand in zijn individuele figuren en figurengroepen. Hij heeft maar enkele rake penstreken nodig om zowel de lichaamshouding als mimiek en beweging van zijn figuren op papier te schetsen. En net als in zijn schilderijen ligt ook in zijn tekeningen de nadruk op actie, de dynamiek tussen de verschillende personages, en emoties.

Brouwer is ook een bijzonder getalenteerde schilder, met een opvallend virtuoze techniek. Die wordt gekenmerkt door een losse en schetsmatige penseelvoering. De verflagen worden zeker in zijn latere werk bijna transparant aangebracht, waardoor hier en daar de grondlaag nog doorschemert. Zijn kleurenpalet evolueert ook naar een grotere monochromie en vooral in de landschappen naar schakeringen ton sur ton, een toentertijd modern procedé. Het coloriet wordt gaandeweg meer gedempt, met overheersende bruine, grijze, groene en blauwe tinten, hier en daar uitgebreid met pastelkleuren (rood, roze). Zijn hele oeuvre door blijven witte hoogsels en glimlichtjes Brouwers handelskenmerk.

Drie periodes

We onderscheiden drie periodes in Brouwers carrière, die zowat 15 jaar overspant. Brouwer schildert al die jaren steeds op klein formaat en meestal op panelen van eikenhout. Uitzonderingen zijn enkele werkjes op koper.

De Hollandse periode (ca. 1624-1630): vaak gaat het in deze jaren om bijzonder levendige en drukke schilderijen met een groot aantal figuren, in een interieur met veel details (huisraad, eet- en drinkgerei, voedsel en drank) en geschilderd in een levendig coloriet met krachtige kleuraccenten. Soms kunnen we een werk overigens min of meer dateren en lokaliseren dankzij afgebeelde objecten en/of gebruiksvoorwerpen, in combinatie met archivalische bewijsstukken: een bepaald type tinnen kan uit Amsterdam, aardewerk, een soort hoofddeksel…

De eerste Antwerpse periode (ca. 1631-1634): de composities worden evenwichtiger en harmonieuzer en het aantal personages vermindert, net zoals de hoeveelheid parafernalia in de interieurs die versoberen. Brouwers belangstelling voor emoties – en dus voor zijn personages die nu letterlijk op de voorgrond treden – neemt toe, onder meer in tronies en in voorstellingen van zintuiglijkheid en van gevechtsscènes. Andere dateringselementen zijn het kleurenpalet en de schildertechniek.

De latere Antwerpse jaren (1634-1638): Brouwer perfectioneert zijn schildertechniek verder en schildert enkele intieme halflijfse personages, naast ook nog altijd gevechts- en herbergscènes en tronies. Hij maakt ook werken waarin het atmosferische landschap de hoofd- of toch minstens een belangrijke rol speelt en waarin hij veel oog heeft voor de werking van het licht: ’s zomers, ’s nachts, bij valavond… Die fascinatie voor het landschap was er bij Brouwer altijd al, maar komt nu volop tot uiting.

Adriaen Brouwer, Drinkende boer, ca. 1630/33, olieverf op paneel, 20,5 x 19,7 cm

Adriaen Brouwer, Drinkende boer, ca. 1630/33, olieverf op paneel, 20,5 x 19,7 cm

Rubenshuis, Antwerpen, inv. nr. RH.S.187

Het kleine formaat waarin hij consequent werkt, de losse penseelvoering en het grauwe kleurenpalet sluiten naadloos aan bij Brouwers ‘lage’, bescheiden onderwerpen. Vorm en inhoud zijn perfect op elkaar afgestemd, wellicht een van zijn belangrijkste kwaliteiten en prestaties: zo versterkt de informele penseelvoering de vaak informele inhoud van zijn werk. Brouwer is inderdaad groots in het kleine.

Brouwers virtuositeit als schilder blijkt ook uit de stilleven-elementen die in veel van zijn werken voorkomen. Zoals bekend is het stilleven bij uitstek een genre waarin een schilder zijn virtuositeit kan demonstreren. Bij Brouwer zien we onder meer het licht dat reflecteert op kannen en kruiken, de weergaloze weergave van haardvuur (algemeen beschouwd als bijzonder moeilijk om te schilderen), de net gedoofde en nog walmende kaarsen, een plank aan de wand met daarop wat huisraad in diverse materialen…

details

Links en midden: Adriaen Brouwer, Interieur met luitspeler en zingende vrouw (detail), ca. 1630/32, olieverf op paneel, 37 x 29,2 cm VICTORIA & ALBERT MUSEUM, LONDEN, INV. NR. CAI.80

Rechts: Adriaen Brouwer, Boerenkwartet (detail), ca. 1636, olieverf op paneel, 43 x 57,3 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 109

Adriaen Brouwer, De armoperatie / Het gevoel

Charlatans en dorpschirurgen komen al in Brouwers vroege werk voor, maar dan in zorgvuldig uitgewerkte interieurs. Dit paneel illustreert een belangrijke verschuiving in zijn oeuvre: de toenemende interesse voor emoties en hoe die bij mensen worden veruitwendigt. Alle aandacht gaat naar de drie personages, al blijft zoals zo vaak bij Brouwer het ‘stilleven’ – de attributen op het tafeltje links – een meesterlijk detail.

Een dorpschirurg pulkt geconcentreerd – zie zijn dichtgeknepen lippen – in de arm van een patiënt, die een kreet uitstoot en met zijn vrije hand naar de wonde grijpt. Zijn gezichtsuitdrukking is duidelijk: deze man heeft pijn. Een derde figuur, van wie de ogen verborgen zijn achter de rand van zijn hoed, kijkt toe. Hij vervolledigt de driehoek. Brouwer schildert als ‘meester van emoties’ graag tronies, karikaturale tot groteske koppen. Daar komen de koppen van deze heren bij in de buurt.

De armoperatie behoorde tot een reeks van vijf die de zintuigen voorstelde. Het is een van Brouwers enige overgeleverde stukken waarvan we de vroege eigenaar met zekerheid kennen: collectioneur Jacques Roelants (1568-1651) was een Antwerpse postmeester die maar liefst dertien Brouwers bezat.

meester van emoties

Links: Adriaen Brouwer, De fluitspeler/Het gehoor, ca. 1632/35, olieverf op koper, 16,5 x 13 cm KONINKLIJKE MUSEA VOOR SCHONE KUNSTEN VAN BELGIË, BRUSSEL, INV. NR. 3464

Rechts: Adriaen Brouwer, De armoperatie/Het gevoel, ca. 1633, olieverf op paneel, 23,5 x 20,3 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 581

MEESTER VAN EMOTIES

Frans Hals, Lachende jongen met fluit/Het gehoor, rond paneel: 37,5 diameter, ca. 1626/28 STAATLICHES MUSEUM SCHWERIN, INV. NR. G.2475

Frans Hals, Lachende jongen met fluit/Het gehoor, rond paneel: 37,5 diameter, ca. 1626/28 STAATLICHES MUSEUM SCHWERIN, INV. NR. G.2475

Meester van emoties: het is niet toevallig de titel van de tentoonstelling in Oudenaarde. Brouwer raakt in zijn korte carrière hoe langer hoe meer gefascineerd door emoties en door de uitdaging hoe je expressieve gezichten en gedragingen van mensen in beeld brengt. Hij is, behalve een extreem getalenteerde schilder, ook een scherpe observator van de menselijke natuur. Brouwer kiest er gaandeweg steeds meer voor om gemoedstoestanden tot de essentie te herleiden, te focussen op één handeling, het aantal personages te beperken en de achtergrond neutraal te houden.

Een van Brouwers ‘ingangen’ om de zichtbare wereld van de menselijke emoties te verkennen, zijn de zintuigen. Zintuiglijke ervaringen en hun effecten brengt hij in beeld aan de hand van personages in ogenschijnlijk alledaagse taferelen. Hierin is hij een pionier. (In de zestiende eeuw werden zintuigen vooral allegorisch voorgesteld, door personages met welbepaalde attributen.) Zo zien we een lachende, Frans Halsachtige fluitspeler, personages die op een duidelijk pijnlijke wijze ‘geopereerd’ worden aan arm, rug of voet, een vader die zichtbaar tegen zijn zin en met opgetrokken neus een peuter verschoont. Volgens een oude inventaris heet dit subsubgenre (sic) een ‘kontafvegertje’.

voet rug reuk

Links: Adriaen Brouwer, De voetoperatie/Het gevoel, olieverf op paneel, 34,9 x 26 cm, ca. 1636 STÄDEL MUSEUM, FRANKFURT, INV. NR.1039

Midden: Adriaen Brouwer, De rugoperatie/Het gevoel, ca. 1632/36, olieverf op paneel, 34,4 x 27 cm STÄDEL MUSEUM, FRANKFURT, INV. NR. 1050

Rechts: Adriaen Brouwer, Onaangename vaderplicht/De reuk, ca. 1630/32, olieverf op paneel, 20 x 13 cm STAATLICHE KUNSTSAMMLUNGEN DRESDEN, INV. NR. 1057

Adriaen Brouwer, Herberginterieur, ca. 1624/25, olieverf op paneel MAURITSHUIS, DEN HAAG, INV. NR. 847

Adriaen Brouwer, Herberginterieur, ca. 1624/25, olieverf op paneel MAURITSHUIS, DEN HAAG, INV. NR. 847

Adriaen Brouwer, Twee vechtende boeren, ca. 1633/35, olieverf op paneel, 30,7 x 25,7 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 861

Adriaen Brouwer, Twee vechtende boeren, ca. 1633/35, olieverf op paneel, 30,7 x 25,7 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 861

Een ander motief dat Brouwer gretig aanwendt om emoties in beeld te brengen, zijn de traditionele christelijke hoofdzonden, waaronder dan vooral wellust, gulzigheid, lui- of vadsigheid, onkuisheid en toorn. Het gaat nagenoeg elke keer om excessief gedrag en overmaat. Omgezet in concrete menselijke gedragingen betekent dat onder meer dat dit vaste Brouwerthema’s zijn, doorgaans in een combinatie van twee of drie: kaartspelen, dobbelen, alcohol drinken, roken of andere vormen van tabaksgebruik, grensoverschrijdend mannelijk gedrag, woede en de vechtpartijen die daaruit volgen.

Voorstellingen van de zeven hoofdzonden zijn een oude traditie in de kunsten, maar bij Brouwer zijn de hoofdfiguren die de zondigheid verbeelden realistische mensen, terwijl het voordien doorgaans ging om allegorische personages. Of het gaat bij Brouwer zelfs om portretten, bijvoorbeeld van bevriende kunstenaars. Bij hem worden de hoofdrolspelers de vrouw of man met het gigantische glas bij zich, de kotsende dronkaard, de vadsige en indommelende figuur, de agressieve driftkop, de corpulente man, de bedwelmde roker... Stuk voor stuk behoren ze tot zijn standaardrepertoire. Treffende details zetten het thema van een schilderij kracht bij: een omvergevallen kruik, een hitsige hond die een zwijn bespringt, fallusachtige symbolen…

Adriaen Brouwer, Twee vechtende boeren bij een ton, ca. 1635/37, olieverf op paneel, 15,5 x 14 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 2112

Adriaen Brouwer, Twee vechtende boeren bij een ton, ca. 1635/37, olieverf op paneel, 15,5 x 14 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 2112

Zeker in zijn latere jaren verbeeldt Brouwer hevige en extreme emoties, met name in situaties van drankmisbruik en in gevechtsscènes. Die laatste komen in alle periodes in zijn oeuvre voor en zijn uiterst geschikt om een brede waaier aan emoties in beeld te brengen: pijn, afschuw, woede, vrees, schrik, vastberadenheid, verrassing, ontzetting…

Zie in verband met het thema emoties ook bladzijde 18, over de tronies die Brouwer graag en veel schildert, net zoals Rembrandt. Ook tronies boden Brouwer de kans om een rijkgeschakeerd gamma aan gevoelens in beeld te brengen.

Emotionaliteit is dan ook wellicht de meest treffende omschrijving van veel van Brouwers werken. Levensechte figuren en de trefzekere weergave van emotionaliteit vinden we ook terug bij Frans Hals, maar zonder de broeierigheid die Brouwer in zijn taferelen legt. Bij de twee meesters worden deze wezenlijke kenmerken van hun oeuvre in verband gebracht met het Haarlemse rederijkersmilieu waar zowel Hals als Brouwer een tijdlang deel van uitmaakte en waar emoties werden ‘gespeeld’ in toneel. Veel stukken waren kluchten.

Adriaen Brouwer, Gevecht aan een herberg, ca. 1625/26, olieverf op paneel, 25,8 x 34,2 cm MAURITSHUIS, DEN HAAG (IN LANGDURIGE BRUIKLEEN VAN HET RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM), INV. NR. 919

Adriaen Brouwer, Gevecht aan een herberg, ca. 1625/26, olieverf op paneel, 25,8 x 34,2 cm MAURITSHUIS, DEN HAAG (IN LANGDURIGE BRUIKLEEN VAN HET RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM), INV. NR. 919

Adriaen Brouwer, Gevecht om een dobbelspel

In de boedelinventaris van Peter Paul Rubens uit 1640 wordt een van de 17 schilderijen van Brouwer die de meester bezat omschreven als: ‘un combat de trois, où un frappe avec le pot’. Het gaat wellicht om dit paneel. Rubens volgde de innovaties die Brouwer doorvoerde – in zijn landschappen, maar ook in de weergave van het menselijke gemoed – op de voet. Deze Brouwer-compositie was overigens populair: we kennen minstens vier kopieën en ook in de Brouwergrafiek komt ze voor. Op de achterzijde van dit paneel prijkt het wapenschild van de stad Antwerpen, een bevestiging dat Brouwer dit werk daar schilderde.

Het gaat om een uiterst geslaagde inventie in het weergeven van actie en emoties, en in het vatten van le moment décisif. Twee mannen zijn slaags geraakt, in een onbestemd ruimte. Een ziedende vechtersbaas grijpt zijn slachtoffer, dat ons aankijkt, bij de haren, bijt in zijn opgestoken hand en is van plan een kruik op zijn hoofd te doen belanden. Een derde gast probeert de geweldenaar tegen te houden. De aanleiding voor de trammelant is ongetwijfeld onenigheid over de uitkomst van een dobbelspel. En overmatig drankgebruik, zoals de omgevallen kruik verklapt.

Brouwer schilderde veel vechtende lieden van laag allooi, vooral in zijn Antwerpse periode. Vechtersbazen en hun slachtoffers boden hem volop kansen om een waaier aan menselijke affecten en hun effecten te verkennen: woede, pijn, schrik, ontzetting, afschuw… 

Adriaen Brouwer,

Links: Adriaen Brouwer, Dorpsmuzikanten/Het Gehoor, ca. 1633/35, olieverf op paneel, 24 x 20 cm ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 629

Rechts: Adriaen Brouwer, Gevecht om een dobbelspel, ca. 1634/36, olieverf op paneel, 22,5 x 17 cm STAATLICHE KUNSTSAMMLUNGEN DRESDEN, INV. NR. 1058

DE HUMORIST

Sijn verstant was soo groot, dat hy onder den deckmantel van spots-ghewijse, redenen en manieren, de sotte dulheydt des wereldts wist aen jeder te ontdecken
Cornelis de Bie over Adriaen Brouwer in 1662
Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren (detail), ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren (detail), ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

De manier waarop Brouwer des wereldts dulheydt in beeld brengt, met de nadruk op het geestige en kluchtige, werd als bijzonder komisch ervaren. Men was van oordeel dat Brouwer de toeschouwer, en bij uitbreiding dus de wereld, een zedenspiegel voorhield en dat hij het befaamde principe van de Romeinse dichter Horatius toepaste: ridendo dicere verum, ‘lachend zeggen wat waar is’.

Brouwer kiest ervoor om in de eerste plaats het zondige gedrag van het ‘lage volk’ op kluchtige wijze aan de kaak te stellen – minder moraliserend geformuleerd: in beeld te brengen –, met figuren en motieven die geregeld terugkomen in zijn werk: de oude kol, de zingende zatlap (met opgeheven armen en een kan bij zich), de vrolijke muzikant, de vrouw (van lichte zeden?) die door een grijpgrage man wordt lastiggevallen, de kerel die te diep in het glas kijkt, het kind met een papkom voor zich, de ongure vent die op de plee zit of tegen de muur plast… Een paar keer lijkt Brouwer een bekend thema uit de beeldtraditie, dat ook in kluchten en komedies een evergreen was en nog altijd is, in beeld te brengen: de omkering van de gebruikelijke waardepatronen die tussen mannen en vrouwen heersen. Een bazige vrouw dicteert dan wat een/haar sullige man hoort te doen, als het even kan in het huishouden. Of een handtastelijke man wordt door zijn vrouwelijke ‘slachtoffer’ flink op zijn nummer gezet. Tot grote hilariteit en leedvermaak van de rest van het (mannelijke) gezelschap.

42 herbergscene
Adriaen Brouwer, Herbergscène (en details), ca. 1635, olieverf op paneel, 48 x 67 cm THE NATIONAL GALLERY OF ART, LONDEN, INV. NR. NG 6591

Adriaen Brouwer, Herbergscène (en details), ca. 1635, olieverf op paneel, 48 x 67 cm THE NATIONAL GALLERY OF ART, LONDEN, INV. NR. NG 6591

Adriaen Brouwer, Dikke man, ca. 1634/37, olieverf op paneel, 22,9 x 16,1 cm ADRIAEN BROUWER MAURITSHUIS, DEN HAAG, INV. NR. 601

Adriaen Brouwer, Dikke man, ca. 1634/37, olieverf op paneel, 22,9 x 16,1 cm ADRIAEN BROUWER MAURITSHUIS, DEN HAAG, INV. NR. 601

Een prachtig voorbeeld van Brouwer-humor biedt de manier waarop hij zichzelf en vier collega-kunstenaars portretteert in het iconische schilderij De rokers: in de genreachtige setting van een sjofel herberginterieur, vrolijk rokend en drinkend. Brouwer was een van de eerste kunstenaars die herkenbare modellen – in casu: kunstenaars, onder wie ook de schilder zelf – in compromitterende situaties en als ‘negatief’ gepercipieerde omstandigheden in beeld bracht. Het gebeurde maar heel zelden en misschien zelfs nooit eerder, behalve dan bij Frans Hals – opnieuw hij –, die ook graag genrestukken omturnde in de richting van portretachtige schilderijen. 

Opnieuw mogen we een werk als dit in verband brengen met het rederijkersmilieu waarin burgers dit soort rollen speelden en waar de alcohol rijkelijk vloeide, volgens diverse bronnen. Rederijkers werden daarom ook wel ‘kannenkijkers’ genoemd, mensen die te vaak ‘te diep in het glas/de kan kijken’. In De rokers lijken Brouwer en zijn maten wel een komisch toneeltje of een parodie op te voeren. 

Elders – op het paneel Dikke man – voert Brouwer de Antwerpse prentkunstenaar Paulus Pontius halflijfs op als het corpulente personage dat de wellust (luxuria) voorstelt, een van de zeven hoofdzonden. Brouwer woonde in Antwerpen een tijdje in bij Pontius. Ook dat werkje zal in Brouwers kunstenaarsmilieu vermoedelijk tot de nodige hilariteit hebben geleid.

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren (details), ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

Adriaen Brouwer, Feestvierende boeren (details), ca. 1624/26, olieverf op paneel, 35 x 53,5 cm KUNSTHAUS ZÜRICH, INV. NR. R 4

DE SCHERPE WAARNEMER VAN MENSEN EN HUN ACTIES

Adriaen Brouwer, Rokers in een herberg, olieverf op paneel ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 626

Adriaen Brouwer, Rokers in een herberg, olieverf op paneel ALTE PINAKOTHEK, MÜNCHEN, INV. NR. 626

Brouwer combineert zijn schilderkunstige vaardigheden met een scherp inzicht in de menselijke natuur. Het is de combinatie van deze twee talenten – en van Brouwers keuze om zich te richten op eenvoudige lui en hun emoties – die de aard van zijn onderwerpen en de hoge kwaliteit van zijn werk mee verklaart. Hij kent uiteraard ook de diverse tradities en idiomen die bij ‘zijn’ genres horen en die hij vernieuwt.

Brouwer slaagt erin om van zijn sujetten ook echte individuen te maken, door de combinatie van een trefzeker weergegeven fysionomie en van de perfecte afstemming van lichaamshoudingen, kleren, kleuren, attributen (zoals hoofddeksels) en bezigheden op elkaar. Een mooi voorbeeld is hoe Brouwer de toentertijd betrekkelijke nieuwe bezigheid van het roken in beeld brengt. Daarover wordt al in zijn tijd op uiteenlopende manieren geoordeeld (zie het citaat van Huygens op blz. 14). Met name in combinatie met alcohol staat ‘tabakzuigen’ of ‘rookdrinken’, zoals het ook wel eens wordt genoemd, in een kwaad daglicht. De twee worden ook in verband gebracht met elkaar: roken maakt de keel droog en dus moet er gedronken worden, maar die ‘over-vochicheit’ vereist dan weer nieuwe rook. Enzovoort enzovoort.

Adriaen Brouwer, Het slachtfeest (details),ca. 1625/26, olieverf op paneel, 34 x 37,3 cm STAATLICHES MUSEUM, SCHWERIN, INV. NR. G 174

Adriaen Brouwer, Het slachtfeest (details),ca. 1625/26, olieverf op paneel, 34 x 37,3 cm STAATLICHES MUSEUM, SCHWERIN, INV. NR. G 174

roken maakt de keel droog en dus moet er gedronken worden, maar die ‘over-vochicheit’ vereist dan weer nieuwe rook.
Joos van Craesbeeck, De roker, c. 1640?, olieverf op paneel, 41 x 32 cm MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS, INV. NR. M.I. 906

Joos van Craesbeeck, De roker, c. 1640?, olieverf op paneel, 41 x 32 cm MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS, INV. NR. M.I. 906

Er wordt flink wat af gerookt en tabak wordt ook op andere manieren gebruikt in het werk van Adriaen Brouwer met al zijn herbergen en kroegen. Hij brengt als eerste de fysieke ervaring van het roken in beeld: het genot, de bedwelming, de roes of trance, het opgaan in het moment… In enkele werken maakt hij er zelfs een zelfstandig thema van. Dit specifieke thema sluit opnieuw perfect aan bij zijn toenemende belangstelling voor het weergeven van individuele emoties en expressies. Het was dit talent van hem dat opzien baarde toen hij kort na 1630 naar Antwerpen verhuisde. Hij zal snel navolgers krijgen, ook met het rokersthema. De jonge David II Teniers is een van hen.

In het werk van Adriaen Brouwer ligt de nadruk vaak op actie. In zo’n geval is het voor een schilder de kunst om het effect van zo’n actiemoment vast te leggen in een verstild beeld, een still. Alsof de figuren zo meteen weer tot de actie zullen overgaan. 

David (II) Teniers, De roker, ca. 1640, olieverf op paneel, 45,09 x 34,29 cm (incl. lijst: 66,04 x 53,34 x 5,08 cm) LOS ANGELES COUNTY MUSEUM OF ART, LOS ANGELES, INV. NR. 47.29.18

David (II) Teniers, De roker, ca. 1640, olieverf op paneel, 45,09 x 34,29 cm (incl. lijst: 66,04 x 53,34 x 5,08 cm) LOS ANGELES COUNTY MUSEUM OF ART, LOS ANGELES, INV. NR. 47.29.18

Het vatten van het juiste moment – of zoals het in de moderne fotografie heet: le moment décisif – heeft de schilder duidelijk zijn leven lang gefascineerd. Net als de kadrering die bij dat moment hoort. In die zin kun je een aantal van zijn werken voorlopers van het snapshot noemen. Zeker in de talrijke gevechtsscènes is het vatten van een beslissend moment, hoe vluchtig dat ook is, essentieel. Brouwer slaagt daar als geen ander in. Maar ook het befaamde groepsportret De rokers is een voorbeeld van een geslaagde momentopname, zoals uit Brouwers zelfportret in dat werk blijkt: grote ogen, wijd opengesperde mond, de kroeg ergens halverwege tussen tafel en lippen… Alsof hij betrapt is. Door zichzelf. En vooral door ons, toeschouwers.

BROUWER ALS SFEERSCHEPPER: DE LANDSCHAPPEN

Behalve een schilder van genrestukken en van enkele portretten is Adriaen Brouwer in Antwerpen de schilder van een handvol nog gekende zelfstandige landschappen. Landschappen komen ook al eerder in zijn oeuvre voor, maar dan niet als hoofdrolspeler (zie blz. 19). 

Adriaen Brouwer, Schemerlandschap, ca. 1633/37, olieverf op paneel, 17 x 36 cm MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS, INV. NR. R.F. 2559

Adriaen Brouwer, Schemerlandschap, ca. 1633/37, olieverf op paneel, 17 x 36 cm MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS, INV. NR. R.F. 2559

Het moeten er ooit meer zijn geweest, weten we uit boedelinventarissen. Zoals in zijn hele oeuvre gaat het ook hier om werken op klein formaat. Daarin onderzoekt Brouwer hoe je de lichtwerking van zon en maan op verschillende momenten overdag en ook ’s avonds en ’s nachts in beeld kunt brengen. Het resultaat zijn bijzonder sfeervolle landschappen.

Dat ziet ook Peter Paul Rubens, die zich in de jaren 1630, aan het eind van zijn carrière, óók toelegt op het schilderen van atmosferische landschappen ‘voor eigen gebruik’ en die het genre dus kent en volgt. Ook Rubens gaat het om de effecten van het natuurlijk licht op diverse momenten en om het in beeld brengen van natuurfenomenen. De gelijkenissen met het werk van Brouwer zijn treffend, zeker in de olieverfschetsen maar ook in zijn paneelschilderkunst: de losse penseelvoering, de transparant aangebrachte verflagen, het kleine formaat van de werken… Het behoort allemaal ook tot Brouwers handelsmerk.

Peter Paul Rubens, De wilgen, ca. 1636, olieverf op paneel, 18,5 x 33,3 cm COLLECTIE SPEELMAN, MUSEUM OF FINE ARTS, HOUSTON

Peter Paul Rubens, De wilgen, ca. 1636, olieverf op paneel, 18,5 x 33,3 cm COLLECTIE SPEELMAN, MUSEUM OF FINE ARTS, HOUSTON

Tot voor kort verklaarde men de gelijkenissen eenduidig door de invloed die Rubens op Brouwer gehad zou hebben. Inmiddels weten we dat het beter is te spreken van een geval van aemulatio, een wisselwerking tussen twee kunstenaars die elkaar stimuleren in hun artistieke ontwikkeling, een soort van collegiale wedijver. Aemulatio is een wezenlijk onderdeel van de preromantische esthetica en kunstenaarspraktijken: schilders reageerden op voorgangers en/of collega’s en stimuleerden elkaar bij het zoeken naar ‘oplossingen’. Dat Rubens grote belangstelling heeft voor Brouwers landschappen, blijkt ook uit de boedelinventaris van zijn kunstcollectie: minstens vijf van zijn zeventien Brouwers zijn landschappen. En dat ook tijdgenoten de twee op gelijke voet plaatsen, weten we bijvoorbeeld uit een beschrijving van de kunstkamer van een Antwerpse kanunnik: daar hingen drie landschappen van Rubens en één van Brouwer broederlijk naast elkaar.

We maken tot slot een enigszins gewaagde maar ook te verantwoorden sprong: Rubens’ landschappen werden bewonderd door Engelse schilders als Reynolds en Turner. De stap naar het impressionisme is dan nog klein. We mogen dan ook stellen dat ook Brouwers landschappen verrassend modern, ja impressionistisch ogen.

Adriaen Brouwer, Landschap bij maanlicht

‘Un paysage à la lune’ : zo heet wellicht dit paneel van Brouwer in Rubens’ boedelinventaris uit 1640. 

Het gaat dan ook vermoedelijk niet om een duinlandschap, zoals het meestal wordt genoemd. We zien een heuvelachtig landschap met rechts een hoeve en daarachter enkele bomen, dat overgaat in een uitgestrekt watervlak met daarop enkele zeilbootjes. De (sfeer)volle maan verlicht de donkere wolken en haar licht weerspiegelt in het water. Links struikgewas en enkele bomen, en een torengebouw. Vijf figuren in twee groepjes bevolken het landschap, dat overigens hoogstwaarschijnlijk geen ‘correct’ weergegeven bestaande plek is.

Een sfeervolle lichtwerking en een atmosferisch (nacht)landschap: dat ambieerde Brouwer met dit werk, waarin Zuid- en Noord-Nederlandse beeldtradities samenkomen. Hij schilderde het met brede en schetsmatige penseelstreken, waardoor de ondergrond gedeeltelijk doorschemert (de lucht, de hoeve).

Elders bracht hij de verf pasteuzer aan (het loofwerk, de figuren). Bruin-, groen- en grijstinten domineren het kleurenpalet, met een verlevendigende rode toets.

landschap

Links: Adriaen Brouwer, Landschap bij maanlicht, ca. 1635/37, olieverf op paneel, 25,8 x 34,8 cm STAALICHE MUSEEN ZU BERLIN, GEMÄLDEGALERIE, BERLIJN, INV. NR. 853B

Rechts: Peter Paul Rubens, Landschap met maan en sterren, ca. 1636/38, olieverf op paneel, 64 x 90 cm THE COURTAULD GALLERY, LONDEN, INV. NR. P.G 380

TOT BESLUIT: GROOTS IN HET KLEINE

Adriaen Brouwer schildert consequent op klein formaat en kiest even consequent voor ‘de kleine man’ als onderwerp van zijn werk. In die ‘kleinheid’ is Brouwer een belangrijke vernieuwer, zoals we in deze bladzijden beschrijven. Mooie voorbeelden zijn de oude schildertradities van het in beeld brengen van de zintuigen en de christelijke hoofdzonden, die hij vernieuwt door van de hoofdrolspelers ‘echte’ mensen te maken. Hij verzoent en vernieuwt ook het Bruegelidioom met het Hollandse vrolijke gezelschap én met Frans Hals’ portretachtige en humoristische genrestukken. Dat levert een nieuwe beeldtaal op, die bepalend zal blijken te zijn voor de genreschilderkunst.

Door zijn schilderkunstig vernuft en als waarnemer van de menselijke soort en haar emoties is Brouwer een meester. Het is de combinatie van die twee talenten en de feilloze synthese van vorm en inhoud die van hem een grootmeester maakt.

ADRIAEN BROUWER: HET OEUVRE

Signatuur ‘AB’ rechtsonder op Landschap bij maanlicht, ca. 1635/37, olieverf op paneel, 25,8 x 34,8 cm STAALICHE MUSEEN ZU BERLIN, GEMÄLDEGALERIE, BERLIJN, INV. NR. 853B

Signatuur ‘AB’ rechtsonder op Landschap bij maanlicht, ca. 1635/37, olieverf op paneel, 25,8 x 34,8 cm STAALICHE MUSEEN ZU BERLIN, GEMÄLDEGALERIE, BERLIJN, INV. NR. 853B

EEN SCHILDER VOOR SCHILDERS

Brouwers handelsmerk zijn rokende, drinkende, gokkende en vechtende boeren, vaak gesitueerd in een herberginterieur en soms in openlucht. Het reduceren van zijn werk tot louter ‘boerentaferelen’ doet afbreuk aan zijn omvattende en grensoverschrijdende artistieke persoonlijkheid. 

Zo legde hij zich eveneens toe op andere genres, zoals de portret- en landschapsschilderkunst. Ook hier introduceerde hij belangrijke innovaties die de beeldtraditie blijvend zouden beïnvloeden. Brouwers vernieuwende beeldtaal werd in hoge mate bewonderd door de artistieke fine fleur van zijn tijd, onder wie Rubens en Rembrandt. Rubens bezat maar liefst zeventien Brouwers wat Brouwer de best vertegenwoordigde kunstenaar in de hele Rubenscollectie maakt. De boedelinventaris van Rembrandt, opgetekend in 1656, vermeldt maar liefst zes authentieke Brouwers, één kopie en een aantal tekeningen. Het is tekenend dat Brouwers werk vooral door kunstenaars en connaisseurs wordt verzameld. Verrassend veel schilderijen duiken op in kunstenaarsverzamelingen, zowel tijdens zijn leven als kort daarna. Naast beide grootmeesters van Noord en Zuid bezat Jan Miense Molenaer (1609/10-1668), een collega van Brouwer toen hij in Haarlem werkte, bijvoorbeeld vijf schilderijen. Verder getuigen onder meer de boedelinventarissen van Jacques de Gheyn III (1596-1641) en Cornelis Dusart (1660-1704) van de verzameldrang zowel tijdens Brouwers leven als kort daarna. In totaal zijn er in de zeventiende eeuw maar liefst 45 kunstenaars die schilderijen van Brouwer bezaten, een indrukwekkend aantal.

Het oeuvre vandaag

DE ROKERS

De afbakening van Brouwers geschilderde oeuvre blijft nog steeds een uitdaging. Exemplarisch zijn de publicaties van Wilhem von Bode uit 1884 en 1924, waarin de auteur respectievelijk zeventig en honderdtwintig schilderijen vermeldt. In zijn monografie uit 1962 beschrijft Knuttel een tachtigtal stukken die hij als authentiek beschouwt. De voorbije decennia leverden Konrad Renger en Karolien De Clippel fundamentele bijdragen aan het Brouweronderzoek. Renger reduceerde het oeuvre tot een aanvaardbare vijfenzestig schilderijen. 

Momenteel worden nog steeds een vijfenzestig à zeventig stukken als authentiek beschouwd. Het corpus is verspreid over talrijke publieke en private collecties in Europa en de Verenigde Staten. Met zeventien stukken bezit de Alte Pinakothek in München de grootste Brouwerverzameling ter wereld.

Signatuur ‘Brauwer’ linksonder op De rokers, ca. 1636, olieverf op paneel, 46,4 x 36,8 cm THE METROPOLITAN MUSEUM OF ART, NEW YORK, INV. NR. 32.100.21

Signatuur ‘Brauwer’ linksonder op De rokers, ca. 1636, olieverf op paneel, 46,4 x 36,8 cm THE METROPOLITAN MUSEUM OF ART, NEW YORK, INV. NR. 32.100.21

Als er één zaak is waarover onderzoekers het eens zijn, dan is het de uitzonderlijk hoge kwaliteit en het innovatieve karakter van het oeuvre. Recent onderzoek toont aan dat Brouwer ongeveer een vierde van het aan hem toegeschreven werk signeerde, dit is meer dan tot nu toe werd aangenomen. In de meerderheid van de gevallen opteerde de kunstenaar voor een monogram ‘AB’, met losstaande letters – al dan niet gescheiden door een punt – of in ligatuur. In enkele gevallen zijn enkel de A of B leesbaar. Uitzonderlijk signeerde hij voluit als ‘Brauwer’ (De rokers) of ‘Brouwer’ (Feestvierende boeren, Zürich; De bolspelers, Brussel). Helaas is geen enkel schilderij gedateerd, wat de chronologische reconstructie van het oeuvre bemoeilijkt. 

Dankzij zijn picturale vernuft en grensoverschrijdende benadering is hij wellicht met voorsprong dé belangrijkste genreschilder uit de zeventiende-eeuwse Nederlanden. 
Adriaen Brouwer, Drinkende boer, ca. 1632/33, olieverf op koper, 18 x 19 cm Privécollectie, Duitsland Dit werkje was tot voor de Brouwertentoonstelling ongekend en dus ongepubliceerd in de vakliteratuur

Adriaen Brouwer, Drinkende boer, ca. 1632/33, olieverf op koper, 18 x 19 cm Privécollectie, Duitsland Dit werkje was tot voor de Brouwertentoonstelling ongekend en dus ongepubliceerd in de vakliteratuur

Brouwer schilderde steeds op klein formaat en meestal op eikenhout. Een aantal panelen bevat een Antwerps merkteken, wat wellicht wijst op een ontstaansdatum nadat hij zich in 1631/1632 in de Scheldestad had gevestigd. Ten minste twee merken zijn toe te wijzen aan Michiel Vriendt (actief 1615/1637) waardoor we de ontstaansdatum verder kunnen preciseren. Vriendt was in deze periode een van de beste paneelmakers in Antwerpen en onder anderen één van Rubens’ favoriete leveranciers. Sporadisch schilderde Brouwer ook op koper.

Hoewel Brouwer in onze tijd vooral bekend is als schilder, genoot hij in zijn tijd ook veel aanzien als tekenaar. Zo toonde Rembrandt een buitengewone belangstelling voor het getekende oeuvre. Het getekende werk is vandaag minder gekend en nog maar weinig bestudeerd. Geen enkel blad is gesigneerd, wat de attributie bemoeilijkt. Er bestaat wel een consensus over de kern van Brouwers getekende oeuvre: een achttal bladen met figurenstudies, verspreid over de prentenkabinetten van Berlijn, Besançon, Dresden, Hamburg en het Victoria & Albert Museum in Londen. Recent werd hier nog een blad aan toegevoegd: een Studie voor de Aanbidding van de herders (The Metropolitan Museum of Art, New York, inv. 2015.102).

Adriaen Brouwer, Rokers in een herberg (detail), ca. 1627/30, olieverf op koper, 17,5 x 23 cm NATIONAL MUSEUM IN WARSAW, WARSCHAU, INV. NR. 103

Adriaen Brouwer, Rokers in een herberg (detail), ca. 1627/30, olieverf op koper, 17,5 x 23 cm NATIONAL MUSEUM IN WARSAW, WARSCHAU, INV. NR. 103

Naast schilderijen en tekeningen kennen we ook een bijzonder rijke Brouwergrafiek. Hoewel Brouwer zelf geen enkel prentontwerp vervaardigde, ontstonden de vroegste prenten al tijdens zijn leven. De titels en bijschriften op deze etsen en gravures bieden inzicht in de betekenis, de vroege receptie en de consumptie van Brouwers werk. Vooral uitbeeldingen van de hoofdzonden en zintuiglijkheid bleken populair. Opvallend is ook het vaak komische karakter van de voorstellingen: Brouwer hield de toeschouwer op humoristische wijze een zedenspiegel voor.

Brouwers kunst onderscheidt zich door een uitzonderlijk hoge kwaliteit en, ondanks het relatief beperkte aantal werken, door een indrukwekkende veelzijdigheid. Met zijn kleine, los geschilderde en buitengewoon levendige tafereeltjes beïnvloedde Brouwer de beeldtraditie diepgaand, zowel in de Noordelijke als in de Zuidelijke Nederlanden. Dankzij zijn picturale vernuft en grensoverschrijdende benadering is hij wellicht met voorsprong dé belangrijkste genreschilder uit de zeventiende-eeuwse Nederlanden. 

Praktisch

Tentoonstelling

Adriaen Brouwer: Meester van emoties - Van 15 september t.e.m. 16 december 2018 - Open: maandag t.e.m. zondag van 9.30 tot 18.00 uur, donderdag tot 22.00 uur

MOU-Museum van Oudenaarde en de Vlaamse-Ardennen, - Stadhuis, Markt, 9700 Oudenaarde - T 055 31 72 51 - [email protected] - [email protected]

Om het bezoek in optimale omstandigheden te laten verlopen, worden de tickets enkel met een tijdslot verkocht. 

Download hier de pdf

Adriaen Brouwer - Meester van emoties

Adriaen Brouwer - Meester van emoties deel 2