Dick Ket - De drie broodjes

Dick Ket, Drie broodjes, 1933 olieverf op doek, 69,5 x 61 cm.

We kunnen dit schilderij realistisch noemen, omdat het vertrouwde voorwerpen bevat die op een minutieuze en gedetailleerde wijze zijn weergegeven. Realistisch betekent hier echter niet, dat er geen ingreep van de kunstenaar is, geen eigen ordening of constructie. Die is hier juist ook heel duidelijk aanwezig.

Wat we zien is niet zomaar een willekeurige blik op een huistafel met sporen van een maaltijd. Ket heeft deze situatie zorgvuldig gearrangeerd.

De kleedjes en vellen papier heeft hij doelbewust zó neergelegd, dat ze dit boeiende patroon vormen van over elkaar schuivende vlakken. Ook de broodjes, eieren en kom heeft hij een precies afgewogen plaats gegeven. De eieren accentueren de diagonaal van rechts naar links van het bovenste vlak, de broodjes daarentegen de as van voren naar achteren die tegelijkertijd min of meer samenvalt met de centrale as van de hele voorstelling. In de kom worden deze twee bewegingen met elkaar verbonden. Deze kom geeft de voorstelling een centrum dat echter links boven het werkelijke centrum van het beeldvlak geplaatst is en daardoor een intrigerende spanning oproept. Het is een asymmetrie, die door Ket gebruikt is om de ordening een natuurlijke vanzelfsprekendheid te geven.

Even doelbewust koos Ket een hoog blikpunt, zodat we schuin van boven op deze tafel neerkijken. Het maakt dat de voorstelling weinig diepte heeft. Wat we zien is vrijwel frontaal aanwezig. Dat wordt versterkt doordat de voorstelling zo begrensd is, dat er bijna niets van een omgeving zichtbaar is.

Een minutieuze detaillering en zorgvuldige compositie waren voor Ket van essentiële betekenis, omdat hij meende daarmee aan de dingen een 'verdieptheid' te kunnen geven. Hij was zich daarbij bewust, dat het ook een gevaar met zich meebracht van dorheid of saaiheid. Iedere keer weer kostte het hem de grootste moeite dat te vermijden. Zo schreef hij: 'Dat is de grote moeilijkheid, namelijk het verdwijnen van de spontaniteit bij het vorderen, of beter de groote moeilijkheid zit daar, waar de spontaniteit verdwijnt en overgaat in verdieptheid, rusteloos leven in levende rust. Maar tusschen dit verliezen der spontaniteit en dit winnen der verdieptheid is een groot en troosteloos gebied, zoiets als het windstille gebied in de Zuidelijke helft van de Atlantische oceaan, moeilijk door te komen.' (uit: Catalogus tentoonstelling Dick Ket, Gemeentemuseum, Arnhem, p. 36).

Ook in een werk als 'De drie broodjes' heeft Ket gestreefd naar een omzetting van spontaniteit in 'verdieptheid' van 'rusteloos leven in levende rust'. De aard van de weergegeven dingen roept een wereld van stille, huislijke intimiteit op. De frontale ordening en minutieuze uitvoering accentueren een beslotenheid en maken een intense aandacht voelbaar, waardoor deze alledaagse dingen een schoonheid krijgen, waarvan we ons in het normale dagelijkse leven meestal niet bewust zijn.

Een schilder als Herman Kruyder streefde eveneens naar zoiets als een 'verdieptheid', een verheviging van een waargenomen werkelijkheid. Hij deed dat echter op geheel andere wijze. Zijn zelfportret, dat in hetzelfde jaar ontstond als Kets 'Drie broodjes', heeft een losse, schetsmatige vormgeving met bovendien - ten opzichte van de werkelijkheid - enkele merkwaardige vervormingen. Het meest opvallend zijn wel het enorme oog en het zware penseel, dat als een vrij teken is neergezet en de onderste helft van het beeld domineert.

Vergeleken met Ket doet dit schilderij zich voor als een ruwe onvoltooide opzet. Toch is het door Kruyder gesigneerd. Zeer waarschijnlijk was het voor hem een complete, afgeronde mededeling. De schetsmatige stijl gebruikte hij om bewogenheid uit te drukken. Met de vervormingen accentueerde hij een inhoud. De opvallende aanwezigheid van oog en penseel vertelt over zijn kunstenaarschap, Kruyders schilder-zijn.

Dick Ket, Den Helder 1902 -1940 Bennekom.

Leerling van G.J. van Lerven in Arnhem. Werkzaam in Ede en Bennekom. De brede schilderwijze van zijn vroege werk maakte omstreeks 1930 plaats voor een minutieuze stijl, verwant aan die van de Nieuwe Zakelijkheid. In deze laatste periode moest hij om gezondheidsredenen het buiten schilderen opgeven. Hij beperkte zich toen tot het maken van zelfportretten en stillevens.

Literatuurlijst

  • F. van Thienen, Dick Ket, De Delver 14, 10, 1940;
  • J.H.M. van der Marck, Neo-realisme in de schilderkunst, Amsterdam, 1960;
  • Catalogus tentoonstelling Dick Ket, Gemeentemuseum Arnhem, 1962.

Herman Kruyder, Lage Vuursche 1881 -1935 Amsterdam.

Opleiding o.a. aan de Avondtekenschool te Wormerveer en aan de Kunstnijverheidschool te Haarlem. Was enige tijd leerling-huisschilder en tussen 1900 en 1910 ontwerper-uitvoerder van gebrandschilderde ramen op de fabriek van Schouten in Delft. Wijdde zich vanaf 1910 geheel aan de schilderkunst. Werkte in Haarlem, Heemstede, Bennebroek, Blaricum en Amsterdam. Eén van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme in Nederland.

Literatuurlijst

  • W .J. de G ruyte., Zes moderne schilders, Amsterdam, 1935;
  • P.G.J. Reyne, Herman Kruyder, Amsterdam, 1948;
  • W.J. de Gruyter, The worlds of Herman Kruyder, Delta, 1958.

Download hier de pdf

Dick Ket - De drie broodjes