Charles Burns

Op het kruispunt van fictie en het geheugen, van goedkope sensatie en horror, ligt de duistere wereld van de Amerikaanse graphic novelist en illustrator Charles Burns (Seattle). Zijn verhalen worden bevolkt door clichépersonages van de strip: betweterige kinderen, sinistere wetenschappers, 'tough-as-nails detectives', en geile tieners. Burns herordent ze in verontrustende maar grappige patronen. De sfeer van Burns’ strips varieert van kitscherige nostalgie naar troosteloze horror. Thema’s als adolescentie en seksuele bewustwording vermengen zich met steeds terugkerende beelden van mutatie, pest, vervreemding en geweld.

Burns werkte tien jaar lang aan wat zijn magnum opus moest worden: ‘Black Hole’, in het Nederlands verschenen als 'Zwart gat'. Horror zonder meer, maar ook een indrukwekkende graphic novel die moeiteloos het gevoelsleven van tieners vat. Zijn nieuwe boek ‘X’ is het eerste deel van een trilogie, en is onder meer een eerbetoon aan Hergé, de geestelijke vader van Kuifje.

De meesten kennen Charles Burns als een stripmaker die popart en de popcultuur integreert in zijn comics. Zijn werk als illustrator is minder bekend. Hij maakte onder meer foto's, illustraties, platenhoezen en films. Zijn werk - eerst opgemerkt in RAW, het magazine van Art Spiegelman - doorliep een parcours van uitzonderlijke strips en projecten: van albumcovers voor Iggy Pop tot de nieuwste reclamecampagne voor Altoids en de onfortuinlijke OK Soda (samen met collega- cartoonist Fantagraphics Daniel Clowes). Hij ontwierp de set voor heropvoering van Tsjaikovskis Notenkraker (omgedoopt tot The Hard Nut) dat in 1991 in premiere ging in De Munt in Brussel. Hij illustreerde covers voor Time, The New Yorker en The New York Times Magazine.